Bulletineke Justitia

Bulletineke Justitia

Niet langer in de rechtbank of op kantoor: de juridische sector werkt thuis

Kato Dekkers
Toen in 2020 het coronavirus uitbrak, veranderde het dagelijks leven abrupt. Als middelbare scholier zat ik plots thuis, met mijn laptop op schoot, lessen te volgen vanaf de bank. Scholen gingen dicht, van andere mensen moest ik anderhalve meter afstand houden en mijn bijbaantje kwam stil te liggen. Inmiddels zijn we een paar jaar verder en studeer ik Rechtsgeleerdheid. Vanuit dat nieuwe perspectief vraag ik me af: wat heeft deze ingrijpende periode betekend voor de juridische wereld? Een sector die sterk leunde op fysieke aanwezigheid, die zich moest aanpassen aan thuiswerken.

Wonen in andermans huis: hoe studenten legaal kunnen kraken

Imke Beursgens
De woningnood voor studenten in Nederland is dringender dan ooit.[1] Een studentenkamer kost tegenwoordig bijna net zoveel als een klein vliegtuig, de wachttijden bij woningcorporaties zijn ontzettend lang en tijdens hospiteeravonden neem je het op tegen een halve collegezaal aan medestudenten. Velen houden vol en vinden na een tijdje een plek in een studentenkamer. Anderen nemen het heft in eigen handen. Ze wachten niet langer en beginnen met kraken.

Waarom jongeren steeds vaker strategisch stemmen

Lotte Schopman
De afgelopen jaren is binnen het Nederlands kiesstelsel een duidelijke verschuiving zichtbaar in het stemgedrag van jongeren. Waar eerdere generaties voornamelijk stemden vanuit ideologische overtuigingen en partijtrouw, kiezen jongeren steeds vaker voor strategisch stemmen. Deze ontwikkeling wordt in sterke mate beïnvloed door publieke zetelpeilingen en de manier waarop politieke informatie via (sociale) media wordt verspreid. Wetenschappelijk en empirische literatuur over jongeren in Nederland toont aan dat veel jonge mensen hun politieke betrokkenheid sterk verschillen van oudere generaties. Juridisch gezien roept deze trend fundamentele vragen op over het stemrecht, de invloed van peilingen op het democratisch proces en de rol van jongeren binnen de representatieve democratie. Deze verschuiving raakt namelijk aan de kernwaarden van het kiesrecht, met name vrijheid, zuiverheid en ongehinderde uitoefening van de stem, waardoor de vraag ontstaat in hoeverre strategisch stemmen door externe prikkels het democratisch proces beïnvloedt. In dit artikel wordt nader onderzocht welke juridische spanningen hierdoor ontstaan en welke waarborgen het huidige systeem biedt.

Demonstratierecht op universiteiten

Bram Geraedts
Het demonstratierecht is een van de fundamentele rechten binnen onze rechtsstaat. De laatste jaren is het aantal demonstraties op universiteitscampussen in Nederland dan ook fors toegenomen. Ook op de Radboud Universiteit is dit zichtbaar. Zo riepen studenten en medewerkers de Radboud Universiteit op om hun verantwoordelijkheid te nemen en samenwerking met bijvoorbeeld Israëlische universiteiten te verbreken. Dit leidde tot vele ongeregeldheden, zoals tentenkampen, vernielingen, bezettingen van gebouwen en verstoringen van lezingen. In dit artikel staat daarom de vraag centraal: hoe ver reikt het demonstratierecht op universiteiten, en welke bevoegdheden hebben zowel de overheid als de universiteit zelf om het demonstratierecht te reguleren? Allereerst zal worden uitgelegd waarom het moeilijk is om op universiteiten het demonstratierecht te beperken. Vervolgens zal worden ingegaan hoe een universiteit zelf het demonstratierecht enigszins kan reguleren.

Toenemende politieke druk op de Nederlandse rechtsstaat

Tijn Hagen
De Nederlandse rechtsstaat wordt vaak beschouwd als een stabiel en betrouwbaar stelsel. Burgers mogen verwachten dat de overheid zich aan het recht houdt, dat rechters onafhankelijk oordelen en dat grondrechten effectief worden beschermd. Toch blijkt deze vanzelfsprekendheid minder stevig dan zij lijkt. De afgelopen jaren zijn diverse signalen afgegeven over toenemende politieke druk, dalend institutioneel vertrouwen en agressie richting ambtsdragers. Ook groeiende georganiseerde criminaliteit en restricties op democratische vrijheden, zoals het demonstratierecht, baren zorgen. Deze ontwikkelingen tonen aan dat de rechtsstaat niet alleen rust op formele normen en instituties, maar evenzeer op maatschappelijke omstandigheden, politieke cultuur en verantwoord gedrag binnen de staatsmachten.

Henri Bontenbal en de botsing tussen artikel 23 en 1 van de Grondwet

Anne-Sophie Westerhof
Artikel 23 van de Grondwet houdt kort gezegd in dat het geven van onderwijs vrij is, maar dat de overheid wel toezicht houdt op het onderwijs. De overheid moet daarbij rekening blijven houden met de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Wat nu als homoseksuele kinderen worden afgewezen van reformatorisch onderwijs? Is dit dan in strijd met het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van de Grondwet? Moet de overheid dan ingrijpen? Het inherente spanningsveld tussen de twee fundamentele rechten, van gelijkheid en van vrijheid van onderwijs, is duidelijk zichtbaar in het bijzonder religieus onderwijs. Volgens politicus Henri Bontenbal zal die spanning blijven bestaan en moeten we de botsing tussen die twee artikelen voor lief nemen.[1] In dit artikel wordt onderzocht wat er eigenlijk staat in de Grondwetsartikelen en daarna wat Bontenbal daarover nu precies zei in Nieuwsuur.