Bulletineke Justitia
U bent hier:

Henri Bontenbal en de botsing tussen artikel 23 en 1 van de Grondwet

Henri Bontenbal en de botsing tussen artikel 23 en 1 van de Grondwet 

Artikel 23 van de Grondwet houdt kort gezegd in dat het geven van onderwijs vrij is, maar dat de overheid wel toezicht houdt op het onderwijs. De overheid moet daarbij rekening blijven houden met de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Wat nu als homoseksuele kinderen worden afgewezen van reformatorisch onderwijs? Is dit dan in strijd met het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van de Grondwet? Moet de overheid dan ingrijpen? Het inherente spanningsveld tussen de twee fundamentele rechten, van gelijkheid en van vrijheid van onderwijs, is duidelijk zichtbaar in het bijzonder religieus onderwijs. Volgens politicus Henri Bontenbal zal die spanning blijven bestaan en moeten we de botsing tussen die twee artikelen voor lief nemen.[1] In dit artikel wordt onderzocht wat er eigenlijk staat in de Grondwetsartikelen en daarna wat Bontenbal daarover nu precies zei in Nieuwsuur.

Artikel 23 van de Grondwet (Gw) bepaalt dat de overheid toezicht houdt op het geven van onderwijs en dat het geven van dat onderwijs in principe vrij is. Het artikel heeft zowel het karakter van een sociaal grondrecht als een klassiek grondrecht. [2] Zo wordt in lid 1 benoemd dat het onderwijs de zorg is van de regering en staat in lid 4 dat de overheid moet zorgen dat er voldoende openbaar algemeen lager onderwijs gegeven wordt. In deze twee leden zie je het sociale karakter terug met een inspanningsopdracht voor de overheid. In lid 2 wordt benoemd dat het geven van onderwijs vrij is behoudens het toezicht van de overheid, volgens lid 5 en 6 worden de deugdelijkheidseisen (de minimumeisen waar aan voldaan moet worden) met inachtneming van de vrijheid van richting geregeld. Hier is het klassieke aspect weer te vinden: de burger wordt beschermd tegen de macht van de overheid. De overheid moet dus enerzijds optreden en anderzijds afstand houden.

Artikel 23 Gw is ingevoerd om ouders de vrijheid te geven hun kinderen op te voeden volgens hun waarden en overtuiging.[3] Dit betekent concreet dat er naast openbare scholen bijzondere scholen mogen bestaan die lesgeven vanuit een godsdienst of levensbeschouwelijke overtuiging.[4] Die bijzondere scholen mogen van leraren en leerlingen eisen dat ze een godsdienst of levensovertuiging hebben en ook mogen bijvoorbeeld hoofddoeken verboden worden.[5] In sommige gevallen is onderscheid maken dus geoorloofd, maar hier bestaan geen duidelijke voorwaarden voor en de aanvaardbaarheid moet dus vooral uit jurisprudentie worden afgeleid.[6] Dit is bijvoorbeeld terug te zien in een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin werd bepaald dat religieuze motieven mogen worden meegenomen bij de toelating tot een school, zolang er een “objectieve en redelijke rechtvaardiging” is van het doel en effect van het toelatingscriterium.[7] Het is soms erg onduidelijk waar nu precies de lijn ligt tussen wat wel en niet toegestaan is in het licht van burgerschap. De context en omstandigheden zijn daarbij namelijk van groot belang, er blijft altijd een grijs gebied bestaan.[8]

Artikel 1 Gw bepaalt dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Hierbij wordt ook genoemd dat discriminatie wegens onder andere godsdienst of levensovertuiging, of welke grond dan ook, niet is toegestaan. Dit fundamentele beginsel heeft dus duidelijk overlap met het fundamentele beginsel van vrijheid van onderwijs, waarbij tegengestelde belangen bestaan. Er bestaat discussie over hoe de politiek daarmee om zou moeten gaan: hoeveel vrijheid kan je scholen geven? Wanneer moet de overheid ingrijpen om gelijke rechten te beschermen? Zo komen we uit bij Henri Bontenbal, die in het programma Nieuwsuur met dit onderwerp geconfronteerd werd. Er werd een fragment getoond van een leerling die beschreef hoe een reformatorische school omging met homoseksualiteit: de leerling mocht homo zijn, maar hij mocht dit niet in praktijk brengen. Aan Bontenbal werd de vraag gesteld of hij vond dat dit onderwezen kan worden.

Volgens Bontenbal mag aan scholen de vrijheid van onderwijs niet worden ontzegd. Hij stelt dat scholen de ruimte moeten krijgen om onderwijs zo vorm te geven zoals zij dat willen, binnen de grenzen van de rechtsstaat.[9] Volgens hem horen botsende waarden juist binnen een democratie, waarbij geaccepteerd wordt dat sommige mensen heel verschillend kunnen en mogen denken. Op de vraag wat er dan zou moeten gebeuren met homoseksuele kinderen die worden afgewezen in het reformatorisch onderwijs, antwoordde hij dat hij het daar niet mee eens was, maar dat een leerling ook naar een andere school zou kunnen.[10]

Juist op dat de laatste opmerking ontving hij veel kritiek. Zo zou het hem bijvoorbeeld ontbreken aan inlevingsvermogen en had hij in moeten gaan op wat het met jongeren doet als zij worden geweigerd op basis van hun identiteit.[11] Ook vanuit de Tweede Kamer kwam kritiek: Kamerlid Westerveld van GroenLinks-PvdA noemde de uitspraak “ronduit kwalijk”.[12] Ook vanuit de juridische hoek werd er gereageerd op de uitspraak. Zo stelde emeritus-hoogleraar staatsrecht Jit Peters dat de botsing juist niet in de samenleving hoort zoals Bontenbal stelde, maar dat die juist de integratie tegenwerkt.[13] Volgens hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans is er al een oplossing gevonden met de Algemene wet gelijke behandeling, waarbij religieuze vrijheid alleen boven het discriminatieverbod komt in gevallen van het toelaten van leerlingen of het werven van docenten.[14] De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme Rabin Baldewsingh noemt de uitspraak van Bontenbal een signaal dat “het besef van de fundamentele status van artikel 1 mogelijk onvoldoende is verankerd in ons bestel.”[15]Bontenbal zei later bij het programma Vandaag Inside dat hij inderdaad de verkeerde indruk had gewekt en dat zijn formulering niet goed was.[16]

De uitspraak van Bontenbal en de daaropvolgende kritiek heeft mogelijk grote invloed gehad op het aantal stemmen dat het CDA uiteindelijk heeft ontvangen: waar Bontenbal eerst maar bleef stijgen in de premierspeiling, daalde hij juist na het optreden in Nieuwsuur en ook het aantal virtuele zetels daalde van 25 naar 20.[17] De discussie rondom Bontenbal en de grondrechten illustreert de voortdurende politieke en juridische worsteling: enerzijds de vrijheid van bijzondere scholen om op basis van hun grondslag te opereren en onderwijs aan te bieden en anderzijds het fundamentele recht van non-discriminatie en gelijke behandeling.

[1] ‘CDA-leider Bontenbal: religieus onderwijs mag botsen met grondrecht van gelijkheid’, nos.nl, 20 oktober 2025.

[2] K. Jansen, ‘Horizontale werking van grondrechten in het onderwijs’, NTOR 2021/2, p. 18-19.

[3] D.E. Bunschoten, in T&C Grondwet en Statuut, commentaar op art. 23 Gw.

[4] ‘Openbaar en bijzonder onderwijs’, rijksoverheid.nl

[5] B.P. Vermeulen, annotatie bij CGB 5 augustus 2003, ECLI:NL:XX:2003:AN7496, AB 2003/38, p. 375.

[6] K. Jansen, ‘Horizontale werking van grondrechten in het onderwijs’, NTOR 2021/2, p. 21.

[7] Rb. Amsterdam 18 september 1986, ECLI:NL:RBAMS:1986:AH1352.

[8] ‘Wetenschappelijk commentaar: Artikel 23 – Onderwijs’, nederlandrechtsstaat.nl

[9] ‘CDA-leider Bontenbal: religieus onderwijs mag botsen met grondrecht van gelijkheid’, nos.nl, 20 oktober 2025.

[10] ‘CDA-leider Bontenbal: religieus onderwijs mag botsen met grondrecht van gelijkheid’, nos.nl, 20 oktober 2025.

[11] ‘Bontenbal: religieuze scholen mogen homo’s afwijzen – ‘dat is vrijheid’’, ewmagazine, 22 oktober 2025.

[12] ‘Fatsoen volgens Bontenbal: ‘Ouders kunnen homoseksuele leerling naar andere school sturen’’, bnnvara.nl, 21 oktober 2025.

[13] ‘Botst religieus onderwijs te erg met democratische waarden? ‘Haalt groepen uit elkaar’’, nporadio1.nl, 21 oktober 2025.

[14] ‘Vrijheid van onderwijs of gelijke behandeling? Waarom er spanning bestaat tussen deze rechten in de Grondwet’, eenvandaag.avrotros.nl, 21 oktober 2025.

[15] ‘Gelijke rechten staan boven ondergeschikte belangen’, bureauncdr.nl, 5 november 2025.

[16] ‘Henri Bontenbal reageert op uitspraken bij Nieuwsuur: ‘Ik baal ervan hoe ik het gezegd heb’’, vandaaginside.nl, 22 oktober 2025.

[17] ‘Strijd om premierschap: Bontebal meest genoemd, Jetten stijgt’, rtl.nl, 27 oktober 2025. ‘Botsende grondwetsartikelen in Nieuwsuur kostten Bontenbal vijf virtuele zetels’, vandaagenmorgen.nl, 27 oktober 2025.