Bulletineke Justitia
U bent hier:

Rubrieken

Waarom jongeren steeds vaker strategisch stemmen

Lotte Schopman
De afgelopen jaren is binnen het Nederlands kiesstelsel een duidelijke verschuiving zichtbaar in het stemgedrag van jongeren. Waar eerdere generaties voornamelijk stemden vanuit ideologische overtuigingen en partijtrouw, kiezen jongeren steeds vaker voor strategisch stemmen. Deze ontwikkeling wordt in sterke mate beïnvloed door publieke zetelpeilingen en de manier waarop politieke informatie via (sociale) media wordt verspreid. Wetenschappelijk en empirische literatuur over jongeren in Nederland toont aan dat veel jonge mensen hun politieke betrokkenheid sterk verschillen van oudere generaties. Juridisch gezien roept deze trend fundamentele vragen op over het stemrecht, de invloed van peilingen op het democratisch proces en de rol van jongeren binnen de representatieve democratie. Deze verschuiving raakt namelijk aan de kernwaarden van het kiesrecht, met name vrijheid, zuiverheid en ongehinderde uitoefening van de stem, waardoor de vraag ontstaat in hoeverre strategisch stemmen door externe prikkels het democratisch proces beïnvloedt. In dit artikel wordt nader onderzocht welke juridische spanningen hierdoor ontstaan en welke waarborgen het huidige systeem biedt.

Demonstratierecht op universiteiten

Bram Geraedts
Het demonstratierecht is een van de fundamentele rechten binnen onze rechtsstaat. De laatste jaren is het aantal demonstraties op universiteitscampussen in Nederland dan ook fors toegenomen. Ook op de Radboud Universiteit is dit zichtbaar. Zo riepen studenten en medewerkers de Radboud Universiteit op om hun verantwoordelijkheid te nemen en samenwerking met bijvoorbeeld Israëlische universiteiten te verbreken. Dit leidde tot vele ongeregeldheden, zoals tentenkampen, vernielingen, bezettingen van gebouwen en verstoringen van lezingen. In dit artikel staat daarom de vraag centraal: hoe ver reikt het demonstratierecht op universiteiten, en welke bevoegdheden hebben zowel de overheid als de universiteit zelf om het demonstratierecht te reguleren? Allereerst zal worden uitgelegd waarom het moeilijk is om op universiteiten het demonstratierecht te beperken. Vervolgens zal worden ingegaan hoe een universiteit zelf het demonstratierecht enigszins kan reguleren.

Toenemende politieke druk op de Nederlandse rechtsstaat

Tijn Hagen
De Nederlandse rechtsstaat wordt vaak beschouwd als een stabiel en betrouwbaar stelsel. Burgers mogen verwachten dat de overheid zich aan het recht houdt, dat rechters onafhankelijk oordelen en dat grondrechten effectief worden beschermd. Toch blijkt deze vanzelfsprekendheid minder stevig dan zij lijkt. De afgelopen jaren zijn diverse signalen afgegeven over toenemende politieke druk, dalend institutioneel vertrouwen en agressie richting ambtsdragers. Ook groeiende georganiseerde criminaliteit en restricties op democratische vrijheden, zoals het demonstratierecht, baren zorgen. Deze ontwikkelingen tonen aan dat de rechtsstaat niet alleen rust op formele normen en instituties, maar evenzeer op maatschappelijke omstandigheden, politieke cultuur en verantwoord gedrag binnen de staatsmachten.

Henri Bontenbal en de botsing tussen artikel 23 en 1 van de Grondwet

Anne-Sophie Westerhof
Artikel 23 van de Grondwet houdt kort gezegd in dat het geven van onderwijs vrij is, maar dat de overheid wel toezicht houdt op het onderwijs. De overheid moet daarbij rekening blijven houden met de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Wat nu als homoseksuele kinderen worden afgewezen van reformatorisch onderwijs? Is dit dan in strijd met het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van de Grondwet? Moet de overheid dan ingrijpen? Het inherente spanningsveld tussen de twee fundamentele rechten, van gelijkheid en van vrijheid van onderwijs, is duidelijk zichtbaar in het bijzonder religieus onderwijs. Volgens politicus Henri Bontenbal zal die spanning blijven bestaan en moeten we de botsing tussen die twee artikelen voor lief nemen.[1] In dit artikel wordt onderzocht wat er eigenlijk staat in de Grondwetsartikelen en daarna wat Bontenbal daarover nu precies zei in Nieuwsuur.

Moderne formatie onder druk

Daan van Gompel
De verkiezingen liggen inmiddels een maand achter ons, maar een nieuw kabinet lijkt verder weg dan ooit. De Tweede Kamer is versplinterd en het politieke speelveld volledig door elkaar geschud. Partijen uit kabinet Schoof I verloren gezamenlijk 33 zetels, terwijl het CDA en D66 fors winst boekten, respectievelijk 14 en 17 zetels.[1] De VVD weigert in een coalitie te stappen met GL/PvdA[2], D66 ziet een kabinet met JA21 “niet snel gebeuren”[3] en vrijwel alle partijen sluiten de PVV uit, die ondanks verliezen nog steeds gedeeld de meeste zetels heeft. Het vormen van een meerderheidscoalitie lijkt een onmogelijke puzzel, waardoor de droom van partijleiders om met kerst op het bordes te staan steeds minder haalbaar wordt. De grote vraag is: hoe nu verder?