Moderne formatie onder druk
De verkiezingen liggen inmiddels een maand achter ons, maar een nieuw kabinet lijkt verder weg dan ooit. De Tweede Kamer is versplinterd en het politieke speelveld volledig door elkaar geschud. Partijen uit kabinet Schoof I verloren gezamenlijk 33 zetels, terwijl het CDA en D66 fors winst boekten, respectievelijk 14 en 17 zetels.[1] De VVD weigert in een coalitie te stappen met GL/PvdA[2], D66 ziet een kabinet met JA21 “niet snel gebeuren”[3] en vrijwel alle partijen sluiten de PVV uit, die ondanks verliezen nog steeds gedeeld de meeste zetels heeft. Het vormen van een meerderheidscoalitie lijkt een onmogelijke puzzel, waardoor de droom van partijleiders om met kerst op het bordes te staan steeds minder haalbaar wordt. De grote vraag is: hoe nu verder?
De kabinetsformatie in Nederland
De huidige procedure van een kabinetsformatie is vooral gebaseerd op ongeschreven staatsrecht en gewoontes. Na de verkiezingsuitslag wordt er een verkenner aangesteld die in gesprek gaat met alle fractievoorzitters om te kijken welke fracties een coalitie zouden kunnen vormen. Nadat de verkenner zijn rapport heeft uitgebracht zal de Kamer een informateur benoemen.[4] In de informatiefase starten onder leiding van de informateur de inhoudelijke gesprekken met als doel om tot een concept-coalitieakkoord te komen. Nadat de informatiefase is afgerond zal de Tweede Kamer een formateur aanstellen, dit is vaak de beoogde minister-president. In de formatiefase zullen de ministerposten verdeeld worden. Zodra deze fase is afgerond worden de bewindslieden beëdigd door de koning.[5]
Formaties duren steeds langer
De duur van kabinetsformaties is de afgelopen decennia steeds verder opgelopen. Waar de gemiddelde duur van een kabinetsformatie tussen 1946 en 2000 slechts 86 dagen bedroeg, is dat vanaf 2000 gemiddeld ruim 151 dagen.[6][7] Een mogelijke verklaring hiervoor ligt in de toenemende politieke versplintering. Doordat steeds meer politieke partijen met uiteenlopende standpunten zetels bemachtigen, wordt het steeds moeilijker om een meerderheidscoalitie te vormen die het inhoudelijk met elkaar eens kan worden. Daarnaast speelt het aantal zetels dat de grootste partijen behaalt een belangrijke rol. D66 heeft deze Tweede Kamerverkiezingen gewonnen, maar met slechts 26 zetels. Dit is het laagste aantal zetels waarmee een partij ooit de verkiezingen heeft gewonnen sinds de invoering van het huidige stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Dit alles draagt eraan bij dat een meerderheid vinden steeds lastiger is geworden.
Wordt het tijd om de formatieprocedure te wijzigen?
Regelmatig wordt de vraag opgeworpen of het niet eens tijd wordt om de formatieprocedure verder te normeren. In 2023 is er een wetswijziging aangenomen waarmee in de wet wordt geregeld dat er een maximumtermijn wordt gesteld waarin de (in)formatieopdracht dient te worden afgerond. De termijn moet worden bepaald bij de benoeming en kan niet worden verlengd.[8] Of dit daadwerkelijk een begunstigend effect zal hebben is echter maar de vraag. Als na het verstrijken van de termijn de opdracht nog niet is voltooid, moet er immers een nieuwe opdracht worden uitgezet. Dit zal dus niet direct tot versnelling van de procedure leiden. Daarnaast zullen strikte deadlines de kwaliteit van het uiteindelijke rapport niet ten goede komen.
Ook wordt geopperd de koning weer een rol te geven in de formatie. Tot 2012 speelde de koning een belangrijke rol bij de vorming van een nieuw kabinet. De koning voerde gesprekken met fractievoorzitters en adviseurs en stelde daarna een informateur aan. Sinds 2012 ligt de benoeming van (in)formateurs bij de Tweede Kamer. De in augustus 2025 ingediende motie-Bikker c.s. stelde voor om de koning opnieuw een rol te geven door hem de gesprekken in de verkenningsfase te laten leiden, met als doel de formatie te ordenen en te versnellen.[9] Deze motie haalde echter geen meerderheid. Bovendien zou een wetswijziging weinig veranderen. De koning kan nu al als verkenner worden aangewezen, omdat de aanstelling van een verkenner niet wettelijk is begrensd. Daarnaast past het toekennen van een dergelijke rol aan een onschendbare en niet-verantwoordelijke koning niet binnen onze parlementaire democratie.[10] Ik zie daarnaast ook niet in waarom dit het formatieproces daadwerkelijk zou bespoedigen.
Verkiezingsregulering
Andere mogelijke oplossingen zouden kunnen zien op verkiezingsregulering. Denk hierbij aan het instellen van een wettelijke kiesdrempel (hoger dan de feitelijke kiesdrempel van 0,67%), die er dan voor moet zorgen dat het aantal kleine fracties beperkt blijft en er meer zetels overblijven voor de grotere fracties. Een nadeel hiervan is dat zo’n maatregel afbreuk kan doen aan de representativiteit van de volksvertegenwoordiging.[11] Eerdere voorstellen tot invoering van een kiesdrempel hebben dan ook nooit voldoende politieke steun gekregen.[12]
Conclusie
De huidige formatie laat zien dat het grotendeels ongeschreven formatieproces steeds moeilijker werkt door de grove mate van politieke versnippering. Hoewel er inmiddels een maximale termijn is ingevoerd voor (in)formatieopdrachten, lijkt dit vooral een symbolische ingreep zonder daadwerkelijk versnellend effect. Bij overschrijding van de termijn wordt namelijk zonder verdere consequenties simpelweg een nieuwe opdracht uitgezet. Andere oplossingen, zoals de koning weer een rol geven in de formatie of een hogere kiesdrempel, blijven politiek gevoelig en kunnen de vertegenwoordiging aantasten. Daarmee blijft de kernvraag bestaan: moet het systeem op de schop, of moeten partijen anders gaan samenwerken binnen het huidige systeem? Duidelijk is in ieder geval dat de formatiepraktijk in diens huidige vorm onder druk staat en dat de druk alleen maar zal toenemen zolang formaties zo moeizaam blijven verlopen.
[1] ‘Tweede Kamerverkiezingen 2025’, Parlement.com.
[2] ‘VVD sluit Groenlinks-PvdA opnieuw uit, ‘ook gedogen niet aan de orde’’, RTL.nl.
[3] ‘Jetten ziet coalitie met JA21 niet snel gebeuren’, Nieuws.nl.
[4] Art. 11.1 Regelement van orde Tweede Kamer.
[5] Art. 43 jo. 46 Grondwet.
[6] ‘Duur kabinetsformaties’, Parlement.com.
[7] ‘Verkiezingen Tweede Kamer sinds 1917’, Parlement.com.
[8] Kamerstukken II 2023/24, 35980, nr. 13.
[9] Kamerstukken II 2024/25, 36760, nr. 38.
[10] Art. 42 Grondwet.
[11] Trapman 2024, p. 79.
[12] Kamerstukken II 1970/71, 10985, nr. 3, p. 3.