Als de wet achterblijft: de rol van de rechter in moderne gezinnen
Drie ouders die samen een kind opvoeden, een draagmoeder in het buitenland, een transgender ouder die juridisch niet als ouder wordt erkend; het zijn geen uitzonderingen meer, maar maatschappelijke realiteiten. Toch past het Nederlandse familierecht deze gezinnen nog altijd in een juridisch tweepersonenbeeld. De wet is geschreven voor een gezin dat allang niet meer de norm is.
Wanneer de wet achterloopt op de samenleving, ontstaat een spanningsveld. Want wie vult de kloof tussen sociale werkelijkheid en wettelijke regeling? De wetgever, die vaak traag en politiek gebonden opereert? Of de rechter, die in concrete zaken geconfronteerd wordt met gezinnen die nú rechtsbescherming nodig hebben?
In het familierecht wordt die vraag steeds urgenter. Hoever mag de rechter gaan in het “meebewegen” met maatschappelijke ontwikkelingen? En wanneer wordt interpretatie feitelijk modernisering? In dat spanningsveld tussen realiteit, rechtsvorming en constitutionele grenzen ligt de kern van dit artikel.