De nieuwe ‘veiligheidswet’ in Hongkong
Tygo Loeffen

9 november 2020, 10:43

De nieuwe ‘veiligheidswet’ in Hongkong

Mijn vierde jaar als student verloopt, net zoals dat van menig student met mij, anders dan verwacht. Op het moment van schrijven zou ik eigenlijk de Victoria Peak aan het beklimmen zijn of proberen ‘我可唔可以要兩杯啤酒啊?’ [Mag ik 2 biertjes alsjeblieft?] op de traditioneel-Kantonese wijze uit te spreken. Echter, door de spreiding van het COVID-virus heeft mijn uitwisseling met de City University of Hongkong helaas geen doorgang kunnen vinden. Achteraf blijkt dat dit virus niet het enige obstakel zou zijn voor een eventueel verblijf in deze bruisende Aziatische metropool.   Hongkong De speciale bestuurlijke regio Hongkong van de Volksrepubliek China, in de volksmond aangeduid als Hongkong, is een gebied aan de kust van China. Zoals de officiële naam van dit gebied al aangeeft is de verhouding tussen het vastenland van China en de eilandengroep van Hongkong een ietwat vage constructie. Dit heeft alles te maken met de geschiedenis van de stad. Om hier een concreet beeld van te krijgen, gaan we terug naar het einde van de 17de eeuw. In 1699 legt de British East India Company voor het eerst contact met China. De haven van Hongkong wordt in deze verhouding gebruikt om goederen (voornamelijk opium) naar Europa te verschepen. Doordat de relatie tussen China en Engeland niet helemaal lekker verloopt, ontstaat een opiumoorlog tussen beide landen. Dit brengt vervolgens met zich mee dat Hongkong in 1842 in handen komt van het Britse Koninkrijk.[1]Hongkong blijft een Britse kolonie voor ruim anderhalve eeuw, totdat de stad in 1997 wordt overgedragen aan China. Hier wordt wel een belangrijke voorwaarde aan verbonden: Hongkong wordt een ‘speciale administratieve zone’ en blijft, zoals het al die tijd heeft gedaan, zijn kapitalistische (en dus westelijke) vorm aanhouden.[2] In tegenstelling tot de rest van communistisch-China heeft Hongkong vrijheid van meningsuiting, vrijheid van persdruk en het recht om te protesteren. Deze voorwaarde zal, volgens de overeenkomst, voor de komende 50 jaar moeten gelden. China probeert al voor een langere periode deze ‘One Country, Two Systems’- regeling in de kiem te smoren en het ziet er naar uit dat dit ook gaat lukken. Echter, dit gaat niet zonder slag of stoot, al ruim een jaar lopen de straten van Hong Kong vol met demonstranten.  De nieuwe veiligheidswet In juni 2020 heeft de Chinese overheid de nieuwe wet unaniem aangenomen. Deze nieuwe ‘veiligheidswet’ wordt in Hongkong doorgevoerd en zal, aldus het Volkscongres, de nationale veiligheid moeten waarborgen. Zij moest nog wel door de regering van Hongkong worden aangenomen, dit was echter geen probleem. Twee maanden voor de implementatie van de nieuwe veiligheidswet zijn namelijk vijf belangrijke bestuurders door de regering van Hongkong afgezet, met als gevolg dat communistisch-China de boventoon heeft gekregen in de formatie. Dit gebeurde natuurlijk met “goedkeuring” van de regering in Peking.[3] Door de implementatie van deze wet worden misdaden als afscheiding, terrorisme, ondermijning van de staat en samenzwering strafbaar gesteld. In beginsel klinkt dit erg vooruitstrevend en als een reële manier om de stad te beschermen. Het probleem zit hem in de formulering van deze wet; zij is zo breed gedefinieerd dat onduidelijk is wat onder bovenstaande terreurdaden kan vallen. Zolang je ervoor zorgt dat je “de Chinese partijstaat niet irriteert”, zit je goed.[4] De gevolgen voor de inwoners van Hongkong Ondanks de implementatie van deze nieuwe veiligheidswet zijn de protesten onverminderd voortgezet. Met één groot verschil: de politie van Hongkong heeft nu een grond om deze protestanten op te pakken. Dit gebeurt dan ook in grote getalen. De eerste dag na de invoering van de nieuwe wet zijn al ruim 300 demonstranten gearresteerd.[5] Het bezetten van straten valt voortaan onder terrorisme en het bekladden van overheidsgebouwen wordt gezien als ondermijning van de staat. Beide ‘misdaden’ worden bestraft met 10 jaar tot levenslang.[6] Kritiek uiten jegens communistisch-China wordt voortaan dus nagenoeg onmogelijk. Doordat communistisch-China steeds meer macht naar zich toetrekt, ontstaan er meer spanningen tussen de demonstranten en de lokale politie. De nieuwe wet zorgt dus niet voor meer veiligheid, maar leidt ertoe dat de straten van Hongkong letterlijk en figuurlijk roodkleuren. [1] J.M. Carroll, A Concise History of Hong Kong, Hong Kong: Rowman & Littlefield 2007. [2] J. De Greef, ‘De geschiedenis van Hongkong: zo is de gespannen relatie met China ontstaan’, VRT 18 juni 2019. [3] D. Overkleeft, ‘Juist nu de wereld wegkijkt, breidt China zijn macht in Hongkong uit’, NOS 25 april 2020. [4] E. Rammeloo, ‘Met de nieuwe wet hoeft de politie in Hongkong zich niet meer in te houden’, Trouw 1 juli 2020. [5] E. Rammeloo, ‘Met de nieuwe wet hoeft de politie in Hongkong zich niet meer in te houden’, Trouw 1 juli 2020. [6] L. Vervaeke, ‘Nieuwe wet Hongkong geeft China ongebreidelde macht, en straatprotest is nu ‘terrorisme’’, de Volkskrant 1 juli 2020.

Ongrondwettelijke maatregelen?
Arie Boel

14 mei 2020, 12:33

Ongrondwettelijke maatregelen?

Dat studenten het in deze tijd ook moeilijk hebben, hoeft geen geheim te zijn. Verenigd in grote balkon- of tuinloze studentenvestingen, proberen ze de quarantaine draaglijk te houden. Vaak wordt de vraag dan ook gesteld of een studentenhuis aangemerkt kan worden als huishouden. Als dit namelijk niet zo is, dient iedereen in huis 1,5 meter afstand te houden. Dit is voor veel studenten moeilijk en het maakt deze periode van noodzakelijke quarantaine niet makkelijker. Er heerst ook een grote mate van onduidelijkheid inzake de handhaving en naleving van de 1,5 meter-regel. Zo zijn er in Leiden studenten beboet omdat zij op hun balkon de afstand van 1,5 meter niet in acht namen. Deze boete is later weer ingetrokken.[1] Groepen mensen in een park worden wel beboet, maar 40 feestgangers in Arnhem komen er met een waarschuwing vanaf.[2] De vrijheden van de bevolking worden in deze tijd ingeperkt middels onduidelijke handhaving. Ik vroeg me dus af waarop de huidige maatregelen gebaseerd zijn en welke rol de individuele grondrechten van burgers hierin spelen. Juridisch kader Het is wellicht eerst handig om het juridisch kader omtrent de bestrijding van het coronavirus te schetsen. De Wet publieke gezondheid (Wpg) bevat onder meer regels inzake infectiebestrijding en quarantaine in Nederland. In deze wet wordt een onderscheid gemaakt tussen A-, B1-, B2- en C-ziekten. COVID-19 behoort in Nederland sinds januari 2020 tot de groep A-ziekten.[3] Dit betekent dat alle maatregelen binnen de Wpg genomen kunnen worden ter bestrijding van de ziekte. Zo staat er in artikel 7 van de wet dat de regering de voorzitter van een veiligheidsregio (ook wel ‘superburgemeester’) kan opdragen om de bestrijding van de ziekte ter hand te nemen. In het geval van een A-ziekte, neemt de Minister van VWS hierin de leiding. Zo wordt er bijvoorbeeld een outbreak management team (OMT) samengesteld, welke bestaat uit deskundigen op het terrein van de ziekte.[4] De uitvoering van deze wet ligt dus grotendeels in handen van de burgemeesters, maar de wet voorziet in een vorm van sturing door de rijksoverheid waarin de Minister van VWS een leidende positie inneemt.[5] Dit laatste is dan ook vaak gewenst als de verspreiding van een virus op nationale basis dient te worden tegengegaan.  Voor de normering van de eerdergenoemde veiligheidsregio’s is de Wet veiligheidsregio’s in het leven geroepen. Artikel 39 van deze wet voorziet in lid 1 onder b in de bevoegdheid voor de (super)burgemeester om toepassing te geven aan de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet ten behoeve van rampenbestrijding en/of crisisbeheersing. Op grond van dit artikel én artikel 7 van de Wet publieke gezondheid krijgt de burgemeester in deze tijd veel bevoegdheden om maatregelen te treffen ter voorkoming van de verspreiding van het virus.  NoodverordeningOnder de bovengenoemde artikelen uit de Gemeentewet bevindt zich de bevoegdheid voor de burgemeesters om een noodverordening uit te vaardigen in artikel 176. De voorzitter van de veiligheidsregio mag op basis van deze bevoegdheid een naar buiten werkende, voor herhaalde toepassing vatbare regel vaststellen.[6] De verordening moet de toets van proportionaliteit en subsidiariteit doorstaan en moet derhalve worden ingetrokken wanneer de normale wet- en regelgeving in de situatie kunnen voorzien. In deze verordening kan van andere dan bij Grondwet gestelde voorschriften afgeweken worden, zo stelt artikel 176 van de Gemeentewet. Dus de bepalingen die in de verordening worden opgenomen mogen de grondrechten niet inperken. Het binnentreden van een studentenhuis, zonder toestemming van de bewoners, om een voorschrift uit de verordening te handhaven, is dus in strijd met de Grondwet. Uit een betoog van twee hoogleraren staatsrecht in Trouw blijkt dan ook: “dat juristen én handhavers zich ongemakkelijk beginnen te voelen bij de in de haast geschreven teksten uit de noodverordening.”[7] Het is dan ook soms moeilijk om de gezondheid en het leven van de bevolking te beschermen zonder hierbij inbreuk te maken op het recht op privacy en het huisrecht.De Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls is voorzitter van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en heeft de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Gelderland-Zuid uitgevaardigd. Bruls wijst in een interview voor de radio op de speciale status van de huidige verordening: “Het gebeurt allemaal op basis van een bindende aanwijzing van de minister”. Bruls stelt zelf weinig keuzevrijheid te hebben.[8] De noodverordening zou dienen als de uitvoering van die aanwijzing van de Minister van VWS op grond van de Wpg. Dit is echter nog geen basis om grondrechten in te mogen perken, omdat dat alleen bij wet mag.Er is nog een mogelijkheid voor de overheid om in een dergelijke buitengewone situatie, de grondrechten van burgers tijdelijk in te perken. Die wordt geboden door artikel 103 van de Grondwet in samenspel met de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden en de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. In de volksmond heet dit het uitroepen van een noodtoestand. In Spanje en Frankrijk is hier al gebruik van gemaakt. In Nederland is van deze bevoegdheid afgezien, omdat dit mogelijk voor paniek zou zorgen en de regering de aanpak van de situatie laagdrempelig wil houden.[9] Dit artikel is echter wel een handig instrument in de gereedschapskist van de regering om grondrechten tijdelijk in te kunnen perken. Een dergelijke noodtoestand dient medegedeeld te worden aan, en kan worden gestopt door, de Staten-Generaal. Dit is belangrijk voor de democratische legitimatie van de maatregelen, omdat er zo een mate van controle door de volksvertegenwoordiging ontstaat. Dat hiervan geen gebruik is gemaakt, heeft de discussie omtrent de juridische houdbaarheid van de maatregelen dan ook niet milder doen worden.  Spoedwet Deze coronacrisis kan nog een tijd voortduren en de regering heeft de term ‘anderhalvemetersamenleving’ laten vallen, omdat een vaccin nog ontbreekt. Om niet-vitale onderdelen van de maatschappij toch economisch te kunnen laten functioneren, dient deze situatie van een houdbare juridische basis te worden voorzien. Het antwoord van de regering is een spoedwet. Een dergelijke wet biedt de mogelijkheid om grondrechten op een legale basis tijdelijk te kunnen inperken. Voor de burger is dit minder prettig nieuws, maar volgens deskundigen is dit noodzakelijk om het virus tegen te gaan. Deze ontwikkeling biedt de mogelijkheid tot democratische legitimatie. Voordat de wet gepubliceerd kan worden, dient deze namelijk het debat in de Tweede Kamer te doorstaan. Hierdoor kan het parlement invloed uitoefenen. Dit kon echter ook in het eerder besproken geval van een noodtoestand en we zien dat landen om ons heen daar dan ook gebruik van maken. Om de paniek onder controle te houden en de situatie te voorzien van een houdbare juridische basis, biedt deze wet voor de regering de uitweg. In het geval van een noodtoestand zou er een terugkerende parlementaire invloed zijn over het wel of niet opheffen hiervan. Bij de Spoedwet zien we dat het parlement alleen bij de totstandkoming van de wet zijn invloed kan uitoefenen. Het is daarom ook te hopen dat deze wet een verankering van een terugkerende parlementaire invloed bevat.  [1] S. Wichgers, ‘Studentenhuis is geen huishouden, maar bewoners krijgen geen boetes meer’, Leids universitair weekblad Mare 30 april 2020. [2] M. Bouman, ‘Politie: feestvierders op illegale party Arnhem kregen geen bonnen vanwege ‘hectische en onoverzichtelijke’ situatie’, De Gelderlander 4 mei 2020. [3] Regeling 2019-nCoV, Stcrt. 2020, 6800. [4] J. Dute, ‘Recht in tijden van Mexicaanse griep’, NJB 2009/1712, afl. 35, p. 1710-1775. [5] A. Hendriks, ‘Nood breekt wet in tijden van corona’, NJB 2020/880, afl. 14, p. 878-952. [6] M.A.D.W. de Jong e.a., ‘Artikel 175 en 176 Gemeentewet (noodbevel en noodverordening)’, in: M.A.D.W. de Jong e.a., Orde in de openbare orde (SteR deel 33), Deventer: Kluwer 2017, p. 66. [7] H. Marijnissen, ‘Noodverordening blijkt illegaal en moet worden aangepast’, Trouw 23 april 2020. [8] M. van Heijst, ‘Bellen met Bruls: ‘politie gaat niet naar binnen zonder toestemming’’, RN7 25 april 2020. [9] M. Kuiper & M. Lievisse Adriaanse, ‘Spoedwet voor noodmaatregelen’, NRC 27 april 2020.

Wat kan de rechter met de veelbesproken besluiten van de KNVB over het betaald voetbal?
Bregt Martens

6 mei 2020, 12:04

Wat kan de rechter met de veelbesproken besluiten van de KNVB over het betaald voetbal?

“De grootste schande in de Nederlandse sport ooit” zo noemde trainer Henk de Jong van SC Cambuur het besluit van de KNVB om geen clubs te laten promoveren of degraderen. Dit besluit en het besluit over de toewijzing van Europese tickets leidden tot groot ongenoegen bij een aantal clubs. De Graafschap en SC Cambuur hebben zelfs een kort geding aangespannen tegen de KNVB. Op welke grond kunnen zij dit doen, hoe toetst de rechter dit en hoe groot zijn de kansen? Situatie in de EredivisieDe KNVB nam deze besluiten naar aanleiding van de maatregel van het kabinet om evenementen tot minstens 1 september te verbieden. Door de maatregel van het kabinet werd uitgesloten dat er nog wedstrijden in de Eredivisie en Keuken Kampioen divisie gespeeld zullen worden, en is het betaald voetbalseizoen dus ten einde. De KNVB besloot verder de tickets voor het Europees voetbal toe te wijzen op basis van de huidige stand, op aanwijzing van de UEFA.[1] Deze besluiten leidden uiteraard tot een hoop onvrede bij een aantal clubs. Zo blijft FC Utrecht als nummer 6 met lege handen terwijl ze een wedstrijd minder hadden gespeeld dan nummer 5 Willem II en stonden ze in de (nu geschrapte) bekerfinale, waarvan de winnaar ook een Europees ticket krijgt toegewezen. Ook de nummers 1 en 2 van de Keuken Kampioen divisie, SC Cambuur en De Graafschap waren allerminst blij met de beslissing. Gezien het grote verschil in aantal punten met de nummer 3 was de kans groot dat beide clubs zouden zijn gepromoveerd als het seizoen wel was uitgespeeld. Een aantal benadeelde clubs denkt er dan ook over naar de rechter te stappen om de beslissing(en) van de KNVB samen aan te vechten.  Bevoegdheid tot het nemen van beslissingenDe besluiten over de toewijzing van de Europese tickets en het al dan niet laten promoveren en degraderen van clubs werden genomen door het bestuur betaald voetbal. Het bestuur betaald voetbal is een orgaan van de sectie betaald voetbal van de KNVB. Kort gezegd is het dus een orgaan van de KNVB, dat zelf een vereniging is. Waarom dit relevant is, komt later aan de orde. Dit bestuur betaald voetbal is op grond van het ‘Reglement play-off Europees ticket betaald voetbal seizoen 2019/’20’ en ‘Promotie en degradatieregeling betaald voetbal seizoen 2019/20’ bevoegd deze beslissingen te nemen. Deze reglementen bevatten de regels over de toewijzing van tickets en promotie en degradatie in de normale situatie waarin een seizoen wordt afgerond, maar ook bevatten beide reglementen een soort hardheidsclausule:  “In gevallen waarin niet is voorzien of waarin op grond van bijzondere omstandigheden naar de mening van het bestuur betaald voetbal afwijking noodzakelijk is (waaronder doch niet uitsluitend besluitvorming betreffende het wijzigen van de competitieopzet en/of voetbalpiramide), beslist het bestuur betaald voetbal.”[2] “In gevallen waarin niet is voorzien of waarin op grond van bijzondere omstandigheden naar de mening van het bestuur betaald voetbal afwijking noodzakelijk is, beslist het bestuur betaald voetbal.”[3] Het spreekt voor zich dat er in dit geval sprake is van een geval waarin niet is voorzien, aangezien het onmogelijk is het seizoen af te maken door de coronacrisis. Het bestuur betaald voetbal is dus in ieder geval bevoegd de beslissingen te nemen. Art. 2:8 en 2:15 BW over de (on)redelijkheid en (on)billijkheid van besluitenBeide beslissingen kunnen worden aangemerkt als een besluit genomen door een orgaan (bestuur betaald voetbal)[4] van een rechtspersoon (de vereniging KNVB). De besluiten zijn daardoor onderhavig aan art. 2:8 BW, dat bepaalt: 1. Een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, moeten zich als zodanig jegens elkander gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. 2. Een tussen hen krachtens wet, gewoonte, statuten, reglementen of besluit geldende regel is niet van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Artikel 2:15 BW voegt daar nog eens aan toe dat een regel die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, vernietigbaar is op verzoek van iemand die daar een redelijk belang bij heeft. Benadeelde clubs als Utrecht, De Graafschap en SC Cambuur zouden dus kunnen proberen de besluiten bij de rechter te laten vernietigen, aangezien zij lid zijn van de KNVB.[5] ToetsingsmaatstafDe redelijkheid en billijkheid is natuurlijk een vrij breed en vaag begrip. In dit geval gaat het er echter niet om of het besluit zelf onredelijk of onbillijk is, maar “of het orgaan bij afweging van álle bij het besluit betrokken belangen van de in art. 2:8 BW bedoelde personen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen”[6]. Daar valt nog aan toe te voegen dat de rechter het orgaan meer ruimte laat als het orgaan bij het besluit tegenstrijdige belangen heeft moeten afwegen.[7] Concreet betekent dit dat de rechter zal kijken of het bestuur betaald voetbal in redelijkheid tot deze besluiten heeft kunnen komen, na afweging van alle belangen. Bij de af te wegen belangen spelen óók de belangen van clubs die juist een groot voordeel hebben door deze besluiten. Denk bijvoorbeeld aan de twee clubs die laatste stonden in de Eredivisie en dus hadden kunnen degraderen en Ajax die zeker is van een plek in (de voorronde van) de Champions League, terwijl Ajax in punten gelijk stond met nummer 2 AZ. Ook die belangen moeten worden meegewogen in het besluit. Was het besluit over promotie/degradatie andersom gevallen dan waren de nummers 17 & 18 van de eredivisie misschien wel net zo teleurgesteld geweest als SC Cambuur nu is. Zij hadden dan kunnen betogen dat zij nog negen speelrondes hadden gehad om degradatie te kunnen voorkomen. Dit nog los van argumenten over bijvoorbeeld de zwaarte van het resterende programma waardoor de kans op handhaving groter zou zijn etc. Kortom: bij elke beslissing zou er wel een partij benadeeld zijn. Daaruit volgt dat er dus een afweging gemaakt moest worden tussen tegenstrijdige belangen.  Stemming over promotie/degradatieWat wel een rol zou kunnen spelen in de afweging van de rechter over het promotie/degradatiebesluit is het feit dat de KNVB een stemming heeft gehouden onder alle betaald voetbal clubs. Hierbij konden zij stemmen voor drie scenario’s: wel promotie/degradatie, geen promotie/degradatie of een Eredivisie met twintig clubs. Al moet over dat laatste scenario gezegd worden dat dit bij voorbaat kansloos werd geacht door de KNVB omdat er niet voldoende capaciteit is bij o.a. de politie om zoveel Eredivisie wedstrijden te kunnen spelen. Bij de stemming stemden zestien clubs voor, negen tegen en negen onthielden zich van stemmen. Deze stemming werd gehouden om te kijken of er een duidelijk draagvlak bestond voor een scenario. Hoewel er dus een aardig grote meerderheid bleek voor wel promotie/degradatie besloot het bestuur betaald voetbal de stemming naast zich neer te leggen, omdat er volgens hen géén duidelijk draagvlak was. Het feit dat deze stemming werd gehouden maar vervolgens toch volledig genegeerd werd, zou dan ook een argument kunnen zijn dat het bestuur betaald voetbal niet in redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen.  SlotHoewel de besluiten voor clubs als FC Utrecht, De Graafschap en SC Cambuur zeer pijnlijk zijn, zal een rechterlijke gang waarschijnlijk weinig opleveren. Hoe onrechtvaardig de besluiten voor sommigen ook mag lijken, de rechter kan alleen toetsen of het bestuur betaald voetbal in redelijkheid tot de besluiten heeft kunnen komen. Gezien de tegenstrijdige belangen die bij de besluiten betrokken zijn, is de rechter terughoudend met het vernietigen van zulke besluiten. De weinig succesvolle stemming die onder de betaald voetbal organisaties werd gehouden zou nog wel voor vernietiging van het besluit over promotie/degradatie kunnen pleiten, maar de kans dat het daadwerkelijk tot vernietiging van het besluit zal leiden lijkt klein gezien het feit dat er hier ook tegenstrijdige belangen betrokken zijn. [1] De UEFA adviseerde de nationale voetbalbonden de toewijzing van de tickets voor het Europees voetbal op basis van de huidige stand te doen. Met toewijzing van tickets voor het Europees voetbal wordt bedoeld welke clubs in het volgend seizoen uit mogen komen in de (voorronde(s)) van de Champions league respectievelijk de Europa league. [2] Art. 12 Promotie en degradatieregeling betaald voetbal seizoen 2019/20. [3] Art. 11 lid 2 Reglement play-off Europees ticket betaald voetbal seizoen 2019/’20. [4] Art. 2 Reglement Betaald Voetbal. [5] Artikel 6 lid 2 onder b jo. lid 4 Statuten van de KNVB. [6] T&C BW, commentaar op art. 2:15 BW, met verwijzing naar Kamerstukken II 1984/85, 17725, 7. [7] T&C BW, commentaar op art. 2:15 BW, met verwijzing naar Van Schilfgaarde/Winter/Wezeman/Schoonbrood, Van de BV en de NV 2017/96.


Recente artikelen

Recente reactie

Door: Max

Een vrouwelijke getuigenis in een sharia rechtbank is maar de helft waard van die van een man! Nederland komt langzaam maar zeker onder invloed van het islamitische sharia-recht.Zo oordeelde een rechtbank in Den Haag dat een Nederlandse vrouw, die door haar huwelijk met een Iraniër ook die nationaliteit kreeg, na een echtscheiding geen deel van de boedel kreeg omdat Iraans op de sharia gebaseerd vermogensrecht van toepassing was.Zo glijden we af naar het vervangen van ons seculiere rechtsbestel door sharia-wetgeving.

Door: Chantal van der Weide

Beste Benni de Jong, bedankt voor je scherpe en goed geformuleerde reactie. Ik deel je mening ook volkomen.

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×