Advocatenkantoren: size matters?

Hoe je werkzaamheden als advocaat eruit zien, wordt voor het grootste deel bepaald door het kantoor waar je aan de slag gaat. Het is daarom belangrijk om de verschillen tussen advocatenkantoren te begrijpen voordat je solliciteert voor een baan of stage.

Wie geïnteresseerd is in een carrière als advocaat, merkt vroeg of laat dat hier niet één baanomschrijving voor te geven is, net als dat niet één kantoor hetzelfde is. Sociaal of commercieel? Specialistisch (niche) of algemeen? Groot, middelgroot of klein? Kantoren zijn er in allerlei soorten en maten en bepalen voor het grootste deel hoe je werkzaamheden als advocaat er uitzien. In dit artikel kijken we dan ook naar de verschillen tussen groot en middelgroot.

De meeste studenten hebben bij een aantal kantoren tijdens hun studie een beeld of gevoel kunnen krijgen, bijvoorbeeld door deelname aan een bedrijvendag of kantoorbezoek, of het lopen van een stage. Dit zijn voor veel studenten de grote en middelgrote kantoren, ook omdat dit de kantoren zijn die studenten tijdens hun studie door middel van promotie het meest bereiken. Voor dit artikel kijken we naar de werkinhoud, werktijden, de sfeer en mensen bij deze kantoren. Annelinde Janssen[1] en Otto Hulst[2] zijn (oud)studenten die stage-ervaring hebben met beide typen kantoren, hun ervaringen zijn voor dit artikel  gebruikt.

Wel verdient het  opmerking dat natuurlijk niet alle kantoren in een hokje geplaatst kunnen worden en dat bij sommige middelgrote kantoren (soms ook als ‘regionale kantoren’ aangeduid) meer advocaten werkzaam zijn dan bij enkele kantoren die wel als ‘groot’ bestempeld worden. Door de Orde van Advocaten wordt aangenomen dat bij kleine kantoren minder dan 20 advocaten werkzaam zijn en bij grote kantoren meer dan 60.[3]

Werkinhoud

In de basis kwamen de stages met betrekking tot het werkinhoudelijke vrij goed overeen. Als student-stagiair(e) word je ingezet om vraagstukken op te lossen, waarvoor een diepere kijk in de literatuur vereist is. Het antwoord moet in een memo worden aangeleverd. Beide kantoren staan (grote) bedrijven bij, zowel nationaal als internationaal. Daarbij wordt gewerkt in het Nederlands en het Engels.
Otto meent dat hoe elk kantoor dit aanpakt en wat ze er vervolgens mee doen soms wel verschillend is. Zo heeft hij bij JPR een memo geschreven over het recht van erfdienstbaarheid. Dit moest hij als een vermeerdering van eis opmaken, die de advocaat (na doorlezen) naar de rechter stuurde. Omdat de zitting binnen zijn stageperiode viel, is hij meegegaan en werd zijn tekst zelfs gebruikt in het vonnis: ‘erg gaaf!’ vindt hij zelf. Otto’s ervaring bij Houthoff is dat de memo’s vooral intern gebruikt worden, om een partner/oudere advocaat in te lichten (hoewel ze op hun eigen gebied al écht veel weten!) of om eventueel te gebruiken tijdens een gesprek met cliënten. Het onderwerp van de memo is dan vaak een zeer specifiek onderdeel in een zaak en levert maar een klein deel van een totaalplaatje, waar je als student-stagair(e) verder weinig mee te maken hebt.

“De horrorverhalen over het tot midden in de nacht aan een zaak werken, vindt ze echter niet bij één type kantoor passen.”

Tijden

Dat de tijden wel wat verschillen, daar zijn ze het over eens. Bij een middelgroot kantoor begint de dag over het algemeen eerder. Daar stond dan wel tegenover dat ze bij een groot kantoor veelal weer wat later klaar zijn; een iets andere cyclus. Otto zegt dat hij op het middelgroot kantoor om half negen verwacht werd en ook niet (onopgemerkt) te laat kon komen: er was dan namelijk een gezamenlijk koffiemomentje. Gezellig, maar ook handig om de agenda van de dag te bespreken en om nieuwe zaken onder advocaten te verdelen. Hij meent dat dit bij grote kantoren minder gebeurt, omdat er bijvoorbeeld te veel advocaten per sectie zijn  die aan zaken werken die elkaar niet raken. Annelinde wijst er nog wel op dat voor beide type kantoren geldt dat vooral de meer ervaren advocaten rond etenstijd naar huis kunnen. Vooral advocaat-stagaires zitten vaker nog wat langer aan een zaak. De horrorverhalen over het tot midden in de nacht aan een zaak werken, vindt ze echter niet bij één type kantoor passen. Ze merkt op dat ze dit bij beide kantoren terug zag en dit meestal het geval was voor een belangrijke deadline of een zitting. Dit hangt dus samen met een bepaalde werkdruk, die soms bij de advocatuur past, en is niet gekoppeld aan het type kantoor. Soms is het ook handiger, als je iets niet af hebt, om ’s avonds wat langer door te gaan dan ’s ochtends weer voor een deel opnieuw te moeten beginnen.

Sfeer en mensen

Het viel Annelinde op dat bij het grote kantoor de ‘soort’ mensen erg overeen kwamen. Deze zijn als het ware goed bij elkaar gezocht, waardoor er een hechte band bestond tussen iedereen en zij op één lijn leken te zitten. Ook vond ze de gemiddelde leeftijd erg laag met een grote groep jonge advocaten en enkele ‘ouderen’. Bij het regionale kantoor is dit wat minder, nu daar veel verschillende mensen werken met totaal andere persoonlijkheden en van verschillende leeftijdsgroepen zijn (goed verdeeld over het hele kantoor). Vooral het leeftijdsverschil zorgt toch voor een ietwat andere sfeer: waar er meer parttime gewerkt wordt door oudere advocaten, zie je dat de jongeren relatief vaker aan het borrelen zijn. Dit verschil in levensfasen kan wel voor groepsvorming zorgen, al ging iedereen wel normaal en vriendelijk met elkaar om. Ook viel het op dat een deel van de oudere advocaten van grote (Zuidas)kantoren afkomen.
Otto vindt vaststaan dat wanneer een kantoor groot is, je moeilijk iedereen kan kennen. “Een middelgroot kantoor is soms qua mensen/sfeer te vergelijken met een sectie van een groot kantoor. Hoewel je soms niet iedereen kent, is de sfeer toch niet erg zakelijk: je bent immers kantoorgenoot van elkaar en dit zorgt ook voor een band.”

Size matters? Op basis van de ervaringen van deze student-stagaires wellicht niet zoveel als je zou denken. Werkinhoudelijk valt dit in ieder geval mee en vooral voor student-stagaires en advocaat-stagaires zijn er ook qua werkuren weinig verschillen. In het bijzonder qua sfeer zou je op enkele verschillen kunnen wijzen. Natuurlijk moet je een kantoor zelf leren kennen voordat je kan inschatten of dit bij je past: een studentstage is hier perfect voor. We raden iedereen dan ook aan om zelf zoveel mogelijk ervaring  op te doen.

[1] Annelinde Janssen liep stage bij Loyens & Loeff te Rotterdam en Dirkzwager advocaten & notarissen te Arnhem.
[2] Otto Hulst liep stage bij Houthoff Buruma te Amsterdam en JPR Advocaten te Doetinchem.
[3] ‘Type kantoren’ op haar website.

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×