Voor eigen rechter spelen?
Liselot Krajenbrink

16 maart 2017, 12:48

Voor eigen rechter spelen?

  In september 2000 stak Lucien van V. de aanrander van zijn zoontje dood. Vanuit de maatschappij was er destijds wel begrip voor deze vader en hij wordt door velen zelfs gezien als held.[1] In januari van dit jaar verschijnt een soortgelijk verhaal in de media. Een 14-jarig meisje wordt via internet lastiggevallen door een 46-jarige man. Vervolgens ontdekt de vader van het meisje dit en bewerkt de man met een schep. Evenals Lucien van V. wordt ook hij gezien als ‘held’. Toch zal deze ‘held’ hoogstwaarschijnlijk veroordeeld worden voor poging tot moord.[2] Terecht? Of hebben we het recht om onszelf en onze dierbaren te beschermen? En hoe zit het bijvoorbeeld met de juweliersvrouw die twee overvallers neerschiet? En de bewoner die een inbreker te hardhandig de deur wijst? Het zijn allemaal lastige kwesties waarbij ons onderbuikgevoel erg opspeelt. Enerzijds hebben we begrip voor deze daders, anderzijds hebben we het geweldsmonopolie niet voor niets bij de overheid neergelegd. Stel je voor wat er zou gebeuren als iedereen voor eigen rechter zou gaan spelen. Om dit te voorkomen kennen we in Nederland een verbod van eigenrichting. Daarnaast zien we ook het belang om jezelf te kunnen verdedigen, wat tot uitdrukking is gekomen door de strafuitsluitingsgronden noodweer en noodweerexces. De grenzen tussen eigenrichting en noodweer zijn soms echter erg vaag. Waar ligt nu die grens? Hoe kunnen we onszelf verdedigen zonder het gezag van de rechterlijke macht te ondermijnen?Eigenrichting Doordat een strafbaarstelling voor eigenrichting ontbreekt in de Nederlandse wet kennen we ook geen eenduidige definitie. De raad voor de rechtspraak definieert eigenrichting als ‘een strafbaar feit, gepleegd door een burger naar aanleiding van de (dreiging van) een strafbaar feit gepleegd door een andere burger, gericht tegen de (vermeende) dader van de aanleiding’. Het kan plaatsvinden voordat het strafbare feit heeft plaatsgevonden, terwijl het strafbare feit plaatsvindt of nadat het strafbare feit heeft plaatsgevonden. De indieners van het initiatiefwetsvoorstel ter versterking positie burger die zich beroept op noodweer verstaan onder eigenrichting ‘het door burgers eigenhandig optreden als rechter en uitvoerder, door eigenhandig over te gaan tot het bestraffen van vermeende daders van misdrijven, zonder dat hier een strafrechtelijke procedure aan te pas komt’.[3] Het komt er dus op neer dat een burger het recht in eigen hand neemt en dat is in Nederland verboden. Op dit verbod zijn twee uitzonderingen van toepassing; noodweer en het burgerarrest.[4]Noodweer(exces) Noodweer is het recht van mensen om zich te verdedigen tegen een aanval. Het is terug te vinden in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht. Dit verdedigingsrecht is echter niet onbeperkt. Er moet sprake zijn van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van lijf, eerbaarheid of goed. Daarnaast moet de verdediging noodzakelijk en proportioneel zijn. Zo is het bijvoorbeeld niet nodig om een tasjesdief neer te schieten. Aan het leven van de mens wordt in onze maatschappij duidelijk meer waarde toegekend dan aan stoffelijke voorwerpen. Wanneer niet aan de vereisten voor noodweer is voldaan, kan er in uitzonderlijke gevallen nog een beroep op noodweerexces gedaan worden. Disproportionele verdediging is ten alle tijden wederrechtelijk, maar niet altijd verwijtbaar. Dit geldt in de gevallen waarin sprake is van een overschrijding van de proportionele verdediging als gevolg van de door de aanval veroorzaakte emoties.[5]Burgerarrest De tweede uitzondering op het verbod van eigenrichting is het burgerarrest. Burgerarrest houdt in dat een burger bij ontdekking van een strafbaar feit de dader mag aanhouden. De burger moet de dader kenbaar maken dat hij wordt aangehouden. Hij mag de dader met gepast geweld in bedwang houden en zelfs even opsluiten. De aanhouder moet hierbij een afweging maken tussen het belang van de aanhouding van het onderzoek en het belang van de verdachte. Voor een belediging is het meestal niet nodig om iemand direct (met geweld) te overmeesteren, terwijl dit bij een overval soms de enige en juiste mogelijkheid is.[6] Noodweer en burgerarrest zijn de enige uitzonderingen op het verbod van eigenrichting. Bij deze beiden begrippen draait het om gepast geweld. Het verschil tussen noodweer en burgerarrest zit hem in wanneer het is toegestaan. Voor het burgerarrest geldt dat het is toegestaan bij alle op heterdaad ontdekte strafbare feiten. Voor noodweer geldt, in tegenstelling tot het burgerarrest, de voorwaarde van noodzakelijkheid. Gekeken moet worden of degene die zichzelf of een ander verdedigde de mogelijkheid had om te vluchten of zich op een andere manier te onttrekken aan de aanval.[7]Jurisprudentie Het komt er dus op neer dat we het recht hebben om onszelf en anderen te verdedigen tegen een aanval, maar dat we niet eigenhandig als rechter en/of uitvoerder mogen handelen. Belangrijk is dus dat de verdediging binnen de grenzen van de redelijkheid blijft. Maar kunnen we dit wel verwachten van mensen die zich aangevallen of bedreigd voelen? Er is veel jurisprudentie waarin dit vraagstuk aan de orde komt en veel van deze zaken hebben geleid tot een heftige maatschappelijke discussie. In 2002 deed een man een greep uit de kassa bij de Albert Heijn. Twee medewerkers van de winkel achtervolgden de man en wisten hem te overmeesteren. Dit overmeesteren ging er erg hardhandig aan toe en heeft er uiteindelijk toe geleid dat een van de achtervolgers een boete kreeg opgelegd van 600 euro.[8] Volgens Prins Bernhard kon het absoluut niet door de beugel dat mensen die tegen criminelen optraden gestraft werden en betaalde hij betaalde de boete dan ook. In januari 2005  werd Germaine C. in haar auto beroofd van haar tas die op de passagiersstoel stond door een jongen achterop een scooter. In de achtervolging reed zij tegen de scooter aan. De jongen die haar tas had gestolen kwam om het leven.[9] Het werd een spraakmakende zaak en waarin C. uiteindelijk werd vrijgesproken van doodslag en een werkstraf opgelegd kreeg. Tweede Kamerlid Verdonk uitte haar ongenoegen over de strafzaak: ‘Als de jongen de tas niet had gestolen, reed hij nog gewoon op zijn scooter rond en zat de vrouw nu gewoon thuis’. Prins Bernhard en Rita Verdonk zijn niet de enige publieke figuren die hun mening geven over de vervolging van deze personen. De burgermeester van Zaltbommel zei over een incident waarbij een filiaalhouder drie overvallers verjaagde met een karatetrap: ‘geweldig dat mensen dat doen’ en ‘Sla ze maar verrot. Ik vind dat mensen het recht hebben om van zich af te slaan en te schoppen.’ Hij kreeg bijval van Ivo Opstelten: ‘eigen rechter spelen is niet goed, maar je hoeft ook niet je winkel te laten leegroven. We moeten er van af dat slachtoffers niks mogen doen.’[10] Ook staatssecretaris Teeven was fel in het uiten van zijn ongenoegen over de vervolging van de 18-jarige Tim uit Almere die een inbreker in bedwang hield met een speelgoedknuppel. Naast deze gevallen waarin de verdachten wel vervolgd werden, zijn er ook heel wat zaken waarbij een beroep op noodweer wel gehonoreerd werd. Te denken valt aan de zaak uit Diessen waarbij een inbreker betrapt werd door de bewoners. Er ontstond een vechtpartij en de inbreker is in het ziekenhuis overleden aan zijn verwondingen. Staatssecretaris Teeven noemde de dood van de man ‘inbrekersrisico’.[11] Een ander spraakmakende zaak is die van de juwelier in Deurne. De zaak werd overvallen en de daders dreigen de eigenaar dood te schieten. Zijn vrouw zag dit vanuit haar kantoor en schoot de overvallers dood. Hoewel de nabestaanden een klacht indienden over het niet-vervolgen van de vrouw, werd ze toch definitief vrijgesproken.Wetsvoorstel ter versterking positie burger die zich beroept op noodweer Uit de maatschappelijke discussie over de grenzen van zelfverdediging kwam in 2008 het wetsvoorstel ter versterking positie burger die zich beroept op noodweer voort, ingediend door staatssecretaris Teeven en Frans Weekers.[12] Dit wetsvoorstel had tot doel het noodweer duidelijker af te bakenen ten opzichte van het verbod op eigenrichting. Daarnaast had het als doel om tegemoet te komen aan uitbreiding van het recht op zelfverdediging.[13] Dit zou moeten gebeuren door drie veranderingen ten opzichte van artikel 41 lid 1 Sr. Ten eerste moest ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding uitgebreid worden tot ogenblikkelijke, of onmiddellijk dreigende, wederrechtelijke aanranding. Daarnaast moest er een nieuw lid komen waardoor huisvrede ook onder de te beschermen rechtsgoederen zou komen vallen. Ten slotte moest er een nieuw artikel in het wetboek van Strafrecht worden opgenomen, waarin zou komen te staan dat in geval van een redelijk vermoeden van noodweer(exces) die gepaard ging met huisvredebreuk verschillende dwangmiddelen niet mogen worden aangewend. Het wetsvoorstel is uiteindelijk niet aangenomen. In het regeerakkoord VVD-CDA ‘vrijheid en verantwoordelijkheid’ is de gedachte achter dit wetsvoorstel wel meegenomen. In dit akkoord is te vinden dat daders harder aangepakt dienen te worden en dat slachtoffers een sterkere positie moet krijgen. Minister-president Rutte liet tijdens de presentatie van het akkoord weten dat de komende regering ‘stevig gaat inzetten’ op het verbeteren van de veiligheid in Nederland: „Mocht u onverhoopt geconfronteerd worden met een inbreker in huis en u slaagt erin die met een paar ferme tikken het huis uit te jagen, dan wordt de inbreker in de boeien afgevoerd, en niet u.” Naar aanleiding van het regeerakkoord kwam de ‘Aanwijzing handelwijze bij beroep op noodweer’ tot stand. Hieruit volgt dat als de politie vermoedt dat er sprake is van noodweer of noodweerexces in of rond de woning of bedrijf van de verdachte, deze niet als normale verdachte aangemerkt zal worden. Er zal terughoudendheid worden betracht met het aanwenden van vrijheidsbenemende dwangmiddelen. De aanwijzing is 1 januari 2011 in werking getreden en is nog steeds van kracht. Het is een tegemoetkoming naar aanleiding van het afgewezen wetsvoorstel.Huisvrede De wens om de in artikel 41 lid 1 Sr limitatieve lijst van te beschermen rechtsgoederen met huisvrede aan te vullen lijkt erg begrijpelijk. Er zijn door de jaren heen heel wat inbraken fout afgelopen en lang niet altijd werd een beroep op noodweer gehonoreerd.[14] Het enkel binnendringen van een huis – het plegen van huisvredebreuk – mag nog niet leiden tot een noodweerhandeling. Er is dan namelijk geen sprake van een aanranding van een goed, maar van een onstoffelijk recht. Het verrichten van een noodweerhandeling kan enkel wanneer vastgesteld is dat er sprake is van een ‘onmiddellijk dreigeind gevaar’ voor aanranding van lijf of goed. Wanneer er sprake is van binnendringen is er natuurlijk voor de bewoner de mogelijkheid van het burgerarrest, maar bij noodweer is de grens van gepast geweld ruimer. Dat bewoners die zich ‘met gepast geweld’ verdedigen tegen huisvredebreuk, geen succesvol beroep kunnen doen op noodweer(exces), stuit op groot onbegrip bij velen. Volgens critici is het ontbreken van huisvredebreuk in artikel 41 lid 1 Sr echter niet problematisch nu huisvredebreuk vrijwel altijd samen gaat met een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van lijf of goed. Een ander argument tegen het opnemen van huisvredebreuk is dat risico op uit de hand gelopen situaties toeneemt. Hierbij valt te denken aan de Amerikaanse Castle Doctrine waarbij dodelijk geweld tegen indringers in je woning is toegestaan, zij het inmiddels in veel staten geclausuleerd. Het kan er toe leiden dat inbrekers zich uit voorzorg extra zwaar bewapenen en ook kan dwaling omtrent de bedoelingen van de binnendringer fatale gevolgen krijgen.[15]Conclusie Het is en blijft een lastige kwestie. Hoewel we het in Nederland vrijwel allemaal met elkaar eens lijken te zijn over dat je het recht moet hebben om je te kunnen verdedigen tegen een aanval, is er toch nog veel discussie over hoe ver we hierbij mogen gaan. Zolang we bij de verdediging voldoen aan de vereisten van noodweer is het toegestaan. Wanneer de daad de grenzen van noodzakelijkheid en proportionaliteit voorbij gaat valt het (meestal) onder eigenrichting. Het verbod van eigenrichting hangt samen met het feit dat er van de burger zelfbeheersing wordt verwacht. Een burger moet in een conflict tussen emotie en ratio kunnen kiezen voor ratio.  Maar hoeveel koelbloedigheid mogen en kunnen we verwachten van mensen die vrezen hun leven of dat van een dierbare? Natuurlijk weten we allemaal dat het het meest wenselijk is om in een noodsituatie te vluchten of de politie in te schakelen, maar de ervaring leert ook dat emoties het vaak winnen van verstand. In deze zaken kan de dader die handelt in strijd met verbod van eigenrichting vaak rekenen op een soort van sympathie vanuit de samenleving.De grens tussen noodweer(exces)/burgerarrest en eigenrichting ligt dus gelijk met de grenzen van noodzakelijkheid en proportionaliteit. Wat we kunnen concluderen is dat verdedigen is toegestaan, maar dat het eigenrichting wordt zodra het op bestraffen gaat lijken. Bestraffen is een taak die we aan de aan de rechterlijke macht hebben overgedragen en naar mijn mening moeten we dit ook zo laten. De rechterlijke macht beschikt tenslotte – in tegenstelling tot de rest van de burgers - over de juiste kennis om dit zo goed mogelijk te kunnen doen. Hoewel het begrijpelijk is dat mensen op willen treden tegen degene die hen of hun dierbaren iets hebben aangedaan, zou het tot een uiterst onwenselijke situatie leiden als we dit maar gewoon lieten gebeuren. [1] http://www.volkskrant.nl/archief/sympathisanten-maken-volksheld-van-pedokiller~a588749/ [2] http://www.rtlnieuws.nl/cookiewet?s=http%3A%2F%2Fwww.rtlnieuws.nl%2Fgezin%2Fmario-is-een-held-moeder-neemt-het-op-voor-ex-man-die-stalker-van-dochter-mishandelde [3] Kamerstukken II 2007/08, 31 407, nr. 3 [4] J.M. ten Voorde, ‘De grenzen van noodweer herzien?’, DD 2010/10. [5] De Hullu, Materieel strafrecht, Deventer: Kluwer. [6] L. van Wifferen, ‘Over boeven en helden’, AA 2003, afl. 9, p. 620-624. [7] HR 11 juni 2002, NJ 2002, 467 (noodweer in de bus). [8] http://www.nu.nl/algemeen/96958/bernhard-betaalt-boete-ah-medewerkers.html [9] Rb. Amsterdam 6 maart 2008, LJN BC5916 (doodgereden tasjesdief). [11] http://nos.nl/artikel/422798-teeven-dood-is-inbrekersrisico.html. [12] Kamerstukken II 2007/08, 31407, nrs. 1-3. [13]J.M. ten Voorde, ‘De grenzen van noodweer herzien?’, DD 2010/10. [14] http://www.omroepbrabant.nl/?news/181082722/Dode+inbreker+in+Diessen+en+nog+zeven+inbraken+met+foute+afloop.aspx [15] N. Kwakman, ‘Noodweer(exces) en burgerarrest: complementaire voorzieningen’, NJB 2012/88


Recente artikelen

Recente reactie

Door: Chantal van der Weide

Beste Benni de Jong, bedankt voor je scherpe en goed geformuleerde reactie. Ik deel je mening ook volkomen.

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Door: Erna Smuttenberg

Mooi artikel Kyra! Ik wilde vroeger bij de Milva! Maar of veel vrouwen het met me eens zijn....Ontwikkeling is niet te stoppen denken ik!

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×