Het weigeringsprobleem bij het opleggen van tbs

Door: ,

Het was afgelopen weken niet te missen wanneer je de televisie, radio of krant hebt gevolgd. De vermissing en de dood van Anne Faber hebben Nederland op zijn kop gezet. Een stortvloed aan emoties overspoelde medialand. In rap tempo werden gevoelens van onvrede, woede en verbijstering geuit over het Nederlandse rechtssysteem. Waarom werd Michael P. geen tbs opgelegd? Kunnen mensen door te weigeren mee te werken aan tbs-onderzoek de regeling ontduiken? Waar kan de huidige regeling mogelijk nog verbeterd worden?

Juridisch kader

Allereerst is een korte schets van het huidige juridische kader omtrent de tbs-regeling op zijn plek. De terbeschikkingstelling is geregeld in art. 37a (dwangverpleging van overheidswege) en art. 38 (tbs met voorwaarden) van het Wetboek van Strafrecht. Dwangverpleging van overheidswege houdt in dat de patiënt in een kliniek wordt geplaatst en behandeld wordt. Bij tbs met voorwaarden wordt iemand niet gedwongen in een kliniek behandeld te worden, maar stelt de rechter voorwaarden met betrekking tot het gedrag. Hierbij dient men bijvoorbeeld te denken aan het ondergaan van een verplichte behandeling bij een expert of een verbod alcohol en/of drugs te gebruiken. Een rechter kan pas tbs opleggen wanneer aan een aantal vereisten is voldaan. De verdachte moet allereerst lijden aan een aantoonbare gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens, die mede heeft geleid tot het plegen van een delict. Ten tweede moet er sprake zijn van kans op recidive (de veiligheid van andere personen of goederen moet die maatregel eisen). Ten slotte moet op het gepleegde delict een gevangenisstraf van minimaal vier jaar staan (of het moet een specifiek delict betreffen waarvoor de wet tbs oplegging openstelt).

Weigeren van medewerking

De aandachtige lezer zal in het voorgaande al een heikel punt hebben ontdekt. De gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de verdachte moet zoals gezegd ‘aantoonbaar’ zijn. Een rechter kan pas overgaan tot oplegging van tbs als objectief bepaald is dat daar inderdaad sprake van is. Hier kan de rechter een aantal aanknopingspunten voor gebruiken: hij kan bijvoorbeeld afgaan op medisch/psychisch onderzoek in het verleden, verklaringen van deskundigen en het justitiële verleden van de verdachte. Zoals echter ook bij Michael P. het geval was kunnen mensen weigeren mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek [1]. Dit bemoeilijkt het onderzoeksproces en maakt het in die zin ook gecompliceerder om tot de vereiste objectiviteit te komen. Een bijkomend probleem is dat advocaten hun cliënten in veel gevallen afraden om mee te werken aan onderzoek en tbs. Moeten we hier verontwaardigd over zijn? Wanneer men de reacties op social media moet geloven wel. Deze verontwaardiging is echter niet terecht. Het is de taak van de advocaat om de belangen van de verdachte zo goed mogelijk te behartigen en hem te beschermen tegen een oneerlijk proces. Hij moet in de uitvoering van zijn taak tegen maatschappelijke belangen en vooral de maatschappelijke opinie in kunnen gaan.

Er zijn advocaten die van mening zijn dat de huidige tbs-regeling in de praktijk vaak neerkomt op een verkapte manier van vrijheidsbeperking (die bovendien steeds verlengd kan worden), waarin de behandeling van de patiënt niet centraal staat [2]. Medewerking aan tbs- onderzoek zou daarom dus niet in het belang van de cliënt zijn. Hier is echter wel een kanttekening op zijn plaats. Weigering betekent namelijk niet direct dat het onmogelijk is om tbs op te leggen [3]. Vooral bij zaken waarin de rechter gebruik kan maken van eerder gedaan psychisch onderzoek lijkt weigering niet in de weg te staan aan de oplegging van tbs. Wanneer tbs niet kan worden opgelegd door weigering, wordt de verdachte dikwijls in meerdere mate (of zelfs volledig) toerekeningsvatbaar geacht. Dit levert hem dan meestal een langere gevangenisstraf op. Plat gezegd kan de rechter dan de ‘volle mep’ aan gevangenisstraf opleggen. Ondanks het voorgaande zijn er zaken geweest waarin geweigerd wordt medewerking aan het onderzoek te verlenen, waar geen tbs wordt opgelegd en waar dan in het concrete geval bovendien geen langere gevangenisstraf tegenover staat. Weigering lijkt dus wél een groot probleem te zijn [4].

De reden dat de maatschappij gebaat is bij terbeschikkingstelling van mensen met een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis ten opzichte van een gevangenisstraf (eventueel langer bij weigering) is evident. De kans op recidive bij terbeschikkinggestelden is velen malen kleiner dan de recidivekans bij ex-gedetineerden met een ‘simpele’ gevangenisstraf [5]. Een langere gevangenisstraf is in die zin ook niet wenselijk. Mijns inziens resulteert dit in niets meer dan het uitstellen van het noodlot van toekomstige slachtoffers. Hoewel het enigszins bevredigend is, bekeken vanuit de vraag naar vergelding vanuit de maatschappij, lost het onze problemen niet op.

De wetgever aan zet

Door de huidige maatschappelijke onrust en woede kon een antwoord van de wetgever natuurlijk niet uitblijven: de Wet langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking. Deze wet heeft als doel om tbs-gestelden, zeden- en zware geweldsdelinquenten zo lang als nodig onder toezicht te laten staan, opdat zij na verloop van tijd onder persoonsgerichte voorwaarden kunnen terugkeren in de samenleving. Op die manier, zo wordt beredeneerd, kan bij terugvalgedrag en (dreigende) recidive direct worden ingegrepen. Deze wet treft een drietal maatregelen: allereerst vervalt de wettelijke maximumduur van negen jaar van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege bij de terbeschikkingstelling (1). Verder wordt de minimumduur betreffende de proeftijd van de bijzondere voorwaarde gelijkgetrokken met de minimumduur van de proeftijd van de algemene voorwaarde bij de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Daarnaast wordt de mogelijkheid gecreëerd om de proeftijd eenmalig te verlengen met ten hoogste 2 jaar. Bij zeden- en zware geweldsdelinquenten kan de proeftijd telkens met maximaal 2 jaar worden verlengd, mits het gedrag en/of het recidiverisico van de gedetineerde daar aanleiding voor geeft (2).
Ten derde wordt de nieuwe ‘gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel’ (GVM) geïntroduceerd [6]. Deze maatregel wordt aansluitend aan het (definitief ) eindigen van de tbs, de gevangenisstraf of de v.i. ten uitvoer gelegd (3). Deze GVM bestaat uit allerlei concrete maatregelen die het toezicht kunnen versterken. Maatregel 1 is in werking getreden op 1 januari 2017. Onderdelen 2 en 3 treden in werking op 1 januari 2018.

Het weigeringsprobleem opgelost?

Het is nu zaak te kijken naar de invloeden van de afzonderlijke maatregelen op het weigeringsprobleem. Maatregelen 1 en 2 zien vooral toe op verlenging van de termijnen omtrent tbs-verpleging en de proeftijd bij zeden- en zware geweldsdelinquenten. Het geeft de rechter meer mogelijkheden om justitiabelen langer onder toezicht te laten plaatsen. Zoals eerder ook naar voren kwam lijken advocaten steeds vaker weigering van medewerking te adviseren aan hun cliënten. Het sentiment lijkt vooral te zijn dat de verdere verzwaring van de tbs-regeling (en regels omtrent verdachten bij zeden- en zware geweldsdelicten) niet fundamenteel een betere behandeling voor ogen heeft, maar juist een manier biedt om  delinquenten zo lang mogelijk uit de maatschappij te weren. Het lijkt mij dan ook onwaarschijnlijk dat deze maatregelen het weigeringsprobleem zullen oplossen. Sterker nog, het zou wel eens tot meer gevallen van weigering kunnen leiden. De verdachte heeft er immers geen baat bij om ‘misschien wel voor altijd’ aan justitie vast te zitten.

Met betrekking tot maatregel 3 (de GVM) lijkt de wetgever wél een oplossing voor het weigeringsprobleem voor ogen te hebben gehad. De rechter kan, naast het opleggen van tbs of een gevangenisstraf, nu ook deze maatregel opleggen. Wanneer de gevangenisstraf, voorwaardelijke invrijheidstelling of terbeschikkingstelling ophoudt, beslist de rechter of deze maatregel ten uitvoer moet worden gelegd. De wetgever heeft gepoogd om een stok achter de deur te bieden aan de rechter wanneer weigering aan tbs zich voordoet [7]. Wanneer door weigering geen tbs kan worden opgelegd, kan de rechter nu een GVM opleggen. Die kan bijvoorbeeld inhouden dat de veroordeelde zich moet laten opnemen in een instelling of zich onder behandeling moet stellen van een deskundige. Ondanks de onmogelijkheid van tbs kan de veroordeelde dus toch behandeld worden. Aangezien dit nu ook geldt voor zeden- en zware geweldsdelicten, kunnen ook zij aan die GVM onderworpen worden. Bovendien kan deze maatregel telkens verlengd worden als de veroordeelde niet mee wil werken [8]. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om nu linksom (tbs), dan wel rechtsom (GVM) een veroordeelde te laten behandelen.

Ik heb toch enige twijfels omtrent het weigeringsprobleem en deze specifieke oplossing. Het lijkt mij meer een vorm van symptoombestrijding. Veroordeelden kunnen namelijk gewoon hun medewerking aan de GVM weigeren. Het behandelen van onwilligen levert niet de gewenste recidivecijfers op. Mijn inziens moet tbs voor verdachten aantrekkelijker gemaakt worden. De nadruk moet meer op het fundamentele aspect van tbs gericht zijn, te weten op behandeling en genezing. Advocaten zullen nog altijd blijven adviseren om niet mee te werken. Zoals de vereniging voor tbs-advocaten ook stelt, moet de kwaliteit van de klinieken omhoog. Een verdachte heeft op dit moment te weinig baat bij medewerking aan tbs-onderzoek.

Conclusie

Weigeren aan tbs-onderzoek mee te werken blijkt niet altijd succesvol. Een deel van de verdachten zal alsnog tbs opgelegd krijgen. Wanneer ze geen tbs opgelegd krijgen, legt de rechter vaak een hogere gevangenisstraf op. Toch zijn er zaken waarin door weigering geen tbs of een verhoogde gevangenisstraf is opgelegd. De Wet langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking lijkt mij geen oplossing te bieden voor dit probleem. Ik mis in de oplossing het fundamentele aspect van behandeling en genezing. De veroordeelde wordt verder gedwongen mee te werken, maar het lijkt mij onmogelijk iemand te genezen wanneer de wil om mee te werken ontbreekt.

[1] Dit in verband met het nemo tenetur beginsel. Een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling.

[2] Onlangs is de vereniging voor tbs- advocaten opgericht. Veel van deze advocaten raden medewerking aan tbs- onderzoek af, omdat de kwaliteit van de klinieken en deskundigen niet goed genoeg zou zijn.

[3] Voor de oplettende lezer: dit is niet in strijd met artikel 5 EVRM, zie ECLI:NL:XX:2015:230, Constancia vs. Nederland.

[4] Onderzoek door rechter Han Jongeneel (Rechtbank Amsterdam) van 50 tbs- zaken waarin geweigerd werd door de verdachte mee te werken aan persoonlijkheidsonderzoek, geeft een goed beeld van de praktijk omtrent weigering. Ik raad u aan dit onderzoek te lezen.

[5] Zie het onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum: Recidive TBS 1974-2008.

[6] Een GVM kan uit allerlei concrete voorwaarden bestaan. Voor een uitputtende lijst kunt u deze link raadplegen: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2016/02/01/informatieblad-over-de-wet-langdurig-toezicht-gedragsbeinvloeding-en-vrijheidsbeperking.

[7] Kamerstukken II, 2013/14, 33816, 3, p. 26.

[8] Kamerstukken II, 2013/14, 33816, 3, p. 30.

 

 

 

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×