Promoveren: een interview met Bjorn Eggen

Door: ,

In de Volkskrant stond laatst nog een uitgebreid artikel over de werkdruk op jongere docenten in het hoger onderwijs. Overwerken zou haast vereist zijn wanneer je onderzoek en onderwijs wil combineren. Hoe kijk jij daar tegenaan?

Ik kan niet ontkennen dat de werkdruk hoog ligt. Ik denk ook niet dat de werkdruk hier lager ligt dan op advocatenkantoren. Overigens bestaat er een verschil tussen daadwerkelijke en ervaren werkdruk. We streven hier allemaal naar perfectie en we gaan daarin tot het uiterste. Op het moment dat ik onderwijs voorbereid, wil ik precies weten hoe alles zit. Dat ziet ook op de niet voorgeschreven stof. Dat kost nou eenmaal veel tijd. Of dat per se nodig is voor het betreffende vak, is een andere vraag. Ik ben daarnaast veel tijd kwijt aan ander onderwijs, waaronder het begeleiden van scripties. Mijn aanstelling is 80% onderwijs en 20% onderzoek. Daar zit nu eenmaal weinig tijd voor onderzoek in. Mijn promotietraject duurt 6 jaar. Dat betekent de facto dat ik 1,2 jaar heb voor mijn onderzoek. Vergeleken met andere disciplines is dat erg weinig. Om dan toch tot een maximaal resultaat te komen, vergt dat inderdaad dus heel veel tijd. Verder hoor je mij zeker niet klagen, want ik vind mijn werk echt heel leuk.

Waar gaat jouw promotieonderzoek over?

Mijn onderzoek heet ‘Van bestuurlijke normering afhankelijke strafbaarstellingen’. Ik verricht dus onderzoek naar bepalingen in het Wetboek van Strafrecht, die op enige manier beïnvloed kunnen worden door het bestuursrecht. Het belang van het onderzoek is vooral gelegen in de invloed van bestuursrecht op het strafrecht. Naar de beïnvloeding van het bestuursrecht door het strafrecht vindt al vrij veel onderzoek plaats, maar mijn kant van de medaille is onderbelicht. Zo doe ik onder andere onderzoek naar de doorwerking van het staatsrechtelijke legaliteitsbeginsel in het strafrecht, en de rol van vergunningen of ontheffingen bij de wederrechtelijkheid van strafbare feiten. Meer concreet houdt dat in dat ik bezig ben met openbare-ordeproblematiek. Denk daarbij aan voetbalrellen, demonstraties of gebiedsverboden. Verder varieert mijn onderzoek van naaktrecreatie tot staatsgeheimen. Laatst onderzocht ik bijvoorbeeld ook de reikwijdte van het lijkbegrip uit de Wet op de Lijkbezorging.

Wat heeft jou gemotiveerd om te gaan promoveren?

Mijn motivatie is tweeledig. Aan de ene kant het maatschappelijk betrokken zijn. Ik ben geen psycholoog, dus ik kan mensen niet op dat gebied helpen. Ik kan echter wel mijn maatschappelijk steentje bijdragen door te helpen om het rechtsstelsel te verbeteren. Het verrichtten van onderzoek is maatschappelijk relevant, want het onderzoek gaat – zeker in Nijmegen – over de fundamenten van onze rechtstaat. Door op dat gebied te promoveren kan het onderzoekmaatschappelijke impact hebben. Ik wil kijken naar verbetering van het gehele systeem; vooral omdat tegenwoordig de tendens lijkt te bestaan dat er liever snel, dan goed doordacht wordt opgetreden. Aan de andere kant wil ik het hoogst haalbare uit mijzelf halen op wetenschappelijk gebied. Dat kan tijdens een promotietraject.

Algemeen bekend is: om te promoveren moet je zeer intelligent zijn. Een baan in de advocatuur was voor jou wellicht ook mogelijk geweest en daarmee had je (waarschijnlijk) meer kunnen verdienen. Waarom heb je toch voor promoveren gekozen?

Ik had die baan in de advocatuur kunnen hebben. Die is mij ook aangeboden, maar daarmee behaal ik geen doctorstitel. Daarbij komt dat je met een baan in de advocatuur weinig tijd hebt om lang na te denken over de grote thema’s. Nu heb ik tijd om alles écht uit te zoeken. Die tijd wordt door sommige kantoren overigens wel geboden, maar daar zijn er niet heel veel van. Geld verdienen is overigens voor mij geen drijfveer.

Promoveren heeft de reputatie dat het toch erg eenzaam zou zijn. Hoe ervaar jij dit?

Op zich zou dat kunnen kloppen, maar ik ervaar dat zelf niet zo. Dat heeft vooral te maken met mijn collega’s. Ik zit in een jong team en we zijn allemaal vrijwel tegelijk gestart. Daardoor zitten we in hetzelfde schuitje en vindt daarmee ook veel (inhoudelijk) overleg plaats. We lopen geregeld bij elkaar binnen. Ik ervaar het wellicht ook als minder eenzaam, doordat ik zoveel onderwijs geef. Dat is voor andere collega’s misschien anders. Overigens kan een baan binnen de advocatuur of de rechtspraak evengoed eenzaam zijn. Je bent ook daar zelf verantwoordelijk voor een taak en die moet je af hebben.

Is het vechten voor een promotieplek?

Het is inderdaad zo dat er maar een beperkt aantal promotieplekken is. Daar wordt inderdaad voor gevochten. Dat vechten begint echter al eerder dan tijdens het sollicitatieproces. Om echt kans te maken, moet je al wel een bepaald niveau hebben. Je moet kunnen aantonen dat je het vertrouwen waard bent en dat je zal promoveren.

Hoe vergroot je je kansen?

Zorg ervoor dat je goede stukken kan schrijven en inhoudelijk sterk bent. Een manier om dat te bereiken is om ook buiten de colleges om eens na te denken over vragen als ‘Klopt deze uitleg van de Hoge Raad eigenlijk wel?’ of ‘Wat vind ik van bepaalde problemen die in Nederland spelen?’. Op het moment dat je het sollicitatieproces ingaat moet je in staat zijn om zelf gevorderd te kunnen nadenken en analyseren. Het bewijs daarvoor is vaak te vinden in je essays of scriptie.

Hoe kijk je terug op jouw studentenleven?

Ik kijk met veel plezier terug op mijn studententijd, omdat ik altijd actief ben geweest met iets wat ik leuk vond. Ik deed toen echt waar ik zin in had. In je studententijd heb je echt de kans om te worden wie je wil zijn. Door die tijd weet ik nu wat ik wel en niet leuk vind.

Zou je soms weer willen studeren in plaats van werken?

Dat vind ik een moeilijke vraag. Als ik naar mijn bankrekening kijk niet (geld is geen drijfveer, maar toch). Daarnaast heb je de vrijheid die je als student hebt eigenlijk nog steeds voor een deel. Natuurlijk heb je als docent/promovendus bepaalde verplichtingen, maar die heb je als student ook. Ik kan natuurlijk geen colleges meer overslaan of opeens een half jaar naar het buitenland, dus in dat opzicht heb ik wel iets minder vrijheid nu. Ondanks dat ik met erg veel plezier terugkijk en alles eruit heb gehaald wat erin zit, vind ik het ook fijn om verder te gaan. Ik mis soms wel het gewoon gezellig met vrienden samen zijn tijdens colleges, pauzes etc. Dat is nu minder. Daar staat tegenover dat ik nu erg leuke collega’s heb. Dat zijn nu ook echte vrienden geworden.

Wat is jouw plan nadat je gepromoveerd bent?

Geen idee. Mijn focus ligt op dit moment bij mijn proefschrift en ik vind veel leuk. Ik zie wel wat er op mijn pad komt. Wat ik wel weet, is dat ik inhoudelijk bezig wil blijven. Als ik straks praktisch bezig ben, betekent dat dat ik daar ook de wetenschap in wil betrekken.

Promovendi zijn vaak nog jong en net student-af. Hoe groot is het verschil tussen een promovendus en een student?

De afstand is groot en klein tegelijk. Groot, omdat dit mijn baan is en zeker in het onderwijs wil ik daarin de leiding hebben. Klein, omdat tegelijkertijd er studenten in mijn werkgroep zitten die ouder in leeftijd zijn dan ik. Vorig jaar zat er bijvoorbeeld iemand van ouder dan 80 jaar in mijn werkgroep. Het is ook maar wat je er zelf van maakt. Ik houd de afstand tussen de studenten en mij bewust klein. Maar dat lukt me ook doordat ik nog jong ben. Ik probeer ook mijn ervaringen uit mijn eigen studententijd in het onderwijs te gebruiken. Daartegenover staat dat het lastig is dat ik de studenten ook moet beoordelen. Dat betekent dat ik sancties moet nemen op het moment dat iets niet goed loopt, zoals uitsluiting van het vak.

En tussen een promovendus en een professor?

Ik kan enkel spreken over de sectie strafrecht, daar werk ik. Ook die afstand is groot en klein tegelijk. Groot op het gebied van ervaring; als ik naar mijn eigen promotoren kijk, dan zie ik hen als leermeesters (prof. mr. Sackers en prof. mr. Van Kempen). Maar ook klein, want als persoon voel ik weinig afstand. Ik kan wel altijd bij hen binnenlopen en met vragen terecht. Ik heb heel veel respect voor de hoogleraren, dat houd je toch. Je merkt dat zij zelf de afstand toch klein houden, zodat je ook bij ze binnen kan lopen. Dat doe ik ook regelmatig. Verder zijn het ook gewoon gezellige mensen hoor.

In welk gebied van het strafrecht is Nijmegen bij uitstek geschikt om te promoveren? Ofwel: waarin is Nijmegen strafrechtelijk gespecialiseerd?

De kern van het Nijmeegse strafrechtelijk onderzoek heeft betrekking op de fundamenten van het strafrecht en de doorwerking van internationaal recht op het strafrecht, in het bijzonder mensenrechten. We houden ons hier vooral bezig met de grote vragen en thema’s binnen het strafrecht. Veel onderzoek is fundamenteel van aard. Dus niet hoe werkt de wet, maar hoe past deze binnen het systeem. Daar is het hele onderzoekscentrum Staat & Recht sterk in. Dat zie je terug in de promotieonderwerpen; deze hebben – naast mijn onderwerp – betrekking op o.a. de positie van de strafrechter, voorfasedelicten en de doorwerking van internationale verplichtingen op geweldsdelicten.

Jij bent afgestudeerd op zowel bestuurs- als strafrecht. Je specialiseert jezelf nu op strafrecht. Wat voor plaats heeft bestuursrecht in jouw toekomst? Een overstap terug misschien?

Het bestuursrecht zal ook in de toekomst een grote rol bij mij blijven spelen, want ik wil op het grensvlak blijven. Ik vind de combinatie juist leuk. Ik geloof erin dat de gebieden steeds meer door elkaar beïnvloed zullen worden. Nu onderzoek ik de bestuursrechtelijke invloeden in het strafrecht, maar dat betekent dat ik beide rechtsgebieden nog steeds moet beheersen. Kortom: mijn focus ligt in het strafrecht, maar ik zoek verklaringen vanuit het staats- en bestuursrecht.

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×