Interview Prof. R.J.B. Schutgens

Prof. mr. R.J.B. Schutgens. Daar komt zelfs de meest katerige eerstejaars zijn bed voor uit. Niet voor niets kennen we prof. Schutgens als de beste hoorcollegedocent van 2014. Anekdotes over zijn colleges zijn nog steeds vaste borrelpraat, zelfs onder de meest gelouterde ouderejaars. Juist omdat prof. Schutgens zijn colleges heeft verheven tot een academisch verantwoorde vorm van cabaret is het boeiend om een kijkje te nemen bij de man achter het studentikoze brilletje.[i] Dat hij Carolus Magnus verkiest boven Ovum Novum en iedere dag een das (geen stropdas!) knoopt mag geen geheim zijn. Wat drijft deze academische mastodont echter om ieder jaar weer voor volle zalen eerstejaars te gaan staan? De JFV voelde hem aan de tand:

Foto: Henk Braam

Het vertellen over het recht in hoorcolleges vindt u leuker dan het geven van werkgroepen, welke redenen heeft u hiervoor?

Ik heb ontzettend veel plezier in het geven van hoorcolleges. Het aandachtig zien luisteren van al die eerstejaars terwijl ik mijn verhaal vertel vind ik fantastisch. Ik kan allerlei verschillende thema’s behandelen die ik zelf interessant vind. Werkgroepen zijn ook leuk, maar wel om een hele andere reden. Je leert een groep van 25 studenten in een korte tijd vrij goed kennen. Hier zitten veelal veel sympathieke, leuke en opmerkelijke studenten tussen. Daarentegen is het diezelfde groep studenten die elke werkgroep weer netjes de antwoorden oplepelt uit hun schriftjes. Voor een docent is dit minder creatief; vooral bij Inleiding tot de Rechtswetenschap zijn er veel opdrachtjes waardoor mijn vrijheid beperkt blijft.

U gaf zojuist aan dat u het leuk vindt om over het recht te vertellen in hoorcolleges, maar u vertelt elk jaar ongeveer hetzelfde verhaal. Gaat dit niet vervelen?

Nee hoor, ik val graag in herhaling. Elk jaar hetzelfde a contrario grapje gaat tot nu toe nog niet vervelen. Ik heb daar helemaal geen moeite mee. Misschien is dat over 20 jaar wel anders. Maar het aardige van Inleiding tot de Rechtswetenschap is dat je erg veel kunt veranderen. Eerstejaarsstudenten krijgen veel dingen vaak nog een keer verdiepend bij de hoofdvakken, hierdoor kan ik beslissen bepaalde dingen anders te doen dan voorafgaande jaren, omdat ik er best af en toe wat uit kan laten. Ik weet niet of mijn studenten die onderwerpen interessant vinden, maar ik in ieder geval wel.

U loopt al erg lang rond op onze universiteit en wellicht is het ergens naar de achtergrond verdwenen, maar wat voor type student was u vroeger?

De twijfel is op dit moment groot of ik dit moet vertellen. Ik was namelijk een combinatie van een luilak en een heel ijverig iemand. Bij hoorcolleges en werkgroepen was ik vaker afwezig dan aanwezig. Uitslapen was een van mijn grote hobby’s, mijn werkstukken leverde ik altijd te laat in, ik was altijd alles kwijt en het inschrijven voor werkgroepen verliep meestal ook niet zo soepel. Daarentegen heb ik altijd erg hoge cijfers gehaald, een maand van tevoren sloot ik mij op en begon ik met studeren. De rest van de tijd dronk ik veel koffie in mijn dispuutshuis. Ik deed alle dingen die ik eerstejaarsstudenten afraad.

Wij kunnen ons voorstellen dat u voor docenten een erg vervelend type student was. Wat vindt u het vervelendste type student?

Weinig studenten vind ik erg vervelend. Wat ik wél erg vervelend vind zijn studenten die voortdurend zitten te praten tijdens hoorcolleges. Een enkele keer maak ik mee dat zo’n student vervolgens boos op mij wordt als ik er wat van zeg. Dat vind ik buitengewoon kinderachtig. Dit zijn de studenten zonder zelfreflectie. Gelukkig zijn het er maar weinig. Een ander type student dat ik vervelend vind is het type dat het recht werkelijk niets kan schelen. Ik vraag me dan ook ernstig af wat je hier doet.

U heeft zeven jaar gestudeerd, terwijl de nieuwe studenten maximaal 6 jaar mogen studeren. Die tijd zult u wel maximaal hebben benut, of zijn er toch dingen die u achteraf anders zou hebben gedaan?

Zeven jaar studeren is inderdaad een luxe die deze nieuwe studenten zich niet kunnen veroorloven. Toen ik na die tijd ging solliciteren heb ik geen gefronste wenkbrauw gezien over mijn zeven jaar durende studententijd. Ik heb een heel leuke studententijd gehad met veel koffie. Literatuur heb ik verslonden, maar toch zijn er wel dingen die ik anders zou doen. Zelfontplooiing zou meer aandacht genieten. Het volgen van twee studies zou iets zijn wat ik gemakkelijk had kunnen doen. Daarnaast vind ik het heel ergerlijk dat ik niet kan zeilen, hier had ik dan ook graag verandering in aangebracht. Eigenlijk heb ik niets gedaan wat ik eerstejaarsstudenten aanraad te doen. Je studententijd is zo voorbij en dan begint de negen tot vijf baan. De meesten krijgen dan ook nog kinderen. Dat is natuurlijk helemaal een ramp. Studenten moeten dus beseffen dat je ontwikkeling in de studententijd plaatsvindt en je hier dus volop gebruik van moet maken.

Op dit moment bent u rechter-plaatsvervanger en tevens hoogleraar op de Radboud Universiteit. Is er een verschil tussen een ‘normale’ rechter en een rechterplaatsvervanger welke met een been in de academisch wereld staat.

Deze zijn er zeker. Als rechterplaatsvervanger ben je veel minder ervaren, dit herken je in de praktijk. De ‘normale’ rechter heeft veel meer praktische kennis, wat vooral gaat om in eerste instantie saai en taai procesrecht. In de praktijk wordt dit echter ineens veel spannender. Daarnaast zijn de normale rechters beter in de communicatie met justitiabele. Tegelijkertijd vind ik beroepsrechters wel erg ingetogen mensen, zij willen zo min mogelijk wenkbrauwen doen fronsen. Academici zijn juist getraind om eigen en eigenzinnige visies te publiceren en te ontwikkelen. Veel collega’s van mij hebben er ook lol in om de boel te porren en een beetje te prikkelen.

Tenslotte: onlangs was de rector magnificus van de Radboud Universiteit erg kritisch op het beleid van Minister Bussemaker. Hij ging hier vooral in op het feit dat docenten moeilijker een verdeling konden maken tussen onderwijs en onderzoek. Ondervindt u hier ook last van?

Tot nu toe vind ik dit wel meevallen. We moeten inderdaad aan meer administratieve plichten voldoen. In tien jaar tijd heb ik dit meer zien worden. Ik heb echter niet het gevoel dat ik overbelast ben. Gelukkig kan ik nog steeds onderzoek doen, wat ook de helft van ons werk is. Wat je wel in de gaten moet houden is dat er allerlei kleine dingen in je agenda sluipen. Dit zijn vaak wel leuke dingen, daarom zeg ik bijna altijd ja. Als je echter niet uitkijkt dan slokt dit je onderzoektijd op.

[i] Hoewel ouderejaars zich prof. Schutgens enkel kunnen herinneren met bril, draagt hij deze vandaag de dag niet meer.

 

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×