Interview oud-vicepremier en oud-burgemeester van Nijmegen: mr. Th.C. (Thom) de Graaf

 

Thom de Graaf fractievoorzitter voor D66 in de Eerste Kamer en voorzitter van de Vereniging Hogescholen. Eerder was hij lid van de Tweede Kamer. In 2003 werd hij vicepremier en minister van Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties in het kabinet Balkenende II. Tussen 2007 en 2012 was hij burgemeester van Nijmegen. Het Bulletineke Justitia mocht hem interviewen over zijn bijzondere carrière, politieke mores van Den Haag en zijn Nijmeegse studententijd.

Door: Milad Hamidy & Cedric van Horssen

Hoe denkt u terug aan uw burgemeesterschap in Nijmegen?

De Graaf geeft aan dat het inmiddels alweer vijf jaar geleden is dat hij het burgemeesterschap neerlegde. “Dat waren mooie jaren waarbij ik alle facetten van het burgemeesterschap heb gezien. Ik kijk vooral met plezier terug op de verbindingen die ik heb proberen te leggen met de kenniscentra zoals de universiteit en het Radboudumc. Het was bovendien erg bijzonder om burgemeester te zijn van een stad waar ik ten dele ben opgegroeid en ook heb gestudeerd. Ook mijn moeder heeft hier lang gewoond, dus het is een stad die op meerdere vlakken verbonden is met mijn familie. Om dan na lange tijd weer terug te keren naar die stad, om daar het ambt van burgemeester te bekleden, is iets om dankbaar voor te zijn.”

Gaf het feit dat uw vader hetzelfde ambt in Nijmegen heeft bekleed nog een extra dimensie?

“Nauwelijks. Weliswaar heb ik hem aangehaald in mijn installatierede omdat het toch wel ongebruikelijk is. Overigens heb ik mijn zoon medegedeeld dat het geen erfelijk ambt is”, aldus een glimlachende De Graaf die vertelt dat zijn vaders rol enkel persoonlijk van invloed is. “Alle oud-burgemeesters worden geportretteerd. Elke dag liep ik in het stadhuis langs een portret van hem. Nu hangt het portret van mij naast dat van hem. Dat is wel bijzonder.”

In Den Haag was u lid van de Tweede Kamer, later fractievoorzitter om vervolgens minister van Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties en tegelijkertijd vicepremier te worden. Nu bent u fractievoorzitter in de Eerste Kamer. Hoe is het om op dat niveau in Den Haag politiek te bedrijven?

De Graaf vertelt dat het vicepremierschap nog meer tijd kostte dan het ministerschap. “Als vicepremier ben je niet alleen de plaatsvervanger van de minister-president, maar vertegenwoordig je ook jouw smaldeel in het kabinet. Dit houdt in dat je als eerste in de ministerraad namens de ministers van je eigen politieke partij een standpunt inneemt en bijvoorbeeld aangeeft of iets politiek zwaar weegt. Dit betekent dat je alle stukken van de relevante ministeries moet kennen, want anders kan je die rol niet goed spelen. Als vakminister kun je je daarentegen voornamelijk beperken tot je eigen stukken. Tevens heb je veel overleggen met je eigen fractie in de Tweede Kamer en met de premier. Het is wat je noemt de moertjes en de schroefjes van de Haagse binnenkamer voortdurend aandraaien en dat kost veel tijd.”

De Graaf geeft voorts aan dat het niet te vergelijken is met het burgemeesterschap. Het burgemeesterschap is volgens hem niet minder relevant, maar het is een totaal andere functie. “De burgemeester heeft vier kernfuncties: voorzitter van het college van burgemeesters & wethouders, voorzitter van de gemeenteraad, een functie ten aanzien van de openbare orde en je bent er voor de stad. Als burgervader treed je op als er een crisis is, ben je er tijdens carnaval en laat je van je horen als de voetbalclub NEC goed presteert. Een burgemeester is echt in de stad tussen de mensen terwijl een minister vooral veel media-aandacht geniet. Den Haag heeft een hele andere dimensie. De druk is vaak groter, er kijken veel mensen mee en de landelijke pers zit op je nek. Dat is bij een burgemeesterschap anders. Aan de andere kant: in Nijmegen keken meer dan 170.000 mensen met je mee en die vinden ook allemaal wat. Allebei gaat het om topsport, maar het is niet met elkaar te vergelijken.”

U heeft een indrukwekkende carrière achter de rug. Hoe bent u terechtgekomen bij uw huidige functie als voorzitter van de Vereniging Hogescholen?

“Ik ben mijn loopbaan begonnen aan de Radboud Universiteit als onderzoeker en docent. Het hoger onderwijs heeft altijd al mijn hart gehad, zoals ook mijn politieke partij daar een groot hart voor heeft. Onderwijs en individuele maatschappelijke ontplooiing zijn beide zeer relevant voor het individu, maar ook voor de samenleving als geheel. Ik had daarom altijd het idee dat ik graag binnen het hoger onderwijs iets wilde doen, maar wel in combinatie met mijn Haagse netwerk en ervaring. Zodoende ben ik terecht gekomen bij de Vereniging Hogescholen. En die 37 hogescholen die er zijn, verschillen erg van elkaar. Dit leidt ertoe dat er veel belangen zijn te vertegenwoordigen. Ook heb ik ruimte om er dingen bij te doen, zoals het fractievoorzitterschap in de Eerste Kamer.”

Is er in dat kader een functie waar u in het bijzonder aan terugdenkt?

De Graaf vertelt dat hij allemaal ‘leuke dingen’ heeft gedaan. In het bijzonder vertelt hij over zijn eerste functie bij de Nijmeegse Faculteit der Rechtsgeleerdheid. “Ik ben begonnen als wetenschappelijk medewerker staatsrecht op de faculteit waar ik heel veel heb geleerd van onder andere prof. mr. C.A.J.M. Kortmann en mijn collega’s. Daar heb ik onder andere geleerd het recht goed over te dragen. Als je doceert moet je het systeem uiteenzetten en dat moet je zo overtuigend doen dat studenten het ook begrijpen.” Op de vraag of een ministerschap met het bijbehorende vicepremierschap toch niet de kroon spant, antwoord de Graaf: “Dat zijn inderdaad allemaal bijzondere momenten. Van politieke crisis tot hoogtepunten: ik heb het allemaal meegemaakt. Toch is je eerste functie erg belangrijk omdat het je doet vormen. En natuurlijk heb ik in Den Haag dingen meegemaakt die anderen niet hebben meegemaakt en dat maakt het bijzonder, maar tegelijkertijd is er een gezegde onder oud-ministers en dat luidt: ‘de twee beste dagen van je ministerschap zijn je eerste en je laatste’.”

Tijdens uw ministerschap strandde uw voorstel om de Grondwet te wijzigen zodat een gekozen burgemeester mogelijk werd, waarna u aftrad als minister en vicepremier. Terugkijkend: is uw ministerschap derhalve ‘mislukt’?

“Je treedt niet voor niks af. Ik was verantwoordelijk voor de Grondwet, voor de moderniseringsagenda van de Rijksoverheid, een deel van de Rijksdienst, het grotestedenbeleid en de Antillen, maar dat was allemaal minder zichtbaar. De framing van mijn ministerschap waren toch die democratiseringsvoorstellen en als dat dan niet lukt, moet je je de vraag stellen of je wil blijven zitten. Hoewel ik geen conflict met de meerderheid van de Tweede- of Eerste Kamer had, noch het kabinet de wens had dat ik vertrok, dacht ik toch: mijn geloofwaardigheid is mij veel waard. Het is weliswaar frustrerend, maar ministerschappen moet je niet bestempelen als gelukt of mislukt. Het gevoel dat je een bijdrage hebt geleverd op het moment dat je er was, is voor mij belangrijk en dat idee heb ik wel.”

Het lijken onstuimige tijden in Den Haag. Wat vindt u van de versplintering van de Nederlandse politiek?

“Het maakt de bestuurbaarheid buitengewoon ingewikkeld, maar het is ook een uitdaging om eens na te denken over het systeem. Ik was niet voor niks minister van Bestuurlijke vernieuwing. Ons kiesstelsel is gebaseerd op evenredige vertegenwoordiging, maar dit laat een versplinterd landschap zien waardoor het lastig is om sterke politieke meerderheden te creëren. Wil je het anders dan moet je durven nadenken over hoe dat kiesstelsel in elkaar zit. Is evenredige vertegenwoordiging het belangrijkst of zou een meerderheidsstelsel niet wat zijn? Werkt een kiesdrempel of moeten politieke partijen aan blokvorming doen vóór de verkiezingen zoals dat voor 1917 was? Nadenken over dat soort vragen vind ik een uitdaging en ik vind dat wij er de laatste tijd te weinig over nagedacht hebben, maar met de nieuwe staatscommissie parlementair stelsel krijgen we een nieuwe kans. Terugkomend op jullie vraag: ik vind het een probleem temeer omdat relatief veel Kamerleden zich afsplitsen, waardoor het politieke bestuur instabieler wordt. Die instabiliteit is voer voor de politieke journalistiek, maar het is slecht voor het land. Besluiten komen moeilijker tot stand: de Tweede Kamer wordt vooral gebruikt als arena, maar het compromis moet er ook tot stand komen. Hoe meer partijen zich in die arena begeven, hoe moeilijker dat compromis is te sluiten.” Desgevraagd vertelt De Graaf dat er een enorme ijdelheid en ego-cultuur heerst binnen huidige politiek. Hij wijst op de velen mediapersoonlijkheden die denken dat ze een eigen partij kunnen beginnen en het vervolgens nog doen ook.

Laten die partijen niet zien dat er een enorme behoefte aan invloed is?

“Ik ben altijd voor referenda geweest. In de eerste plaats moeten dat wel correctieve referenda zijn: een corrigerend instrument uitgelokt door de bevolking. In de tweede plaats moeten het beslissende referenda zijn, maar de balans moet niet doorslaan naar een directe democratie. Met andere woorden: ik ben een groot voorstander van de representatieve democratie die, door een referendum, kan worden gecorrigeerd als het nodig is. De representatieve democratie zorgt voor een balans, de checks en balances, het afwegen van argumenten en het zoeken naar compromissen. Doen we dat niet, dan is het enkel en alleen de meerderheid die beslist met geen respect voor minderheden en niet rekening houdend met respect tussen de machten, zoals je nu in Amerika ziet gebeuren.”

Alexander Pechtold noemde de politiek ‘vuil en vunzig’. Is dat zo en wat zijn belangrijke eigenschappen voor een politicus of bestuurder wil hij slagen?

“Op de korte termijn kan een politicus die opportunistisch is en op effectbejag uit is heel veel bereiken. Op lange termijn overleeft een politicus alleen als hij of zij authentiek is, inhoud heeft, overtuigend en integer is. Pechtold werd jong minister en hij merkte dat er allerlei trucjes werden uitgehaald. Het politieke ambt is een vak en op hem kwam dat vuil en vunzig over, omdat ze hem niet zomaar gelijk gaven. Het was een zekere vorm van ontgroening. Ik begrijp z’n emotie wel want politiek is soms een hard vak en je leert het door het te doen en door niet te snel weer weg te lopen.”

U was lid bij de studentenvereniging Carolus Magnus. Hoe kijkt u terug op uw studententijd?

De Graaf zoekt zichtbaar naar de juiste woorden. “Hoe zal ik het zeggen? De rechtenstudie was, in ieder geval in die tijd, nog vijf jaar en lag mij. Ik hield veel tijd over. Die tijd heb ik besteed door lid te zijn van mijn dispuut waar ik goede vrienden heb gemaakt, die ik nog steeds zie. Op de faculteit was ik actief in de jaarraden die er toen nog waren. Ook was ik actief in de politiek voor D66 en trad ik op als duo-raadslid in Nijmegen. In mijn laatste jaar had ik zelfs zoveel tijd over dat ik nog een artikel voor de Ars Aequi schreef. Je moet toch iets nuttigs met je tijd doen. Het was een fantastische tijd”, aldus De Graaf.

Dit interview wordt gepubliceerd in het verenigingsblad van de Juridische Faculteitsvereniging (JFV) Nijmegen. Dit vereniging viert dit jaar haar 18e lustrum. Welke herinneringen heeft u aan de Juridische Faculteitsvereniging (JFV) Nijmegen?

“Dan moet ik heel diep graven, want het is erg lang geleden. Ik voelde erg veel sympathie voor de JFV Nijmegen, al lag de JFV in die tijd een beetje op zijn gat. Als wetenschappelijk medewerker was ik ook betrokken. Ik vond het belangrijk dat er een eigen faculteitsvereniging was die deels een gezelligheidskarakter had, maar ook voorzag in de juridische ontwikkeling van studenten. De voornaamste herinnering die ik heb is dat ik wel eens op een JFV-gala ben geweest.” De Graaf benadrukt dat hij nog steeds goede banden met de faculteit heeft. Zo heeft hij onder andere in de alumni-board en de Raad van Advies voor de Rechtspraktijk gezeten. Hij heeft zich op de faculteit altijd erg thuis gevoeld.

Welke hoogleraar uit uw studententijd is u het meest bijgebleven?

De Graaf geeft aan dat de Nijmeegse rechtenfaculteit tijdens zijn studententijd twee juridische grootheden kende die ook landelijk bekend waren: prof. mr. W.C.L. van der Grinten en prof. mr. F.J.F.M. Duynstee. “Mijn ouders waren goed bevriend met Van der Grinten. Ik noemde hem dan ook ‘oom Wim’. Op de vraag hoe het was om van ‘oom Wim’ college te krijgen grapt De Graaf: “Zolang het in een grote collegezaal was en ik achterin zat was het prima. De helderheid waarmee Van der Grinten moeilijke onderwerpen kon uitleggen maakte dat ik erg veel van hem heb geleerd. Van der Grinten, decaan van de faculteit, stond iets meer op afstand, terwijl Duynstee aanspreekbaarder was. Dat maakte dat er tijdens de pauzes van zijn colleges altijd hevig door gediscussieerd werd en dat was erg bijzonder.” De Graaf geeft aan dat hij het meest heeft geleerd van wetenschappelijk hoofdmedewerker staatsrecht Harrie Beekman. “Hij is om een hele hoop redenen, onterecht, nooit hoogleraar geworden. Ik heb nog nooit iemand meegemaakt die zo goed, consistent, conceptueel staatsrecht uit kon leggen als hij. Toen ik op mijn 24e zelf werkgroepen ging geven gaf hij mij als tip: ‘jij weet altijd meer dan je studenten en als je het echt niet weet zeg je “goede vraag, kom ik volgende week op terug’.”

Wat zou u de Nijmeegse rechtenstudent graag willen meegeven?

“Een aantal dingen. Studenten vragen wel eens aan mij wat ze moeten doen om in de politiek terecht te komen. Mijn antwoord is dat je niet veel kunt doen. Je moet voor de politiek kiezen uit overtuiging, niet omdat je daar een loopbaan denkt te kunnen hebben. Politiek is voorts een combinatie van talent en toeval. Ik kan geen politicus aanwijzen die niet bij toeval op diens plek terecht is gekomen, maar wel het talent had om er iets van te maken. Dat geldt voor alle huidige lijsttrekkers.

Uiteraard moet de nadruk liggen op de studie. Maar bovenal moet je de tijd goed benutten. Het is de tijd om tot diep in de nacht met je vrienden te spreken, over het leven na te denken, ambities te formuleren en om boeken te lezen waar je later geen tijd voor hebt. Doe dat dan ook, in plaats van te bedenken hoe je een goed cv krijgt opgebouwd. Dat gaat allemaal vanzelf wel. Het studentenleven moet je nu leiden.’’ Lid worden bij een studentenvereniging voor het netwerk is onzinnig volgens De Graaf. “Zo werkt het zeker niet. Je moet de kwaliteit van je eigen persoon meebrengen en dat bepaalt of je slaagt in je banen en, veel belangrijker nog, in je leven. Het gaat om jezelf.”

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×