Interview oud-president Hoge Raad

Geert Corstens is recentelijk afgetreden als president van de Hoge Raad. Hoe word je nou de hoogste rechter in Nederland? Het Bulletineke Justitia mocht hem interviewen om over zijn prachtige carrière, zijn toekomstperspectieven en zijn advies aan de student van nu te praten.

Door: Harm van Schilt & Niek Heessels

U bent onlangs afgetreden als president van de Hoge Raad. Waar gaat u zich nu mee bezighouden? Blijft u actief in de juridische wereld of slaat u een nieuwe weg in?

In de eerste plaats ga ik veel reizen en veel lezen, dit heb ik altijd al veel gedaan. Verder heb ik nog enkele nevenfuncties. Zo ben ik ‘appointing authority’ van het Iran US Claims Tribunal. Dit tribunaal heeft de opdracht gekregen om claims tussen de Verenigde Staten en Iran over en weer af te wikkelen. De appointing authority moet een beslissing nemen in het geval de rechters gewraakt worden. Ook moet hij vervolgens de selectie doen voor nieuwe neutrale rechters. Daarnaast zit ik nog in de raad van toezicht van een culturele stichting, in het bestuur van Stichting Bridge to the future en in enkele andere besturen. Ik was ook nog president van het Netwerk van presidenten van de hoogste gerechten in de Europese Unie. Verder geef ik nog veel voordrachten, dit heb ik als president van de Hoge Raad ook al veel gedaan. Het onderwerp betreft veelal de constitutionele problematiek van de rechtsstaat. De bewerking van mijn handboek Het Nederlands strafprocesrecht, is een paar jaar geleden overgegaan naar prof. mr. Borgers. Sinds mijn presidentschap ben ik mij steeds meer gaan interesseren voor de rechtsstaatkwesties. Hier zal ik mij mee bezig blijven houden. Met wat nevenfuncties vormt dit zo toch een aardig pakket.

Het presidentschap van de Hoge Raad was natuurlijk de grootste stap in uw carrière. Hoe ging dit proces en hoe hebt u dit beleefd?

Tot mijn benoeming was het gebruik dat de oudste vicepresident president zou worden, tenzij hij zelf niet wilde. Mijn voorganger heeft het initiatief genomen om dit anciënniteitssysteem te verlaten en op basis van een selectie over te gaan tot aanbeveling van een nieuwe president. Het is een moderne manier van selectie ten opzichte van het anciënniteitssysteem. Het was een prettig proces. Een interne commissie gaat na wie er belangstelling heeft. De commissie spreekt met alle leden van de Hoge Raad, kijkt wie er belangstelling heeft en hakt vervolgens een knoop door. Vervolgens wordt er een aanbeveling gedaan aan de regering, want je wordt bij Koninklijk Besluit benoemd. De regering is niet gebonden, maar volgt de aanbeveling altijd. Tijdens het proces heb ik gezegd: “Als jullie willen dat er niks verandert dan moeten jullie mij niet nemen.” Dit legitimeerde ook om veranderingen door te voeren.

Wat is de belangrijkste verandering binnen de Hoge Raad die u onder uw bewind heeft doorgevoerd?

Het gaat met name om de openheid van de Hoge Raad, zowel naar de buitenwereld als binnen de rechterlijke macht. Denk aan persbeleid, voorlichtingsbeleid, Twitteren, video-interviews. Het moet naar de buitenwereld duidelijk zijn wat de rol en functie van de Hoge Raad is. Binnen de rechterlijke macht gaat het vooral om de contacten met de gerechtshoven en de rechtbanken. De gerechtshoven zijn natuurlijk de directe toeleveranciers van zaken. Er zijn contactraadsheren aangewezen voor elke sector van elk hof, zodat de communicatie gemakkelijk zijn. Dit is vooral nuttig gebleken wanneer een hof aanloopt tegen bepaalde punten, zoals uitspraken van de Hoge Raad over nieuwe wetgeving. Er is een zekere hiërarchie, maar we willen niet op een autoritaire manier optreden. Het moet gaan op basis van voeding van onderaf.

Een ander belangrijk punt is de invoering van het selectiesysteem van zaken. Dit is 1 juni 2012 in werking getreden. De onbelangrijke zaken kunnen hiermee gemakkelijk worden afgedaan. De concentratie ligt nu meer op belangrijke zaken. Dit heeft met name in de strafsector goed gewerkt.

Daarnaast is er een systeem van prejudiciële vraagstelling gekomen. Dit systeem komt natuurlijk uit Luxemburg, maar dit is nu ook in Nederland ingevoerd. Feitenrechters kunnen de Hoge Raad prejudiciële vragen stellen in het geval van moeilijke juridische vragen. Het moeten vragen zijn die in een flink aantal zaken spelen. Andere rechters horen zo ten eerste wat ons antwoord is, maar in de tweede plaats is het voor de samenleving van belang dat er in een vroeg stadium zekerheid is.

Hoe ziet u de Hoge Raad over twintig jaar?

Het systeem van prejudiciële vraagstelling zal verder ontwikkeld zijn. Het zal mij niet verbazen als het accent gaat verschuiven van de klassieke cassatie naar antwoorden op prejudiciële vragen. Dit systeem werkt nu alleen nog in de civiele sector als een soort pilot. Het zou goed uitgebreid kunnen worden naar de belastingsector en de strafsector. Daarnaast verwacht ik dat het selectiestelsel nog sterker aangeschroefd wordt. We hebben nu te veel zaken en daarmee is de werkdruk te hoog. Zaken die er niet echt toe doen moeten snel van het bord geschoven kunnen worden. Het aantal zaken heeft nog steeds de neiging toe te nemen, met name in de strafsector. Een zwaardere selectie is dus nodig. De prejudiciële vraagstelling en het selectiesysteem zullen de efficiënte van de Hoge Raad ten goede komen.

Uw opvolger Maarten Feteris stelt dat de Hoge Raad minder “plechtig” mag zijn, bijvoorbeeld wat betreft taalgebruik, wat vindt u hiervan?

Ik denk dat onze motiveringen nog iets eenvoudiger zouden kunnen. Vooral uitleg geven aan een bepaalde keuze is van groots belang. Plechtigheid is daarbij niet nodig, maar er zit toch altijd een zekere afstand in het optreden van rechters. We moeten immers in onpartijdigheid beslissen. Dat vereist afstand, maar dit behoeft geen plechtigheid te betekenen. Een woord dat ik hier mooi bij vind passen is ‘sereniteit’. Iedereen moet de indruk hebben: de Hoge Raad wijst arresten op een weloverwogen, bezonnen manier. Dit betekent echter niet dat je in huis-tuin-en-keukentaal moet vervallen.

U zegt in uw afscheidsrede: “samen dragen we de rechtsstaat”. U heeft onlangs een boek geschreven over de rechtsstaat onder de titel “De rechtsstaat moet je leren”. Vindt u dat in Nederland de rechtsstaat goed wordt gedragen of laat dit nog veel te wensen over?

Het is voor mensen niet meer altijd vanzelfsprekend wat een ‘rechtsstaat’ is. Wat is nou de functie van het recht in de samenleving? Daarom is het belangrijk om in eenvoudige bewoordingen, met veel voorbeelden dat uiteen te zetten. Dat is de gedachte van het boekje. Het is afgestemd op ontwikkelde leken. Of de rechtsstaat zal verbeteren is natuurlijk de vraag. Ook aan jullie de taak als toekomstig juristen om hierop toe te zien.

Er heerst momenteel maatschappelijke onrust ten opzichte van de rechtsprekende macht. In een zaak nog niet zo lang geleden, gooide een man een stoel naar de rechter. Denkt u dat er voldoende vertrouwen is in de rechter?

Ik ben redelijk optimistisch. Naar mijn mening is er voldoende vertrouwen. Elk jaar zie je publicaties van onder andere het Sociaal Cultureel Planbureau die het vertrouwen meten. Als rechterlijke macht komen we er altijd goed uit ten opzichte van andere instituties binnen Nederland. Internationaal gezien doen we het ook erg goed.

De zaak waarin de man een stoel naar de rechter gooide is een verhaal apart. Achteraf hebben de rechters zich vast gerealiseerd dat ze de beslissing iets helderder en met meer empathie hadden moeten toelichten. Er had een betere uitleg moeten komen hoe de man uit de bocht was gevlogen, of hij te hard gereden had of niet. Media lichten sommige zaken behoorlijk uit. Dit doet soms af aan het vertrouwen in de rechter. Gelukkig, anders dan vroeger, is er meteen daarna een rechter op tv verschenen. Mensen uiten zich tegenwoordig gemakkelijker, emoties krijgen gemakkelijker de ruimte. Vroeger deed een rechter een uitspraak en daarmee was het klaar, dat is tegenwoordig heel anders.

Voor een rechter zijn morele dilemma’s niet onbekend. Hoe vindt u dat rechters hier mee om moeten gaan? Heeft u hier zelf vaak mee te maken gehad als hoogste rechter?

Zeker in het strafrecht en het personen- en familierecht spelen er morele dilemma’s. Naar mijn gevoel is het zaak voor een rechter om zaken fris te benaderen. Je moet proberen te voorkomen dat je je persoonlijke overtuigingen vertaalt in rechterlijke oordelen. Natuurlijk heb je persoonlijke overtuigingen, maar je moet toch proberen daar wat afstand van te nemen. Voorbeeld is de euthanasierechtspraak. Hier kun je persoonlijke overtuigingen bij hebben. Maar dan moet je toch gaan kijken wat de traditie is van je land, hoe wordt er in de samenleving over gedacht, of je ruimte wil geven gelet op de samenleving. Dat soort overwegingen spelen een rol. Het laatste wat je moet proberen, is je persoonlijke overtuigingen een rol te laten spelen. Soms is dit heel moeilijk. We zullen ook dilemma’s gaan zien als het gaat om euthanasie bij dementie. De wetgever had eigenlijk een regeling moeten treffen, maar dit heeft hij niet gedaan. Vervolgens komt het toch op het bord van de rechter. De rechter moet dan goed kunnen abstraheren van zijn persoonlijke overtuigingen.

De rechtspraak ondergaat de laatste jaren een proces van modernisering, waaronder ook de digitalisering. Hoe denkt u hierover?

De Hoge Raad is al een jaar of tien sterk gedigitaliseerd. Er zijn elektronische dossiers, want alle stukken worden gescand. Er wordt nog wel met papieren dossiers gewerkt, maar alles is ook digitaal beschikbaar. Het moet snel zichtbaar kunnen zijn wat bijvoorbeeld een hof heeft beslist in een zaak.

Volgende stap is dat er ook elektronisch geprocedeerd mag worden. Dit gaat gebeuren en dat is volkomen terecht. Bij de Hoge Raad is het geen groot probleem, want de digitalisering is al ver gevorderd. De techniek daar maak je gebruik van. Stukken zouden digitaal kunnen, maar ook het wijzen van een vonnis of arrest zou in deze vorm kunnen geschieden. De rechter moet wel zorgen dat hij bereikbaar blijft. Als er wordt gevraagd een standpunt naar voren te mogen brengen ten overstaan van de rechter, dan moet hij daartoe wel de gelegenheid geven. De rechter is er om te luisteren. Er zit dus een zekere grens aan de digitalisering.

Wat vindt u van juryrechtspraak? Zou u dit graag in Nederland zien?

Paar jaar geleden is daar een hele discussie over geweest. Er is onderzoek naar gedaan en daar kwam het volgende uit: het is tijdrovend en het is duur. Daarnaast draagt het niet per definitie bij aan de vergroting van het vertrouwen van de burger in de rechtspraak. Dat kun je goed illustreren aan de hand van het buitenland. België, Frankrijk en Duitsland hebben bijvoorbeeld vormen van juryrechtspraak en lekenrechtspraak. Uit onderzoek bleek dat er in die landen niet significant meer vertrouwen is in de rechtspraak. Gezien de punten van tijd, kosten en de mate van vertrouwen moet je je afvragen of het zinnig is om het in te voeren. Qua straffen bleek uit een ander onderzoek dat er geen verschil was tussen de uitkomst van de lekenrechters en de uitkomst van de beroepsrechters. Er was wel een significant verschil wat betreft de veiligheid van de oordelen. De lekenrechters kwamen vaker tot een bewezenverklaring. Beroepsrechters kwamen eerder tot een vrijspraak.

Ik ben niet principieel tegen juryrechtspraak, maar om de praktische redenen heeft het mijns inziens geen meerwaarde.

“Ik studeerde vaak in periodes: een paar weken lang intensief en dan weer even niet.”

Hoe was u in uw studententijd? Was u eerder te vinden tussen de boeken of in de kroeg? En wat was uw carrièreperspectief destijds?

Eerlijk gezegd heb ik nogal veel tijd doorgebracht op de sociëteit van mijn vereniging. Ik zat bij een dispuut en bij de JFV. Het ging om veel nevenactiviteiten, eufemistisch gezegd. Ik studeerde vaak in periodes: een paar weken lang intensief en dan weer even niet. Ik wist tijdens mijn studie nog niet zo goed wat ik wilde gaan doen. Voor mijn studie stond ik voor de keuze: ga ik rechten doen of niet? Aan het einde van mijn studie ging  het Europees recht  me trekken. Ik ben na mijn studie eerst stage gaan lopen bij de Europese Commissie. Ik vond dat het erg veel ging over ambtenarij en heel weinig over Europese integratie. Het Europees recht was niet mijn toekomst. Ik had aan het eind van mijn studie ook strafrecht gedaan. Ik ben afgestudeerd  bij prof. mr. Van Agt en prof. mr. Maeijer. Het strafrecht vond ik erg aardig. Het ius ad personam (recht m.b.t.  personen) trok mij meer dan het ius ad rem (recht m.b.t. zaken). In Amsterdam heb ik een proefschrift geschreven bij prof. mr. Enschedé  en daarna ben ik de Raio-opleiding gaan doen. Ik vond strafrecht het meest interessant en om die reden ben ik een tijd officier van justitie geweest. Kortom, pas na mijn studie kwam ik erachter wat ik wilde gaan doen.

Wat is uw advies aan de rechtenstudenten van deze tijd die aan het begin van hun loopbaan staan?

Concentreer je vooral op de hoofdvakken. Leer de grote lijnen van het privaatrecht en het publiekrecht kennen. Dat moet je goed beheersen. Wat betreft specialisme: vandaag is het het een, morgen het ander. Je moet als student in die korte periode vooral tijd besteden aan de hoofdlijnen. Als je nog tijd over hebt, verdiep je dan bijvoorbeeld nog meer in rechtsgeschiedenis en rechtsfilosofie, dat zijn belangrijke vakken.

In de tweede plaats zou ik menen dat jullie een fantastische mogelijkheid hebben om naar het buitenland te gaan. Verbreed je blik, ga een keer naar een andere faculteit in het buitenland, grijp die kans. Brede scholing en internationale scholing acht ik van wezenlijk belang.

 

 

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×