Interview met Mink Oude Breuil

Door: ,

Hoe is het om als niet-afgestudeerde rechtenstudent de Tweede Kamer te adviseren over de juridische aspecten van de stikstofproblematiek? Daar geeft Radboudalumnus Mink Oude Breuil antwoord op in dit interview. Ook gaat hij in op zijn opgedane praktijkervaring tijdens zijn rechtenstudie en hoe dit hem gevormd heeft als jurist.

Zou je om te beginnen iets over jezelf en je studententijd kunnen vertellen?

Uiteraard! Ik ben Mink Oude Breuil, 24 jaar en woon samen met mijn vriendin en twee katten in Nijmegen. Momenteel werk ik voor Poelmann van de Broek als juridisch medewerker bij de sectie Omgeving en Overheid. Ik ben in 2014 begonnen met Rechtsgeleerdheid in Nijmegen. Afgelopen november heb ik mijn master Staats- en bestuursrecht afgerond in de richting omgevingsrecht waarna ik dus voor mijn huidige werkgever ben gaan werken. Aan het eind van mijn bachelor heb ik voor het eerst juridische praktijkervaring opgedaan tijdens een stage bij Damsté Advocaten. Daarnaast heb ik andere activiteiten gedaan, zo was ik teamleider bij een supermarkt en heb ik op een blauwe maandag filosofievakken gevolgd. Ook was ik lid van de JFV.

Hoe ben je bij die stage terechtgekomen?

Dat gebeurde best wel onverwachts. Ik liep vertraging op door persoonlijke omstandigheden en een gescheurde kruisband, waardoor ik het laatste half jaar van de bachelor geen onderwijs kon volgen. Daardoor had ik het eerste half jaar van mijn vierde bachelorjaar niks te doen omdat ik niet aan de master mocht beginnen. Toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en een mail gestuurd naar een bestuursrechtdocent met de vraag of hij iets nuttigs voor me wist. Zo ben ik bij Damsté terecht gekomen en heb ik daar een stage gelopen. Dat ging heel goed. Ze hadden daar al snel door dat ik hield van ingewikkelde puzzels met kaartjes en regels dus werd ik al heel snel betrokken bij uitzoekklussen in omvangrijke dossiers. Bij de Sinterklaasviering op kantoor kreeg ik per gedicht mijn eerste jaarcontract als juridisch medewerker aangeboden. Vervolgens heb ik een jaar meegedraaid op de sectie Vastgoed & Overheid. Daar is eigenlijk mijn passie voor omgevingsrecht ontstaan en raakte ik ook betrokken bij de stikstofproblematiek. 

Je hebt tijdens je studie een eigen omgevingsrechtelijk adviesbureau gehad waarmee je advies gaf over stikstofgerelateerde zaken. Waarom heb je dat gedaan en wat is je motivatie geweest om je juist in stikstof te specialiseren?

Nou, om heel eerlijk te zijn zit daar eigenlijk helemaal geen vooropgezet plan achter. Vlak na de stikstofuitspraak van de Raad van State in mei 2019 vond er een seminar over de stikstofproblematiek plaats, waar een studiegenoot me op attendeerde. Ik had voor een vak al een essay geschreven over de stikstofproblematiek en het leek me interessant om er meer over te weten. Op het seminar kwam ik Johan Vollenbroek tegen, de voorzitter van MOB (Mobilisation for the Environment) die meegewerkt heeft met het aanvechten van de aanpak tegen stikstof door de Nederlandse overheid. Ik raakte met hem aan de praat en hij nodigde me uit om een keer koffie te doen omdat hij vond dat ik een originele zienswijze had op de problematiek. Eenmaal aan de koffie begonnen we te sparren over een paar zaken die hij had lopen, en voor ik het wist was ik thuis adviezen aan het schrijven. Na het eerste advies kreeg ik een mailtje terug met de vraag waar de bijbehorende factuur was. Zo is eigenlijk mijn adviesbureau begonnen. De zaken die MOB had lopen waren vakinhoudelijk erg uitdagend en mediageniek. Ik vond het heel gaaf dat ik de kans kreeg om aan die zaken een bijdrage te mogen leveren. Een mooi voorbeeld van zo’n zaak is Schiphol. Heel veel mensen zijn boos dat Schiphol maar zo mag groeien en dat er geen strobreed in de weg gelegd wordt. Vollenbroek kreeg veel verzoeken van omwonenden om daar eens naar te kijken. Daaruit is het idee ontstaan om een WOB-verzoek te doen samen met EenVandaag. Uiteindelijk bleek dat Schiphol helemaal geen natuurvergunning had voor haar stikstofveroorzakende activiteiten! Samen met mijn cliënt heb ik vervolgens een handhavingsverzoek ingediend. Toen ging alles ineens heel snel. Voor ik het wist stond ook Nieuwsuur op de stoep voor een interview over de pogingen van mijn cliënt om een kolencentrale te laten sluiten en kwam ik op televisie. Dat was erg tof en heel erg leuk om te doen.

Ook heb je de Tweede Kamer geadviseerd over de stikstofproblematiek. Hoe is dat tot stand gekomen?

Door mijn werk voor Vollenbroek kreeg ik ook andere cliënten. Op een gegeven moment werden een studiegenoot (die ook een eigen onderneming was gestart) en ik gebeld door iemand van de Tweede Kamercommissie voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Ze dachten geloof ik dat we juristen waren die jarenlange ervaring hadden met dit onderwerp, haha! Zonder precies te weten wat er van ons gevraagd werd hebben we ja gezegd tegen het verzoek om een position paper te schrijven over de juridische aspecten van de stikstofproblematiek en dat toe te lichten in de commissie. Op de dag van de zitting van de Kamercommissie werd er een artikel gepubliceerd in de Trouw genaamd ‘Juristen kraken kabinetsaanpak stikstofproblematiek’ met een verwijzing naar die papers, waar onze namen dus in stonden. Eenmaal bij het Tweede Kamergebouw aangekomen zaten we daar ineens samen met hoogleraren en ervaren advocaten terwijl we bevraagd werden door Tweede Kamerleden. Gelukkig wisten de Tweede Kamerleden toen nog niet zoveel over de stikstofproblematiek. We werden wel een beetje gek aangekeken omdat we zo jong waren, maar wij en de antwoorden die we gaven werden erg serieus genomen. Soms is gewoon doen alsof iets de bedoeling is voldoende om anderen ervan te overtuigen dat iets de bedoeling is, denk ik. Daarna zijn we nog naar het Malieveld gegaan om te kijken naar de boerenprotesten die op diezelfde dag plaatsvonden. Dat was ook erg indrukwekkend en misschien ook wel een beetje angstaanjagend. Maar lang niet zo eng als daar in de Tweede Kamer. 

Houd je je nog steeds bezig met stikstofvraagstukken?

Ja, ik ben er nog steeds actief in! Er is wel sprake van een overgang. Als adviseur voor milieuorganisaties keek ik voornamelijk naar de mogelijkheden om kolencentrales te kunnen laten sluiten of het eisen van minder vluchten. Er lag een sterke focus om zaken tegen te houden of te laten stoppen. Bij het kantoor waar ik nu werk, ben ik meer bezig met het juist wel mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen. Zo adviseer ik nu bijvoorbeeld ook over hoe projectontwikkelaars het beste om kunnen gaan met de stikstofregels zodat onze generatie straks ook nog ergens kan wonen. 

Zou je het aanraden om als student een eigen onderneming te beginnen?

Nou, eigenlijk niet. Uiteraard kan ik moeilijk een uitspraak doen voor iedere student want het hangt van veel verschillende factoren af. Ik denk dat het als student erg belangrijk is om van anderen te leren. Daarnaast heb ik voor mezelf vaak tijdens dit proces afgevraagd of ik wel echt wist waar ik mee bezig was en of ik de materie wel goed genoeg begreep zodat ik met genoeg zelfvertrouwen kon schrijven wat ik schreef. Op het moment dat je niet meer zeker bent van wat je opschrijft, kun je het beter niet doen. Ook moet je veel kennis opdoen buiten je studie om verdiept te raken in de stof. Echt voor jezelf beginnen kun je mijns inziens pas beter doen als je al praktijkervaring hebt of als er iemand met ervaring meekijkt. Het afbreukrisico is immers erg groot, daar moet je echt voor uitkijken.

Denk je dat je door de activiteiten die je hebt gedaan een beter jurist bent?

Ik heb heel veel geleerd van mijn ervaringen bij Damsté. Daardoor ben ik wel echt een beter jurist geworden. Ik raad iedereen aan om binnen zo’n team ervaring op te doen, en de droge stof die je in de collegebanken leert te verlevendigen in de praktijk. Bij wijze van spreken moet je het stof van je boeken afblazen en ze onder je arm meenemen en er iets mee gaan doen, anders blijft het maar theorie. De theorie en praktijk zijn binnen het werkveld toch best wel verschillend. Het is uiteraard heel goed om te weten hoe dingen bedoeld zijn en waarom ze geregeld zijn zoals ze geregeld zijn, maar in de praktijk is dit helemaal niet zo goed dichtgetimmerd en is er veel meer speelruimte. Als je geen praktijkervaring opdoet en alleen een rechtenstudie afrondt, kun je een vertekend beeld van het werkveld krijgen. Ik denk dat de combinatie van beiden erg belangrijk is. Met welke activiteit je dat doet is niet eens zo heel relevant. Het is wel belangrijk dat je het echt leuk vindt om te doen. Daarnaast denk ik dat het van belang is dat je nieuwsgierig bent aangelegd. 

Op basis van wat zouden studenten volgens jou de keuze moeten maken voor extracurriculaire activiteiten?

Allereerst kun je bij jezelf nagaan waar je oprechte interesse in hebt. Wat zijn de onderwerpen die je interessant vindt en waar je meer gevoel voor hebt? Een goede indicatie is denk ik welke cursussen en colleges je goed af gingen en je heel interessant vond. Ik merkte aan mezelf dat ik bij bepaalde colleges alleen oor had voor de docent, terwijl bij andere de zaken op mijn laptop toch iets meer aandacht kregen. Vervolgens zou ik gewoon dingen gaan proberen die aansluiten bij die oprechte interesse en open staan voor nieuwe dingen zonder te weten wat er uitrolt. Het is moeilijk te overzien wat een ‘goede keuze’ is. Volgens mij leer je alleen wat je wil door ook dingen te proberen waarvan je niet weet of je ze wil. Toen ik naar dat seminar over stikstof ging, had ik nooit gedacht dat dit als gevolg zou hebben dat ik een half jaar later in de Tweede Kamer stond. Daar zat geen plan achter, het was best wel random. Daarom denk ik niet dat er zoiets bestaat als een geijkt pad. 

Als je wel een geijkt pad loopt, dan loop je het risico om een soort afgestompt manegepaard te worden. Een manier om je echt te ontwikkelen en nieuwe dingen over jezelf te leren is door van de geijkte paden af te stappen en met een open blik om je heen te kijken terwijl je dicht bij jezelf blijft. Dan is er vaak meer mogelijk dan je denkt. Toen ik MOB begon te adviseren besloot ik dat ik alleen wilde meewerken aan procedures tegen partijen die genoeg geld hadden om zelf een advocaat te betalen. Het voelde voor mij niet goed om kleine partijen op hoge kosten te jagen met mijn schrijfsels. Ik dacht dat mijn cliënt dat een probleem zou vinden, maar dat bleek niet het geval te zijn. Tegelijkertijd was ik bang dat mijn advisering aan milieuorganisaties nadelig zou uitpakken voor mijn carrièreperspectief bij advocatenkantoren. Maar ook dat bleek geen probleem te zijn. Hoewel het advocatenkantoor waar ik nu werk een wereld van verschil is vergeleken met milieuorganisaties, hebben mijn eerdere werkzaamheden eigenlijk alleen maar positief uitgepakt omdat ze mijn passie voor het vak laten zien. Ik zou dan ook willen meegeven dat je niet te bang moet zijn om iets geks op je cv te hebben. Bij een afwijkend cv waar iets bijzonders op staat heb je tenminste een uniek verhaal te vertellen over jezelf. Ook laat zo’n cv je persoonlijke ontwikkeling zien. Om een goed jurist te zijn moet je teleurstellingen hebben meegemaakt en tegen problemen aangelopen zijn omdat dat je sterker maakt dan altijd maar de veilige optie kiezen.

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×