Interview met Gabrielle Hoppenbrouwers, Officier van Justitie bij het Parket Midden Nederland

Door: ,

Gabrielle Hoppenbrouwers is werkzaam bij het Openbaar Ministerie als Officier van Justitie. Naast haar werkzaamheden als Officier houdt zij een blog bij. Het is zeker de moeite waard om hier eens een kijkje te nemen om haar werk als Officier van Justitie beter te leren kennen (www.gabhop.nl).

Uw loopbaan tot nu toe heeft niet alleen bij het Openbaar Ministerie plaatsgevonden. Ook de liefde voor de journalistieke wereld heeft uw carrière mede vormgegeven. Kunt u daar iets meer over vertellen?

Ja, dat klopt. In 1989 ben ik begonnen aan de School voor Journalistiek. Nadat ik mijn propedeuse had behaald heb ik de opleiding Communicatie aan de HEAO in zijn geheel doorlopen. Vervolgens ben ik rechten gaan studeren aan de Universiteit van Utrecht. Ik heb destijds een stage gelopen bij een advocatenkantoor op de sectie strafrecht en daardoor wist ik al snel dat ik geen strafrechtadvocaat wilde worden. Na de studie ben ik direct naar de Raio (Rechterlijk ambtenaar in opleiding) gegaan waarbij ik onder meer de parketopleiding heb gevolgd. Toentertijd was het verplicht om ook buiten het Openbaar Ministerie werkzaam te zijn zodat je met een kritische blik naar je eigen organisatie kon kijken, zo was de gedachte. Ik heb er toen voor gekozen om een gedeelte bij de districtsrecherche van de politie te werken en bij het NOS Journaal. Nadat ik de Raio had afgerond kon mijn carrière als Officier van Justitie beginnen. Na een paar maanden heb ik echter ontslag genomen bij het Openbaar Ministerie omdat de tv-journalistiek mij van kinds af aan al interesseerde. Daarnaast had ik natuurlijk ook al ervaring bij de NOS waardoor de keuze al snel was gemaakt. Ik ben toen als redacteur/verslaggever ‘dagelijks nieuws’ aan de slag gegaan bij TV Gelderland. Vervolgens ben ik redacteur geweest bij EenVandaag en in 2009 weer teruggekomen bij het Openbaar Ministerie.

U heeft een lange tijd in de journalistiek gewerkt, maar wat is de reden dat u weer bent teruggekeerd naar het Openbaar Ministerie?

Door verschillende omstandigheden wilde ik naar verloop van tijd wat meer zekerheid in het leven. Tot nu toe ben ik heel blij met de terugkeer naar het Openbaar Ministerie. Door de ervaringen die ik zowel op werkgebied als privé (onder andere het krijgen van een kind en een scheiding) heb opgedaan, heb ik het idee dat ik daarmee bagage bij me heb waardoor ik veel betere beslissingen kan nemen in de zaken die ik voor mijn neus krijg.

U geeft aan dat uw ervaringen op privégebied u hebben gemaakt tot de Officier van Justitie welke u nu bent. Welke competenties acht u verder nog van belang?

Ik denk dat je weloverwogen en bedachtzaam moet zijn. Daarnaast moet je geïnteresseerd zijn in wat zich in de maatschappij afspeelt. Natuurlijk is interesse in het strafrecht onontbeerlijk. Daarnaast vind ik levenswijsheid een must om het werk als Officier van Justitie goed uit te kunnen oefenen. Het is naar mijn mening echt een ervaringsvak.

Hoe wordt er gewerkt aan een zaak? Stuurt u bijvoorbeeld een team aan?

Wij werken in teams. Ik zit in het High Impact Crime Team. Daarnaast heb je ook een Ondermijningsteam welke vooral zware criminaliteit bestrijdt. Je bent eigenlijk een soort ZZP’er in je eigen organisatie omdat je een eigen ‘toko’ hebt waar je je eigen onderzoek kunt leiden. Dit doe je wel samen met de secretaris. Persoonlijk vind ik het heel fijn dat we onderling overleg hebben over bijvoorbeeld de strafmaat en dat ik altijd bij iemand binnen kan lopen als ik vastloop in een bepaalde zaak. Daarnaast heb je als Officier van Justitie gezag over het onderzoek van de politie. In die zin stuur je wel een onderzoeksteam aan. De feitelijke onderzoekshandelingen van de politie an sich doet de politie zelf want zij zijn daarin gespecialiseerd en niet ik. Ik ben echter wel verantwoordelijk voor het juridisch geweten in een onderzoek. Soms moet ik bijvoorbeeld naar de rechter-commissaris voor toestemming voor bepaalde (onderzoeks)handelingen welke de politie dan vervolgens kan en juridisch gezien mag uitvoeren.

Hoeveel zittingen heeft u in de week en hoeveel voorbereiding heeft u daarvoor nodig?

Ik heb ongeveer één a twee dagen in de week zitting en de voorbereiding daarvan is over het algemeen te overzien. Bij het parket midden-Nederland worden we ook van begin tot het eind van de zaak betrokken als Officier van Justitie. Dit betekent dat je de zaak dermate goed kent waardoor dit op het moment van de zitting minder voorbereiding vergt. Toch heb ik gemiddeld nog wel een halve dag nodig om een zitting voor te bereiden, maar dit hangt ook weer van de zaak af. Daarnaast komt het ook wel eens voor dat ik wegens omstandigheden de zitting van een andere Officier van Justitie moet overdragen. De voorbereiding zal dan logischerwijs langer duren omdat ik dan niet of minder bij de zaak betrokken ben geweest.

Dat strafrechtadvocaten goed moeten kunnen pleiten is wel bekend. Hoe is dat voor een Officier van Justitie?

Dit is hetzelfde. Je moet een requisitoir houden waarmee je de rechtbank zal moeten overtuigen. Je moet dus absoluut een goed verhaal kunnen houden. Ik doe een requisitoir vaak vanuit de losse pols en heb dan niks op papier staan. Dit heeft uiteraard ook met de hoeveelheid ervaring van de Officier van Justitie te maken.

Met welk doel moet een verdachte volgens u worden vervolgd en wat is uw rol daarin?

Dat ligt een beetje aan wat voor verdachte het is, maar in principe gaat het om preventie en repressie. Je wil enerzijds de maatschappij beveiligen tegen veelplegers en anderzijds geef je met het straffen van daders een signaal af waardoor mensen weten dat je voor bepaalde handelingen een straf kunt krijgen. Bij kinderen vind ik het daarentegen erg belangrijk dat er ook een hulpverlenende aspect vastzit aan de vervolging. Je bent dan niet zozeer aan het afstraffen maar je komt meer toe aan het sociaal maatschappelijk traject. Het is belangrijk om met jongeren in gesprek te gaan. Ik probeer te doorgronden wat er leeft bij een kind door bijvoorbeeld op zitting te vragen wat hij of zij leuk vindt om te doen of wat zijn of haar passie is. De reden dat ik dit vraag is, dat ik merk dat het kind dan meer zichzelf durft te zijn en laat zien wat hij of zij wil met het leven. Ik probeer het kind duidelijk te maken dat als jij je dromen waar wilt maken dat het op een andere manier moet. In mijn strafeis houd ik ook rekening met de omstandigheden van het kind. Ik kijk bijvoorbeeld wat qua hulpverlening een goed programma zou zijn. Hierbij kun je denken aan hulp om een drank of drugsprobleem te verhelpen.

Bent u er altijd volledig van overtuigd dat u de juiste verdachte voor u heeft?

Ik ga met een zaak naar zitting omdat ik vind dat er een strafbaar feit is gepleegd en de verdachte daarvoor een straf moet hebben. Het kan ook voorkomen dat een kwestie zo gecompliceerd ligt dat de rechter moet beoordelen of er een gepleegd strafbaar feit is en welke straf er dus moet volgen. Het komt wel eens voor dat ik om een vrijspraak vraag omdat bijvoorbeeld op zitting blijkt dat ik, ondanks voldoende wettig bewijs, niet de overtuiging heb dat een verdachte het feit heeft gepleegd.

In de maatschappij heerst nog wel eens de gedachte dat een Officier van Justitie qua strafmaat ‘’hoog in de boom gaat zitten’’ om daarmee de straf omhoog te stuwen en eventuele strafkortingen recht te trekken. Zit daar een kern van waarheid in?

Nee, dat is absoluut niet het geval. Wij hebben gewoon richtlijnen en strafmaatoverleg en gaan zeker niet incalculeren wat de rechter mogelijkerwijs zal oordelen. Dit zou ook oneigenlijk zijn. Als Officier van Justitie houd ik geen rekening met mogelijke strafkortingen. Ik eis wat ik vind dat iemand behoort te krijgen en daar sta ik volledig achter. De rechtbanken hebben ook weer richtlijnen aangaande welke straffen zij voor bepaalde delicten opleggen. Daar kijk ik nog wel eens naar. Het komt ook voor dat ik een andere eis heb dan de richtlijn, maar dit heeft dan vaak zijn redenen. Bovendien komt het voor dat wij als Openbaar Ministerie vinden dat er voor bepaalde delicten een zwaardere of juist lichtere straf zou moeten zijn, in tegenstelling tot de richtlijnen van de rechtbanken. Hier zitten uiteraard wel grenzen aan. Je kunt geen zestien maanden eisen waar normaal gesproken zes maanden voor staat. Je hebt in zekere mate te maken met een bandbreedte.

Ongetwijfeld zullen zware zaken soms een heftige impact op uw werk als officier van justitie hebben. Hoe gaat u om met dergelijke emoties?

Natuurlijk komt het voor dat ik een brok in mijn keel heb op zitting. Echter moet ik de zakelijke kant van mijn functie als openbaar aanklager in acht nemen. Ik ben me er direct van bewust dat ik in toga zit en dan herpak ik mezelf. Een zichtbaar geëmotioneerde Officier van Justitie komt wellicht niet al te professioneel over, maar het tonen van enige emotie vind ik ook niet verkeerd. Wij zijn ook mensen van vlees en bloed en kunnen dus ook worden geraakt door wat er in de rechtszaal gebeurt. Gefrustreerd van een zaak ben ik overigens niet. Je kunt zakelijk boos zijn en echt boos. Heel
af en toe word ik wel echt boos en dan komt mijn requisitoir er wat feller uit en ben ik wat scherper met het stellen van vragen aan de verdachte.

Zitten er ook nadelen aan het werk van officier van justitie?

Het is belangrijk je te realiseren dat er ook zaken zijn die veel van je vrije tijd vergen. Het is dan ook belangrijk om voor jezelf grenzen aan te kunnen geven. Ik denk dat dit ook van belang is voor de kwaliteit van beslissingen die je neemt. Je moet namelijk niet te veel hooi op je vork nemen, want het gaat immers wel om belangrijke beslissingen die je volledige aandacht vragen. Wat heel soms voorkomt is dat er stoelen door de rechtszaal worden gegooid. De parketpolitie waarborgt echter je volledige veiligheid. Ik voel me dan ook nooit echt angstig op een zitting.

Het Openbaar Ministerie heeft een aanzienlijke werkdruk. Hoe ervaart u dat?

Als je onderzoeken hebt lopen dan ben je daar in de avond of in het weekend soms wel druk mee. Daarnaast heb je ongeveer vier tot zes keer per jaar piketdiensten. Dit zijn diensten waarin je buiten kantoordiensten één week of weekend, dag en nacht beschikbaar moet zijn. Het komt geregeld voor dat je drie nachten amper slaapt. En naast die piketdiensten moet je overdag je gewone werkzaamheden verrichten. De klassieke ‘’9 tot 5 baan’’ is er voor een Officier van justitie dan ook niet bij.

U schrijft regelmatig blogs over uw werkzaamheden als Officier van Justitie. Dit vloeit voort uit uw liefde voor de journalistiek. Wat wilt u bereiken met deze blogs?

Er is wel eens kritiek op het Openbaar Ministerie. Ik denk dat je meer begrip krijgt als je laat zien dat je van ‘vlees en bloed’ bent. Wij zijn geen robots in een toga die puur en alleen naar de wettekst kijken en heel strikt de regels naleven. Er is wetgeving en jurisprudentie maar er is ook ruimte voor een menselijke kant van dit werk. Dit is ook wat ik bedoel met die bagage waar ik het eerder over had. Als je een zaak wil beoordelen dan neem je daar je ervaringen in mee. Ik vind het belangrijk om de mens achter de Officier van Justitie te laten zien.

Wat zou u willen meegeven aan de studenten in het algemeen en de mogelijke toekomstige Officieren van Justitie?

Ik vind het belangrijk dat studenten leren zelfstandig te worden door bijvoorbeeld op kamers te gaan. Daarnaast valt het mij op dat studenten tegenwoordig veel aan ‘cv-building’ doen. Ik vraag wel eens aan studenten waarom zij een bepaalde nevenactiviteit doen en dan krijg ik als antwoord: ‘’Dat is goed voor mijn cv’’. Ik vind dat geen goede ontwikkeling. Natuurlijk is een degelijke cv belangrijk, maar vergeet niet dat je tot je 67e moet werken. Het is nu de tijd om juist ook dingen te doen die niet relevant zijn voor je studie en je latere carrière. Voor de toekomstige officieren heb ik als tip dat het erg zinvol is om ook ergens anders in de keuken te kijken dan alleen bij het Openbaar Ministerie. Wat ik namelijk nogal eens zie bij pas afgestudeerden is dat zij beginnen als parketsecretaris en daar maar vast willen zitten omdat ze hopen dat ze door kunnen groeien naar de functie van Officier van Justitie. Stage lopen bij een andere organisaties, zoals de advocatuur, het bedrijfsleven of de journalistiek zorgt ervoor dat je kritisch naar andere organisaties kijkt en vooral ook kritisch naar het Openbaar Ministerie. Daarnaast bouw je daarmee maatschappelijke levenservaring op wat ik cruciaal vind voor een Officier van Justitie. Als pas afgestudeerden zich na de studie alleen blindstaren op het Openbaar Ministerie, dan is dit denk ik geen goede manier om jezelf volledig en zo breed als mogelijk te ontwikkelen.

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×