Interview met de voorzitter van CNV; Maurice Limmen

“Kunnen we voordat we beginnen even vijf minuten wat chit-chat doen? Hoewel we weinig tijd hebben, vind ik het eigenlijk wel leuk om te weten wie jullie zijn.” aldus de voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond, ’s lands op één na grootste vakcentrale ons aan het begin van ons interview. “Laten we ook vooral ‘je’ en ‘jij’ tegen elkaar zeggen.” Maurice vertelt over zichzelf. Hij woont in Amsterdam, waar hij twintig jaar eerder afstudeerde in de Rechtsgeleerdheid. Hij is een liefhebber van voetbal en smartlappen en is sinds 1 januari 2014 de voorzitter van het CNV.

Door: Niels Honkoop en Sanne Strijbos

Steeds minder mensen worden lid van een vakvereniging. Waarom is een organisatie als het CNV toch een aangewezen organisatie om zo’n grote groep te vertegenwoordigen?

Dat is een belangrijke vraag die je jezelf als vakbond moet stellen. Wij proberen in ieder geval vanuit het CNV heel nadrukkelijk bij alles wat wij doen na te denken over het bredere belang van de mensen op de arbeidsmarkt. Wij zijn een organisatie die typisch valt te karakteriseren als een middenklasse-organisatie, zodoende kijken wij met name naar wat voor effect maatregelen hebben op middeninkomens. Uiteraard letten wij ook goed op hetgeen onze leden direct raakt. De manier om daarbij het brede belang het best in het oog te houden is door goed onderzoek te verrichten: zo houden we veel enquêtes en polls. De resultaten van deze polls hebben soms wat weg van Russische verkiezingsuitslagen: iedereen vindt het blijkbaar erg goed wat we doen. Wij spelen echter niet vals, maar merken dat ons werk breed in de samenleving wordt gewaardeerd. Dat is voor ons heel belangrijk. Deze werkwijze hanteren wij zowel op macroniveau als op kleinere schaal, zoals bij cao-onderhandelingen. Wat opvalt is dat er eigenlijk weinig verschil is tussen wat de vakbondsachterban wil en wat de middenklasse over het algemeen wil. Om wat dieper op je vraag in te gaan: Stel de vakbond heeft maar één lid; hij betaalt de contributie en de rest van de middenklasse teert daarop mee. In die situatie mag dat ene lid natuurlijk wel de koers sturen. Als vakbond moeten wij dus een tussenweg vinden, maar daarin ondervinden wij tot nu toe nog niet heel veel moeilijkheden. Deze manier van handelen is kenmerken voor het CNV, maar vakbonden in Nederland doen dit überhaupt redelijk goed.

Op internet zien we dat het CNV ook een jongerenorganisatie heeft. Wat kan deze vereniging betekenen voor jongeren zodra zij aan het werk zijn of gaan zoeken naar werk?

In feite betekenen wij voor de jongeren precies hetzelfde als voor de andere leden. CNV Jongeren is een lobbyorganisatie voor de belangen van jongeren. Deze organisatie heeft een onafhankelijke positie binnen het CNV en maakt ook deel uit van het algemeen bestuur. Daarnaast worden de belangen van jongeren ook altijd meegewogen in ons cao-beleid en onze algemene politieke lobby.


“Iedere macht heeft een tegenmacht nodig”


 

Op de universiteit zijn vakbonden over het algemeen niet erg aanwezig. Op welke manier werft u onder jongeren, opdat de gemiddelde leeftijd vakbondsleden niet te veel stijgt?

Bij ons is dat niet het geval; de gemiddelde leeftijd van leden blijft juist erg stabiel. Dat komt met name dat wij ook werven op scholen, met name MBO’s en HBO’s. Op die manier verversen wij ook onze directe achterban. Dit is belangrijk omdat je een steeds groter verschil ziet ontstaan tussen sectoren waar een vakbondsmacht is en sectoren waar geen vakbondsmacht is. Iedere macht heeft een tegenmacht nodig. Op de lange termijn zal ieder machtsvacuüm ook weer worden opgevuld. Wij vermijden hierbij overigens niet bewust de universiteit van Nijmegen. Het is natuurlijk wel zo dat de kracht van een vakbond – naast de leden – met name ligt bij de mensen die actief zijn voor vakbonden. Dat is waar wij wat te winnen hebben voor onze leden. Indien docenten aan de universiteit ons nodig hebben, dan staan wij voor ze klaar. Maar het is niet zo dat wij daar als maatschappelijke beweging altijd op een universiteit aanwezig moeten zijn. Je moet daarin prioriteiten stellen.

Op wat voor manier zou een vakbond beter bij de jongeren onder de aandacht brengen?

Ik heb het gevoel dat wij daar al erg goed mee bezig zijn. En natuurlijk moeten we altijd beginnen met het uitleggen waarvoor een vakbond eigenlijk bestaat: een evenwicht tussen de werkgever en de werknemer. “Samen sta je sterk” kan echt waar zijn, zolang je daar samen voor kiest. Als je nu kijkt naar de arbeidsmarkt kun je zien dat die in een rap tempo verslechtert. De werkelijkheid waarin jullie de arbeidsmarkt op zullen gaan is niet te vergelijken met de werkelijkheid waarin jullie ouders de arbeidsmarkt betraden. In de afgelopen decennia is namelijk veel veranderd.

Waarin zitten die verschillen in?

Die verschillen zitten zich in een uitkleding van de rechtspositie van werknemers. Veel mensen komen in flexbanen terecht of worden aan het werk gezet als zzp’er.  Hierdoor is de toekomst een stuk onzekerder en de arbeidsmarkt oneindig veel guurder dan voorheen. Ik denk dat dit niet verbetert de komende jaren. Het gaat alleen beter worden als we in Nederland vanuit een brede maatschappelijke beweging tegen elkaar gaan zeggen dat het zo genoeg is. Die beweging zal niet alleen uit vakbonden moeten bestaan, maar ook uit andere organisaties. Dat is de enige manier om de penibele situatie waarin ook jullie generatie zich bevindt zich zal verbeteren.

Veel jongeren lijken zich niet erg bewust van de situatie die je omschrijft.

Nee, dat klopt. Dat gaat anders zodra zij eenmaal een baan hebben en dat is maar goed zo. Toen ik drieëntwintig was liep ik ook niet peinzend over straat mij zorgen te maken over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Ik hoop überhaupt dat mensen op de universiteit iets anders doen dan nadenken over de flexibilisering van de arbeidsmarkt.


“Hetzelfde loon voor hetzelfde werk op dezelfde plek voor iedereen.”


 

Elsevier noemde onlangs in een opiniestuk het poldermodel vastgeroest. Het zou geen ruimte bieden voor de noodzakelijke verandering. Dat vakbonden met name opkomen voor de mensen die al aan het werk zijn en daarbij de werklozen nauwelijks vertegenwoordigen.

Dat is het aloude verwijt dat vakbonden krijgen en aantoonbaar onjuist. Als je kijkt naar het sociale akkoord zie je dat wij veel maatregelen hebben genomen om flexibilisering tegen te gaan. Natuurlijk kun je je altijd afvragen of dat voldoende was. Veel van onze achterban zit gelukkig niet in die flexibele schil, al groeit het aantal fors. Ook onze leden zijn in toenemende mate de klos in de flexibiliseringsslag. Aan de andere kant moeten we wel deels met de trend meegaan. Als bijvoorbeeld werknemer A veel goedkoper is dan werknemer B terwijl zij hetzelfde werk doen, dan zal werknemer B een stuk minder populair zijn bij de baas. Je moet dit probleem dus vooral op grote schaal bekijken. Bottom line: Wij streven ernaar een gelijk speelveld te creëren: hetzelfde loon voor hetzelfde werk op dezelfde plek voor iedereen.

Heeft u politieke ambities?

Nee, die heb ik niet.

Het klinkt namelijk alsof u veel ideeën heeft over hoe de problemen op de arbeidsmarkt aangepakt moeten worden?

Absoluut, dit kan ik natuurlijk ook vanuit deze rol stimuleren en ventileren. De invloed van de sociale partners op wat er gebeurt in Nederland is erg groot. Het sociaal akkoord heeft een grote stempel gedrukt op het regeerakkoord. Je kunt vanuit verschillende hoeken bijdragen aan het landsbestuur.  Het toekomstbestendiger maken van het poldermodel zit hem in het nadenken over het vitaal houden van het model. Zoals je dit moet doen bij alle bestuurlijk modellen. Wij zijn een vakbond, maar we zijn er ook van overtuigd dat je goed rekening moet houden met belangen van mensen aan de andere kant van de onderhandelingstafel. Daar wordt iedereen namelijk per saldo beter van. Het CNV zou je bij uitstek een pilaar van het poldermodel kunnen noemen.

Waarom het CNV bij uitstek?

Het past bij onze traditie. Dat is waar ook een groot verschil ligt met de FNV. De FNV stelt zich strijdlustig en activistisch op. Het CNV heeft kernwoorden als: overleg, harmonie en samenwerking. Historisch is het CNV in die rol gegroeid. Dat is volgens mij de enige manier om het model toekomstbestendig te houden. Daarbij zeg ik niet alleen dat je lid zou moeten worden van een vakbond, maar ook nog eens van een vakbond die ook een beetje rekening houdt met je omgeving. Je moet namelijk gaan staan voor het algemene belang van Nederland. En het zou het beste zijn als we dat soort mensen ook tegenkomen bij de werkgevers, bij de FNV en in de politiek.

Wat wilt u meegeven aan de Nijmeegse rechtenstudenten?

Aan de Nijmeegse rechtenstudenten zou ik het volgende willen meegeven: denk heel goed na over je beroepskeuze. Met rechten kun je alles. Een enorm ondergewaardeerd aspect van jullie opleiding is de begeleiding in de zoektocht naar waar je echt goed in bent. Je leert veel over het recht en over hoe je een juridisch betoog kunt houden, maar je leert niet wat je energie geeft of waar je moe van wordt. In het werkende leven zijn er altijd dingen waar je moe van wordt. In een baan moet je niet te veel van deze dingen hebben, want dan houd je je baan niet lang vol. Zoek iets waar je energie van krijgt. Denk daarover na, praat erover en ga kijken in een bedrijf. Tijdens een studentstage kun je er ook goed achter komen waar je talenten liggen. En als je dat van jezelf weet kan je dat veel tijd, frustratie en mislukking besparen. Verder moet je je goed bedenken hoe jij als jurist een bijdrage kunt leveren aan de maatschappij. Hoe maken wij een samenleving die aangenaam is voor iedereen, en waar niet alleen de hele slimme mensen een kans krijgen, maar ook de rest. Juristen kunnen hier bij uitstek een bijdrage aan leveren. Ik hoop dat jullie je realiseren dat jullie daar een stukje verantwoordelijkheid voor dragen.

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×