Interview met duizendpoot mr. Nora van Oostrom-Streep

Zij is van vele markten thuis. Zij werd uitgeroepen tot Legal Woman of the Year 2014 en combineert momenteel vier functies met elkaar. Zij is niet alleen uitvoerend directeur bij de Law Firm School (LFS)[1], maar tevens raadsheer-plaatsvervanger in Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, adviseur bij NautaDutilh en woordvoerder van het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. Voor deze carrièrespecial interviewden wij mr. Nora van Oostrom.

U bent afgestudeerd op de gebieden economisch recht en notarieel recht. Hoe kwam u tot deze keuze?

Op het moment dat ik mijn studententijd inging, was er een enorme publiekscampagne met de leuze: ‘met exacte vakken kom je verder’ van kracht. Vooral vrouwen werden aangespoord om een technische of economische studie te kiezen. Dat heeft mijn studiekeuze beïnvloed. Toen ik al stage had gelopen, mijn scriptie had geschreven en nog drie maanden had te gaan tot de eindstreep, kwam ik tot de conclusie dat de conflictueuze setting van de advocatuur niet bij mij paste. Nadat een studiegenoot mij erop wees dat ik eens bij notarieel recht moest gaan kijken, heb ik notarieel recht in één jaar volbracht. Dat jaar kwam ik voor het eerst in aanraking met vakken als erfrecht en personen- en familierecht. Of het een verlichting was ten opzichte van economisch recht? In dat jaar nog niet. Ik heb met de blik op oneindig en het verstand op nul, maar dan omgekeerd, veertien tot zestien notariële vakken weten te volgen gedurende dat ene jaar.

U bent momenteel op enorm veel gebieden actief. Zowel binnen als buiten de juridische wereld. Was u tijdens uw studententijd ook al erg ondernemend? Wat voor nevenactiviteiten had u naast uw studie?

Naast mijn studie heb ik veel vrijwilligerswerk gedaan en heb ik een huiswerkinstituut gehad waar ik twintig uur per week bijles gaf. Ook was ik actief lid bij de Juridische Studenten Vereniging Utrecht. Daardoor kreeg ik onder andere de kans om voorzitter te worden van de Juridische Bedrijvendagcommissie. De rode draad die ik altijd voor mezelf heb bewaakt – en die ik iedereen wil meegeven – is de volgende: word niet te monomaan! Het is belangrijk om een open blik te houden. Dat brengt je namelijk in contact met zoveel meer dan die ene richting die je op dat moment gekozen hebt. Het is zonde om direct zoveel wegen af te sluiten.

Hoe verliep uw loopbaan na uw afstuderen?

Allereerst ben ik als kandidaat-notaris gaan werken bij CMS in Utrecht. Daar leek het na enige tijd te gaan om opvolging en doorgroeien. Dat wilde ik op dat moment niet. Vervolgens ben ik gaan werken bij een klein kantoor, waar ik veel geleerd heb als het gaat om de interactie met cliënten. Het was echter niet de omgeving om door te groeien als jurist. Op het moment dat ik een vacature langs zag komen, waarin werd gezocht naar een docent en onderzoeker bij de Notariële vakgroep aan de Universiteit Utrecht, heb ik gesolliciteerd. Dat was qua inkomen wel een vrije val en ik brak natuurlijk met een loopbaan, maar mijn kennis en ervaringen hoefde ik niet weg te gooien. Deze enorme stap bracht mij tegelijk wel op een heel ander spoor. Ik ben namelijk gepromoveerd en rechter-plaatsvervanger geworden bij de Rechtbank Utrecht voordat ik terug de praktijk inging. Uiteindelijk werd ik Hoogleraar Notariaat aan de Universiteit Utrecht en plaatsvervangend raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Een stap die in eerste instantie een stap terug lijkt, kan je dus heel ver brengen. Het brengt je op een nieuw pad. Als je keuzes maakt, moet je jezelf afvragen waar je op dat moment in het leven staat. Je moet je bewust zijn van jouw prioriteiten en heel dicht bij jezelf blijven.

Je maakt niet alleen kennis met een nieuwe wereld, je maakt jezelf zoveel rijker als mens en als professional. Momenteel combineer ik vier functies met elkaar. Dat geeft mij een enorm brede blik op het juridische veld in haar totaliteit. Die brede blik zou ik niet hebben gehad als ik notaris was geworden bij een kantoor. Nu werk ik onder meer samen met advocaten, wetenschappers, medewerkers van het ministerie en notarissen. Dat is niet alleen heel breed, maar ook gewoon heel interessant.

Momenteel bent u directeur van de Law Firm School. Kunt u ons vertellen wat voor werkzaamheden u voornamelijk verricht?

Ik houd mij vooral bezig met de herziening van de Beroepsopleiding Advocatuur. De Nederlandse Orde Van Advocaten (NOVA) gaat de beroepsopleiding omgooien. Er is een enorme evaluatie gaande. Ik kijk voornamelijk welke mogelijkheden er zijn om het onderwijs te innoveren en hoe we gebruik kunnen maken van de middelen die er zijn. De middelen moeten bruikbaar blijven, ongeacht de beslissingen van de Orde. Denk aan het sophisticated maken van de digitale leeromgeving en onderzoeken in hoeverre we tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs aan kunnen bieden. Dus hoe we weg kunnen uit de zalen en weg kunnen van de docent die kennis uitstort met een PowerPoint op de achtergrond. Ik kijk samen met onderwijskundigen wat en in welke vorm aangeboden kan worden. Ik sta dus tussen de onderwijskundigen, kantoren, deelnemers en de docenten in.

Alle digitale ontwikkelingen gaan enorm snel. Is het wel mogelijk voor een universiteit, en in uw geval de Law Firm School, om razend snel in te spelen op deze ontwikkelingen?

De LFS werkt met 16 Zuidas kantoren. Deze kantoren zijn commerciële partijen die steeds voorop lopen bij ontwikkelingen. Ze snappen hoe belangrijk het is om de eerste te zijn op het gebied van digitalisering. Achterblijven is geen optie, want dan komt de concurrentie je links en rechts inhalen. Op het moment dat ik bij de LFS aangeef dat ik graag iets wil innoveren, geven ze me de mogelijkheid om het uit te proberen. We nemen het verlies voor lief als na een aantal maanden blijkt dat het niet werkt. Dan proberen we gewoon iets nieuws.

Daarentegen is het voor universiteiten zeer lastig om goed in te spelen op alle ontwikkelingen, gezien de vertraging die wordt opgelopen. Alle ideeën gaan eerst over 36 schijven en zodra het bij de zoveelste raad is doorgekomen en door de zoveelste laag is gegaan, kan er misschien een pilot worden gestart die vervolgens weer uitbundig wordt geëvalueerd. Daarom hoort een universiteit mensen in dienst te hebben die zich afvragen: wat willen wij als universiteit of faculteit bereiken? Mocht je als faculteit willen gaan voor een brede opleiding die niet specifiek aansluit op de markt, maar waarmee je de student wel kritisch leert denken, dan is dat een prima keuze. Als je echter een togatraject wilt aanbieden ben je verplicht om goed te onderzoeken waar die markt om draait. Het curriculum moet dan zodanig flexibel zijn dat je zeer snel in kunt spelen op allerlei ontwikkelingen. Toch komt een universiteit niet veel verder als iedere vakgroep blijft zitten in zijn eigen koninkrijk met zijn eigen superioriteitsgevoel – wat negatiever klinkt dan ik het bedoel – en je niet met elkaar durft te erkennen dat een curriculum wellicht moet veranderen wanneer de markt daar aanleiding tot geeft. Een student hoort de arbeidsmarkt van de eenentwintigste eeuw niet opgestuurd te worden met bagage van de negentiende eeuw. Het schiet niet op als iedereen vasthoudt aan de zinssnede ‘zo is het altijd al geweest’.

Hoe denkt u dat de arbeidsmarkt eruit gaat zien door digitalisering en robotisering? Denkt u dat bepaalde beroepsgroepen komen te vervallen?

Ik denk dat bepaalde beroepsgroepen het heel moeilijk gaan krijgen. Het notariaat gaat door de opkomende Blockchain technologie waarschijnlijk een boel monopolies verliezen. Dat geldt ook voor de advocatuur. Een aantal handelingen die advocaten nu nog zelf uitvoeren gaan met de komst van de self-executing contracts wegvallen. Tevens zullen aanbieders van modelcontracten die online te assembleren zijn een groot deel van de onderkant van de markt weghalen. Vooral de jurist en advocaat die behoort tot de middenmoot gaat het heel moeilijk krijgen als ze niet tijdig inspelen op de ontwikkelingen.

Welke capaciteiten denkt u dat een jurist moet hebben om niet zomaar vervangen te worden?

Een jurist moet juridisch inhoudelijk zeer sterk zijn. Dat is een basisvereiste. Daarnaast moet je een duidelijk ethisch normkader voor jezelf hebben, waardoor je gevraagd kunt worden vanwege jouw ethisch besef. Je moet met eer en geweten omgaan met zaken, waardoor cliënten merken dat ze je kunnen vertrouwen. Om dit te bereiken moet je de cliënt wel kunnen vertellen waarom ze jou, en niet een willekeurige ander, moeten inschakelen. Communicatie is van groot belang. Tevens ziet een goede jurist in dat sommige markten komen te vervallen en is hij voldoende flexibel om met een andere markt mee te kunnen. Wil je echt high end opereren? Dan moet je ontzettend scherp en creatief zijn. Je behoort de wet van binnen en buiten te kennen, anders overzie je niet hoe je ermee kunt spelen. Met het idee dat een baan voor eeuwig, en een zes voldoende is, kom je er niet meer. Realiseer je dat digitalisering en digitaal procederen iets van deze tijd is. Arbeidscontracten en scheidingsconvenanten worden gewoon van internet afgeplukt. Nu gebeurt het al, maar in de toekomst wordt dit mainstream. Je kunt wel een adviserende rol op je nemen en aangeven welk (van internet geplukte) contract het beste is, maar dan moet je heel goed zijn. De praktijk van ‘ik trek een modelletje uit de kast, ik druk er mijn stempel op en ik laat de cliënt betalen’ is voorbij. Ik herhaal: die tijd is voorbij.

Op 24 maart 2017 vindt het Juridisch Congres der JFV Nijmegen plaats. Het thema luidt dit jaar: ‘Law meets technology. Digitalisering in de wereld van het recht.’ U treedt hier op als spreker. Wat zal uw bijdrage zijn?

Ik wil de bezoekers een toekomstvisie voorleggen die hun idee van de markt wellicht op zijn kop zet, maar die ze de mogelijkheid geeft om voor te sorteren op een radicaal veranderende toekomst. Ik zal schetsen waarom het binnen het juridische beroepenveld niet de business as usual blijft!

[1] De Law Firm School verzorgt de Beroepsopleiding Advocaten voor 16 Zuidas kantoren.

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×