Interview met advocaat en alumnus Niek van de Pasch over de digitalisering en de toekomst van de huidige jurist

De rechtenstudent wordt momenteel overspoeld door de veranderingen in het juridische beroepenveld. We leven in een tijd van innovaties en robotisering, maar wat houdt dit in voor de juridische beroepen? Bulletineke Justitia laat deze vraag beantwoorden door niemand minder dan de jonge advocaat Niek van de Pasch. In de wandelgangen beter bekend als ‘legal nerd en trendwatcher op het juridisch vlak’. Niek van de Pasch stond naast Meester Leonie ook in het Advocatenblad in het rijtje “35 onder 35: de hoogvliegers van 2016” en is door Wolters Kluwer uitgeroepen tot één van de “8 om te volgen”. Tevens is Niek alumnus van onze rechtenfaculteit.

Even kort over jezelf: waar houd je je veelal mee bezig?

In vier woorden: passionately curious serial obsessionist. Dat klinkt misschien wat mal, maar dit vat het wel zo’n beetje samen. Als nieuwsgierige nerd val ik namelijk van de ene hartstocht in de andere. Tijdens de studie had ik van die weken dat er stapels conclusies op m’n nachtkastje lagen. Niks geen voorgeschreven materiaal, maar gewoon verhaaltjes voor het slapen gaan. Later kijk ik daar dan hoofdschuddend op terug. Ik geloof dat het interdisciplinaire honoursprogramma me heeft gered. Als je ’s avonds mag meepraten over de uitdijende oneindigheid van het universum, laat je de verruiming van de uitzondering op de uitzondering op de uitzondering op de hoofdregel over beschikkingsbevoegdheid uit het arrest Uitslag/Wolterink wel even voor wat het is. Het is heel verfrissend om dagelijks onbekend gebied binnen te struikelen. Er zijn al zoveel juristen die hun vak (en zichzelf) veel te serieus nemen. Als ik niet meer om mezelf kan lachen, stop ik er meteen mee.

Je hebt nog geen twee maanden geleden de Beroepsopleiding Advocaten officieel afgesloten. Hoe heb je de beroepsopleiding als advocaat-stagiair ervaren en wat vind je ervan?

Helaas deels als een slap aftreksel van de bachelor en master. Wie de hoofdleerlijn doortrekt vanuit een recente rechtenstudie, mag een hoop nog eens dunnetjes overdoen. Maar dat is dus pas de helft. De andere kant was wel sterk: klantconnecties, mediationskills, onderhandelingen, gedragsrecht – en natuurlijk het lotgenotencontact met andere stagiairs. De olifant in de kamer is wat mij betreft “technologie” (als containerbegrip voor kunstmatige intelligentie, data-analyse en meer van die dingen). Soms lijkt het wel alsof de beroepsopleiding om Hij-Die-Niet-Genoemd-Mag-Worden heen trippelt. We kunnen wel de andere kant op kijken en doen alsof er niks gebeurt, maar de automatisering sluipt dichterbij en hijgt ons soms al in de nek. Laten we gewoon een halve slag draaien en die “robot” omhelzen als danspartner. Gek genoeg zet de beroepsopleiding deze choreografie al voorzichtig uit, bijna per ongeluk. De ontwikkeling van vaardigheden wint terrein op de herhaling van regels die iedereen ook wel zelf kan opzoeken. Misschien helpt het als we erbij zeggen waarom dat verstandig is.

Of de opleiding goed te combineren valt met je praktijk, hangt volgens mij vooral af van patroon en kantoor. Bij mij ging dat prima.

Je bent ook veel actief op social media. Veelal schrijf je over de robotisering en innovatie in de advocatuur. Welke invloed hebben digitalisering en globalisering volgens jou op het juridisch beroepenveld?

Digitalisering is op zich niet zo spannend. Een wetboek blijft een wetboek. Het is hooguit minder bladerwerk en daar is hopelijk iedereen blij mee. Dat is het flauwe antwoord. Natuurlijk is dit ook het begin van een grotere verandering. Advocaten waren altijd een soort poortwachters. Die rol gaf macht en comfort – of afhankelijkheid en onzekerheid, vanuit de klant bekeken. Nu juridische kennis steeds vrijer beschikbaar komt, schuift die balans langzaam op. Op dit moment is het online nog een rommeltje, dus die advocaat blijft nodig om “het” definitieve antwoord te geven. Stapje voor stapje zal dat vertrouwen (ook) ontluiken in de wijsheid van het collectief en het algoritme. Elke Amerikaanse advocaat die de output van ROSS[1] nu (dis)liket, traint het programma zoals wij Google vooruithelpen. Wanneer is dat goed genoeg om die tussenpersoon eruit te snijden?

Misschien gaat dat nog wel iets verder. Als het leven zich steeds meer afspeelt in die technologie, zijn onze handelingen steeds minder vluchtig en dubbelzinnig. We kunnen veel spelregels van onze samenleving dan in die systemen verwerken. Overtredingen zijn dan niet zozeer onrechtmatig, als wel simpelweg onmogelijk. Een slimme mix van het Internet of Things, de blockchain, big data en kunstmatige intelligentie kan fungeren als interface tussen de realiteit en het recht. De advocaat verdwijnt in dat scenario niet, maar zal wel verplaatsen naar de randen van de techniek – waar die overgaat in de analoge wereld.

Wordt de huidige rechtenstudent opgeleid tot de advocaat die nodig is in het juridische beroepenveld van de toekomst?

Van oudsher kon een matige jurist een goede boterham verdienen. Die tijd loopt af. Niemand gaat meer carrière maken door ongestructureerde data (lees: verhalen van klanten) lekker lang langs lijstjes te leiden – als een soort veredelde vormenstoof. En dat is eigenlijk maar goed ook, want veel jonge advocaten knappen daar sowieso op af. Natuurlijk kunnen we dan ook maar beter wat minder mensen opleiden voor dat werk. Of voorlopig misschien juist wel meer, maar dan op een andere manier en met andere verwachtingen.

We moeten sowieso af van het idee dat je met een meestertitel op zak elke klus aan de ‘supply chain’ van de juridische dienstverlening “op z’n advocaats” gaat doen. Die gedachte ontstaat helaas vanzelf, zodra je het recht gevoelsmatig tot doel verheft. Geen student zet uit zichzelf een stap terug, om het recht als middel in een groter geheel te plaatsen. We leren ze graag om te “denken als een advocaat”, maar vergeten vaak om hen óók te laten denken als rechtszoekende. Terwijl dat precies is wat we nodig hebben. Laat studenten maar eens tijdens een workshop ‘design thinking’ vanuit de eindgebruiker een prototype van een juridisch product in elkaar knutselen. Leer met de theorie achter projectmanagement klantreizen uitstippelen, opknippen, verdelen en weer samenvoegen. Ga met programmeurs om tafel en verzin samen hoe regels beter en sneller tot resultaat leiden. Je zult het merken wanneer je in de flow raakt. Jaag dat gevoel na bij elke keuze, dan hoef je als alumnus nooit meer te werken – of je nu in de advocatuur belandt of ergens anders.

Volgens Jaap Bosman, auteur van het boek ‘Death of Law Firm’ hoeven advocaten nog niet zo bang te zijn voor robots. Een goede advocaat beschikt volgens hem over hele andere capaciteiten dan de computer. Welke capaciteiten zijn volgens jou noodzakelijk voor de huidige jurist om niet vervangen te worden door een robot of computer?

In Jaaps boek trof vooral de rake ontrafeling van het partnermodel me. Als ik zijn lessen uit de praktijk goed begrijp, gaat die structuur veel (middel)grote kantoren de das omdoen. Wie gevangen zit een model dat geen verandering toelaat, kan de capaciteiten van mens en machine nooit bundelen. Voor studenten kan dat hooguit de kantoorkeuze beïnvloeden. Belangrijker is het besef dat “robots” (for lack of a sexier word) geen banen komen inpikken, maar wel steeds meer taken zullen overnemen.

De student die advocaat wil worden, moet zich dus realiseren dat dit geen diepgevroren takenpakket zal zijn. “De advocaat” is geen vleesgeworden totaaloplossing, maar een professional die voortdurend bewust positie moet kiezen op een speelveld vol andere juridische dienstverleners en technologische foefjes. Iemand schreef ooit dat elke advocaat dezelfde oude blanke man is, los van leeftijd, etniciteit en geslacht. Ik vrees dat daar een kern van waarheid in zit. De liberalisering van de markt maakt onze sector in elk geval wat bonter. Je kunt veel van computerwetenschappers vinden, maar niet dat ze goed camoufleren tussen een kudde advocaten.

Nu de klassieke methode van rechtsbeoefening zijn marktmonopolie verliest, moeten juristen hun eigen vak ontstijgen en verbinding zoeken met buitenstaanders om zo het beste van twee (of meer) werelden samen te voegen. Dat vraagt om vaardigheden als kritisch denken, vragen stellen in plaats van antwoorden geven, dwarsverbanden leggen en multidisciplinair samenwerken. Laat dat nou net de eigenschappen zijn die we als uniek menselijk beschouwen. De eigenschappen die ons in een turbulente toekomst wendbaar en weerbaar maken en die de lol terugbrengen.

Je bent werkzaam bij een advocatenkantoor in Venray. Merk je zelf dat de advocatuur wordt getroffen door kunstmatige intelligentie en de blockchain?

Elke technologie doorloopt vijf levensfases. Beide ontwikkelingen kunnen we plotten op deze Gartner Hype Cycle. De blockchain beweegt volgens mij richting de ‘Peak of Inflated Expectations’. Een expert omschreef die techniek laatst nog als “een oplossing op zoek naar een probleem”. Ik weet veel te weinig van de bankensector om in te kunnen schatten of het geroeptoeter daar terecht is- misschien wel. Vanuit juridisch oogpunt schieten meteen talloze boeiende vragen te binnen. 559px-gartner_hype_cycle-svgWat moeten we nog met een derdenbeschermingsregime als iedereen op de blockchain precies kan nazoeken hoe het eigendomspad liep? Hoe effectueren we de terugwerkende kracht van een vernietiging als transacties via de blockchain onveranderlijk zijn? Hoe Haviltex je computercode? Wat dat betreft boffen we maar dat we in dit overgangstijdperk juristen mogen zijn.

Kunstmatige intelligentie is volgens mij een heel ander verhaal. Daar zijn we al over die piek en door het ‘Trough of Disillusionment’ heen. Mensen overschatten de korte termijn en onderschatten de lange termijn. En juristen zijn net mensen. Voor mijn gevoel beklimmen we nu echt de ‘Slope of Enlightenment’. Er gaat geen week meer voorbij zonder dat een algoritme zijn eigen schrijver verbaast. Rechtenstudenten lezen vast wel eens over parkeerticketchatbots en jurisprudentievoorspellers. De discussie of dat nou “kunstmatige intelligentie” mag heten, vind ik zelf nog het minst interessant. De vraag moet zijn voor welk probleem het oordeel van de jurist een oplossing biedt. Het antwoord op díé vraag zou het vertrekpunt van onze gedachten moeten zijn.

Tot slot: Heb je nog tips en tricks voor de huidige rechtenstudent? Waar moet de student zich tijdens de studie voornamelijk op richten om zich te ontwikkelen tot een goede advocaat?

Op de wereld om zich heen. Als fanatieke rechtenstudent frutsel je in een bubbel. In die eendimensionale academische omgeving kan de indruk ontstaan dat de wereld aan elkaar hangt van vernuftige uitzonderingen. Of dat de juridische sector een perfect vacuüm is. Vertel mij wat. Al die avonden was “het parket” niet de vloer, maar de hemel. Als ik één tip mag geven: blijf breed. Op de campus wemelt het van slimme mensen met nog slimmere ideeën. Juristen, informatici, antropologen, wiskundigen, historici – zoek elkaar op. We hebben iedereen hard nodig om echte oplossingen voor echte problemen te bedenken. Die robot is maar een stukje van de puzzel.

 

[1] ROSS is een kunstmatige intelligente ‘advocaat’ gemaakt door studenten uit de computer IBM’s Watson.  Men kan Ross vragen stellen in normale spreektaal en hij kan kan juridische vragen beantwoorden door razendsnel in allerlei juridische bronnen te gaan zoeken (denk aan: jurisprudentie, wetten en literatuur).

Een reactie op “Interview met advocaat en alumnus Niek van de Pasch over de digitalisering en de toekomst van de huidige jurist”

  1. Emek Tops-Cinar

    Heel herkenbaar. Vooral die gedachte dat je niet alleen in de boeken moet zitten, maar vooral het multidisciplinaire speelveld moet opzoeken… De universiteiten zijn immers door de praktijk ontstaan dus koppel die 2 dingen daarom ook niet los. Een streling voor mn hersentjes in ieders geval.

    Beantwoorden

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×