Interview: Dirkzwager
Jan-Paul van Hees

17 augustus 2018, 11:16

Interview: Dirkzwager

De redactiecommissie heeft twee ‘Dirkzwagers’ geïnterviewd. Dit zijn Teun van der Weijden, advocaat op de sectie Overheid & Vastgoed in Arnhem, en Steef Verheijen, recruiter en voormalig advocaat op de sectie Gezondheidszorg Voordat we beginnen, kunnen jullie eerst wat over jezelf vertellen? Mijn naam is Teun en ik werk sinds 8 maanden bij Dirkzwager in Arnhem. Voor ik begon met werken heb ik in Nijmegen gestudeerd en daar de bachelor Internationaal en Europees Recht gedaan en daarna de masters Burgerlijk Recht en Ondernemingsrecht. Na mijn studie heb ik een tijd gereisd en daarna ben ik bij Dirkzwager op de sectie Overheid & Vastgoed aan de slag gegaan. Daar zit ik nu nog steedsEn ik ben Steef. Ik ben sinds augustus werkzaam als recruiter bij Dirkzwager en daarvoor heb ik 3,5 jaar als advocaat gewerkt op de sectie Gezondheidszorg bij Dirkzwager. Ook ik heb in Nijmegen gestudeerd, Bedrijfscommunicatie en Rechten. Wat voor type kantoor is Dirkzwager? Steef: Dirkzwager is een groot advocaten- en notarissenkantoor met ongeveer honderd advocaten en een kleine twintig (kandidaat-)notarissen. Het kantoor heeft drie kantoorpanden, twee in Arnhem en één in Nijmegen. Dirkzwager is een full service kantoor. Alleen strafrecht doen we niet. De sfeer is gemoedelijk.Teun: Dat er een gemoedelijke sfeer hangt kan ik zeker beamen. We gaan op een prettige manier met elkaar om en er heerst geen schouderduwcultuur.Steef: Dat die cultuur hier niet leeft komt ook omdat onze insteek bij het aannemen van een advocaat-stagiair of kandidaat-notaris is dat hij of zij na drie jaar (stageperiode) kan blijven. Wij hebben daardoor misschien wel minder vacatures maar na de stage is er bijna altijd een plek voor diegene. Ook krijgen advocaat-stagiairs gelijk veel ruimte en zelfstandigheid. Je geeft bijvoorbeeld zelf een lezing en mag zelf naar de rechtbank in plaats van dat je de eerste 3 jaar meer op de achtergrond aan het werk bent. Teun, je hebt voor de advocatuur gekozen. Waarom heb je voor Dirkzwager gekozen en waarin onderscheidt Dirkzwager zich van andere kantoren? Teun: Wat mij erg aantrok bij Dirkzwager was in de eerste plaats het gemoedelijke; je stapt niet binnen in een wolkenkrabber waar je veel collega’s niet kent. Je werkt bij Dirkzwager in teams waar iedereen elkaar kent. Daardoor krijg je al snel je eigen verantwoordelijkheden. Dat uit zich vooral in het feit dat je al direct met grote zaken bezig bent en met grote cliënten mag werken. De mix tussen direct veel verantwoordelijkheid en grote klanten vind ik heel mooi. Daarnaast is het belangrijk dat je van veel verschillende mensen leert; door de diversiteit aan mensen met ervaring leer je elke dag wat nieuws. Teun, hoe ben je dan bij de sectie Overheid & Vastgoed terechtgekomen? Teun: Toen ik van de universiteit kwam, was dit niet de meest voor de hand liggende keuze. Ik had namelijk ondernemingsrecht en burgerlijk Recht gestudeerd met de nadruk op faillissementsrecht. Toen werd ik getipt over een vacature voor de sectie Overheid & Vastgoed bij Dirkzwager. Het burgerlijk recht komt namelijk in een mooie combinatie terug in mijn sectie. Ik ben bijvoorbeeld veel bezig met goederenrecht en verbintenissenrecht. Ik hou zelf van inhoudelijk werk maar de klanten in deze sectie willen graag ook direct en duidelijk resultaat zien. Dat spanningsveld tussen juridisch inhoudelijk bezig zijn en de vertaalslag naar de praktijk komt mooi naar voren in het vastgoedrecht en is iedere dag weer een leuke uitdaging. Wat zien jullie als je grootste uitdaging binnen het werk als advocaat? Steef: Verwachtingsmanagement is heel belangrijk. Je moet weten wat de klant precies wil zodat je aan zijn verwachtingen kan voldoen. Het maakt veel verschil of je cliënt een uitgebreid juridisch memo wil of een praktisch advies op 1 A4.Teun: Je hebt natuurlijk cliënten die naar je toe komen met vragen en eisen terwijl jij dan denkt dat het niet het beste is voor de cliënt. Dit moet je dan voorzichtig brengen en dan probeer je ze in zekere zin klaar te maken voor het feit dat er betere opties zijn dan wat zij in gedachten hebben. Je moet dan wel sterk in je schoenen staan. Wat zoeken jullie precies in een nieuwe advocaat-stagiair? Steef: Natuurlijk moet iemand inhoudelijk goed zijn. Het liefst hebben we ook iemand die affiniteit heeft met het vakgebied waar hij of zij op solliciteert. Dat is de selectie die we met name in het voortraject maken.  Verder zoeken we iemand die stevig in zijn schoenen staat maar vooral ook een leuk persoon is. Verder zijn nuchterheid en een beetje gevoel voor humor wel karaktertrekken die we waarderen. Hoe zit het bij Dirkzwager met het lopen van stage? Steef: Stage lopen is op allebei de vestigingen mogelijk, zowel in Arnhem als Nijmegen. De stageperiode is bij beide kantoren zes weken. In Nijmegen is het een kantoorbrede stage. Dit betekent dat je als student werk verricht voor alle secties die we in Nijmegen hebben. In Arnhem loop je twee keer een periode van drie weken mee op een sectie. Dus daar kies je twee secties en bij beide secties loop je dan drie weken mee. Teun, hoe ziet jouw dag eruit als advocaat? Teun: Ik begin hier eigenlijk altijd rond half 9. Dan komen de meeste mensen binnen, maar het is niet zo dat we om half 9 moeten inklokken. Het is wat dat betreft redelijk vrij. In de trein ‘s ochtends kijk ik meestal al naar de mails die zijn binnen gekomen. Aan de hand van de mails kan ik een beetje een beeld schetsen van wat voor dag het wordt. Dat is met name ook het leuke aan de advocatuur, elke dag is anders. Er kan altijd iets gebeuren wat alles weer omgooit. Als ik op het werk aankom overleg ik vaak met mijn patroon, met hem heb ik veel direct contact Verder heb je bijna iedere dag wel iets van een lezing of een bespreking of een opleidingscursus. Dat zijn altijd leuke dingen waardoor je even loskomt van het behandelen van dossiers. En daardoor blijft het lekker dynamisch. Wat het kantoor overigens wel typeert is dat er hard wordt gewerkt, maar het niet zo is dat mensen ‘s avonds blijven zitten omdat hun buurman ook blijft zitten.Steef: Het is ook belangrijk om als student na te denken wat je op een dag wilt doen als je gaat werken. Soms hebben studenten een beeld in hun hoofd van ‘Suits’ met enorm veel procederen en heel vaak een zitting. Zeker in de civiele praktijk is dat geen reëel beeld. Vraag daarom ook altijd in een sollicitatiegesprek of de praktijk waarin je komt te werken vooral een proces- of adviespraktijk is. In een adviespraktijk zal je niet zo vaak in de rechtbank komen. Voldoet het werk dat je nu doet aan de verwachtingen die je van tevoren had? Teun: Nou eigenlijk niet, het is nog veel leuker dan ik had verwacht. Vastgoed was geen aangewezen keuze na mijn studie. In eerste instantie twijfelde ik of Overheid en Vastgoed wel was wat ik wilde. Overheid impliceert natuurlijk ook veel bestuursrecht dus ik zat hier op sollicitatiegesprek en ik vertelde eerlijk dat ik twijfelde of ik wel gekwalificeerd was. Ze hebben mij uiteindelijk weten te overtuigen doordat ze hier heel erg in teams werken en iedereen zijn eigen specialisme heeft. Wat dat betreft is dat een hele leuke samenwerking gebleken tussen mensen. Als ik het antwoord op een vraag niet gelijk weet, dan loop ik bij iemand naar binnen en dan kunnen we erover ‘sparren’. Zo zie je vaak dat je tot een ander antwoord komt dan waar je anders op was gekomen als je je er zelf in had verdiept. En dat is iets wat ik ontzettend leuk vind en dus zelfs leuker dan ik vooraf had verwacht. Hoe zit het bij Dirkzwager met opleidingsmogelijkheden binnen kantoor en switchen van sectie? Teun: De eerste drie jaar ben je natuurlijk met de beroepsopleiding bezig als advocaat-stagiair. Dat is overal in principe hetzelfde. Wat ik hier vooral ontdekt heb is dat je eigenlijk het allermeest leert van je collega’s. Daarom is de combinatie van teams waarin hele ervaren mensen zitten en minder ervaren mensen zo leerzaam. Daarnaast hebben we Dirkzwager Academy. Die is ook gericht op oudere advocaten en in dat verband hebben we regelmatig cursussen waar bijvoorbeeld rechters of advocaten komen spreken over actualiteiten binnen rechtsgebieden. Verder is er binnen kantoor ook veel ruimte om bijvoorbeeld een Grotius-opleiding te doen. Dit is de specialisatieopleiding op een bepaald gebied die wordt verzorgd door het CPO in Nijmegen. Switchen van sectie (tijdens de advocaat-stage) doen we bij ons kantoor niet. Wat zou je de Nijmeegse rechtenstudent mee willen geven? Teun: De eerste selectie wordt natuurlijk gemaakt op basis van een brief en een cv. Daarom wil ik meegeven dat het belangrijk is om dingen naast je studie te doen. Zo kun je dingen leren die je niet in de collegebanken leert. Een stage is belangrijk en dingen als commissiewerk of buitenlandervaring spreken alleen maar voor je. Verder hoef je zeker niet binnen vier jaar af te studeren dus zorg dat je alles uit je studententijd haalt.Steef: Ga stage lopen. Dan kom je erachter of de advocatuur iets voor je is. Een stage is ook wel een must op het moment dat je solliciteert voor een functie als advocaat-stagiair of kandidaat-notaris. Maar: doe tijdens je studietijd vooral ook dingen die je leuk vindt en geniet van je studietijd. Dat ben ik helemaal met Teun eens. UPDATE: Inmiddels is Steef Verheijen niet meer werkzaam bij Dirkzwager advocaten & notarissen  

Interview met Arjan ten Vergert
Jorrit Peters

19 juli 2018, 13:51

Interview met Arjan ten Vergert

Bij Damsté advocaten - notarissen werken dagelijks meer dan honderd specialisten aan de meest uiteenlopende vragen van cliënten. Gedreven specialisten werken vanuit verschillende expertises nauw met elkaar samen en halen zo het beste in zichzelf en elkaar naar boven. Kandidaat-notaris Arjan ten Vergert is een van deze specialisten. Na zijn studie Nederlands recht en notarieel recht heeft hij als kandidaat-notaris gewerkt bij Loyens & Loeff. Na een functie buiten het notariaat als bedrijfsjurist, is Arjan teruggekeerd als kandidaat-notaris bij een advocatenkantoor in Enschede. Ongeveer een jaar geleden heeft Arjan de overstap gemaakt naar Damsté  advocaten - notarissen waar hij momenteel als notaris werkzaam is. Door: Jorrit Peters & Heiko WijnbergenArjan, je bent begonnen met je studie in het Nederlands recht. Wat heeft je doen besluiten om je in de masterfase volledig op het notarieel recht te richten en later kandidaat-notaris te worden? Ik begon met de opleiding Nederlands recht. Aan het begin van mijn studie was ik vooral gefocust op de advocatuur. Op het eind van mijn bachelor Nederlands recht trokken de notarieelrechtelijke vakken steeds meer mijn aandacht. Ik had die vakken als extra keuzevak in mijn bachelor Nederlands recht kunnen volgen, maar ik koos ervoor om het volledige masterprogramma notarieel recht te gaan doen. Het heeft me wel een jaar extra gekost, maar dat was met alle stages die ik daarnaast liep zeker de moeite waard. Zo heb ik stage gelopen in de notariële praktijk, maar ook een aantal maanden bij de ING bank. Ik deed daar onderzoek naar leereffecten van faillissementen. Het notariaat sprak mij zo aan dat ik daar uiteindelijk voor heb gekozen.Was er een groot verschil tussen hoe je tegen het notariaat aan keek tijdens je studie en het werk in de praktijk?Totdat ik begon met de notariële studierichting, stapte ik er blanco in. Zoals ik al zei had ik aan het begin van mijn studie vooral de advocatuur op het oog en ben ik notarieel recht erbij gaan doen omdat ik het interessant vond. Toen ik stage ging lopen in de notarispraktijk kwam ik ineens veel zaken tegen die ik in de studie nog nooit gezien had. De studie blijkt dan veel theoretischer te zijn dan de praktijk. Ook de stap van de studie naar praktijk was erg wennen. In mijn studentenleven had ik veel meer vrijheid. Als student denk je de ene dag: ‘ik sta vroeg op en ga van alles ondernemen’, terwijl er ook dagen zijn dat je denkt: ‘ik draai me nog eens om’. Dat kan natuurlijk niet meer als je in de praktijk aan het werk gaat. Het was tijdens het stage lopen vooral wennen aan een andere routine.Na je afstuderen ben je aan de slag gegaan als kandidaat-notaris. Hoe heb je de beroepsopleiding voor het notariaat ervaren?De beroepsopleiding is voor mij al weer lang geleden Het kan zijn dat er in de tussentijd wat veranderd is en er nóg meer aandacht wordt besteed aan de praktijk en soft-skills. Dat was in mijn tijd minder het geval. De beroepsopleiding duurt ongeveer drie jaar. In het eerste jaar had ik één keer per twee weken een groepsbijeenkomst die ik schriftelijk moest voorbereiden. Dat jaar werd afgesloten met een mondeling examen. De twee jaar daarna  waren wat dat betreft wat rustiger. Ik had toen slechts een keer per maand een bijeenkomst aangevuld met af en toe een enkele bijeenkomst omtrent de soft-skills. Overigens is het niet zo dat je na je beroepsopleiding stil staat in je ontwikkeling. Als notaris ben je verplicht om ieder jaar een aantal PE-punten te halen. In een tijdvak van twee jaar  moet je 40 studiepunten halen door cursussen en seminars bij te wonen over juridisch inhoudelijke vakken maar ook trainingen op het gebied van  bijvoorbeeld managementvaardigheden.Damsté geeft je als jonge jurist veel ruimte om de beroepsopleiding succesvol te doorlopen. De dagen die je naar de beroepsopleiding gaat, kan je ook niet op kantoor zijn. Wij geven als kantoor bijvoorbeeld  extra studietijd voor een tentamen of examen.Je hebt je binnen Damsté gespecialiseerd in het commercieel vastgoed, hoe is dat zo ontstaan?Op het kantoor waar ik mijn carrière ben begonnen als kandidaat-notaris heb ik eerst gewerkt op de sectie  Ondernemingsrecht. Het was op dat kantoor gebruikelijk om af en toe te wisselen van sectie om zodoende ook met een ander rechtsgebied kennis te maken. Ik maakte toen de overstap naar het vastgoed en dat sprak mij dusdanig aan dat ik daar in ben blijven werken. Ik vind ondernemingsrecht ook nog steeds erg leuk en kom het gelukkig ook veel tegen in het commercieel vastgoed. Wat ik bovenal erg leuk vind aan het commercieel vastgoed is dat het de meest tastbare kant van het notariaat is. Je hebt het vaak over iets wat je in het echt kunt zien en aanraken. Ook spreekt het vele contact dat je hebt met cliënten mij erg aan.Richt Damsté zich alleen op de  zakelijke markt?De notarispraktijk van Damsté richt zich in de praktijk voornamelijk op MKB’ers en op grotere ondernemingen. Daarnaast bedienen we ook particulieren. Vanuit de advocatuur moet je dan bijvoorbeeld denken aan zaken in de letselschade en familierecht en vanuit het notariaat de particuliere markt middels het label 123notaris. Met 123notaris bieden we notariële diensten voor particulieren en bedrijven tegen scherpe tarieven. Gemak voor de cliënt, efficiency en een modern werkend notariaat zijn kenmerkend voor de dienstverlening van 123notaris. In hoeverre verschilt de commerciële praktijk van de particuliere notarispraktijk?De complexiteit van de zaken verschilt veel. Daarnaast heb je met mensen te maken die zelf ook veel verstand van zaken hebben. Je zit dus op een wat hoger kennisniveau dan de meeste particulieren. Dat is wel een hele leuke uitdaging voor mij persoonlijk. Naast mijn baan als kandidaat-notaris bij Damsté ben ik ook actief als bestuurslid bij Stichting Vastgoedrapportage Twente. Ik kom daar veel in contact met mensen die in de vastgoedwereld actief zijn. Naast het feit dat dat goed is voor mijn netwerk, krijg ik ook goed mee wat er speelt in de vastgoedwereld. Dat is een mooie verrijking van mijn werk en natuurlijk goed voor Damsté. Waarom heb je voor Damsté gekozen?Ik heb voor Damsté gekozen omdat ik het een prettig kantoor vind qua cultuur en mensen. Ik vind het belangrijk dat je je bij een kantoor prettig voelt en dat het kantoor bij je persoonlijkheid past. Ik zie Damsté als een laagdrempelig en informeel kantoor. Dat maakt dat Damsté voor mij een hele prettige en inspirerende omgeving is om in te werken. Ook voor studenten is het, denk ik, een heel toegankelijk kantoor. Damsté heeft ruim 100 goede specialisten in dienst waardoor we in staat zijn veel verschillende zaken aan te nemen. We bedienen bijna alle rechtsgebieden. Ook wordt er binnen kantoor veel samengewerkt tussen de secties onderling. Ik werk bijvoorbeeld veel samen met de collega’s op de secties Vastgoed en Overheid en Ondernemingsrecht. Daardoor staan we als kantoor dicht bij de cliënt en zijn we erg toegankelijkWat zou je de Nijmeegse rechtenstudent mee willen geven?Ga als student stage lopen en verbreed daarmee je horizon. Naast een stage kun je ook denken aan werken naast je studie of een andersoortige activiteit. Bij Damsté organiseren we regelmatig dagen waarbij we studenten uitnodigen om kennis te komen maken met ons kantoor. Op zo’n dag kun je kijken of je een klik hebt met ons kantoor en kun je in contact komen met onze mensen. Zo’n dag wordt vaak afgesloten met een borrel of etentje. Ik kan zo’n kantoorbezoek erg aanraden. Er lopen bij Damsté veel studenten uit Nijmegen stage. Het bieden van stageplekken vinden we bij Damsté belangrijk. Door een werkstage ben ik immers zelf de notariële praktijk ingerold. Bij Damsté kies je meestal voor een bepaald rechtsgebied of een bepaalde richting waarin je stage wilt gaan lopen. Zo’n stage duurt acht weken. Tijdens deze periode kun je de praktijk al eens goed verkennen. Je zult in het begin niet alles onder de knie krijgen, maar het geeft wel een goede kijk op de praktijk van alledag. Ik adviseer de Nijmeegse rechtenstudent dus zeker om stage te gaan lopen, maar vooral ook om te genieten van de studententijd. Die wordt tegenwoordig steeds korter! 

Interview met Gijs Makkink
Max Veldhuis

27 maart 2018, 10:44

Interview met Gijs Makkink

Foto: Eric van Nieuwland U heeft ze wellicht in het nieuws voorbij zien komen: de rechtszaken tegen onder andere AkzoNobel en de Telegraaf Media Groep (TMG). Mr. G.C. (Gijs) Makkink is voorzitter bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam en speelt een belangrijke rol bij het oplossen van dergelijke kwesties. Wij hebben hem geïnterviewd over zijn studententijd, carrièrepad en zijn huidige werkzaamheden binnen de Ondernemingskamer. Laten we beginnen bij het begin. U bent opgegroeid in Arnhem, maar u bent rechten gaan studeren in Groningen. Waarom heeft u destijds voor Groningen gekozen? Omdat ik dat een leuke stad vond. Ik heb het er ook heel erg leuk gevonden. De stad Groningen was een tamelijk willekeurige keuze. Als je in de vijfde of de zesde klas van de middelbare school zit, dan ga je een paar van die studentensteden af en dan doe je een indruk op, voor wat het waard is. Dat heeft mij ertoe gebracht om in Groningen te gaan studeren. Mijn keuze had dus niets te maken met enig idee over de rechtenstudie in Groningen versus de rechtenstudie elders in het land. Daar was ik helemaal niet mee bezig. In die zin was uw keuze dus puur gevoelsmatig? Ja. Ik heb wel gemotiveerd voor de rechtenstudie gekozen hoor, maar niet omdat ik dacht dat de rechtenstudie in Groningen om een bepaalde reden weer anders of beter was dan in een stad als Utrecht of Leiden. Het is niet zo dat ik rechten ben gaan studeren omdat ik niet wist wat ik moest gaan studeren. Wat was dan uw motivatie om voor de rechtenstudie te kiezen? In de eerste plaats heb ik voor rechten gekozen omdat ik van taal en redeneren houd, maar ook wel omdat ik in mijn omgeving wat mensen – vaders van vriendjes van school en vrienden van mijn ouders – met een juridische achtergrond kende. Langs die weg kreeg ik een bepaald beeld van de juridische wereld en dat trok mij wel. Wel ver weg van huis natuurlijk, Groningen. U ging vast niet ieder weekend op en neer? Nee, toentertijd bestond er nog helemaal niet zoiets als een Ovkaart voor studenten. Als ik al naar huis ging, ging ik eigenlijk altijd liftend daarheen. In die tijd was liften gewoon de normale manier waarop je je als student verplaatste door het land, er waren zelfs speciale liftersplaatsen waar je kon gaan staan als je ergens naartoe wilde. Tegenwoordig zie je het fenomeen nauwelijks meer. Dat vind ik ontzettend jammer, ik zou best graag lifters meenemen als ik zelf een keer ergens met de auto naartoe ga. Iets wat erg van deze tijd is, is het hebben van nevenactiviteiten naast de studie. Heeft u ook nevenactiviteiten naast uw rechtenstudie gehad? Ik ben lid geweest van de studentenvereniging Albertus Magnus en ben daar ook wel actief geweest in verschillende commissies. Ook bij de civielrechtelijke studievereniging, Diephuis, ben ik actief geweest. Eigenlijk besteedde ik dus maar een klein deel van de week aan de rechtenstudie. Het was allemaal goed te combineren. Kreeg u in gedurende uw studententijd een goed beeld van welke rechtsgebieden u goed lagen en welke u minder interessant vond? Ik vond het strafrecht heel erg leuk, maar ik had niet het idee dat ik daar beroepsmatig iets mee wilde. Dat heb ik ook nooit gedaan, maar ik vond het gedurende mijn studie wel erg leuk. De nadruk lag bij mij toch wel op het civiele recht. Dat vond ik ook leuker dan vakken als bestuursrecht of staatsrecht. Het klassieke civiele recht uit boeken drie, vijf en zes van het BW, dat vond ik in mijn studie het leukste. In mijn werkende leven ben ik daar aanvankelijk ook heel lang mee bezig geweest. Voordat u aan uw carrière begon heeft u eerst nog ook een periode in militaire dienst gezeten, hoe heeft u deze tijd doorgebracht? Militaire dienst, dienstplicht, ja dat bestond nog in die tijd. Het woord zegt het al, je hebt geen keuze. Na mijn studie heb ik dus 14 maanden in diensttijd doorgebracht. Gedurende die tijd was ik bestuurslid van de AVNM. Je had twee vakbonden voor dienstplichtigen, de VVDM (Vereniging van Dienstplichtige Militairen) en de AVNM (Algemene Vereniging Nederlandse Militairen). Het bestuur van de AVNM, een vereniging met ongeveer 35.000 leden, bestond uit zeven mensen. Samen met een andere jongen was onze taak die van ombudsman. Dat betekende dat ik me bezighield met individuele belangenbehartiging. Als er dienstplichtigen waren met problemen, ze kregen bijvoorbeeld geen verlof voor het huwelijk van hun zus omdat er een oefening was of wat dan ook, dan moest ik daarin bemiddelen en een oplossing zien te vinden. Hier was ik fulltime mee bezig. Was deze bestuursfunctie in zekere zin niet ook een voorbereiding op uw latere carrière? Nee, niet echt. De belangenbehartiging was van een vrij simpel niveau. Deze vertegenwoordiging had ook betrekking op het militair tuchtrecht, dit interne recht bestaat voor de lichtere delicten binnen het leger. Dat bestond er in die tijd uit dat de commandant op de kazerne je in eerste instantie kon straffen. Als je het daar niet mee eens was, kon je in beroep gaan bij de militaire kamer, dat was de beroepsinstantie in Arnhem. Ik ging in zo’n geval mee vanuit mijn functie als ombudsman. Eigenlijk speelde ik dus advocaatje voor dienstplichtigen in tuchtzaken, dat had allemaal niet heel veel om het lijf. Voordat ik in dienst ging had ik al besloten dat ik advocaat wilde worden, het is niet zo dat die ambitie daar pas is ontstaan. Na uw diensttijd bent u als advocaat aan de slag gegaan. Met welke onderdelen van het recht hield u zich in die hoedanigheid bezig? Ik ben begonnen met huurrecht en civiel onroerend goed, maar uiteindelijk heeft mijn praktijk zich steeds meer ontwikkeld in de richting van civiele cassaties. Dit betrof ook een breder gebied dan waar ik mee begonnen was. Vanaf toen ging het meer over boeken 3, 5, 6 en 7 van het BW. Dus eigenlijk hield ik me bezig met het gehele civiele recht, met uitzondering van het Personen- en Familierecht en het Ondernemingsrecht.De cassatieadvocatuur lijkt van alle deelgebieden van de advocatuur misschien nog wel het meeste op de rechterlijke macht, in de zin dat het tamelijk beschouwend is. De cliënt staat op grote afstand en je houdt je voornamelijk bezig met procesrecht. Als cassatieadvocaat krijg je een dossier toegestuurd van de advocaat die de zaak behandeld heeft en op basis daarvan geef je een cassatieadvies. Als dat cassatieadvies tot de conclusie leidt dat het cassatieberoep niet kansrijk of niet voldoende kansrijk is, of dat er – plat gezegd – niets in zit, dan doe je het als behoorlijk cassatieadvocaat ook niet. Zelfs als de cliënt dat toch wil moet je in staat zijn om ‘nee’ te kunnen zeggen. U bent veertien jaar als advocaat werkzaam geweest, daarna bent u als rechter aan de slag gegaan. Hoe kwam u op het idee over te stappen naar de rechterlijke macht en hoe heeft u de overgang van advocaat naar rechter ervaren? Op een gegeven moment had ik het idee dat ik het uiteindelijk prettig zou vinden om rechter te worden. Dat idee heb ik misschien altijd al wel gehad, maar ik vind het ook voor iemand die uiteindelijk rechter wil worden een heel goed idee om eerst een tijdje aan de slag te gaan als advocaat. In 2005 ben ik hier bij het gerechtshof Amsterdam plaatsvervangend raadsheer geworden. Gewoon naast mijn werkzaamheden als advocaat, maar wel met het idee om te kijken of er een goede basis zou zijn voor een eventuele overstap naar de rechterlijke macht. Een jaar later, in 2006, voltrok die overstap zich.Ik vond het misschien lastiger om als advocaat partijdig te zijn, dan om als rechter onpartijdig te zijn. Wellicht heeft dat iets met je karakter te maken of met je persoonlijke voorkeuren, maar het verklaart natuurlijk wel een beetje waarom ik uiteindelijk als advocaat in de hoek van de cassaties terecht kwam. Ik denk uiteindelijk dat de functie van rechter bij mij beter past dan de functie van advocaat, dus ik ervoer mijn overstap niet als een enorme omslag. Voor mezelf was het uiteindelijk een vrij logische keuze om rechter te worden. Vanaf 2010 zit ik bij de Ondernemingskamer en uiteindelijk ben ik in 2015 voorzitter daarvan geworden. Onlangs zijn er natuurlijk een aantal zaken bij de Ondernemingskamer geweest, met name die van Akzo Nobel en ADO Den Haag, waarbij de gemoederen nogal hoog opliepen en waar de media veel aandacht voor had. Hoe gaat u als raadsheer en voorzitter van de Ondernemingskamer om met dergelijke media-aandacht? Ik vind het heel belangrijk dat rechtspraak openbaar is, dus het is ook heel goed dat daarover geschreven wordt. Niet alleen maar in vaktijdschriften, maar ook in de krant. Dat is allemaal prima. Iedereen heeft ook altijd toegang tot de zitting. Ik heb er ook nooit bezwaar tegen als daar televisieopnamen van worden gemaakt. Ik vind het allemaal schitterend, maar ik ben er helemaal niet mee bezig. Het is al moeilijk genoeg om zo’n ADO- of AKZO-zaak tot een goed einde te brengen. Dus hoe daarover geschreven wordt, nou ja, dat lees je later wel. En dan denk je daar verschillend over. Ik vind iets echt een goed stuk wanneer de journalist de essentie van de zaak op een hele toegankelijke, goede manier opgeschreven heeft. Soms zie je ook stukjes van journalisten waarvan je denkt dat de auteur zijn dag wellicht niet had toen hij het schreef. Het is mensenwerk. Mijn verantwoordelijkheid is om ervoor te zorgen dat zo’n zaak goed behandeld wordt, dat partijen zich gehoord voelen en dat er uiteindelijk een uitspraak ligt die voldoende begrijpelijk is voor die eerder genoemde partijen.Als we de zaak van AkzoNobel tegen investeringsfondsen Elliot en PPG even als voorbeeld nemen, een zaak waarin eigenlijk twee totaal verschillende visies, het stakeholdersmodel (dat zich richt op alle deelbelangen van de vennootschap) en het shareholdersmodel (dat zich richt op de belangen van de aandeelhouders) tegenover elkaar staan. Hoe kunt u in zo’n geval als rechter die twee visies verenigen om tot een uitspraak te komen waar beide partijen zich in kunnen vinden?Gelukkig is het in het algemeen zo dat je als rechter niet hoeft te streven naar een uitspraak waarmee partijen het eens zijn. Dat is het voordeel van rechter zijn; je maakt gewoon een beslissing en partijen moeten het daarmee doen. In de meeste gevallen zal het zo zijn dat er tenminste één partij is die het niet met de uitspraak eens is. We proberen dus niet iedereen te vriend te houden, dat is niet ons werk. Je probeert in iedere zaak de goede beslissing te nemen. Je probeert zo’n beslissing over zaken als de mate van autonomie die een bestuur heeft of de positie van de aandeelhoudersvergadering te plaatsen in de bestaande rechtspraak. Iedereen die hier zit heeft toch de verwachting dat hij een redelijke kans heeft dat hij het gelijk aan zijn zijde krijgt. Uiteindelijk moeten wij met z’n vijven het sprongetje tussen het raamwerk en de uitkomst in de zaak maken. Je probeert zo eerlijk mogelijk te zijn over hoe en waarom je dat sprongetje hebt gemaakt, dat staat in de beschikking. Het staat in de beschikking, of het staat er niet in. Daar moet iedereen het vervolgens maar mee doen.Wat we wel doen is het verzamelen van allerlei noten, commentaar en discussies binnen het vakgebied. Daar besteden we wel aandacht aan. We lezen alles en we praten er intern ook over. De commentaren uit de vakbladen blijven dus niet onopgemerkt. Ik heb overigens niet gezien dat Elliot of PPG, of welke andere betrokken partij dan ook, vervolgens ergens in de krant of elders publiekelijk gezegd heeft dat hij het wel of niet met die uitspraak eens is. U heeft ooit een tafelrede gehouden over de zogenaamde Corporal Governace Code (gedragsregels voor bedrijven). U heeft daarin ook gezegd dat het heel lastig is om naleving van de Code te vorderen. Kan de Ondernemingskamer daar nog een bepaalde beleidsmatige rol in spelen? Het staat geloof ik ook ergens in die tafelrede dat ik het ontzettend leuk zou vinden als er een zaak hier komt, waarin iemand gaat be-pleiten dat een onderneming iets moet doen of nalaten vanwege een bepaalde stakeholder, niet behorende tot de klassieke groep stakeholders, maar in de meer maatschappelijke stakeholders als de consument of het milieu. Dat is natuurlijk een ontzettend leuke vraag. Wat het antwoord op die vraag is, daar kan ik in algemene zin niets over zeggen, want dat weet ik niet. Ik weet pas iets als die zaak hier gediend heeft en we erover moeten beslissen. Het kan ook best zijn dat die zaak zich nooit aandient, dan blijft het in het ongewisse. Ik vind dat we wel consequent moeten zijn. Je moet óf omarmen dat iets een norm is, dan kun je er ook aan gehouden worden, óf het is geen norm, maar het is meer een soort slappe, idealistische intentie. Ook leuk, maar dan dient het verder buiten het domein van het recht te blijven.  Hoe gaat het onlangs opgerichte Netherlands Commercial Court zich verhouden tot de Ondernemingskamer? Gaat dat instituut mogelijk interfereren met uw zaken? In beginsel is het een toevoeging in die zin dat de Ondernemingskamer natuurlijk geen algemene bevoegdheid heeft ten aanzien van commerciële geschillen of ten aanzien van het ondernemingsrecht. Wij zijn bevoegd ten aanzien van specifieke procedures, de enquêteprocedure bijvoorbeeld, terwijl het Commercial Court zich natuurlijk richt op commerciële geschillen tussen ondernemingen. Misschien zal het soms zo zijn dat je met een bepaalde zaak of een bepaald probleem zit, en dat je de keuze hebt of je dat vormgeeft in de vorm van, bijvoorbeeld, een enquêteprocedure. In die zin zou er dus enige overlap kunnen ontstaan, maar in beginsel zie ik die overlap eigenlijk niet. In onze carrièrespecial proberen we een aantal mogelijke paden na de rechtenstudie uit te lichten. Wanneer ben je eigenlijk geschikt voor een functie in de rechtspraak? Moet het je echt liggen, of zou in principe iedere afgestudeerd jurist het kunnen? Dat is een lastige. Zelf had ik er niet aan moeten denken dat ik op mijn 25e rechter zou zijn geworden. Dat zou ik een heel raar idee vinden. In algemene zin denk ik dat het goed is om, ook als je tijdens je studie al denkt aan het rechterschap, eerst vooral ook te denken aan een functie in de advocatuur. Het is heel nuttig om later als je rechter bent ook die kant van de zaak gezien te hebben. Je wordt op een veel directere, meer ongepolijste manier met allerlei problemen geconfronteerd dan als rechter. Ik vind het moeilijk om te zeggen wat iemand specifiek geschikt maakt voor het rechterschap.Je moet wel echt van het juridische houden, het ontrafelen van bepaalde kwesties. Je moet vooral nieuwsgierig zijn, graag willen weten hoe dingen zitten en waarom dingen zijn gebeurd. Verder moet je in staat zijn om je oordeel zo lang mogelijk uit te stellen. Je moet zo lang mogelijk openstaan voor de mogelijkheid dat het toch anders kan uitpakken dan je aanvankelijk dacht toen je het dossier las. Ik denk dat dat die kwaliteit je als rechter heel erg helpt.In hoeverre je dat kunt vormen, dat weet ik eigenlijk niet. Voor een deel is het natuurlijk ook afhankelijk van je professionele houding en van de ervaringen die je op doet wanneer je als rechter werkt. Ik moet zeggen dat ik zelf eigenlijk nooit aan enige loopbaanplanning heb gedaan. Ik heb alleen maar gedaan wat er op mijn pad kwam, ook wat betreft specialismen. Ik zit dan nu sinds 2010 in de Ondernemingskamer, daarvoor hield ik me eigenlijk helemaal niet bezig met ondernemingsrecht. Ik heb ook wel de neiging om tegen rechtenstudenten te zeggen dat je niet moet denken dat je nu al weet wat je de rest van je leven precies gaat doen. Ook omdat ik denk dat er tussen rechtsgebieden dwarsverbanden zijn. Als je met het ondernemingsrecht bezig bent is het echt wel nuttig om niet alleen iets van arbeidsrecht of van het intellectueel eigendomsrecht te weten, maar ook enige kennis te hebben van bestuursrecht en strafrecht. Speelt uw achtergrond als advocaat in het huur- en kooprecht bij uw huidige werkzaamheden dan nog enige rol? Dat ik dat als advocaat gedaan heb is eigenlijk min of meer toevallig. Het heeft ermee te maken dat ik een scriptie heb geschreven over een huurrechtelijk onderwerp. Ja, dan zit je al een beetje in die hoek, maar je kunt daar dus wel uit komen. Tenminste, als je daarvoor openstaat. Het is met name een kwestie van persoonlijke voorkeur. Ik vind dat ook het aantrekkelijke van met name het werk als rechter, dat je vrij eenvoudig een ander specialisme kunt gaan doen. Als je 20 jaar advocaat bent op het gebied van intellectuele eigendom, dan is het heel moeilijk om nog iets anders te gaan doen als advocaat, omdat je een hele praktijk hebt opgebouwd. Je hebt cliënten, specialistische kennis; het is enorme kapitaalvernietiging om dan te gaan denken: “Nou, weet je wat? Na 20 jaar ga ik me eens bezighouden met het arbeidsrecht.” Als rechter is dat veel makkelijker, dan kun je veel meer aan seriële specialisatie doen. Het is wel prettig om gespecialiseerd te werken, maar het is ook wel weer eens leuk om af en toe van specialisme te wisselen. Je moet ook wel specifieke kennis hebben natuurlijk, als ik bij wijze van spreken hier bij het hof arbeidszaken zou gaan doen dan zou het echt beter zijn om me eerst even een maandje in het arbeidsrecht te gaan verdiepen, maar na een maand kun je dan wel aan de slag. Als je veel rechtsgebieden interessant vindt, dan is de functie van rechter dus zeker een optie.


Recente artikelen

Recente reactie

Door: Chantal van der Weide

Beste Benni de Jong, bedankt voor je scherpe en goed geformuleerde reactie. Ik deel je mening ook volkomen.

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Door: Erna Smuttenberg

Mooi artikel Kyra! Ik wilde vroeger bij de Milva! Maar of veel vrouwen het met me eens zijn....Ontwikkeling is niet te stoppen denken ik!

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×