Interview met Rob Oude Breuil
Maaike Past

12 april 2019, 11:40

Interview met Rob Oude Breuil

Bij Damsté advocaten - notarissen werken dagelijks meer dan honderd specialisten aan de meest uiteenlopende vragen van cliënten. Gedreven specialisten werken vanuit verschillende expertises nauw met elkaar samen en halen zo het beste in zichzelf en elkaar naar boven. Strafrechtadvocaat Rob Oude Breuil is een van deze specialisten. Na zijn studie Nederlands recht aan de universiteit Nijmegen is hij in dienst getreden bij Damsté advocaten - notarissen waar hij momenteel bijna zeventien jaar werkzaam is. Rob is gespecialiseerd in het strafrecht, waarbij het accent ligt op economische delicten. Auteur: Maaike Past Rob, bedankt voor de hartelijke ontvangst. je hebt net als de lezers van het blad aan de Radboud Universiteit gestudeerd, Kun je iets over jouw studietijd vertellen? Ik studeerde Nederlands Recht, maar toen was het nog wel heel anders moet ik zeggen. Het systeem met bachelor en master was er nog niet. Iedereen deed drie jaar dezelfde vakken en daarna kon je in het vierde jaar zelf wat vakken kiezen. Deze vakken hoefden niet perse in dezelfde richting te zijn. Strafrecht vond ik echt niks toen. Ik had het in het tweede jaar gevolgd, maar vond het hartstikke saai. Dat omslagpunt is pas later gekomen.Wat was dat omslagpunt voor jou? Na mijn studie ben ik begonnen als advocaat-stagiair op de afdeling Vastgoed bij Damsté. Dit heb ik drie jaar gedaan en gedurende die tijd merkte ik dat ik strafrecht heel gaaf vond. Dat specialisme bestond nog niet binnen ons kantoor, dus dat ben ik toen gaan opzetten. Sindsdien behandel ik uitsluitend strafzaken. Dat klinkt misschien heel raar, dat ik vrijwel niks wist van het vakgebied toen ik binnenkwam bij Damsté. Maar als je als advocaat-stagiair aan de slag gaat, pik je het zo op. Binnen enkele maanden weet je er alles van. Op de universiteit leer je een bepaalde manier van denken. Als je dat onder de knie hebt, kun je elk rechtsgebied oppakken. Ik raad dan ook aan om die drie jaar als advocaat-stagiair vooral te gebruiken om te kijken wat je leuk vindt. Binnen ons kantoor is er de ruimte om te switchen, dus als jij binnen het strafrecht bent afgestudeerd en hier solliciteert op letselschade, dan is dat niet zo’n probleem omdat wij weten dat je zo wel weer op niveau bent, die overstap is snel gemaakt.Hoe zou je Damsté omschrijven? Ik werk nu ongeveer zeventien jaar bij Damsté en vind het een heel fijne werkplek. Er heerst hier geen hiërarchische cultuur, iedereen is gelijk aan elkaar. Uit de hoogte doen past ook niet binnen ons kantoor. In mijn sectie zijn er nu twee strafrechtadvocaten, mijn collega en ik. Wij worden ondersteund door twee secretaresses. Op deze manier houd je het klein, met korte lijntjes. Het feit dat ik hier na mijn studie in 2003 aan het werk ben gegaan en er nu nog steeds werk, zegt genoeg. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de kantoren in de Randstad is het hier gebruikelijk dat iedereen rond een uur of vijf, zes naar huis gaat.Werken er veel mensen uit deze regio (Twente) bij dit kantoor? In het begin merkte ik dat wel echt. Maar de laatste twee, drie jaar is de verhouding wel bijna fiftyfifty. Op het moment werken er mensen uit het hele land op dit kantoor, dat vind ik mooi om te zien. Ik heb ook bewondering voor mensen uit andere delen van het land die hier komen en een heel nieuw leven opbouwen. In het begin dacht ik dat die mensen vooral kwamen omdat er weinig werk was, op zo’n moment kijk je toch verder dan je eigen regio voor werk. Maar op dit moment loopt de advocatuur goed, dus het moet mensen ook wel echt aanspreken om hier te werken.Je gaf net aan dat het bij Damsté gebruikelijk is dat iedereen rond een uur of vijf, zes naar huis gaat. Ben je thuis verder nooit bezig met werk? Niet in het opzicht dat ik thuis nog veel nadenk over zaken, het gaat bij mij niet tussen de oren zitten. In het begin had ik dat wel, dan ben je nog bang om fouten te maken. Wel werk ik zo nu en dan ’s avonds thuis even door. Strafrecht is een drukke praktijk, je draait ontzettend veel zaken. Die zaken moeten een keer voorbereid worden. Soms moet je dan overwerken of er ’s avonds thuis voor gaan zitten. Ik ervaar dit gelukkig niet als vervelend.Je bent advocaat in het strafrecht. Heb je binnen het strafrecht een specialisatie? Nee, ik behandel veel uiteenlopende zaken. Van winkeldiefstal tot moord, maar met name  economische delicten voor grote bedrijven. En ook pro-Deozaken trouwens. Die variatie is leuk, maar soms ook lastig. Bedrijven willen bijvoorbeeld vaak direct advies. Het is niet altijd makkelijk om dat te doen als je daarnaast ook nog een drukke praktijk hebt. Ik heb wel eens zitten denken om helemaal te stoppen met het commune strafrecht, maar daarvoor vind ik het gewoon te leuk.Hoe ontstaat de relatie advocaat-cliënt? Gaat dat via Damsté of word je zelf benaderd? Via het kantoor komt er niet veel binnen bij mij. Bij andere rechtsgebieden wel, maar bij het strafrecht werkt dat anders. Strafrecht is mond-op-mondreclame.Neem je dan ook iedere zaak die binnenkomt aan? En als je dan eenmaal met een zaak bezig bent, wanneer is de zaak voor jou geslaagd? In beginsel neem ik iedere zaak aan. Weigering komt zelden voor, dan moet ik er gelijk bij het eerste gesprek geen goed gevoel bij hebben. Ik wijs dan meer af op het feit dat ik denk dat er geen fijne samenwerking uit kan voortkomen. Weigering op grond van het delict doe ik niet. Bij elke zaak heb ik in mijn hoofd wat ik eruit wil halen en als dat lukt, ben ik tevreden. Soms bluf je ook wel, dat je een verweer voert waarvan je weet dat het kansloos is. Toch probeer je het, er kunnen namelijk twee dingen gebeuren. Of de rechter houdt bijvoorbeeld de jurisprudentie niet goed bij en gaat mee met het verweer of hij gaat je de les lezen. Soms is het een spel, hoor.Wat zijn voor jou de belangrijkste eigenschappen die een strafrechtadvocaat moet bezitten? Het belangrijkste is dat je goed kan pleiten. Alles valt of staat met je pleidooi. In het strafrecht kun je in de meest kansloze zaken heel ver komen door met je pleidooi mensen te laten twijfelen. Wat daarnaast heel belangrijk is, is dat je de cliënt goed voorbereidt. Hoe je cliënt het op zitting doet, is naast het pleidooi het belangrijkst. Als ik weet dat ik hem goed heb voorbereid en zelf een goed pleidooi heb gehouden, dan heb ik alles eruit gehaald wat erin zit. Maar als ik hem niet goed heb voorbereid, neem ik mezelf dat kwalijk en moet het de volgende keer beter. Daar leer ik ook weer van, dat houdt me scherp. Daarnaast moet een advocaat sociale antennes hebben.Kun je daar wat meer over vertellen, over die sociale antennes? Heb je die altijd al gehad, of is dat ontwikkeld tijdens je tijd als advocaat? Die sociale antennes heb ik zeker ontwikkeld in de advocatuur. Vroeger had ik soms nog wel moeite om een gesprek gaande te houden. Nu totaal niet meer en moeten mensen me soms de mond snoeren. Die sociale antennes heb je nodig omdat je met iedereen uit de samenleving goed moet kunnen omgaan. Je moet een goed gesprek kunnen voeren met bij wijze van spreken de zwerver van de hoek op de straat tot de directeur van een groot bedrijf. Je moet bij iedere persoon op het juiste niveau gaan zitten zodat de mensen zich op hun gemak bij je voelen. Ze moeten je zien als een persoon aan wie ze alles kunnen vertellen en vragen, met wie ze alles durven te bespreken.Je gaf net aan dat pleiten het belangrijkste is voor de strafrechtadvocaat. Vind je dat ook het mooiste aan het werk? Ja, absoluut. Het mooiste zijn de zaken waarbij het fiftyfifty of nog minder is dat het een vrijspraak wordt en dat je dan met je pleidooi de rechter toch zover hebt gekregen om vrij te spreken. Of dat je een juridisch verweer hebt gezien dat niemand anders heeft gezien of een verweer dat de rechter niet verwacht. Het is niet zo dat dat elke dag gebeurt, maar het is toch heel plezierig. Daarnaast vind ik het contact met mensen heel mooi. Je ziet zoveel doordat je contact hebt met mensen uit alle lagen van de samenleving. Zo nu en dan voel je je meer een soort maatschappelijk werker dan advocaat. Je kunt een cliënt dan echt verder helpen door er bijvoorbeeld op aan te sturen dat het heel verstandig zou zijn als deze zich zou laten opnemen in een kliniek. Als ze dat dan ook doen en er beter uit komen, dan geeft dat een goed gevoel. Dan is het ook heel dankbaar werk. Met de meeste cliënten heb ik ondertussen een lange relatie opgebouwd en dan nemen ze ook meer van je aan. Als je iemand langer kent, kan je ook echt eerlijk zijn.Zijn er ook mindere kanten aan de advocatuur? Inhoudelijk is het werk heel mooi, maar er zijn inderdaad mindere kanten. Er moet ook geld verdiend worden. Dat is een gebrek aan kennis op dat gebied van nieuwe mensen die hier komen werken. Die komen bij wijze van spreken binnen en denken kom maar op met die stapel dossiers, die zaken ga ik even doen. Inhoudelijk zaken doen is 30 à 40%. Daarnaast is het acquisitie, achter klanten aanzitten e.d. Op een gegeven moment wordt van je verwacht dat je zelf zaken binnenhaalt, dat je zelf actief bent. Ik ben nu op een punt gekomen dat mensen mij benaderen, maar voordat je op dat punt komt is het een lange weg. Stage lopen geeft daarom soms ook een verkeerd beeld, als stagiair doe je alleen maar leuke dingen. Je gaat met mensen op pad, je gaat naar de gevangenis, naar zittingen, iedereen vindt dat mooi. Maar de praktijk is echt heel anders. Advocatuur is keihard werken en er moet geld verdiend worden, dat is toch wel de andere kant van de medaille.Heb je wel eens overwogen om een ander beroep uit te oefenen binnen het strafrecht, bijvoorbeeld Officier van Justitie of rechter? Als je rustiger wil zitten, dan moet je rechter worden. Dan heb je geen rinkelende telefoon, dan hoef je geen omzetten te draaien. Dan ben je echt alleen inhoudelijk met je vak bezig. Over Officier van Justitie heb ik wel meerdere keren getwijfeld. In die 14 jaar dat ik werkzaam ben als strafrechtadvocaat heb ik nu echter zo’n netwerk opgebouwd dat het doodzonde zou zijn om dit overboord te gooien.Hoe ziet een gemiddelde werkwerk er voor je uit? Of is er geen gemiddelde week en is alles iedere week weer anders? Iedere week is anders, maar ik heb wel elke dag een à twee zittingen. Tijd is heel moeilijk in te schatten, sommige zittingen duren een kwartier en andere een halve dag. Dan zie je dus gelijk waar die drukte vandaan komt waar ik het eerder over had, want je moet die zaken natuurlijk voorbereiden. Daarnaast moet je besprekingen met cliënten plannen en correspondentie en mailtjes beantwoorden. Als je niet ontzettend goed plant, dreig je vast te lopen. Ik probeer de klanten daarom echt regionaal te houden, want het is jammer als je dagen voorbij gaan aan reistijd.Wat vind je van het voorstel van minister Dekker om de rechtsbijstand te hervormen? Ten eerste moet ik zeggen dat in al die jaren dat ik advocaat ben ik dit soort voorstellen wel vaker voorbij heb zien komen. Lang niet alle voorstellen komen er echter door. Maar bij dit voorstel heb ik wel het idee dat het erdoorheen gaat komen. Het meest bizarre aan dit voorstel vind ik dat een overheidsinstantie gaat bepalen of er recht is op toevoeging van een advocaat in een zaak. Zij hebben natuurlijk maar één belang en dat is zeggen dat er geen toevoeging nodig is. Voor sommige rechtsgebieden krijg je sowieso geen advocaat meer. Ik vind het kwalijk dat dat in een rechtsstaat kan. En als dit voorstel wet wordt, wordt het alleen maar erger. Vooral voor de advocaten die in een pro-Deopraktijk werken, zij werken allemaal keihard. Dit terwijl in een overheidsrapport dat onlangs is uitgebracht juist geconcludeerd werd dat de vergoedingen voor pro-Deoadvocaten al veel te laag zijn. En dan wil minister Dekker met zijn hervormingsplan het nog minder maken. Want hervormen in Nederland betekent bezuinigen.Tot slot, heb je  nog tips voor de Nijmeegse rechtenstudent? Zorg dat je stage loopt (advocaat-stage) bij een middelgroot of groot kantoor dan wel bij een niche kantoor. Hierdoor weet je bijna zeker dat de kwaliteit hoog ligt waardoor je een goede en gedegen opleiding krijgt. En als je basis goed is, dan ga je het wel redden. Probeer verder tijdens jouw stage vooral uit te vinden wat je nou echt leuk vindt om te doen. Wat daar gaat het natuurlijk echt om; doen wat je leuk vindt!

Interview: Dirkzwager

17 augustus 2018, 11:16

Interview: Dirkzwager

De redactiecommissie heeft twee ‘Dirkzwagers’ geïnterviewd. Dit zijn Teun van der Weijden, advocaat op de sectie Overheid & Vastgoed in Arnhem, en Steef Verheijen, recruiter en voormalig advocaat op de sectie Gezondheidszorg Voordat we beginnen, kunnen jullie eerst wat over jezelf vertellen? Mijn naam is Teun en ik werk sinds 8 maanden bij Dirkzwager in Arnhem. Voor ik begon met werken heb ik in Nijmegen gestudeerd en daar de bachelor Internationaal en Europees Recht gedaan en daarna de masters Burgerlijk Recht en Ondernemingsrecht. Na mijn studie heb ik een tijd gereisd en daarna ben ik bij Dirkzwager op de sectie Overheid & Vastgoed aan de slag gegaan. Daar zit ik nu nog steedsEn ik ben Steef. Ik ben sinds augustus werkzaam als recruiter bij Dirkzwager en daarvoor heb ik 3,5 jaar als advocaat gewerkt op de sectie Gezondheidszorg bij Dirkzwager. Ook ik heb in Nijmegen gestudeerd, Bedrijfscommunicatie en Rechten. Wat voor type kantoor is Dirkzwager? Steef: Dirkzwager is een groot advocaten- en notarissenkantoor met ongeveer honderd advocaten en een kleine twintig (kandidaat-)notarissen. Het kantoor heeft drie kantoorpanden, twee in Arnhem en één in Nijmegen. Dirkzwager is een full service kantoor. Alleen strafrecht doen we niet. De sfeer is gemoedelijk.Teun: Dat er een gemoedelijke sfeer hangt kan ik zeker beamen. We gaan op een prettige manier met elkaar om en er heerst geen schouderduwcultuur.Steef: Dat die cultuur hier niet leeft komt ook omdat onze insteek bij het aannemen van een advocaat-stagiair of kandidaat-notaris is dat hij of zij na drie jaar (stageperiode) kan blijven. Wij hebben daardoor misschien wel minder vacatures maar na de stage is er bijna altijd een plek voor diegene. Ook krijgen advocaat-stagiairs gelijk veel ruimte en zelfstandigheid. Je geeft bijvoorbeeld zelf een lezing en mag zelf naar de rechtbank in plaats van dat je de eerste 3 jaar meer op de achtergrond aan het werk bent. Teun, je hebt voor de advocatuur gekozen. Waarom heb je voor Dirkzwager gekozen en waarin onderscheidt Dirkzwager zich van andere kantoren? Teun: Wat mij erg aantrok bij Dirkzwager was in de eerste plaats het gemoedelijke; je stapt niet binnen in een wolkenkrabber waar je veel collega’s niet kent. Je werkt bij Dirkzwager in teams waar iedereen elkaar kent. Daardoor krijg je al snel je eigen verantwoordelijkheden. Dat uit zich vooral in het feit dat je al direct met grote zaken bezig bent en met grote cliënten mag werken. De mix tussen direct veel verantwoordelijkheid en grote klanten vind ik heel mooi. Daarnaast is het belangrijk dat je van veel verschillende mensen leert; door de diversiteit aan mensen met ervaring leer je elke dag wat nieuws. Teun, hoe ben je dan bij de sectie Overheid & Vastgoed terechtgekomen? Teun: Toen ik van de universiteit kwam, was dit niet de meest voor de hand liggende keuze. Ik had namelijk ondernemingsrecht en burgerlijk Recht gestudeerd met de nadruk op faillissementsrecht. Toen werd ik getipt over een vacature voor de sectie Overheid & Vastgoed bij Dirkzwager. Het burgerlijk recht komt namelijk in een mooie combinatie terug in mijn sectie. Ik ben bijvoorbeeld veel bezig met goederenrecht en verbintenissenrecht. Ik hou zelf van inhoudelijk werk maar de klanten in deze sectie willen graag ook direct en duidelijk resultaat zien. Dat spanningsveld tussen juridisch inhoudelijk bezig zijn en de vertaalslag naar de praktijk komt mooi naar voren in het vastgoedrecht en is iedere dag weer een leuke uitdaging. Wat zien jullie als je grootste uitdaging binnen het werk als advocaat? Steef: Verwachtingsmanagement is heel belangrijk. Je moet weten wat de klant precies wil zodat je aan zijn verwachtingen kan voldoen. Het maakt veel verschil of je cliënt een uitgebreid juridisch memo wil of een praktisch advies op 1 A4.Teun: Je hebt natuurlijk cliënten die naar je toe komen met vragen en eisen terwijl jij dan denkt dat het niet het beste is voor de cliënt. Dit moet je dan voorzichtig brengen en dan probeer je ze in zekere zin klaar te maken voor het feit dat er betere opties zijn dan wat zij in gedachten hebben. Je moet dan wel sterk in je schoenen staan. Wat zoeken jullie precies in een nieuwe advocaat-stagiair? Steef: Natuurlijk moet iemand inhoudelijk goed zijn. Het liefst hebben we ook iemand die affiniteit heeft met het vakgebied waar hij of zij op solliciteert. Dat is de selectie die we met name in het voortraject maken.  Verder zoeken we iemand die stevig in zijn schoenen staat maar vooral ook een leuk persoon is. Verder zijn nuchterheid en een beetje gevoel voor humor wel karaktertrekken die we waarderen. Hoe zit het bij Dirkzwager met het lopen van stage? Steef: Stage lopen is op allebei de vestigingen mogelijk, zowel in Arnhem als Nijmegen. De stageperiode is bij beide kantoren zes weken. In Nijmegen is het een kantoorbrede stage. Dit betekent dat je als student werk verricht voor alle secties die we in Nijmegen hebben. In Arnhem loop je twee keer een periode van drie weken mee op een sectie. Dus daar kies je twee secties en bij beide secties loop je dan drie weken mee. Teun, hoe ziet jouw dag eruit als advocaat? Teun: Ik begin hier eigenlijk altijd rond half 9. Dan komen de meeste mensen binnen, maar het is niet zo dat we om half 9 moeten inklokken. Het is wat dat betreft redelijk vrij. In de trein ‘s ochtends kijk ik meestal al naar de mails die zijn binnen gekomen. Aan de hand van de mails kan ik een beetje een beeld schetsen van wat voor dag het wordt. Dat is met name ook het leuke aan de advocatuur, elke dag is anders. Er kan altijd iets gebeuren wat alles weer omgooit. Als ik op het werk aankom overleg ik vaak met mijn patroon, met hem heb ik veel direct contact Verder heb je bijna iedere dag wel iets van een lezing of een bespreking of een opleidingscursus. Dat zijn altijd leuke dingen waardoor je even loskomt van het behandelen van dossiers. En daardoor blijft het lekker dynamisch. Wat het kantoor overigens wel typeert is dat er hard wordt gewerkt, maar het niet zo is dat mensen ‘s avonds blijven zitten omdat hun buurman ook blijft zitten.Steef: Het is ook belangrijk om als student na te denken wat je op een dag wilt doen als je gaat werken. Soms hebben studenten een beeld in hun hoofd van ‘Suits’ met enorm veel procederen en heel vaak een zitting. Zeker in de civiele praktijk is dat geen reëel beeld. Vraag daarom ook altijd in een sollicitatiegesprek of de praktijk waarin je komt te werken vooral een proces- of adviespraktijk is. In een adviespraktijk zal je niet zo vaak in de rechtbank komen. Voldoet het werk dat je nu doet aan de verwachtingen die je van tevoren had? Teun: Nou eigenlijk niet, het is nog veel leuker dan ik had verwacht. Vastgoed was geen aangewezen keuze na mijn studie. In eerste instantie twijfelde ik of Overheid en Vastgoed wel was wat ik wilde. Overheid impliceert natuurlijk ook veel bestuursrecht dus ik zat hier op sollicitatiegesprek en ik vertelde eerlijk dat ik twijfelde of ik wel gekwalificeerd was. Ze hebben mij uiteindelijk weten te overtuigen doordat ze hier heel erg in teams werken en iedereen zijn eigen specialisme heeft. Wat dat betreft is dat een hele leuke samenwerking gebleken tussen mensen. Als ik het antwoord op een vraag niet gelijk weet, dan loop ik bij iemand naar binnen en dan kunnen we erover ‘sparren’. Zo zie je vaak dat je tot een ander antwoord komt dan waar je anders op was gekomen als je je er zelf in had verdiept. En dat is iets wat ik ontzettend leuk vind en dus zelfs leuker dan ik vooraf had verwacht. Hoe zit het bij Dirkzwager met opleidingsmogelijkheden binnen kantoor en switchen van sectie? Teun: De eerste drie jaar ben je natuurlijk met de beroepsopleiding bezig als advocaat-stagiair. Dat is overal in principe hetzelfde. Wat ik hier vooral ontdekt heb is dat je eigenlijk het allermeest leert van je collega’s. Daarom is de combinatie van teams waarin hele ervaren mensen zitten en minder ervaren mensen zo leerzaam. Daarnaast hebben we Dirkzwager Academy. Die is ook gericht op oudere advocaten en in dat verband hebben we regelmatig cursussen waar bijvoorbeeld rechters of advocaten komen spreken over actualiteiten binnen rechtsgebieden. Verder is er binnen kantoor ook veel ruimte om bijvoorbeeld een Grotius-opleiding te doen. Dit is de specialisatieopleiding op een bepaald gebied die wordt verzorgd door het CPO in Nijmegen. Switchen van sectie (tijdens de advocaat-stage) doen we bij ons kantoor niet. Wat zou je de Nijmeegse rechtenstudent mee willen geven? Teun: De eerste selectie wordt natuurlijk gemaakt op basis van een brief en een cv. Daarom wil ik meegeven dat het belangrijk is om dingen naast je studie te doen. Zo kun je dingen leren die je niet in de collegebanken leert. Een stage is belangrijk en dingen als commissiewerk of buitenlandervaring spreken alleen maar voor je. Verder hoef je zeker niet binnen vier jaar af te studeren dus zorg dat je alles uit je studententijd haalt.Steef: Ga stage lopen. Dan kom je erachter of de advocatuur iets voor je is. Een stage is ook wel een must op het moment dat je solliciteert voor een functie als advocaat-stagiair of kandidaat-notaris. Maar: doe tijdens je studietijd vooral ook dingen die je leuk vindt en geniet van je studietijd. Dat ben ik helemaal met Teun eens. UPDATE: Inmiddels is Steef Verheijen niet meer werkzaam bij Dirkzwager advocaten & notarissen  

Interview met Arjan ten Vergert
Jorrit Peters

19 juli 2018, 13:51

Interview met Arjan ten Vergert

Bij Damsté advocaten - notarissen werken dagelijks meer dan honderd specialisten aan de meest uiteenlopende vragen van cliënten. Gedreven specialisten werken vanuit verschillende expertises nauw met elkaar samen en halen zo het beste in zichzelf en elkaar naar boven. Kandidaat-notaris Arjan ten Vergert is een van deze specialisten. Na zijn studie Nederlands recht en notarieel recht heeft hij als kandidaat-notaris gewerkt bij Loyens & Loeff. Na een functie buiten het notariaat als bedrijfsjurist, is Arjan teruggekeerd als kandidaat-notaris bij een advocatenkantoor in Enschede. Ongeveer een jaar geleden heeft Arjan de overstap gemaakt naar Damsté  advocaten - notarissen waar hij momenteel als notaris werkzaam is. Door: Jorrit Peters & Heiko WijnbergenArjan, je bent begonnen met je studie in het Nederlands recht. Wat heeft je doen besluiten om je in de masterfase volledig op het notarieel recht te richten en later kandidaat-notaris te worden? Ik begon met de opleiding Nederlands recht. Aan het begin van mijn studie was ik vooral gefocust op de advocatuur. Op het eind van mijn bachelor Nederlands recht trokken de notarieelrechtelijke vakken steeds meer mijn aandacht. Ik had die vakken als extra keuzevak in mijn bachelor Nederlands recht kunnen volgen, maar ik koos ervoor om het volledige masterprogramma notarieel recht te gaan doen. Het heeft me wel een jaar extra gekost, maar dat was met alle stages die ik daarnaast liep zeker de moeite waard. Zo heb ik stage gelopen in de notariële praktijk, maar ook een aantal maanden bij de ING bank. Ik deed daar onderzoek naar leereffecten van faillissementen. Het notariaat sprak mij zo aan dat ik daar uiteindelijk voor heb gekozen.Was er een groot verschil tussen hoe je tegen het notariaat aan keek tijdens je studie en het werk in de praktijk?Totdat ik begon met de notariële studierichting, stapte ik er blanco in. Zoals ik al zei had ik aan het begin van mijn studie vooral de advocatuur op het oog en ben ik notarieel recht erbij gaan doen omdat ik het interessant vond. Toen ik stage ging lopen in de notarispraktijk kwam ik ineens veel zaken tegen die ik in de studie nog nooit gezien had. De studie blijkt dan veel theoretischer te zijn dan de praktijk. Ook de stap van de studie naar praktijk was erg wennen. In mijn studentenleven had ik veel meer vrijheid. Als student denk je de ene dag: ‘ik sta vroeg op en ga van alles ondernemen’, terwijl er ook dagen zijn dat je denkt: ‘ik draai me nog eens om’. Dat kan natuurlijk niet meer als je in de praktijk aan het werk gaat. Het was tijdens het stage lopen vooral wennen aan een andere routine.Na je afstuderen ben je aan de slag gegaan als kandidaat-notaris. Hoe heb je de beroepsopleiding voor het notariaat ervaren?De beroepsopleiding is voor mij al weer lang geleden Het kan zijn dat er in de tussentijd wat veranderd is en er nóg meer aandacht wordt besteed aan de praktijk en soft-skills. Dat was in mijn tijd minder het geval. De beroepsopleiding duurt ongeveer drie jaar. In het eerste jaar had ik één keer per twee weken een groepsbijeenkomst die ik schriftelijk moest voorbereiden. Dat jaar werd afgesloten met een mondeling examen. De twee jaar daarna  waren wat dat betreft wat rustiger. Ik had toen slechts een keer per maand een bijeenkomst aangevuld met af en toe een enkele bijeenkomst omtrent de soft-skills. Overigens is het niet zo dat je na je beroepsopleiding stil staat in je ontwikkeling. Als notaris ben je verplicht om ieder jaar een aantal PE-punten te halen. In een tijdvak van twee jaar  moet je 40 studiepunten halen door cursussen en seminars bij te wonen over juridisch inhoudelijke vakken maar ook trainingen op het gebied van  bijvoorbeeld managementvaardigheden.Damsté geeft je als jonge jurist veel ruimte om de beroepsopleiding succesvol te doorlopen. De dagen die je naar de beroepsopleiding gaat, kan je ook niet op kantoor zijn. Wij geven als kantoor bijvoorbeeld  extra studietijd voor een tentamen of examen.Je hebt je binnen Damsté gespecialiseerd in het commercieel vastgoed, hoe is dat zo ontstaan?Op het kantoor waar ik mijn carrière ben begonnen als kandidaat-notaris heb ik eerst gewerkt op de sectie  Ondernemingsrecht. Het was op dat kantoor gebruikelijk om af en toe te wisselen van sectie om zodoende ook met een ander rechtsgebied kennis te maken. Ik maakte toen de overstap naar het vastgoed en dat sprak mij dusdanig aan dat ik daar in ben blijven werken. Ik vind ondernemingsrecht ook nog steeds erg leuk en kom het gelukkig ook veel tegen in het commercieel vastgoed. Wat ik bovenal erg leuk vind aan het commercieel vastgoed is dat het de meest tastbare kant van het notariaat is. Je hebt het vaak over iets wat je in het echt kunt zien en aanraken. Ook spreekt het vele contact dat je hebt met cliënten mij erg aan.Richt Damsté zich alleen op de  zakelijke markt?De notarispraktijk van Damsté richt zich in de praktijk voornamelijk op MKB’ers en op grotere ondernemingen. Daarnaast bedienen we ook particulieren. Vanuit de advocatuur moet je dan bijvoorbeeld denken aan zaken in de letselschade en familierecht en vanuit het notariaat de particuliere markt middels het label 123notaris. Met 123notaris bieden we notariële diensten voor particulieren en bedrijven tegen scherpe tarieven. Gemak voor de cliënt, efficiency en een modern werkend notariaat zijn kenmerkend voor de dienstverlening van 123notaris. In hoeverre verschilt de commerciële praktijk van de particuliere notarispraktijk?De complexiteit van de zaken verschilt veel. Daarnaast heb je met mensen te maken die zelf ook veel verstand van zaken hebben. Je zit dus op een wat hoger kennisniveau dan de meeste particulieren. Dat is wel een hele leuke uitdaging voor mij persoonlijk. Naast mijn baan als kandidaat-notaris bij Damsté ben ik ook actief als bestuurslid bij Stichting Vastgoedrapportage Twente. Ik kom daar veel in contact met mensen die in de vastgoedwereld actief zijn. Naast het feit dat dat goed is voor mijn netwerk, krijg ik ook goed mee wat er speelt in de vastgoedwereld. Dat is een mooie verrijking van mijn werk en natuurlijk goed voor Damsté. Waarom heb je voor Damsté gekozen?Ik heb voor Damsté gekozen omdat ik het een prettig kantoor vind qua cultuur en mensen. Ik vind het belangrijk dat je je bij een kantoor prettig voelt en dat het kantoor bij je persoonlijkheid past. Ik zie Damsté als een laagdrempelig en informeel kantoor. Dat maakt dat Damsté voor mij een hele prettige en inspirerende omgeving is om in te werken. Ook voor studenten is het, denk ik, een heel toegankelijk kantoor. Damsté heeft ruim 100 goede specialisten in dienst waardoor we in staat zijn veel verschillende zaken aan te nemen. We bedienen bijna alle rechtsgebieden. Ook wordt er binnen kantoor veel samengewerkt tussen de secties onderling. Ik werk bijvoorbeeld veel samen met de collega’s op de secties Vastgoed en Overheid en Ondernemingsrecht. Daardoor staan we als kantoor dicht bij de cliënt en zijn we erg toegankelijkWat zou je de Nijmeegse rechtenstudent mee willen geven?Ga als student stage lopen en verbreed daarmee je horizon. Naast een stage kun je ook denken aan werken naast je studie of een andersoortige activiteit. Bij Damsté organiseren we regelmatig dagen waarbij we studenten uitnodigen om kennis te komen maken met ons kantoor. Op zo’n dag kun je kijken of je een klik hebt met ons kantoor en kun je in contact komen met onze mensen. Zo’n dag wordt vaak afgesloten met een borrel of etentje. Ik kan zo’n kantoorbezoek erg aanraden. Er lopen bij Damsté veel studenten uit Nijmegen stage. Het bieden van stageplekken vinden we bij Damsté belangrijk. Door een werkstage ben ik immers zelf de notariële praktijk ingerold. Bij Damsté kies je meestal voor een bepaald rechtsgebied of een bepaalde richting waarin je stage wilt gaan lopen. Zo’n stage duurt acht weken. Tijdens deze periode kun je de praktijk al eens goed verkennen. Je zult in het begin niet alles onder de knie krijgen, maar het geeft wel een goede kijk op de praktijk van alledag. Ik adviseer de Nijmeegse rechtenstudent dus zeker om stage te gaan lopen, maar vooral ook om te genieten van de studententijd. Die wordt tegenwoordig steeds korter! 


Recente artikelen

Recente reactie

Door: Chantal van der Weide

Beste Benni de Jong, bedankt voor je scherpe en goed geformuleerde reactie. Ik deel je mening ook volkomen.

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Door: Erna Smuttenberg

Mooi artikel Kyra! Ik wilde vroeger bij de Milva! Maar of veel vrouwen het met me eens zijn....Ontwikkeling is niet te stoppen denken ik!

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×