Interview Jeroen Smarius
Jordy Kusters

14 september 2020, 13:10

Interview Jeroen Smarius

In dit interview gaat het over werken bij de overheid en dan in het bijzonder werken bij een decentrale overheid als de gemeente of provincie. Jeroen Smarius, directeur bij de Provincie Noord-Brabant, vertelt over zijn ervaring bij verschillende gemeenten en de provincie en hoe zijn rechtenstudie nog vaak van pas komt bij zijn dagelijkse werkzaamheden. Je hebt rechten gestudeerd aan de Radboud Universiteitin Nijmegen. Waarom heb je destijds de keuze gemaakt voor de rechtenstudie in Nijmegen en hoe is dat bevallen?Ik ben rechten gaan studeren vanwege mijn brede algemene interesse en de rechten- studie die daarbij goed aansloot. De keuze voor Nijmegen had te maken met dat ik hockeyde in het eerste van MHC Boxmeer en daar graag wilde blijven hockeyen. Nijmegen lag in de buurt en dus werd het rechten studeren in Nijmegen. De keuze voor rechten en voor Nijmegen beviel mij al vrij snel. We kregen een erg brede opleiding en tegelijkertijd was het erg breed toepasbaar op situaties in de maatschappij. Ik merkte dat ik geïnteresseerd was in hoe de (rechts)verhoudingen tussen mensen, bedrijven en overheidsinstellingen in elkaar zitten en hoe dat precies werkt. Ik kreeg al snel speciale interesse voor het bestuursrecht en civiel recht. Wat mij daaraan voornamelijk boeide was de veronderstelde ongelijkheid tussen ‘machtige’ overheid en ‘zielige’ burger in die bestuursrechtelijke verhouding en de veronderstelde gelijkheid tussen partijen in het civiele recht. Voornamelijk als je kijkt naar de praktijk, dus bijvoorbeeld met de lijdelijke rechter in het civiele recht, maar juist de actieve rechter in het bestuursrecht. Ik ben uiteindelijk in 1987 in beide richtingen afgestudeerd. Wel wist ik al vrij snel dat de advocatuur niet mijn ding zou zijn, aangezien je dan echt de focus moet hebben op de belangen van één partij. Ik vond het juist leuk om de dingen wat breder te zien en dan te kijken wat dan de beste oplossing of richting is. Ik zag mijzelf wel werken bij de overheid en elke dag aan de slag gaan met dat algemene belang, wat het dan ook mag zijn. Zou je je carrièrepad na de studie kunnen schetsen en hoe je uiteindelijk bij de provincie Noord-Brabant terecht bent gekomen?Na mijn afstuderen kwam ik via het vervangen van een zwangerschapsverlof terecht bij de Gemeente Wijchen, als jurist op de afdeling bouw- en woningtoezicht. Hier was het mijn taak om bouwplannen van mensen te beoordelen en ze te vertellen wat ze wel en niet mochten bouwen. Dit deed ik aan de hand van documenten die ik eigenlijk nog nooit gezien had, laat staan mee gewerkt had. Deze documenten waren onder andere bestemmingsplankaarten en bestemmingsplanvoorschriften. Via de afdelingen volkshuisvestiging en handhaving kwam ik terecht bij de functie van algemeen jurist in Wijchen. Als algemeen jurist hield ik me minder bezig met specifieke problemen en specifieke regelingen (vb. Bouwbesluit), maar meer met algemene juridische problemen die de afdelingen niet zelf konden doen, hierdoor kwam ik ook weer meer in aanraking met wetten als de Algemene wet bestuursrecht. Na zeven jaar als jurist te hebben gewerkt, vroeg de toenmalige gemeentesecretaris aan mij of ik leidinggevende wilde worden van de afdeling bouw- en woningtoezicht. Op dat moment zat ik ook net op een punt waarop ik twijfelde wat ik in de toekomst wilde gaan doen. Iets wat mijn interesse had gewekt was de raio-opleiding (rechterlijke ambtenaar in opleiding) om eventueel Officier van Justitie te worden. Toch overtuigde de kans om leidinggevende te worden mij om bij de Gemeente Wijchen te blijven. Ik kreeg de promotie en ik begon, zonder enige leidinggevende ervaring, aan de functie van hoofd van de afdeling bouw- en woningtoezicht. Na deze functie vijf jaar bekleed te hebben ben ik vertrokken bij de Gemeente Wijchen om directeur ruimte bij de Gemeente Tiel te worden. In mijn portefeuille zaten alle aspecten van de ‘ruimte’, denk aan bestemmingsplannen, onderhoud (vaar)wegen, vergunningverlening etc. Twee jaar na mijn benoeming in Tiel vertrok de toenmalige gemeentesecretaris en werd ik benoemd tot gemeentesecretaris, wat ik zeven jaar gedaan heb. Vervolgens ben ik tien jaar in Uden gemeentesecretaris geweest alvorens de overstap te maken naar de provincie Noord-Brabant als directeur. Je bent bij twee verschillende gemeenten gemeentesecretaris geweest, wat doet een gemeentesecretaris eigenlijk?De gemeentesecretaris staat aan het hoofd van de ambtelijke organisatie, een soort algemeen directeur. Hij is eerste adviseur van het college van burgemeester en wethouders en zit ook altijd bij de collegevergaderingen. De taak van de gemeentesecretaris met betrekking tot die vergaderingen is tweeledig. Enerzijds om voorafgaand aan de vergadering te kijken of een voorstel rijp is om een besluit te worden en anderzijds om tijdens de vergadering te kijken of er goede besluiten worden genomen. Dat wil zeggen ‘zijn alle aspecten meegewogen?’, ‘is er een goede afweging gemaakt? En ‘is dit een goed moment om een dergelijk besluit te nemen?’ Als er dan een besluit is genomen moet het worden uitgevoerd en die uitvoering moet ook worden gecoördineerd. Als gemeentesecretaris ben je voor zo’n 80% bezig met het algemeen directeurschap en zo’n 20% met de verbinding tussen wat bestuurlijk besloten wordt en hoe het moet worden voorbereid en uitgevoerd. Iets waar mijn juridische achtergrond goed van pas kwam, al zijn er ook steeds meer gemeentesecretarissen die geen jurist zijn. Het is ook niet zo dat niet-juristen geen gemeentesecretaris kunnen zijn, maar ik vind wel dat iedere ambtenaar een minimumkennis zou moeten hebben van de Awb en dan voornamelijk de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Gewoon dat je als ambtenaar weet binnen welk juridisch kader je de besluiten voorbereidt en uitvoert. Dat is ook iets wat we hier binnen de provincie Noord-Brabant ook zeker proberen te doen. Je bent zowel werkzaam geweest bij verschillende gemeenten als bij een provincie. Wat zijn de verschillen tussen werken bij beiden?Het verschil tussen werken bij de provincie en bij een gemeente is dat je minder direct contact met inwoners hebt bij de provincie. Bij de gemeente ben je veel meer bezig met directe dienstverlening. Qua werkzaamheden maak je bij de provincie meer plannen en ben je veel meer bezig met subsidies. Om maatschappelijke invloed uit te oefenen heb je als provincie grofweg twee middelen tot je beschikking: geld en regels. De gemeente probeert vaak samen met de inwoners een oplossing te bedenken en zit dus wat minder in de regels. Bij de gemeente is het wat pragmatischer en bij de provincie is de afstand wat groter. Wat doet de directeur van de provincie Noord-Brabant?Als directeur van de provincie Noord-Brabant heb ik een aantal van de maatschappelijke opgaven waar de provincie zich mee bezig houdt als mijn aandachtsgebieden. Wat ik doe op die gebieden is vooral de strategie van de organisatie uitdenken, hoe we als provincie met die maatschappelijke vraagstukken omgaan. Dit doe ik samen met drie andere directeuren en daarboven staat de provinciesecretaris. Als directeur van de provincie Noord-Brabant ben je vertegenwoordiger van een overheid, is het niet lastig in je dagelijkse werkzaamheden om steeds ‘de overheid’ te zijn?Het kan weleens als hinderlijk worden ervaren dat je het algemeen belang moet nastreven als overheid, maar dat is ‘part of the job’. Als overheidsjurist moet je het algemeen belang niet als ‘lastig’ ervaren, maar je moet het juist leuk vinden om in een zo breed mogelijk spectrum te opere- ren. Je werkt niet net als een advocaat naar een oplossing toe, maar je weegt met een open blik alle belangen af en komt zo tot een doelmatige en rechtmatige oplossing. Hoe ziet de gemiddelde werkdag van Jeroen Smarius eruit? Ben je veel aan het vergaderen of zit je juist gekluisterd aan een bureau?Ik vergader veel, maar ik probeer ook wel de provincie in te gaan en gesprekken te hebben met mensen hoe het ervoor staat. Ik praat dan met vertegenwoordigers van gemeenten waar op dat moment iets speelt. Dit is erg belangrijk omdat op veel vraagstukken vereist wordt dat je samen met gemeenten en het Rijk optreedt als één overheid. In onze gedecentraliseerde eenheidsstaat is de gemeente vaak het eerste aanspreekpunt is voor de burger. Maar sommige problemen overstijgen nou eenmaal gemeentegrenzen en zelfs provinciegrenzen. Een goed voorbeeld hiervan is ondermijning door de georganiseerde criminaliteit, als je daarbij niet als één overheid optreedt dan creëer je een waterbedeffect en verhuizen de criminelen gewoon heel makkelijk van Noord-Brabant naar bijvoorbeeld Gelderland. Waarom is het voor rechtenstudenten interessant om te gaan werken bij een gemeente of de provincie?Wat mij vooral interesseerde aan werken bij een overheid als de gemeente of de provincie is het afwegen van allerlei belangen en op die manier tot een goed besluit komen. Zoals ik al zei trok het behartigen van de belangen van een partij zoals een advocaat doet mij niet zo. Bij een advocatenkantoor heb je een cliënt met een juridisch probleem en die help je daarmee. Bij de overheid heb je een maatschappelijk probleem met een juridische component, maar het maatschappelijke probleem blijft centraal staan. De juridisch passende oplossing is niet per definitie de ‘beste’ oplossing, maar het moet wel een oplossing zijn die juridisch verantwoord is. Dat is net een ander accent dat er ligt, maar daarbij is het dus wel handig dat een paar juridische ogen er naar kijken. De stikstofcrisis is hier een perfect voorbeeld van. De PAS was beleidsmatig natuurlijk dé uitkomst, maar juridisch gezien was het twijfelachtig en daar plukken we nu de vruchten van.Wel worden juristen intern soms als ‘struikelblokken’ ervaren. Ambtenaren hebben dan een plan bedacht en komen dan bij de jurist om te kijken of het plan ook rechtmatig is. Als de jurist het plan dan afkeurt zonder met een oplossing te komen, wordt dan nog wel eens als hinderlijk ervaren. Mijns inziens is dat ook juist een van de uitdagingen die je hebt als overheidsjurist. Ervoor zorgen dat je niet alleen toetst en eventueel afkeurt, maar ook met ideeën en oplossingen komt die passen binnen het juridisch kader. Aangezien juristen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld bestuurskundigen, zowel bestuursrechtelijk (abbb) als rechtsstatelijk weten hoe het zit, hebben we in dat proces echt een meerwaarde.Daarnaast is er ook voor de civilisten nog genoeg te doen bij de overheid, denk aan het aanbestedingsrecht, overeenkomstenrecht, schadeafwikkeling of onteigening. Veel van deze aspecten zijn wel combinaties van civiel met bestuursrecht, dus een affiniteit met beiden is hierbij wel handig. Wat zou je nog willen meegeven aan de studenten die dit interview lezen?Ik hoop dat de afgestudeerde juristen van de toekomst ook openstaan om te kijken naar wat een carrière bij de overheid voor hen kan betekenen. Enerzijds omdat een juridische achtergrond is enorm handig bij het werk bij een overheid als de gemeente of de provincie en anderzijds omdat de overheid een prettige werkgever is. Dus vind je het interessant om in de praktijk met zaken als belangenafweging en het algemeen belang aan de slag te gaan, dan ben je bij ons van harte welkom!Voor de geïnteresseerden hebben wij het Traineeship ‘Toekomst van Brabant’, waarin je bij een drietal decentrale overheden stage gaat lopen – provincie, gemeente en waterschap – en kijkt of werken bij de overheid iets voor je is en zo ja, waar dan.

Interview met Europarlementariër Liesje Schreinemacher
Daan Rijsemus

31 augustus 2020, 13:01

Interview met Europarlementariër Liesje Schreinemacher

Liesje Schreinemacher (36) heeft rechten gestudeerd aan zowel de Universiteit van Amsterdam als de Universiteit Leiden. Nadat zij een aantal jaren als advocaat en tevens in de Nederlandse politiek werkzaam is geweest, heeft ze de overstap gemaakt naar Brussel. Zij is daar sinds 2 juli 2019 Europarlementariër namens de VVD. Zij heeft aldaar zitting in de commissies internationale handel en juridische zaken van het Europees Parlement. Na de studie Communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam besloot u rechten te gaan studeren. Vanwaar die keuze?Ik werkte inmiddels in de Tweede Kamer als persoonlijk medewerker en merkte dat ik bij de behandeling van wetsvoorstellen een juridische achtergrond miste. Het is niet noodzakelijk, maar het is wel prettig als je een goede kennis van het staats- en bestuursrecht hebt wanneer je in de Tweede Kamer werkt. U bent op een gegeven moment politiek actief geworden. Wat heeft u gedreven om lid te worden van een politieke partij (de VVD)?Ik volgde de politiek met veel plezier en vond het interessant om bezig te zijn met maatschappelijke vraagstukken. Ik ben een liberaal in hart en nieren. Daarnaast past het optimisme en de pragmatische aanpak van de VVD goed bij mij. Het was aanvankelijk helemaal niet om zelf politicus te worden, maar ik wilde me aansluiten bij een groep mensen van wie ik vond dat ze het beste met Nederland voorhadden. U bent onder meer persoonlijk medewerker en politiek assistent van Jeanine Hennis Plasschaert geweest. Kunt u ons eens meenemen hoe dat is en welke werkzaamheden daar aan verbonden zijn?Als persoonlijk medewerker ben je verantwoordelijk om alles rond het kantoor van een Tweede Kamerlid draaiende te houden. Dit varieert van administratie tot het schrijven van inbrengen voor debatten.Als politiek assistent ben je de oren en ogen van een minister binnen en buiten het departement. Je moet weten welke politieke issues er spelen bij alle politieke partijen. Daarnaast moet je een politieke vertaalslag kunnen maken van ambtelijke stukken die elke dag op je bureau liggen. Het is ontzettend interessant voor iemand die net komt kijken om zo dicht op het vuur te zitten en overal bij aanwezig te mogen zijn. Je bent erbij wanneer politieke brandjes worden geblust maar ik ben bijvoorbeeld ook op troepenbezoek geweest bij de Nederlandse missie in Afghanistan. Heel indrukwekkend om te zien wat onze mannen en vrouwen daar dagelijks doen voor onze veiligheid. Heeft een rechtenstudie volgens u voordelen voor het werken in de politiek en zo ja, welke?Jazeker, ik zit nu in de juridische commissie (JURI) van het Europees Parlement waar we ons onder andere bezighouden met wetsvoorstellen voor civiel recht, civiel procesrecht en vennootschapsrecht. Het is dan van grote toegevoegde waarde dat je juridisch onderlegd bent. Daarnaast ken je de waarde van de wetsgeschiedenis voor de uitleg van de wet. Na de studie rechten bent u een aantal jaren actief geweest in de advocatuur. Wat vindt u zo mooi aan het beroep van advocaat? Het opkomen voor de belangen van je cliënt waar deze er zelf niet meer uitkomt. Je tanden zetten in een zaak en een mooi processtuk schrijven dat qua inhoud en vorm goed in elkaar zit, geeft ook veel voldoening. Als advocaat in het aanbestedingsrecht krijg je steeds te maken met heel verschillende aanbestedingsprocedures, van de aankoop van computers tot de huur van honderden portable wc’s. De advocatuur heeft u inmiddels ingeruild voor een fulltime politieke carrière. Was het een makkelijke keuze om de advocatuur (voorlopig) vaarwel te zeggen?Het leuke aan de politiek is dat het veel gemeen heeft met de advocatuur. Je moet je snel goed in de materie kunnen verdiepen, hoofdzaken van bijzaken kunnen onderscheiden, een goed betoog kunnen houden en mensen kunnen overtuigen. Of het nou gaat om de rechter of de kiezer. Wat dat betreft denk ik dat mijn tijd als advocaat mij goed heeft klaargestoomd om politicus te worden. Voor mij was het zeker geen definitief vaarwel en ik sluit zeker niet uit om ooit weer terug de advocatuur in te gaan. Op gegeven moment bent u in het Europees Parlement terecht gekomen. Hoe is dat zo gelopen en hoe bevalt dat tot nu toe?Het was voor mij geen gegeven dat ik zelf ooit politicus zou worden, maar ik ben altijd geïnteresseerd geweest in internationale politiek. Die internationale dimensie vond ik ook zo leuk aan mijn werk bij het Ministerie van Defensie. Het werk als Europarlementariër bevalt goed. Ik moet eerlijk toegeven dat ik nog aan het landen ben, want er komt veel op je af in de eerste maanden. Voor het eerst zelf in de spotlights, zelf leidinggeven aan je eigen team en optreden in de media. Omdat ik in het EP met mensen van verschillende nationaliteiten en verschillende culturen werk is ook niets vanzelfsprekend. Het dagelijks bezig zijn met dossiers die van groot belang zijn voor mensen in Nederland geeft gelukkig veel voldoening. Welke werkzaamheden heeft een Europarlementariër zoal?Je bent bezig met het maken van wetgeving. Om alle belangen die daarbij spelen in het oog te hebben, spreek je met verschillende mensen en bedrijven die met die wetgeving te maken krijgen. Eerst moet je tot een gezamenlijk standpunt zien te komen binnen je eigen politieke groep, in mijn geval is dat de liberale groep Renew Europe. Daarna onderhandel je met andere politieke groepen in het EP. En vervolgens ga je door naar onderhandelingen tussen het Europees Parlement, de Commissie en de Raad. Dat is de zogenaamde Triloog. Natuurlijk moet je ook goed contact houden met je achterban in Nederland. Dus ga je op werkbezoeken bij bedrijven en belangenorganisaties en ben je aanwezig bij (politieke) bijeenkomsten om te luisteren naar wat mensen bezighoudt en wat je voor hen kunt betekenen in Europa. Het is voorstelbaar dat u een groot gedeelte van het sociale leven in Nederland heeft. Is dat te combineren met het werk in Brussel? Komt u bijvoorbeeld vaak terug naar Nederland?Het trekt natuurlijk een grote wissel op je privéleven, want je bent minstens vier dagen in de week in Brussel of Straatsburg. Toch probeer ik zoveel mogelijk weekenden in mijn woonplaats Amsterdam door te brengen met vrienden en familie. Wat vindt u de mindere kanten aan het werken in de politiek?Je bent een publiek persoon waardoor alles wat je doet en zegt onder een vergrootglas komt te liggen. Negatief commentaar van reaguurders zijn ook niet van de lucht. Je moet daar een dikke huid voor kweken. Ik ben natuurlijk voor een open debat, maar dat neemt online wel vaak snel een grimmige wending. Welke competenties zijn volgens u belangrijk voor een carrière in de politiek?Je moet doorzettingsvermogen hebben, sociaal zijn, niet bang aangelegd zijn, een brede interesse hebben, en hoofdzaken van bijzaken kunnen onderscheiden. Zou u studenten aanraden om zich politiek actief te maken. Zo ja, waarom?Ja, doen! Ja, dat zou ik zeker aanraden. Het is makkelijk om aan de zijlijn te roepen maar als je goede ideeën hebt over hoe jij vindt dat de samenleving eruit moet zien, maak daar dan serieus werk van en word politiek actief. Wat zou u willen meegeven aan de studenten in het algemeenen mogelijk met het oog op een toekomstige politieke carrière?Als je iets wilt in het leven, maak een plan en voer het uit. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, maar het is de enige manier om je doelen te bereiken. En laat je door niemand wijsmaken dat je het niet kunt! Ten slotte, raad ik studenten altijd aan om mee te doen met een uitwisseling naar het buitenland omdat dit je horizon verbreedt en je leert om buiten je eigen comfort zone te gaan. Ook leer je tijdens een uitwisseling andere culturen kennen en maakt het je verdraagzamer tegenover mensen die niet zo zijn als jij.

Interview met Gabrielle Hoppenbrouwers, Officier van Justitie bij het Parket Midden Nederland
Daan Rijsemus

24 oktober 2019, 14:48

Interview met Gabrielle Hoppenbrouwers, Officier van Justitie bij het Parket Midden Nederland

Gabrielle Hoppenbrouwers is werkzaam bij het Openbaar Ministerie als Officier van Justitie. Naast haar werkzaamheden als Officier houdt zij een blog bij. Het is zeker de moeite waard om hier eens een kijkje te nemen om haar werk als Officier van Justitie beter te leren kennen (www.gabhop.nl). Uw loopbaan tot nu toe heeft niet alleen bij het Openbaar Ministerie plaatsgevonden. Ook de liefde voor de journalistieke wereld heeft uw carrière mede vormgegeven. Kunt u daar iets meer over vertellen? Ja, dat klopt. In 1989 ben ik begonnen aan de School voor Journalistiek. Nadat ik mijn propedeuse had behaald heb ik de opleiding Communicatie aan de HEAO in zijn geheel doorlopen. Vervolgens ben ik rechten gaan studeren aan de Universiteit van Utrecht. Ik heb destijds een stage gelopen bij een advocatenkantoor op de sectie strafrecht en daardoor wist ik al snel dat ik geen strafrechtadvocaat wilde worden. Na de studie ben ik direct naar de Raio (Rechterlijk ambtenaar in opleiding) gegaan waarbij ik onder meer de parketopleiding heb gevolgd. Toentertijd was het verplicht om ook buiten het Openbaar Ministerie werkzaam te zijn zodat je met een kritische blik naar je eigen organisatie kon kijken, zo was de gedachte. Ik heb er toen voor gekozen om een gedeelte bij de districtsrecherche van de politie te werken en bij het NOS Journaal. Nadat ik de Raio had afgerond kon mijn carrière als Officier van Justitie beginnen. Na een paar maanden heb ik echter ontslag genomen bij het Openbaar Ministerie omdat de tv-journalistiek mij van kinds af aan al interesseerde. Daarnaast had ik natuurlijk ook al ervaring bij de NOS waardoor de keuze al snel was gemaakt. Ik ben toen als redacteur/verslaggever ‘dagelijks nieuws’ aan de slag gegaan bij TV Gelderland. Vervolgens ben ik redacteur geweest bij EenVandaag en in 2009 weer teruggekomen bij het Openbaar Ministerie. U heeft een lange tijd in de journalistiek gewerkt, maar wat is de reden dat u weer bent teruggekeerd naar het Openbaar Ministerie? Door verschillende omstandigheden wilde ik naar verloop van tijd wat meer zekerheid in het leven. Tot nu toe ben ik heel blij met de terugkeer naar het Openbaar Ministerie. Door de ervaringen die ik zowel op werkgebied als privé (onder andere het krijgen van een kind en een scheiding) heb opgedaan, heb ik het idee dat ik daarmee bagage bij me heb waardoor ik veel betere beslissingen kan nemen in de zaken die ik voor mijn neus krijg. U geeft aan dat uw ervaringen op privégebied u hebben gemaakt tot de Officier van Justitie welke u nu bent. Welke competenties acht u verder nog van belang? Ik denk dat je weloverwogen en bedachtzaam moet zijn. Daarnaast moet je geïnteresseerd zijn in wat zich in de maatschappij afspeelt. Natuurlijk is interesse in het strafrecht onontbeerlijk. Daarnaast vind ik levenswijsheid een must om het werk als Officier van Justitie goed uit te kunnen oefenen. Het is naar mijn mening echt een ervaringsvak. Hoe wordt er gewerkt aan een zaak? Stuurt u bijvoorbeeld een team aan? Wij werken in teams. Ik zit in het High Impact Crime Team. Daarnaast heb je ook een Ondermijningsteam welke vooral zware criminaliteit bestrijdt. Je bent eigenlijk een soort ZZP’er in je eigen organisatie omdat je een eigen ‘toko’ hebt waar je je eigen onderzoek kunt leiden. Dit doe je wel samen met de secretaris. Persoonlijk vind ik het heel fijn dat we onderling overleg hebben over bijvoorbeeld de strafmaat en dat ik altijd bij iemand binnen kan lopen als ik vastloop in een bepaalde zaak. Daarnaast heb je als Officier van Justitie gezag over het onderzoek van de politie. In die zin stuur je wel een onderzoeksteam aan. De feitelijke onderzoekshandelingen van de politie an sich doet de politie zelf want zij zijn daarin gespecialiseerd en niet ik. Ik ben echter wel verantwoordelijk voor het juridisch geweten in een onderzoek. Soms moet ik bijvoorbeeld naar de rechter-commissaris voor toestemming voor bepaalde (onderzoeks)handelingen welke de politie dan vervolgens kan en juridisch gezien mag uitvoeren. Hoeveel zittingen heeft u in de week en hoeveel voorbereiding heeft u daarvoor nodig? Ik heb ongeveer één a twee dagen in de week zitting en de voorbereiding daarvan is over het algemeen te overzien. Bij het parket midden-Nederland worden we ook van begin tot het eind van de zaak betrokken als Officier van Justitie. Dit betekent dat je de zaak dermate goed kent waardoor dit op het moment van de zitting minder voorbereiding vergt. Toch heb ik gemiddeld nog wel een halve dag nodig om een zitting voor te bereiden, maar dit hangt ook weer van de zaak af. Daarnaast komt het ook wel eens voor dat ik wegens omstandigheden de zitting van een andere Officier van Justitie moet overdragen. De voorbereiding zal dan logischerwijs langer duren omdat ik dan niet of minder bij de zaak betrokken ben geweest. Dat strafrechtadvocaten goed moeten kunnen pleiten is wel bekend. Hoe is dat voor een Officier van Justitie? Dit is hetzelfde. Je moet een requisitoir houden waarmee je de rechtbank zal moeten overtuigen. Je moet dus absoluut een goed verhaal kunnen houden. Ik doe een requisitoir vaak vanuit de losse pols en heb dan niks op papier staan. Dit heeft uiteraard ook met de hoeveelheid ervaring van de Officier van Justitie te maken. Met welk doel moet een verdachte volgens u worden vervolgd en wat is uw rol daarin? Dat ligt een beetje aan wat voor verdachte het is, maar in principe gaat het om preventie en repressie. Je wil enerzijds de maatschappij beveiligen tegen veelplegers en anderzijds geef je met het straffen van daders een signaal af waardoor mensen weten dat je voor bepaalde handelingen een straf kunt krijgen. Bij kinderen vind ik het daarentegen erg belangrijk dat er ook een hulpverlenende aspect vastzit aan de vervolging. Je bent dan niet zozeer aan het afstraffen maar je komt meer toe aan het sociaal maatschappelijk traject. Het is belangrijk om met jongeren in gesprek te gaan. Ik probeer te doorgronden wat er leeft bij een kind door bijvoorbeeld op zitting te vragen wat hij of zij leuk vindt om te doen of wat zijn of haar passie is. De reden dat ik dit vraag is, dat ik merk dat het kind dan meer zichzelf durft te zijn en laat zien wat hij of zij wil met het leven. Ik probeer het kind duidelijk te maken dat als jij je dromen waar wilt maken dat het op een andere manier moet. In mijn strafeis houd ik ook rekening met de omstandigheden van het kind. Ik kijk bijvoorbeeld wat qua hulpverlening een goed programma zou zijn. Hierbij kun je denken aan hulp om een drank of drugsprobleem te verhelpen. Bent u er altijd volledig van overtuigd dat u de juiste verdachte voor u heeft? Ik ga met een zaak naar zitting omdat ik vind dat er een strafbaar feit is gepleegd en de verdachte daarvoor een straf moet hebben. Het kan ook voorkomen dat een kwestie zo gecompliceerd ligt dat de rechter moet beoordelen of er een gepleegd strafbaar feit is en welke straf er dus moet volgen. Het komt wel eens voor dat ik om een vrijspraak vraag omdat bijvoorbeeld op zitting blijkt dat ik, ondanks voldoende wettig bewijs, niet de overtuiging heb dat een verdachte het feit heeft gepleegd. In de maatschappij heerst nog wel eens de gedachte dat een Officier van Justitie qua strafmaat ‘’hoog in de boom gaat zitten’’ om daarmee de straf omhoog te stuwen en eventuele strafkortingen recht te trekken. Zit daar een kern van waarheid in? Nee, dat is absoluut niet het geval. Wij hebben gewoon richtlijnen en strafmaatoverleg en gaan zeker niet incalculeren wat de rechter mogelijkerwijs zal oordelen. Dit zou ook oneigenlijk zijn. Als Officier van Justitie houd ik geen rekening met mogelijke strafkortingen. Ik eis wat ik vind dat iemand behoort te krijgen en daar sta ik volledig achter. De rechtbanken hebben ook weer richtlijnen aangaande welke straffen zij voor bepaalde delicten opleggen. Daar kijk ik nog wel eens naar. Het komt ook voor dat ik een andere eis heb dan de richtlijn, maar dit heeft dan vaak zijn redenen. Bovendien komt het voor dat wij als Openbaar Ministerie vinden dat er voor bepaalde delicten een zwaardere of juist lichtere straf zou moeten zijn, in tegenstelling tot de richtlijnen van de rechtbanken. Hier zitten uiteraard wel grenzen aan. Je kunt geen zestien maanden eisen waar normaal gesproken zes maanden voor staat. Je hebt in zekere mate te maken met een bandbreedte. Ongetwijfeld zullen zware zaken soms een heftige impact op uw werk als officier van justitie hebben. Hoe gaat u om met dergelijke emoties? Natuurlijk komt het voor dat ik een brok in mijn keel heb op zitting. Echter moet ik de zakelijke kant van mijn functie als openbaar aanklager in acht nemen. Ik ben me er direct van bewust dat ik in toga zit en dan herpak ik mezelf. Een zichtbaar geëmotioneerde Officier van Justitie komt wellicht niet al te professioneel over, maar het tonen van enige emotie vind ik ook niet verkeerd. Wij zijn ook mensen van vlees en bloed en kunnen dus ook worden geraakt door wat er in de rechtszaal gebeurt. Gefrustreerd van een zaak ben ik overigens niet. Je kunt zakelijk boos zijn en echt boos. Heelaf en toe word ik wel echt boos en dan komt mijn requisitoir er wat feller uit en ben ik wat scherper met het stellen van vragen aan de verdachte. Zitten er ook nadelen aan het werk van officier van justitie? Het is belangrijk je te realiseren dat er ook zaken zijn die veel van je vrije tijd vergen. Het is dan ook belangrijk om voor jezelf grenzen aan te kunnen geven. Ik denk dat dit ook van belang is voor de kwaliteit van beslissingen die je neemt. Je moet namelijk niet te veel hooi op je vork nemen, want het gaat immers wel om belangrijke beslissingen die je volledige aandacht vragen. Wat heel soms voorkomt is dat er stoelen door de rechtszaal worden gegooid. De parketpolitie waarborgt echter je volledige veiligheid. Ik voel me dan ook nooit echt angstig op een zitting. Het Openbaar Ministerie heeft een aanzienlijke werkdruk. Hoe ervaart u dat? Als je onderzoeken hebt lopen dan ben je daar in de avond of in het weekend soms wel druk mee. Daarnaast heb je ongeveer vier tot zes keer per jaar piketdiensten. Dit zijn diensten waarin je buiten kantoordiensten één week of weekend, dag en nacht beschikbaar moet zijn. Het komt geregeld voor dat je drie nachten amper slaapt. En naast die piketdiensten moet je overdag je gewone werkzaamheden verrichten. De klassieke ‘’9 tot 5 baan’’ is er voor een Officier van justitie dan ook niet bij. U schrijft regelmatig blogs over uw werkzaamheden als Officier van Justitie. Dit vloeit voort uit uw liefde voor de journalistiek. Wat wilt u bereiken met deze blogs? Er is wel eens kritiek op het Openbaar Ministerie. Ik denk dat je meer begrip krijgt als je laat zien dat je van ‘vlees en bloed’ bent. Wij zijn geen robots in een toga die puur en alleen naar de wettekst kijken en heel strikt de regels naleven. Er is wetgeving en jurisprudentie maar er is ook ruimte voor een menselijke kant van dit werk. Dit is ook wat ik bedoel met die bagage waar ik het eerder over had. Als je een zaak wil beoordelen dan neem je daar je ervaringen in mee. Ik vind het belangrijk om de mens achter de Officier van Justitie te laten zien. Wat zou u willen meegeven aan de studenten in het algemeen en de mogelijke toekomstige Officieren van Justitie? Ik vind het belangrijk dat studenten leren zelfstandig te worden door bijvoorbeeld op kamers te gaan. Daarnaast valt het mij op dat studenten tegenwoordig veel aan ‘cv-building’ doen. Ik vraag wel eens aan studenten waarom zij een bepaalde nevenactiviteit doen en dan krijg ik als antwoord: ‘’Dat is goed voor mijn cv’’. Ik vind dat geen goede ontwikkeling. Natuurlijk is een degelijke cv belangrijk, maar vergeet niet dat je tot je 67e moet werken. Het is nu de tijd om juist ook dingen te doen die niet relevant zijn voor je studie en je latere carrière. Voor de toekomstige officieren heb ik als tip dat het erg zinvol is om ook ergens anders in de keuken te kijken dan alleen bij het Openbaar Ministerie. Wat ik namelijk nogal eens zie bij pas afgestudeerden is dat zij beginnen als parketsecretaris en daar maar vast willen zitten omdat ze hopen dat ze door kunnen groeien naar de functie van Officier van Justitie. Stage lopen bij een andere organisaties, zoals de advocatuur, het bedrijfsleven of de journalistiek zorgt ervoor dat je kritisch naar andere organisaties kijkt en vooral ook kritisch naar het Openbaar Ministerie. Daarnaast bouw je daarmee maatschappelijke levenservaring op wat ik cruciaal vind voor een Officier van Justitie. Als pas afgestudeerden zich na de studie alleen blindstaren op het Openbaar Ministerie, dan is dit denk ik geen goede manier om jezelf volledig en zo breed als mogelijk te ontwikkelen.


Recente artikelen

Recente reactie

Door: Max

Een vrouwelijke getuigenis in een sharia rechtbank is maar de helft waard van die van een man! Nederland komt langzaam maar zeker onder invloed van het islamitische sharia-recht.Zo oordeelde een rechtbank in Den Haag dat een Nederlandse vrouw, die door haar huwelijk met een Iraniër ook die nationaliteit kreeg, na een echtscheiding geen deel van de boedel kreeg omdat Iraans op de sharia gebaseerd vermogensrecht van toepassing was.Zo glijden we af naar het vervangen van ons seculiere rechtsbestel door sharia-wetgeving.

Door: Chantal van der Weide

Beste Benni de Jong, bedankt voor je scherpe en goed geformuleerde reactie. Ik deel je mening ook volkomen.

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×