Interview met de decaan: Piet Hein van Kempen

Door: ,

Piet Hein van Kempen is hoogleraar straf- en strafprocesrecht. Hij studeerde Nederlands recht aan de Universiteit van Tilburg, waar hij ook promoveerde. Van Kempen werkt sinds 2003 aan de Nijmeegse rechtenfaculteit. In 2007 werd hij tot hoogleraar benoemd. Sinds 2011 is hij hoofd van de vaksectie Strafrecht & Criminologie. Per 1 januari 2018 volgde hij Steven Bartels op als decaan van de rechtenfaculteit.

Door: Dilara Khalfallah en Danique van den Tillaar

U bent afgestudeerd in het Straf(proces)recht; waarom heeft u hiervoor gekozen?

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik zowel civiel recht als strafrecht ongelooflijk leuk vond. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik het heel erg moeilijk vond om daartussen te kiezen. Ik haalde zelfs nog wat hogere cijfers voor burgerlijk recht dan voor strafrecht maar uiteindelijk heb ik toch voor strafrecht gekozen. Dat kwam met name omdat ik de maatschappelijke vragen rondom het strafrecht bijzonder interessant vond. Toch ben ik er dik van overtuigd dat wanneer ik destijds voor het burgerlijk recht had gekozen ik dat ook leuk had gevonden. Mijn proefschrift gaat zowel over Internationaal recht als over strafrecht maar ook voor een belangrijk deel over burgerlijk- en bestuursrecht. Ik heb overigens absoluut geen spijt gehad van mijn keuze voor het strafrecht.

U heeft tijdens uw loopbaan veel nevenactiviteiten gedaan naast uw werk, hoe was dat tijdens uw studententijd?

Ik heb nominaal gestudeerd dus in vier jaar was ik helemaal klaar. In die tijd heb ik wel het één en ander naast mijn studie gedaan. Ik ben twee jaar student-assistent geweest bij Jaap de Hullu (tegenwoordig raadsheer in de Hoge Raad). Later werd hij ook een van mijn promotoren (de andere is Wim Valkenburg). Daarnaast was ik voor ongeveer anderhalf jaar student-assistent bij de TU in Eindhoven op het terrein Recht & Techniek. Als laatste heb ik nog een kleine twee jaar gewerkt bij de rechtswinkel waar ik arbeidsrecht deed.

Waarom heeft u voor de wetenschap gekozen en niet voor de praktijk?

Toen ik begon met mijn rechtenstudie was dat met het idee dat ik advocaat wilde worden. Echter kwam ik al meteen bij het eerste vak een aantal wetenschappelijke artikelen tegen. Ik vond het zo bijzonder dat iemand een bepaald juridisch probleem helemaal tot op de bodem kon uitpluizen en zijn of haar eigen mening kon formuleren. Ik werd kortgezegd meteen getriggerd door de wetenschap. Ik heb toen, dus in mijn eerste jaar, al besloten dat ik toch liever wetenschapper wilde worden. Tijdens het lopen van mijn student-assistentschappen werd ik sterk bevestigd in mijn keuze. Ik kreeg een mooi kijkje in de keuken van de wetenschap. Ik was ook steeds vastberaden om na mijn afstuderen te gaan promoveren.

Hoe verliep uw loopbaan na uw afstuderen?

Om te kunnen promoveren moet je wel een baan zien te vinden. De eerste zes maanden kon ik in Leiden aan de slag als docent strafrecht in de propedeuse. Terwijl ik daar werkte heb ik samen met de Tilburgse promotor gewerkt aan een onderzoeksvoorstel. De uitdaging was om te kijken of voor mijn onderzoek financiering gevonden kon worden zodat de Universiteit van Tilburg kon ‘matchen’. Dat is uiteindelijk gelukt want ik heb contact gelegd met het T.M.C. Asser Instituut in Den Haag en ik heb hen bereid gevonden de samenwerking met de Universiteit van Tilburg aan te gaan. Er is een overeenkomst tot stand gekomen waarbij het T.M.C. Asser Instituut de helft van mijn aanstelling betaalde.

Het begin van mijn proefschrift ging heel erg goed. Na drie jaar was ik al voor een heel eind klaar. Alles duidde erop dat ik binnen vier jaar zou kunnen promoveren. Echter waren er op dat moment vacatures voor Postdocs. Mij werd gevraagd of ik op zo’n plek wilde solliciteren. Ik was nog niet gepromoveerd maar zij dachten dat ik dat zou kunnen. Ik heb dat uiteindelijk gedaan.

Alles ging zoals gezegd heel erg goed maar door het worden van Postdoc liep ik enorme vertraging op met het schrijven van mijn proefschrift. Vervolgens kwam er ook nog een belangrijk wetsvoorstel op mijn onderwerp overheen. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat ik uiteindelijk bijna zes jaar over mijn proefschrift heb gedaan.

Van meet af aan speelde ik met de gedachte dat ik na afronding van mijn proefschrift ergens anders zou gaan kijken. Niet omdat Tilburg niet beviel maar omdat ik vond dat verandering goed was. Mijn tip voor iedereen is dan ook: durf ook een overstap te maken. Je leert zo veel door te werken in een andere kring met nieuwe taken en nieuwe mensen. Veranderen kon in mijn ogen op twee manieren: of naar een andere universiteit of werken bij het ministerie van justitie als wetgevingsambtenaar. Net op dat moment werden er enorme bezuinigingen afgekondigd en ging dat laatste niet door. In Nijmegen kwam toen ook een vacature vrij en daar heb ik direct gesolliciteerd. Daar heb ik nooit spijt van gehad want ik werk hier heel graag.

En hoe word je dan uiteindelijk hoogleraar?

In 2003 ben ik als universitair docent aan deze faculteit begonnen. Dat ging heel goed en al na twee jaar werd ik universitair hoofddocent op persoonlijke titel. Ook dat ging goed. Naast dat ik me bezig hield met strafrecht vond ik de mensenrechten heel interessant. Op een zeker moment ging de hoogleraar ‘Rechten van de mens’ (professor van Genugten) hier weg en kwam er een open procedure op gang. De commissie verzocht mij om op deze positie te solliciteren.

Ik had hier nog nooit ook maar één seconde over nagedacht. Uiteindelijk heb ik het gedaan en ben ik het geworden. Ik werd uiteindelijk in 2007 benoemd als hoogleraar ‘Rechten van de mens’.

Het strafrecht bleef mij echter aanspreken. Bij andere universiteiten waren er vacatures voor het hoogleraarschap strafrecht. De Radboud Universiteit heeft daar niet op willen wachten en heeft mij een hoogleraarschap aangeboden. Daar ben ik nog steeds heel dankbaar voor. Ik was ook nog steeds hoogleraar ‘Rechten van de mens’.

Weer later vertrok Ybo Buruma en kwam er een zogenaamde ‘kernleerstoel’ (degene die deze functie bekleedt is hoofd van de vaksectie) strafrecht vrij. Dat was wederom een open procedure. In Nijmegen wordt echt open geworven om de beste mensen binnen te halen. Dit was inmiddels mijn derde hoogleraarsprocedure en ook deze heb ik met succes doorlopen (2011). Toen kwam er even een rustige fase maar in 2018 ben ik decaan geworden.

Sinds begin dit jaar vervult u dus de functie van decaan; voldoet dit aan uw verwachtingen?

Dat is misschien iets te vroeg om te zeggen maar ik wil er wel graag iets algemeens over kwijt. Ik was eerst vice-decaan. Als vice-decaan kijk je uiteraard goed mee met de decaan. De werkzaamheden komen dan ook niet als een totale verrassing. Ik moet zeggen dat ik voor mijn gevoel lekker ben begonnen en de eerste twee maanden zijn dan ook goed bevallen. Ik vind het leuk om deze functie te vervullen aan zo’n mooie faculteit als deze. Als je een mooie faculteit hebt, moet je ook mensen hebben die ervoor zorgen dat de faculteit mooi blijft. Daarom heb ik de functie van decaan aanvaard.

Er liggen tegelijkertijd ook allerlei kansen. De basis staat goed maar de omgeving verandert en dat biedt nieuwe uitdagingen. Die uitdagingen aangaan doe je niet door stil te blijven staan maar dat doe je door die nieuwe kansen en uitdagingen te omarmen. Ik probeer accenten te leggen die ervoor zorgen dat de faculteit ook in de toekomst goed blijft.

Wat zijn uw doelstellingen als decaan?

Ik zou graag willen dat studenten al wat eerder in het diepe worden gegooid. We denken na over de jurist van de toekomst en ik ben er absoluut van overtuigd dat zolang er samenlevingen zijn er ook juristen zullen bestaan. De jurist die nodig is zal wel wat veranderen. In Nijmegen leiden wij echt goede juristen op. Als je hier klaar bent dan heb je het systeem goed in de vingers en kan je goed met het recht overweg.

Door automatisering verandert het veld wel. Werk dat vroeger door juristen werd gedaan gaat nu vaak vrij automatisch. Dat zie je op allerlei gebieden zoals bijvoorbeeld bij het contractenrecht. Bij wijze van spreken hoef je nu slechts op een knop te drukken en het contract rolt eruit. Dat neemt niet weg dat er altijd situaties voor gaan komen die weer om nieuw recht vragen; hoe ga je daarmee om? Daar moeten wij juristen voor blijven opleiden. Deze juristen moeten analytisch sterk zijn en ook creatief. Dat is volgens mij de jurist van de toekomst. We hebben voor deze manier van opleiden in de afrondende fase van de bachelor maar vooral ook in de master al veel aandacht maar het is verstandig om daar al eerder, in de propedeuse, aandacht aan te besteden.

U vervult de functie van Secretaris-Generaal bij de International Penal and Penitentiary Foundation (IPPF), wat is dit voor organisatie?

De IPPF stamt al uit 1872. In 1872 was er een groep van met name Europese landen die vonden dat er meer nagedacht moest worden over de inrichting van gevangenissen en de wijze van behandelen van delinquenten om er betere mensen van te maken. Een aantal experts kwam bij elkaar en die hebben het ‘International Prison Commission’ opgericht. Deze Commission werd onderdeel van de Volkerenbond. Deze organisatie viel na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog uit elkaar wat aanleiding was voor het oprichten van de Verenigde Naties (VN).

Inmiddels was deze Commission veranderd in de ‘International Penal and Penitentiary commission’. Deze commissie paste op een gegeven moment niet meer binnen de organisatie van de VN maar zij vonden dat deze commissie op eigen kracht door moest. De algemene vergadering van de VN heeft derhalve een foundation (stichting) opgericht onder Zwitsers recht. Dit werd uiteindelijk de IPPF.

De IPPF heeft een gouvernementele structuur en daarbij horen ook lid-landen. Ieder van deze lid-landen heeft drie zetels in de algemene vergadering. Die zetels worden vervult door één hoge rechter (hoven, hoge raden, constitutionele hoven), één hooggeplaatste justitiemedewerker of iemand die in de gevangeniswereld werkt en één academicus. Daarboven zit nog een bestuur met de allereerst de president. Hij is het gezicht van de organisatie. Daarnaast heb je een Secretaris-Generaal, deze functie mag ik sinds 2010 vervullen. Als laatste heb je nog een penningmeester. Zij vormen samen de ‘core board’.

Wat zijn uw werkzaamheden binnen de IPPF?

De afgelopen jaren ben ik veel bezig geweest met het wijzigen van de statuten. De statuten uit 1952 voldeden niet meer aan het Zwitsers recht. Die statuten aanpassen was ontzettend veel werk maar biedt ook heel veel kansen. Ik wilde de organisatie vergroten. Inmiddels hebben we drie committees. Één met de vijfentwintig lid-landen (first committee), één committee waar wij alle experts in kunnen benoemen (second committee) en één committee waarbij wij mensen betrokken kunnen houden bij de foundation (third committee). De laatstgenoemde groep bieden we een fellowship aan.

Daarnaast organiseer ik één keer in de ongeveer 1,5 jaar een vierdaags congres ergens op de wereld. Als Secretaris-Generaal ben ik verantwoordelijk voor de inhoud van het programma. De congressen die ik heb georganiseerd hebben respectievelijk in Wellington (Nieuw-Zeeland), Bangkok (Thailand), Helsinki (Finland) en op de Azoren (Portugal) plaatsgevonden. De volgende zal plaatsvinden in Valparaíso (Chili). Naar aanleiding van elk congres wordt een bundel uitgebracht en we zijn inmiddels al een aardige serie aan het opbouwen.

Wat wilt u de Nijmeegse student meegeven?

Doe vooral wat je echt boeit en doe dat dan zo goed als je kunt. Kies een richting die je erg aanspreekt en ga er dan ook echt voor. Dat is voor jezelf heel belangrijk maar ook voor heel veel andere mensen die van juristen afhankelijk zijn. Dus doe dat ook echt goed.

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×