Promoveren

De carrièrespecial van de JFV Nijmegen probeert studenten een goede indruk te geven van de carrièremogelijkheden. Heb jij weleens aan promoveren gedacht? Ik interviewde mr. Sander van Dijk en mr. Niels Pannevis over de kunst van het promoveren.

Sander (23) heeft in Nijmegen gestudeerd en hij is in oktober begonnen met promoveren aan de Radboud Universiteit. Hij is in 2012 begonnen met de bachelor Nederlands recht. Hierna heeft hij de onderzoeksmaster Onderneming & Recht  gedaan.  Deze master heeft hij afgelopen zomer afgerond.

Niels (31) is in Utrecht begonnen met de studies Natuurkunde en Wiskunde. Toen is hij er rechten bij gaan doen. Dat is nogal uit de hand gelopen. Uiteindelijk is hij afgestudeerd in Nederlands privaatrecht en theoretische natuurkunde. Daarna wilde hij graag verder in het insolventierecht. Daarvoor vond hij Nijmegen de beste plek.  Hij heeft gesolliciteerd  voor een plek als promovendus.  Dat is inmiddels bijna vijf jaar geleden. Niels rond dit jaar zijn proefschrift af.

Je promoveert maar tegelijkertijd werk je ook één dag in de week; is dit te combineren?

Niels: Die vraag klopt niet helemaal. Promoveren is ook werken. Het is een misverstand dat promoveren een voortzetting van studeren is. Een promovendus voert de twee belangrijkste taken van een universiteit uit: onderwijzen en onderzoeken. Dat is in Nederland gelukkig een baan. Ik heb dus op dit moment twee banen. Ik werk vier dagen per week op de universiteit, en één dag per week in de praktijk bij RESOR. Dat is ook hartstikke leuk, maar soms is het wel een beetje jongleren om alle ballen in de lucht te houden. Daarnaast heb ik nog een tijdje voor het Tijdschrift voor Insolventierecht gewerkt. Het is veel werk maar je leert er ook ontzettend veel van.

Waar gaat jouw promotieonderzoek over?

Sander: Ik schrijf over de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor een inbreuk op het (Europese) mededingingsrecht (zoals dat is de vinden in de artikelen 101 en 102 VWEU). In mijn onderzoek houd ik mij bezig met de vraag hoe mededingingsrechtelijke begrippen doorwerken in ons nationale privaatrecht. Ik geef een voorbeeld. Het mededingingsrecht richt zich tot ‘ondernemingen’. Het Hof van Justitie legt het begrip ‘onderneming’ functioneel uit. Iedere eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd, kortom: een economische eenheid, is een onderneming. Wat kort door de bocht zou je een concern kunnen zien als zo’n economische eenheid. Als één groepsvennootschap in strijd handelt met het mededingingsrecht (door bijvoorbeeld prijsafspraken te maken met concurrenten) dan ziet het Hof van Justitie dat als het ware als een inbreuk door het hele concern. Dit staat op gespannen voet met het uitgangspunt in het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht en dat van andere lidstaten dat iemand slechts aansprakelijk is voor zijn eigen handelen. Moeten wij in Nederland dat mededingingsrechtelijke begrip onderneming een-op-een toepassen in ons civiele recht of ligt alles toch genuanceerder? Met mijn onderzoek probeer ik hier achter te komen.

Waar gaat jouw promotieonderzoek over?

Niels: Mijn onderzoek gaat over achtergestelde vorderingen. Dat is concreet een bepaalde financieringsfiguur. Het is ongeveer het volgende. Als iemand failliet gaat met tweehonderd euro aan schulden en honderd euro aan bezittingen, dan krijgt in principe iedere schuldeiser vijftig procent van wat hij te vorderen heeft. Sommige schuldeisers krijgen meer. De fiscus gaat bijvoorbeeld vaak voor. Andere schuldeisers krijgen minder. Die hebben een stapje terug gedaan en gezegd: “betaal eerst de rest maar en kom daarna pas bij mij”. Dat is een achterstelling, die schuldeiser heeft een achtergestelde vordering. Ik zou het niemand aanraden om zijn vordering achter te stellen, maar in de praktijk gebeurt het wel veel. Dat maakt het ook zo’n leuk onderwerp. Het gebeurt veel, maar er staat bijna niets over in de wet. De Faillissementswet is in 1893 geschreven. Toen bestonden achtergestelde vorderingen nog niet. Ik probeer een beetje te bedenken wat je daarmee zou moeten doen.

Hebben jullie altijd het idee gehad om te promoveren?

Niels: Ik heb dus eerst natuurkunde gestudeerd. Ik heb vooral heel lang nagedacht of ik door zou gaan met natuurkunde of met rechten. Bij natuurkunde was het wel het logische carrièrepad om te promoveren. Bij rechten had ik daar een stuk minder over nagedacht. Ik heb vrij lang heel serieus gedacht dat als ik rechten zou doen, dat ik dan gelijk na mijn studie advocaat zou worden. Maar ergens aan het begin van mijn master had ik geluncht met een studiegenoot van me die al heel duidelijk op weg was naar een promotietraject. Hij zei tegen mij: “Niels waarom ga jij eigenlijk niet promoveren?”. Toen ineens bedacht ik me dat hij wel een punt had. Ik begon daar eens goed over na te denken.
Daarna ben ik eerst stage gaan lopen in de advocatuur om te helpen bij die beslissing. Maar wat is er nou mooier dan een boek schrijven over een onderwerp dat je interessant vindt? Dat is precies wat promoveren is.  Je kunt je een flinke tijd helemaal vastbijten in een onderwerp en dat echt goed uitzoeken. Bovendien mag je hier in Nijmegen ook nog proberen om studenten het recht bij te brengen. Onderwijs geven is ook heerlijk om te doen.

Het is niet zo dat ik mijn hele studie helemaal gericht was op promoveren. Ik heb altijd gedaan wat op dat goed bij mij paste, en dat mondde uiteindelijk uit in promoveren.

Sander: Ik heb natuurlijk wel de onderzoeksmaster gevolgd, maar niet met het enkele idee dat ik wilde promoveren. In mijn laatste bachelorjaar werd de bachelorthesis ingevoerd (die ik overigens bij Niels heb geschreven). Het onderzoeken en schrijven vond ik erg leuk, maar het ging me naar mijn mening nog niet soepel genoeg af. Ik wilde daar beter in worden. Ik kon toen ofwel zelf gaan spartelen en het zelf proberen of ik kon solliciteren voor de onderzoeksmaster, waarin je ruim de gelegenheid krijgt die onderzoeksvaardigheden te ontplooien. Ik koos voor dat laatste en werd aangenomen.
Als je aan de onderzoeksmaster begint is het overigens niet vanzelfsprekend dat je dan ook gaat promoveren. Je wordt immers ook opgeleid tot een uitstekende praktijkjurist. Van de zeven mensen die deze master samen met mij hebben gedaan, zijn alleen één ander en ik gaan promoveren. De rest is in de commerciële rechtspraktijk terecht gekomen. Tijdens het volgen van de onderzoeksmaster dacht ik ook dat het nog alle kanten op kon. Ik heb een stage gelopen bij Houthoff en dat vond ik bijzonder interessant. Bij Houthoff werkte ik ook veel mee aan cassatiezaken. De cassatiepraktijk raakt erg aan wetenschap. Mede daarom vond ik mijn stage ook zo interessant. De interesse voor de wetenschap bleef dan ook na die stage knagen. Ik besloot dat ik alleen zou kiezen voor een promotietraject als ik een echt interessant onderwerp zou vinden. Een onderwerp waar ik me een paar jaar in vast zou willen bijten. En dat is gebeurd.
In een collegereeks van de onderzoeksmaster, Europees privaatrecht, is de interesse voor mijn onderwerp gewekt. In dit vak hielden wij ons – onder begeleiding van prof. Hartkamp en prof. Sieburgh – bezig met de vraag hoe het Europese recht doorwerkt in ons nationale privaatrecht. Zo discussieerden wij ook over de vraag die ik uiteindelijk centraal heb gesteld voor mijn proefschrift. Ik heb bij prof. Sieburgh aangegeven dat ik graag op dat onderwerp wilde afstuderen. Tijdens het schrijven van mijn afstudeerartikel (in de onderzoeksmaster studeer je af op een wetenschappelijk artikel in plaats van een scriptie)  kwam ik erachter dat ik mijn onderwerp geen recht zou doen met een – relatief – kort artikel. Vervolgens vroeg prof. Sieburgh mij of ik niet verbonden wilde blijven aan de Radboud Universiteit om mijn afstudeerartikel uit te bouwen naar een proefschrift. En zo geschiede.

Hoe verhoudt het geven van onderwijs zich tot het onderzoek?

Niels: Dit verschilt per universiteit. Hier in Nijmegen zijn er drie varianten. De ‘gewone promovendus’ heeft hier driekwart onderzoekstijd en één kwart onderwijstijd. Bij de ‘junior docent’ is dit omgekeerd. Die hebben vanzelfsprekend ook iets langer voor het promoveren. Als laatste heb je nog de pure onderzoekspromovendus en die hebben honderd procent onderzoekstijd. Daar zijn er niet erg veel van. Bijna alle promovendi geven hier dus ook onderwijs.
De combinatie onderwijs en onderzoek is soms uitdagend maar voegt ontzettend veel toe. Promoveren doe je op een heel klein en gespecialiseerd onderwerp,  door onderwijs te geven ontwikkel je je wat breder. Dit geldt zowel vakinhoudelijk als qua presentatievaardigheden. Onderwijs geven is een vorm van presenteren. Daar doe je dus veel ervaring in op door onderwijs te geven. Je leert er zelf dus ook veel van. Bovendien is het gewoon erg leuk om te doen.

Sander: Ik heb minder onderwijservaring dan Niels, maar ik merk wel dat je jezelf met onderwijs moet dwingen om een paar stappen terug te zetten. Je bent met promoveren zo hypergefocust op één onderwerp, dat je soms vergeet dat onderwerp in een bredere context te plaatsen. Door het onderwijs blijf je erop bedacht dat die bredere context er ook daadwerkelijk is. Ik vind onderwijs dan ook ontzettend waardevol voor mijn onderzoek.

Hoe plannen jullie je dagen in?

Sander: Onderwijs geven kost vooral in het begin heel erg veel van je tijd. In het tweede semester geef ik weer onderwijs. Met alles wat daarbij komt kijken ben ik zo’n vier dagen fulltime bezig. De rest van de tijd besteed ik aan onderzoek. In hoe je die ‘onderzoekstijd’ invult, ben je erg vrij.

Niels: Het is best een uitdaging om je onderzoek niet te laten lijden onder je onderwijs. Onderwijs vereist namelijk altijd direct aandacht. Dat moet gewoon voorbereid zijn op het moment dat je college geeft. Ook tentamenvragen moeten gewoon op tijd af zijn, dat kun je niet uitstellen. Onderwijs geven is ontzettend leuk, maar de voorbereiding kost veel tijd, en het heeft altijd een kortere deadline dan je onderzoek. Dat is wel eens lastig. Naarmate je verder komt in je onderzoek wordt ook daarvan de deadline steeds concreter.

De vrijheid om je eigen tijd in te plannen verschilt ook flink tussen onderzoek en onderwijs. Bij onderwijs moet je er natuurlijk gewoon staan als dat ingeroosterd is. In het onderzoek bestaat een enorme vrijheid.  Dat is best bijzonder. Het maakt niet veel uit wanneer het onderzoek wordt gedaan, als de deadlines maar worden gehaald, en (vooral) er een goed stuk uit komt.

Omdat er zo veel vrijheid bestaat; bestaat er ook zoiets als promoveren ontwijkend gedrag (POG)?

Niels: Ja. Dat bestaat. De beste truc daartegen is om de deadline concreter te maken. Eén deadline over vijf jaar werkt niet. Concrete deadlines per hoofdstuk werken al een stuk beter. Dat begint met een goede planning maken en daar ook vaak naar kijken.

Onderzoek is lastig te plannen. Ik heb ooit gehoord dat Einstein zei: “If we knew what it was we were doing it wouldn’t be called research”. Of hij dat ook echt gezegd heeft weet ik niet, maar die uitspraak klopt wel een beetje. Er valt wel eens iets tegen. Beter gezegd, in het onderzoek valt zelden iets mee. Het kost altijd meer tijd dan vooraf gedacht, meestal omdat je meer interessante dingen ontdekt dan je vooraf denkt. Het enige wat ik denk te weten is dat het proefschrift waarschijnlijk beter wordt als je er meer tijd in stopt. Maar zelfs dat klopt niet altijd.

Sander: Ik denk dat zelfdiscipline hier het kernwoord is. Dat is echt een hard vereiste om te promoveren want anders red je het niet. Je kan het jezelf dus wel makkelijker maken door zelf deadlines te ‘verzinnen’.

Niels: Je kan ook prima iemand vragen om jou aan je deadlines te houden maar als dat de enige manier is om een deadline te halen dan wordt promoveren wel moeilijk hoor.

Wat voor studenten raden jullie aan om te gaan promoveren?

Niels: Verreweg het belangrijkste is dat je het recht echt interessant vindt. De slechtste reden om te promoveren is dat je een doctorstitel wil hebben. Dat is een bijproduct. Maar als onderzoek iets voor je is dan is promoveren geweldig. Ik moet nog af en toe mezelf in mijn arm knijpen dat ik het voor elkaar heb gekregen om een boek te kunnen schrijven over een onderwerp dat ik echt interessant vind, en dat iemand anders mij daar dan geld voor geeft.
Natuurlijk horen er ook dingen bij die minder leuk zijn, maar dat is in elke baan het geval. Bij promoveren en onderwijs geven hoort bijvoorbeeld ook tentamens nakijken. Dat vindt echt niemand leuk werk. Gelukkig vallen bij promoveren de minder leuke dingen heel erg mee.

Sander: Je moet het echt heel leuk vinden. Intrinsieke motivatie is een must. Dat maakt het hele proces ook minder moeilijk. Als ik een keer een avondje doorwerk, dan is dat niet verplicht maar dan doe ik dat omdat ik dat leuk vind en op dat moment iets tot op de bodem uitgezocht wil hebben.

En afsluitend een lastige vraag; waar zien jullie jezelf over 10 jaar?

Sander: Ik ben natuurlijk pas begonnen dus dit is inderdaad een lastige vraag. Als het goed is ligt dat boek er dan al even. Daar ben ik in elk geval de helft van die tien jaar mee bezig. Ik heb het in elk geval onwijs naar mijn zin hier.  Hoe dit zich verder ontwikkelt weet ik niet. Als ik maar op plekken mag blijven komen waar mensen (minstens) net zo enthousiast worden van het recht als ik.

Niels: Ik hoop ook dat het boek dan af is maar liefst toch wel een tijdje daarvoor. Ik ga als het boek af is eerst op reis, en dan fulltime aan het werk als advocaat bij RESOR. Dan wil ik graag een goede advocaat worden. Waar dat mij over tien jaar brengt? Dat weet ik nog niet. Waarschijnlijk een plek waar ik behoorlijk abstract met het recht bezig mag zijn.

Website over promoveren:  http://www.ru.nl/rechten/graduateschool/

 

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×