The Winner Takes All: een lesje Amerikaans staatsrecht in vier woorden

Door: ,

Net als vele andere Nederlanders heb ik de week van 3 november voor een (groot) gedeelte van mijn tijd gespendeerd aan het bekijken van de uitzendingen van Amerikaanse nieuwszender CNN.[1] Dat had natuurlijk alles te maken met de presidentsverkiezingen in het land. Anders dan in andere jaren, was dit jaar de uitslag pas na vijf dagen bekend, waardoor menig Nederlander met enig slaaptekort –  na late avonden met CNN-presentatoren Wolf Blitzer en John King – de week door moest zien te komen. Duidelijk is dat de wereld in de ban was van de verkiezingen in de Verenigde Staten. Uiteindelijk doet vooral de uitslag ertoe, maar het bijzondere kiesstelsel van het land doet keer op keer bij velen de wenkbrauwen fronsen. Hoewel uitleg hiervan wellicht wat aan de late kant komt: over vier jaar zijn er weer nieuwe verkiezingen. Tijd voor een lesje Amerikaans staatsrecht, met als onderwerp: de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

De president

De Verenigde Staten kennen een zuiver presidentieel stelsel op basis van de US Constitution van 1787. Het centrale idee binnen deze grondwet is de ‘separation of power’, oftewel de machtenscheiding. In art. II, sectie 1 van de US Constitution is opgenomen dat de president de uitvoerende macht bezit. De wetgevende macht is toebedeeld aan het Congres, bestaande uit de Senaat en het Huis van Afgevaardigden (art. I, sectie 1 US Constitution) en de rechtsprekende macht aan het Hooggerechtshof (art. III, sectie 1 US Constitution). Hoewel de grondwet enkele specifieke bevoegdheden heeft toegekend aan het Congres, is dat bij het ambt van de president niet het geval. De Amerikaanse grondwet is daarmee een zeer open regeling, waardoor het mogelijk is voor presidenten om hun macht verder uit te breiden. Dit is in zekere zin afhankelijk van de persoon van de president: is er een sterke president, dan zal hij meer macht naar zich toetrekken. De twee passages in de grondwet die zich voor deze machtsuitbreiding het meest lenen zijn art. II, sectie 1, dat de president de ‘uitvoerende macht’ toebedeeld, en art. II, sectie 3, dat bepaalt dat de president zorg moet dragen voor de uitvoering en handhaving van federale wetgeving.[2]

Uit deze algemene bepalingen leidt de president zijn of haar bevoegdheden af. Er is geen wet nodig om de president concrete bevoegdheden toe te kennen.[3] Er is daardoor veel beleidsvrijheid, al is in de jurisprudentie van het Hooggerechtshof wel naar voren gekomen dat bij bepaalde vergaande bevoegdheden wel een wettelijke grondslag nodig is voor het handelen van de president.[4] De president is ‘Chief Executive’, het hoofd van de uitvoerende macht. Een belangrijke bevoegdheid die hieruit voortvloeit is de mogelijkheid van de president om mensen te benoemen in hoge posities in zijn regering, met instemming van de Senaat voor de hoogste functies (Art. II, sectie 2 US Constitution). De bevoegdheid om federale hoge ambtenaren te ontslaan werd pas in 1926 bevestigd door het Hooggerechtshof.[5] De president is ook ‘Commander in Chief’, de opperbevelhebber van de strijdkrachten. De president heeft op basis hiervan in het verleden de bevoegdheid geclaimd om eenzijdig te beslissen om troepen in te zetten. De War Powers Resolution van 1973 heeft deze bevoegdheid proberen in te perken door expliciet te bepalen dat de president voor inzet van de strijdkrachten toestemming moet vragen aan het Congres. Een ongeschreven bevoegdheid van de president is die van het uitoefenen van noodbevoegdheden in een noodsituatie. De president wordt hierin gecontroleerd door het Hooggerechtshof.

Wat betreft wetgeving is het belangrijkste instrument van de president het veto-recht. Het Congres kan dit veto-recht aan de kant zetten door met een twee derde meerderheid in beide kamers de wet alsnog aan te nemen.[6] De president kan verder wetsvoorstellen indienen in het Congres, waarmee de president invloed kan uitoefenen op nieuwe federale wetgeving in het land (art. II, sectie 3 US Constitution). Als laatste heeft de president de mogelijkheid om ‘executive orders’ uit te vaardigen. Dit is een beperkte bevoegdheid, maar kan erg ver gaan.[7] Executive orders moeten altijd in overeenstemming zijn met bestaande wetgeving. De president kan dus niet afwijken van wetten van het Congres of de Grondwet.[8]

Het kiesstelsel

Uit het voorgaande overzicht van de belangrijkste bevoegdheden blijkt dat het ambt van de president van de Verenigde staten belangrijk is binnen het Amerikaanse staatsbestel. Om de juiste persoon voor dit ambt te kiezen, is een enigszins ingewikkeld kiesstelsel opgetuigd.  

Allereerst stelt de US Constitution drie eisen aan een kandidaat voor het presidentschap (art. II, sectie 1 US Constitution). De kandidaat moet geboren zijn in de Verenigde Staten, hij of zij moet tenminste de leeftijd van vijfendertig jaar hebben en hij of zij moet tenminste veertien jaar in de Verenigde Staten wonen. Voldoet men niet aan deze drie eisen, dan kan men geen president worden. In de voorverkiezingen van de verschillende politieke partijen wordt voor iedere partij één kandidaat voor het presidentschap gekozen, die dan zelf de mogelijkheid krijgt om een running mate aan te wijzen: de potentiële vicepresident. Vervolgens beginnen de verkiezingscampagnes in het hele land. 

Op Election Day, altijd de dinsdag na de eerste maandag in november, stemt het Amerikaanse volk eens in de vier jaar op hun gewenste kandidaat en zijn of haar running mate (als duo). Het volk kiest formeel gezien kiesmannen. De kiesmannen vormen het kiescollege en het kiescollege kiest de president en de vicepresident met een meerderheid van stemmen. In totaal bestaat het kiescollege uit 538 kiesmannen. Voor een meerderheid van de stemmen in het kiescollege moet een kandidaat dus 270 kiesmannen verzamelen tijdens de verkiezingen. Elke staat vertegenwoordigt een aantal kiesmannen. Het aantal kiesmannen per staat wordt bepaald door het aantal vertegenwoordigers van die staat in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Omdat het aantal vertegenwoordigers van een staat in het Huis wordt bepaald aan de hand van het aantal inwoners van een staat, heeft niet elke staat hetzelfde aantal kiesmannen. Het aantal afgevaardigden van een staat in het Huis wordt aan de hand van een volkstelling elke tien jaar opnieuw bepaald.[9] Het minimumaantal kiesmannen in een staat is drie, want elke staat heeft tenminste één vertegenwoordiger in het Huis en twee senatoren in de Senaat. De staten hanteren een systeem van ‘The winner takes all’. Krijgt een bepaalde kandidaat in een bepaalde staat de meeste stemmen, dan is het de bedoeling dat alle kiesmannen van de staat stemmen voor die kandidaat in het kiescollege. 

In de staten Maine en Nebraska is dat anders. Deze twee staten hanteren een direct kiesstelsel. Maine wordt bijvoorbeeld vertegenwoordigd door vier kiesmannen in het kiescollege. Twee van die kiesmannen stemmen op degene die het meeste stemmen heeft in de staat Maine, zoals in de andere staten ook het geval is. De andere twee kiesmannen stemmen op de kandidaat die het meeste stemmen heeft in de twee kiesdistricten in Maine. Dit jaar zullen de Democratische kandidaten Biden en Harris drie van de vier stemmen krijgen van kiesmannen uit Maine. De andere stem gaat naar de Republikeinse kandidaten Trump en Pence.

Door dit systeem is het mogelijk dat de presidentskandidaat die landelijk de meeste stemmen haalt de verkiezingen toch niet wint. Dit gebeurde tot nu toe vier keer: in 1876, 1888, 2000 en 2016.[10] Dat een kandidaat de meeste stemmen behaalt, zorgt er dus niet voor dat hij of zij ook president wordt. Art. II, sectie 1 en het Twaalfde Amendement van de US Constitution bepalen namelijk expliciet dat de meerderheid van het kiescollege bepaalt wie de president wordt, niet de meerderheid van de stemmen in het land (de ‘popular vote’). 

De kiesmannen komen bij elkaar op de eerste maandag na de tweede woensdag in december. Dit jaar is dat 14 december. Zij brengen dan in de regel hun stem uit op de kandidaat die in hun staat gewonnen heeft. Op dat moment moeten alle stemmen uit alle staten zijn geteld en moeten de staten de officiële uitslag hebben vastgesteld. Op 6 januari 2021 komen het Huis en de Senaat bij elkaar in verenigde vergadering om de stemmen van het kiescollege te tellen. Vervolgens worden de resultaten daarvan bekend gemaakt door de zittende vicepresident. De kandidaten die de meerderheid van de stemmen van het kiescollege krijgen (270 of meer) worden vervolgens uitgeroepen tot president en vicepresident. Op 20 januari 2021 vindt traditioneel de inauguratie plaats op de trappen van het Capitool in Washington D.C. 

Wat als…?

Zoals gezegd worden de president en de vicepresident gekozen door het kiescollege. Nu is het de bedoeling dat de kiesmannen stemmen overeenkomstig de uitkomst van de verkiezingen in de staat die zij vertegenwoordigen. Grondwettelijk zijn zij echter niet verplicht om dit ook te doen. In beginsel hebben zij de vrijheid en de mogelijkheid om anders te stemmen dan de meerderheid van de inwoners in hun staat (zij worden ‘faithless electors’ genoemd). 33 staten hebben wetten die de kiesmannen verplichten om te stemmen overeenkomstig de verkiezingsuitslag in die staat. In 16 van die staten staat er echter geen straf op het overtreden van deze wet. Eerder dit jaar bepaalde het Hooggerechtshof dat zulke wetgeving niet ongrondwettig is, ook niet als er een straf op het overtreden van de regeling staat.[11] Het fenomeen van de faithless electors heeft nog nooit de uitslag van de verkiezingen beïnvloed. Bij de verkiezingen tussen 1900 en 2012 kwam het slechts bij acht verkiezingen voor, waarbij telkens één kiesman zich gedroeg als een faithless elector.[12] In 2016 waren er maar liefst zeven faithless electors, het grootste aantal sinds de verkiezingen van 1836. Ook dit beïnvloedde de uiteindelijke uitslag niet: Donald Trump werd ‘gewoon’ door het kiescollege gekozen als president. Hoewel Joe Biden dus nog even moet afwachten of alle kiesmannen van de staten waar hij gewonnen heeft ook echt op hem gaan stemmen in het kiescollege, hoeft hij van het fenomeen van de faithless electors niet wakker te liggen: de kans erg klein dat hij hierdoor niet door het kiescollege als president wordt verkozen. Een ruime meerderheid van de kiesmannen zou in beginsel namelijk voor hem moeten stemmen. 

In een uitzonderlijk geval kan zich de situatie voordoen dat elke kandidaat 269 stemmen van het kiescollege behaalt of geen van de kandidaten 270 stemmen van het kiescollege behaalt, door het gedrag van enkele faithless electors. Wat betreft de verkiezing van de president is dan het Huis van Afgevaardigden aan zet. Elke delegatie van een staat heeft één stem, die bepaald wordt door de leden van de delegatie zelf. Zij zullen waarschijnlijk binnen de delegatie stemmen voor de kandidaat van hun eigen partij. Op dit moment staan de Republikeinen er het best voor: als alle afgevaardigden stemmen voor hun eigen partij, hebben de Republikeinen de vereiste meerderheid van 26 staten om de president te kunnen kiezen.[13] De vicepresident wordt gekozen door de Senaat, waarbij elke senator één stem heeft (51 stemmen nodig voor de winst). Ook hier staan de Republikeinen er het beste voor: zij hebben de meerderheid in de Senaat. 

Zou er dus tijdens deze verkiezingen een gelijkspel zijn ontstaan tussen de twee kandidaten, dan stond de Republikeinse kandidaat Trump er het beste voor. Aangezien Joe Biden op het moment van het schrijven van dit artikel al ruim boven de magische grens van 270 kiesmannen zit, terwijl van enkele staten de uitslag nog niet bekend is, en er waarschijnlijk niet zoveel faithless electors zullen zijn dat er uiteindelijk alsnog een gelijkspel uit kan komen, hoeft hij zich ook over deze situatie geen zorgen te maken. 


[1] Volgens Stichting Kijkonderzoek schakelden op de dagen tussen de verkiezingen op dinsdag 3 november en de uiteindelijke uitslag op zaterdag 7 november gemiddeld 1,1 miljoen Nederlandse kijkers per dag in, zie ‘Nederlanders aan CNN gekluisterd rond Amerikaanse verkiezingen’, NOS 9 november 2020. 

[2] M. Nelson, The Presidency A to Z, Washington: CQ Press 2003. 

[3] US Supreme Court 1850 In Re Neagle.

[4] US Supreme Court 1983 Youngstown Sheet & Tube Co. v. Sawyer. 

[5] US Supreme Court 1926 Myers v. United States.

[6] Dit komt heel weinig voor. Tussen 1789 en 2002 werden slechts 106 van de 2.551 veto’s ’overruled’ door het Congres, zie M. Nelson, The Presidency A to Z, Washington: CQ Press 2003.

[7] Zie bijvoorbeeld US Supreme Court 1944 Korematsu v. United States, waarbij het ging om de opsluiting in interneringskampen van Amerikanen met een Japanse afkomst tijdens de Tweede Wereldoorlog op basis van een executive order (in een noodsituatie). 

[8] US Supreme Court 1983 Youngstown Sheet & Tube Co. v. Sawyer. 

[9] Na de verkiezingen van dit jaar vindt er een nieuwe volkstelling plaats, waardoor staten door veranderende inwonersaantallen voor verkiezingen van 2024 en 2028 een ander aantal kiesmannen kunnen vertegenwoordigen dan nu het geval is, zie ook T.N. Neale, The Electorial College: How It Works in Contemporary Presidential Elections (rapport van de Congressional Research Service), 2013, p. 5.

[10] T.N. Neale, The Electorial College: How It Works in Contemporary Presidential Elections (rapport van de Congressional Research Service), 2017. 

[11] US Supreme Court 2020 Chiafalo v. Washington (zie ook: US Supreme Court 1952 Ray v. Blair). 

[12] Dit was het geval in 1948, 1956, 1960, 1968, 1972, 1976, 1988 en 2004. Zie T.N. Neale, The Electorial College: How It Works in Contemporary Presidential Elections (rapport van de Congressional Research Service), 2017, p. 8. 

[13] ‘Electoral college ties’, 270towin.com, 2020. 

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×