Nepnieuws: hoe pakken we het aan?

Door: ,

Met de Amerikaanse verkiezingen achter de rug en het maatschappelijke debat rondom het coronavirus, was het de laatste tijd weer volop in het nieuws: nepnieuws. Of we het nu hebben over de disclaimer die is geplaatst bij 37% van de tweets van Donald Trump in verkiezingstijd[1] of het verdwijnen van het Youtube-kanaal van Lange Frans[2], nepnieuws is en blijft actueel. Dat het onderwerp nepnieuws in Nederland steeds belangrijker wordt gevonden, blijkt wel uit de Mediamonitor 2020. Hierin geeft het Commissariaat voor de Media aan dat 32 procent van de Nederlanders zich zorgen maakt over wat echt en wat nep is op het internet. Dit is twee procent meer dan in 2018.[3] Maar wordt door verschillende partijen, naarmate wij het als Nederlanders steeds belangrijker vinden, ook steeds meer aan de bestrijding van nepnieuws gedaan? Dat is de vraag die centraal staat in dit stuk. Hiervoor kijken we in eerste instantie naar wat er in de wetgeving geregeld is over de bestrijding van nepnieuws. Daarnaast kijken we naar wat verschillende social media-kanalen hierover zelf geregeld hebben. Tot slot kijken we naar hoe andere landen dit hebben ingekleed, en of we hier wellicht een voorbeeld aan kunnen nemen.

Nepnieuws in Nederlandse regelgeving

Toen de bestrijding van nepnieuws in 2017 prominent in het nieuws kwam, heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zich uitgelaten over de bestrijding van nepnieuws. Hier heeft hij uiteraard een onderscheid gemaakt tussen strafbare en ongewenste online content. Wat betreft de strafbare online content, waar sprake is van illegale inhoud, wijst de minister op het huidige beleid dat hiervoor in het licht van de bestaande wetgeving binnen Nederland gehanteerd wordt.[4] Over de bestrijding van de ongewenste online content – het nepnieuws – gaf de minister aan terughoudend te zijn als het gaat om overheidsingrijpen, met het oog op de vrijheid van meningsuiting. Hierbij zag de minister de oplossing vooral in de “bevordering van mediawijsheid”.[5]

Eind 2018 is er ook daadwerkelijk een actieplan ontwikkeld voor de bestrijding van nepnieuws. Hierbij gaf de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan in te zetten op een bewustwordingscampagne, gesprekken met de verschillende stakeholders en wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van sociale media en zoekmachines.[6] Wat wij hier concreet van hebben kunnen zien zijn natuurlijk de reclamespotjes die rond de Europese verkiezingen van vorig jaar de leus ‘Blijf nieuwsgierig. Blijf kritisch.’ de wereld in slingerden. Daarna is het echter opvallend stil gebleven rondom dit onderwerp. 

Van verschillende kanten zijn oproepen gekomen om verdergaande maatregelen te nemen. Zo pleitte het Centraal Planbureau voor een vergunningenstelsel[7] en pleitte de staatscommissie Remkes voor wettelijke regels voor aanbieders van digitale platforms en websites.[8] Nu, te midden van een pandemie waarover veel (des)informatie op sociale mediakanalen rondzwerft, lijkt het dat in Den Haag eindelijk het licht aan is gegaan. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken heeft namelijk aangegeven een onafhankelijke commissie in te willen stellen die desinformatie op het internet in de gaten moet gaan houden.[9] Kanttekening hierbij is wel dat deze commissie, zo lijkt het, alleen opgericht gaat worden voor nepnieuws rondom de Tweede Kamerverkiezingen die over een paar maanden gehouden gaan worden. De gebeden zijn aldus nog niet gehoord.

Noemenswaardig is wel dat de Nederlandse overheid op dit moment aan de slag is met wetgeving omtrent nepreviews.[10] Misschien dat een positieve uitkomst van dit traject het zetje in de rug zou kunnen vormen om ook het verspreiden van nepnieuws écht onder handen te nemen.

Nepnieuws in buitenlandse regelgeving

In tegenstelling tot Nederland, bestaat in een aantal andere landen wel degelijk wetgeving over de bestrijding van nepnieuws. In Duitsland bijvoorbeeld is in 2017 de Netzwerkdurchsetzungsgezetz (NetzDG) aangenomen. Deze wet ziet niet op illegale content, dus niet specifiek op nepnieuws, maar de bestrijding van desinformatie is wel degelijk als belangrijke reden genoemd voor het tot stand brengen van deze wet.[11] De NetzDG stelt sociale mediabedrijven aansprakelijk wanneer zij niet tijdig informatie verwijdert of blokkeert die de wet als illegaal bestempelt, wanneer hierover door gebruikers een klacht is ingediend. Wanneer sociale mediabedrijven de grens van 100 klachten per jaar passeren, moeten zij ieder half jaar een rapport opstellen en publiceren over de klachten en hoe zij hiermee zijn omgegaan. Wanneer deze verplichtingen niet worden nageleefd, kan hen een boete van maximaal 50 miljoen euro te wachten staan.[12]

Ook in Frankrijk is de wetgever in de pen geklommen om actie te ondernemen tegen nepnieuws. Opmerking verdient dat Frankrijk al langer wetgeving hierover kent. Zo is een strafbaarstelling van het verspreiden van desinformatie opgenomen in artikel 27 van de Franse Wet op de Persvrijheid. In 2018 is in Frankrijk een aanvullende wet aangenomen die specifieke bepalingen bevat over de sociale media in verkiezingstijd. In deze wet is opgenomen dat gedurende de drie maanden voor verkiezingen op sociale platforms een transparantieverplichting rust, op grond waarvan zij de identiteit van de adverteerder en de achterliggende geldschieter openbaar moeten maken. Daarnaast voorziet de wet in een kortgedingprocedure, waarin de rechter een grote vrijheid heeft in de door hem te treffen maatregelen. Zo kan hij de content laten verwijderen, maar bijvoorbeeld ook een gebruikersaccount dat herhaaldelijk heeft meegeholpen aan de verspreiding van nepnieuws laten blokkeren.[13]

Zo lijkt Nederland, normaal gesproken het braafste jongetje van de klas in Europa, achter te lopen op zijn schoolvriendjes en eventuele regelgeving op Europees niveau af te wachten zonder hier zelf al een voorspong op te nemen.

Bestrijding van nepnieuws door sociale media zelf

Naast het nationaal niveau van wet- en regelgeving wordt de strijd tegen nepnieuws ook gevoerd door de sociale mediaplatformen zelf.  Zo heeft Facebook jarenlang samengewerkt met NU.nl en de Universiteit Leiden. Binnen deze samenwerking werkten NU.nl en de Universiteit als factcheckers die berichten die door gebruikers op Facebook gerapporteerd werden, controleerden op waarheid en betrouwbaarheid. Het oordeel hieromtrent werd vervolgens bij het bericht gepubliceerd op Facebook. Inmiddels zijn beide partijen gestopt met deze samenwerking, omdat zij zich beperkt zouden voelen door Facebook in welke berichten zij kunnen en mogen checken.[14]

In tegenstelling tot Facebook, dat lijkt te verzwakken in zijn pogingen, blijft Google tot op de dag van vandaag bezig met verschillende manieren om te controleren of het nieuws dat via de zoekmachine verspreid wordt niet onjuist is. Zo heeft het miljardenbedrijf onlangs nog bekend gemaakt een vorm van AI te gaan gebruiken om feiten te kunnen checken.[15] Ook Twitter, zoals in de inleiding al werd genoemd, is een goed voorbeeld van een sociale mediaplatform dat actief blijft controleren op de feitelijke onderbouwing van hetgeen via het platform gedeeld wordt.

Conclusie

Dat de verspreiding van nepnieuws op de sociale media anno 2020 een groot probleem is, valt voor niemand meer te ontkennen. De actie die hiertegen in Nederland wordt ondernomen laat echter te wensen over. In veel landen om ons heen wordt wél daadkrachtig opgetreden in de strijd tegen de verspreiding van nepnieuws. Concrete wetten worden aangenomen die handvatten bieden om dit probleem te tackelen. Ook bij veel sociale mediakanalen staat dit onderwerp hoog op de agenda. De vrijheid die platforms als Facebook toch nog willen bieden om zonder beperkingen van alles te delen geeft mijns inziens echter aanleiding om hier als Nederland nog eens serieus naar te kijken. Nu wetgeving op het gebied van nepreviews in de maak is en er concrete ideeën zijn in aanloop naar de verkiezingen, is het hopelijk een kwestie van tijd dat de Nederlandse overheid inziet dat de verspreiding van nepnieuws meer serieuze aandacht verdient dan een 20 seconden durend TV-spotje.


[1] ’37 procent van alle Trump-tweets kreeg waarschuwing sinds verkiezingen VS’, NU.nl 8 november 2020.

[2] ‘Youtube verwijdert kanaal van rapper en complotdenker Lange Frans’, NOS 21 oktober 2020.

[3] ‘Digital News Report Nederland 2020’, Mediamonitor 16 juni 2020.

[4] Kamerstukken II 2017/2018, 30950, nr. 138, p. 3-5.

[5] Kamerstukken II 2017/2018, 32827, nr. 122, p. 12-13.

[6] Kamerstukken II 2018/2019, 30821, nr. 51.

[7] ‘Scientia potentia est: de opkomst van de makelaar voor alles’, CPB 15 december 2017.

[8] Lage drempels, hoge dijken (eindrapport van de staatscommissie parlementair stelsel), Amsterdam: Boom 2018, p. 87-97.

[9] ‘Ollongren pakt fake news rond verkiezingen aan’, BNR 17 november 2020.

[10] J. Lubbers, ‘Nieuwe wetgeving tegen nepreviews in aantocht’, Dirkzwager.nl 23 oktober 2020.

[11] K. Landman, ‘De wettelijke bestrijding van desinformatie: is het middel erger dan de kwaal?’, NTM/NJCM-bull. 2019/25.

[12] Art. 1, sectie 4, lid 2 NetzDG.

[13] T. McGonagle e.a., Inventarisatie methodes om “nepnieuws” tegen te gaan, Amsterdam: Instituut voor Informatierecht 2018, p. 43-46.

[14] ‘NU.nl stopt als laatste partij met factcheckprogramma van Facebook’, NU.nl 26 november 2019.

[15] ‘Google now uses BERT to match stories with fact checks’, Search Engine Land 10 september 2020.

Een reactie op “Nepnieuws: hoe pakken we het aan?”

  1. Siem Gerritsen

    Leuk stuk Jesper. Gelukkig hebben we ook nog Lubach. Die houd je ook scherp. Als ik nog wat kan aanvullen, zou ik denken aan al die influencers, met haar vaak misleidende en nutteloze aanprijzing van trash. Deze holle verlengstukken van de marketing-industrie moeten ook aangepakt worden. Naar mijn idee past dit ook wel bij je stuk..tot zover, hg Siem

    Beantwoorden

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×