Het kind centraal: recht of soms krom?

Het thema van dit lustrum luidt: Nu we nog jong zijn. Jong zijn associeer ik met kind zijn, ik zal dan ook kort stilstaan bij het kind als onderwerp van het recht. Ik neem u dan ook graag kort mee door een aantal rechtsgebieden om te laten zien wat de juridische positie van het kind is in het Nederlands recht.

Wat is een kind?

Nu rest mij eerst een antwoord te geven op een interessante en tevens relevante vraag: wat is een kind? Wanneer kunnen we spreken van het bestaan van een kind? Dit is namelijk relevant voor de bescherming dat het kind geniet op grond van onder andere het Kinderrechtenverdrag, maar ook of een ongeborene bijvoorbeeld een recht op leven toekomt op grond van artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). De meningen over het moment waarop we kunnen spreken van een ‘mens’ zijn verdeeld en ook buiten de juridische wereld bestaat geen consensus. In de filosofie wordt vaak gekozen voor het moment waarop de menselijkheid in het embryo treedt en het moment waarop het embryo de mogelijkheid heeft zich als mens te ontwikkelen. Of dit moment ontstaat bij de bevruchting, de innesteling of het moment van levensvatbaarheid buiten de baarmoeder is echter niet te zeggen.  Daarnaast wordt ook wel gepleit voor een biologische benadering van het begrip kind. Hieruit blijkt dat er gesproken kan worden van een embryo vanaf het moment van de bevruchting, omdat het kind ook zonder de moeder, dus in vitro, zelf een aantal stappen moet zetten om zich te ontwikkelen tot mens. Het embryo is dus zelfstandig actief vanaf de bevruchting om zich te ontwikkelen en verdient aldus vanaf dat moment bescherming.[1]

Helaas is zijn ook de juristen niet eensgezind. Het Kinderrechtenverdrag geeft als definitie van het begrip kind: “For the purposes of the present Convention a child means every being below the age of 18 years unless, under the law applicable to the child, majority is attained earlier”[2].  Deze definitie geeft echter nog geen antwoord op de vraag vanaf wanneer we van het begrip kind kunnen spreken. Verschillende landen hanteren een ander moment waarop zij van het bestaan van een kind uitgaan en het Kinderrechtenverdrag toepasselijk achten. Zo pleitten Malta en Senegal ten tijde van het opstellen van het verdrag voor het toevoegen van de woorden “from conception” en wilden het verdrag van toepassing verklaren vanaf het moment van conceptie in plaats van vanaf de geboorte van het kind.[3]  Tevens zijn er argumenten die pleiten voor de bescherming van het embryo vanaf de innesteling, vanaf de geboorte, of vanaf een moment tussen de conceptie en de geboorte in.  Ook wat betreft het recht op leven op grond van artikel 6 van het Kinderrechtenverdrag en artikel 2 EVRM is niet duidelijk vanaf welk moment men kan spreken van een kind dat beschermd moet worden. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en The Commission on Human Rights hebben aan de lidstaten ruimte gelaten om zelf te beoordelen wat zij onder de reikwijdte van het betreffende artikel willen laten vallen.

Deze opvatting is relevant voor de mate van bescherming die aan een kind gegeven moet worden en met name vanaf welk moment deze bescherming intreedt. Dit is onder andere van belang voor abortuswetgeving en regelgeving over wetenschappelijk onderzoek met embryo’s. Op dit moment is het bijvoorbeeld verboden om embryo’s speciaal tot stand te brengen voor wetenschappelijk onderzoek, maar hier komt mogelijk verandering in.[4] Met speciale technieken is het wellicht mogelijk om DNA van embryo’s te modificeren om zo erfelijke aandoeningen te voorkomen. Om deze techniek te verfijnen is het noodzakelijk om deze techniek toe te passen op embryo’s. Het gebruik van restembryo’s –wel toegestaan op grond van de embryowet- is mogelijk niet voldoende. Er wordt dan ook gepleit voor het afschaffen van dit verbod op het kweken van embryo’s voor medisch wetenschappelijk onderzoek, nu dit onderzoek in onder andere Zweden, het Verenigd Koningrijk en China reeds gebeurd. Of daadwerkelijk van het verbod wordt afgestapt hangt van meerdere factoren af. Zo moet er juridisch ruimte zijn in het licht van verschillende internationale verdragen en is dit afhankelijk van de waarde en bescherming die aan een embryo wordt toegekend.[5] Het is dan ook de vraag of de wetenschap zal gaan prevaleren boven de waarde van het embryo.

Het geboren kind

Dat het kind vanaf zijn geboorte rechtsbescherming verdiend is aldus duidelijk te zien op basis van verschillende verdragen. Toch was in Nederland een opvallend fenomeen te zien dat tot veel negatieve reacties van velen heeft geleid. Als een kind wordt geboren na tenminste 24 weken zwangerschap, dan moet het worden aangegeven bij de burgerlijke stand. Wordt het kind doodgeboren dan betekent het echter ook een verplichting van de ouders tot uitvaart of crematie van het doodgeboren kind. Indien het kind doodgeboren wordt na ten minste 24 weken zwangerschap, wordt het echter niet opgenomen in de Basisadministratie Personen (hierna: BRP) en krijgen de ouders geen geboorteakte, maar een ‘akte van een levenloos geboren kind’. In het geval dat de moeder bevalt van een kind dat ‘één minuut na de geboorte overlijdt, wordt het kind wel in het BRP opgenomen. Deze gang van zaken kreeg veel kritiek en ouders van een pasgeboren kind voelden zich ongehoord.

Om die reden is er verandering in aantocht. De minister heeft toegezegd dat ook doodgeboren kinderen in het BRP opgenomen zullen worden en ouders op die manier een volledige gezinssamenstelling kunnen registreren waardoor recht wordt gedaan aan de positie van het ongeboren kind. Hierdoor wordt het waarschijnlijk ook bij meer uitvaartverzekeraars mogelijk om de kosten van de uitvaart voor een ongeboren kind vergoed te krijgen. Ook deze ontwikkeling laat zien dat er aandacht is voor de positie van het kind het Nederlandse rechtssysteem.

Het wilsonbekwame kind

Ingevolge artikel 450 Wet op de Geneeskundige behandelingsovereenkomst is voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst toestemming van de patiënt vereist.[6] In de WGBO zijn echter leeftijdsgrenzen gegeven ten aanzien van deze toestemming. De WGBO onderscheidt drie leeftijdscategorieën, namelijk kinderen tot 12 jaar, kinderen van 12 tot 16 jaar en kinderen van 16 jaar en ouder.  Indien het kind de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, is naast de toestemming van het kind, de toestemming van de ouders of van zijn voogd vereist. Hierop is een uitzondering mogelijk, namelijk in het geval dat de verrichting kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de patiënt te voorkomen en indien de patiënt ook na weigering van de toestemming om de verrichting blijft wensen.[7] Kinderen van 16 jaar en ouder worden de WGBO niet als minderjarig beschouwd. Deze kinderen kunnen dan ook zelfstandig beslissen over een medisch onderzoek of medische verrichting en hiervoor is aldus geen toestemming van de ouders nodig. [8]

Kinderen tot en met 11 jaar vallen volledig onder de zeggenschap van de ouders. De ouders dienen toestemming te geven voor de medische verrichtingen ter uitvoering van de gesloten behandelingsovereenkomst. Er zijn echter uitzonderingen mogelijk op deze regel. Een voorbeeld hiervan is het weigeren van het geven van toestemming voor een bepaalde behandeling, bijvoorbeeld een bloedtransfusie, omwille van religieuze opvattingen. Deze behandeling kan voor het kind echter van levensbelang zijn. De hulpverlener mag de behandeling niet zonder meer uitvoeren, maar kan de kinderrechter vragen om het ouderlijk gezag van de ouders tijdelijk te beperken om zo de behandeling toch te kunnen uitvoeren.[9]  Tevens bestaat de mogelijkheid van vervangende tostemming door de kinderrechter in geval van een medische behandeling die noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van een kind jonger dan 12 jaar te voorkomen als een ouder deze toestemming weigert.[10] Dit geldt echter alleen in de situaties waarin het gaat om een noodzakelijke medische behandeling ter bescherming van het minderjarige kind.

In hoeverre deze twee mogelijkheden voor de hulpverlener om alsnog tot behandelen opgaan in het geval van een preventieve vaccinatie voor kinderen jonger dan 12 jaar is onduidelijk en de jurisprudentie geeft dan ook een wisselend beeld.[11]

Het handelende kind

Ook het strafrecht kent bijzondere regelingen voor jeugdigen. Het jeugdstrafrecht is van toepassing op kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Minderjaren die de leeftijd van 12 jaren nog niet hebben bereikt ten tijde van het plegen van een misdrijf, kunnen in Nederland niet strafrechtelijk worden vervolgd voor het strafbare feit dat zij hebben gepleegd. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat wordt geacht dat zij de verantwoordelijkheid voor -en de gevolgen van- hun daden nog niet kunnen overzien.

Voor minderjarigen boven de leeftijd van 12 jaar kunnen verschillende soorten straf opgelegd worden indien zij worden veroordeeld voor het begaan van een strafbaar feit. Allereerst kan een Halt-straf worden opgelegd om zo aan de jongere de kans te bieden de begane fout recht te zetten door het aanbieden van excuses aan de slachtoffers en/of eventuele schade te vergoeden. Dit kan enkel in het geval van licht strafbare feiten zoals vernieling of openbare dronkenschap. Verder is vereist dat de jongere instemt met de Halt-afdoening. Deze wijze van afdoening is dan ook geen echte straf, maar wordt gezien als een vrijwilliger alternatief om een echte straf of maatregel te voorkomen. De afgelopen vijf jaar is de Halt-afdoening verschillend in het nieuws verschenen. Uit jaarcijfers van Halt bleek dat meer jongeren voor zwaardere ‘niet Halt-waardige misdrijven’ naar Halt werden verwezen.[12] Volgens de toenmalig directeur van Halt is de reden voor deze toename dat het Openbaar Ministerie meer de nadruk is gaan leggen op het rechtzetten van de gedragingen, dan op het bestraffende karakter van de sanctie. Naast deze wijze van afdoening kunnen ook reguliere straffen worden opgelegd, alhoewel dit in een lichte vorm geschiedt. Zo kan er een boete of taakstraf worden opgelegd en zijn ook vormen van detentie zijn mogelijk, namelijk de zogenaamde jeugddetentie in een justitiële jeugdinrichting.

Ook in de afgelopen vijf jaar zijn in Nederland jeugdveroordelingen uitgesproken door de kinderrechter. Een aantal zaken kwam uitgebreid in het nieuws en hierin is de ‘lichte’ strafmaat duidelijk te zien. In oktober 2016 werd een 15-jarig meisje veroordeeld wegens het doden van haar pasgeboren kindje toen zij destijds 14 jaar was. De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat zij het kindje opzettelijk heeft gedood door het pasgeboren kindje in een vuilniszak buiten te leggen, uit vrees voor ontdekking van de pasgeboren baby door haar familie. Volgens het commune strafrecht kan voor schuld aan kindermoord, dan wel voor het beroven van het leven van een kind, een gevangenisstraf van respectievelijk maximaal negen of zes jaar worden opgelegd.[13] In deze zaak is het meisje veroordeeld tot 8 maanden voorwaardelijke jeugddetentie en moet ze in behandeling bij de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz). Bij deze strafmaat is rekening gehouden met een gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens, met de overschrijding van de redelijke termijn en met haar jeugdige leeftijd.[14] Een aantal jaar eerder werd een 17 jarig meisje veroordeeld voor het “opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloze toestand brengen of laten, welk misdrijf de dood ten gevolge heeft gehad”.[15] Het meisje is tijdens haar werk op de wc bevallen, heeft het kindje in eerste instantie in de wc laten liggen en heeft het vervolgens in een tas gestopt. De rechtbank nam het meisje het zeer kwalijk dat zij zowel voorafgaand aan haar bevalling, tijdens de weeën, als gedurende en na de bevalling op geen enkele manier hulp heeft gevraagd. Voor een delict zoals hierboven staat omschreven staat in het commune strafrecht een gevangenisstraf van ten hoogste negen jaar.[16] De rechtbank heeft het meisje veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren en een bijzondere voorwaarde gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en haar persoonlijke omstandigheden.[17]

De positie van het kind in Nederland

Zoals u heeft kunnen lezen zijn ‘het zijn van kind’ en de gevolgen die hieruit voortvloeien niet altijd even duidelijk. Zelfs op de vraag wanneer ‘het kind zijn’ begint is geen eenduidig antwoord te vinden. Dit antwoord berust op een keuze en hoe deze keuze moet worden gemaakt roept alsmaar meer vragen op, al zijn deze vragen absoluut interessant. Volgens heb ik getracht kort te laten zien welke positie het kind in het burgerlijk recht en het strafrecht inneemt. In beide rechtsgebieden neemt het kind namelijk een bijzondere positie in. Het burgerlijk recht stelt leeftijdsgrenzen waarbinnen minderjarigen handelings(on)bekwaam worden geacht. In sommige gevallen kan de kinderrechter vervangende toestemming verlenen of de ouders tijdelijk uit de ouderlijke macht ontzetten voor noodzakelijke medische verrichtingen. Maar op de vraag in hoeverre dit op gaat in het geval van preventieve inentingen zijn de meningen verdeeld. Ook het strafrecht kent aan jeugdigen een bijzondere positie toe. Ik heb kort twee zaken bespreken waarin deze positie goed is te zien. Voor twee ernstige delicten, worden relatief lage voorwaardelijke straffen opgelegd, mede door de jeugdige leeftijd die beide verdachten destijds hadden. Kortom, de juridische positie van het kind is veelal helder, maar wanneer deze juridische positie nou eigenlijk begint allerminst. Ik nodig u dan ook graag uit om hierover zelf een oordeel te vellen. Vanaf wanneer voelde u zich kind? Of spelen andere factoren een belangrijkere rol?

[1] J. Fleming & M.G. Hains, ‘What rights, if any, do the unborn have under international law?’, Australian Bar Review, December 1997.

[2] Commission on Human Rights, Report of the Working Group on a draft convention on the right of the Child,

13 E/CN.4/1989/48, p. 15.

[3] Commission on Human Rights, Report of the Working Group on a draft convention on the right of the Child,

13 E/CN.4/1989/48, p. 15.

[4] Art 22 embryowet.

[5] In dit kader is ook het Biogeneeskundeverdag van belang. In het bijzonder artikel 18 lid 2 van dit verdrag dat een algeheel verbod inhoudt op het tot stand brengen van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek. Nederland heeft bij het ondertekenen van dit verdrag een voorbehoud gemaakt.

[6] Artikel 450 lid 1 WGBO.

[7] Artikel 450 lid 2 WGBO.

[8] Artikel 447 WGBO.

[9] Artikel 1:272 lid 1 BW.

[10] Artikel 1:264 BW.

[11] Zie bijvoorbeeld: Hof ’s Gravenhage, 12 februari 1999, ECLI:NL:GHSGR:1999:BL8431 en Rechtbank Zutphen, 10 december 2009, ECLI:NL:RBZUT:2009:BK7069.

[12] https://www.nrc.nl/nieuws/2014/04/16/jongeren-voor-zwaardere-delicten-vaker-naar-bureau-halt-a1425726

[13] Artikel 290 en 291 WvSr.

[14] https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Zeeland-West-Brabant/Nieuws/Paginas/Voorwaardelijke-jeugddetentie-en-GGz-behandeling-voor-kinderdoodslag-Breda.aspx

[15] Artikel 257 lid 2 jo 255 WvSr.

[16] Artikel 257 lid 2 jo 255 WvSr.

[17]  Rechtbank Gelderland, 2 febuari 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:7416.

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel!Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch.Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn.Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over.Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×