Heeft een robot recht op privacy?

Door: ,

Geweldig om te zien! In Duitse winkels lopen kunstmatig intelligente poppetjes, robots, rond als winkelbediende.[1] Ook in de zorgsector in Nederland zijn er robots als verpleegkundige.[2] En de robotrechter en professor Pepper komen eraan.[3] Punt is: robots worden steeds intelligenter en hebben steeds meer menselijke eigenschappen. In de serie Star Trek hebben sommige robots ook al emoties. Nu zijn robots vooral interessant vanwege de informatie die zij kunnen verzamelen en de manier waarop zij die informatie kunnen verwerken. Als het bijvoorbeeld gevoelige informatie betreft (codes, geheime informatie, e.d.), kunnen robots met een beroep op het recht op privacy weigeren de informatie te verschaffen?

De focus ligt in dit stuk op artikel 8 lid 1 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Vermogensrechtelijke kwesties laat ik buitenbeschouwing, omdat die mijns inziens niet relevant zijn voor de beantwoording van de vraag hierboven.

Ook al is het EVRM ruim voor het tijdperk van robotisering tot stand gekomen, het verdrag is een ‘living instrument’ dat dynamisch moet worden uitgelegd ofwel, in het licht van hedendaagse ontwikkelingen.[4] Onder de hedendaagse ontwikkelingen valt dus ook robotisering. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) heeft zich nog nooit concreet uitgelaten over de vraag of robots recht hebben op privacy. Wel is die vraag vaker gesteld ten aanzien van mensen en- nog interessanter- rechtspersonen. Aan de hand van deze jurisprudentie waag ik graag een poging om bovenstaande vraag te beantwoorden. Ik bespreek vooral jurisprudentie waarbij het (niet) menszijn aan de orde is en in het slot volgt een blik op de toekomst. 

De hoofdregel is duidelijk: alleen mensen van vlees en bloed kunnen zich beroepen op verdragsrechten. Robots vallen daar niet onder en kunnen in beginsel dus geen beroep doen op het recht op privacy. Het recht op privacy valt uiteen in vier componenten. Ieder heeft recht op respect voor:

(1) zijn privéleven;

(2) zijn familie- en gezinsleven;

(3) zijn woning; en

(4) zijn correspondentie.

Uitzonderingen bevestigen de regel: op de hoofdregel van artikel 8 EVRM bestaan uitzonderingen en nuanceringen, waarvan enkele belangrijk zijn voor de beantwoording van de hoofdvraag. Ten eerste oordeelt het EHRM in Halford/Verenigd Koninkrijk dat professionele handelingen (in casu: telefoongesprekken vanuit de werkplaats) ook kunnen vallen onder het recht op privéleven en correspondentie.[5] Ten tweede beslist het EHRM in Niemietz/Duitsland dat professionele handelingen oftewel activiteiten van bedrijfsmatige aard ook worden beschermd door het recht op respect voor de woning.[6] Die zaak betreft een huiszoeking bij een Duitse advocaat (rechtsanwalt). Ten derde blijkt uit Funke/Frankrijk daarentegen dat het EHRM professionele handelingen (nog) niet schaart onder het recht op respect voor het familie- en gezinsleven.[7] Ten vierde beslist het EHRM in Ociété Colas Est c.s./Frankrijk dat rechtspersonen onder omstandigheden ook een beroep kunnen doen op artikel 8 EVRM. Dit laatste beslist hij mede in het licht van de dynamische interpretatie van het verdrag.[8]

Een beroep van rechtspersonen op het recht op privacy laat het EHRM toe in gevallen waarin de rechtspersonen een verlengstuk zijn van de achterliggende natuurlijke personen.[9] De achterliggende persoon is degene die bepaald of, hoe en wanneer de robot handelt.[10] Meestal is dat de eigenaar van de robot. Het criterium is: zal het afwijzen van het beroep van de robot per definitie ook het afwijzen van het beroep van de achterliggende natuurlijke persoon zijn? Zo ja, dan kan de betreffende robot een zelfstandig beroep doen op het recht op privacy.

Tot nu toe is elke robot Pepper die er bestaat eigendom van hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een rechtspersoon. Uitzonderlijke ‘res nullius’-situaties laat ik even buiten beschouwing. Dat betekent dat ook de informatie die de robot opslaat en verwerkt eigendom is van die natuurlijke persoon of rechtspersoon. Ingeval de robot eigendom is van een rechtspersoon geldt dat de rechtspersoon en dus ook de robot een beroep op artikel 8 EVRM kunnen doen wanneer zij het verlengstuk vormen van de achterliggende natuurlijke persoon.

Ingeval de robot daarentegen direct toebehoort aan een natuurlijke persoon, zou het frommelen met het geheugen van de robot per definitie ook een inbreuk betekenen op het privacyrecht van de achterliggende natuurlijke persoon. Voor wat betreft die informatie (correspondentiegegevens, bankgegevens, etc.) vormt de robot het verlengstuk van de achterliggende natuurlijke persoon hetzij in de privésfeer, hetzij professioneel. Alsdan kan de robot mijns inziens ook naar de rechter toe stappen met een beroep op het recht op privacy.

Vervolgens zal de rechter de verschillende stappen voor de toepassing van artikel 8 EVRM doorlopen. Ten eerste gaat hij na of het beroep ontvankelijk is. Ten tweede gaat hij na of de klacht valt binnen de reikwijdte van het artikel. Ten derde gaat hij na of er sprake is van een inbreuk op het privacyrecht van de klager. Deze stappen gelden mutatis mutandis voor elk beroep op het verdrag en zullen dus ook voor robots gelden. 

Concluderend kan dus worden gesteld dat robots onder bijzondere omstandigheden in theorie een beroep zouden kunnen doen op het recht op privacy en wel als zij het verlengstuk vormen van hun eigenaar c.q. natuurlijke persoon. Bovendien heeft de Zuid-Afrikaanse rechter reeds in 1993 geoordeeld dat artificiële personen onder omstandigheden een zelfstandig recht hebben op privacy.[11] Ik voorzie in de toekomst dan ook procedures met robots als eiser. Wanneer robots de advocatuur en de rechtspraak hebben overgenomen, zullen we eens in de toekomst een eerste robotprocedure krijgen. En het lijkt allemaal utopisch, maar wie had bij de totstandkoming van het EVRM gedacht dat robots ooit winkelbediende of verpleegkundige zouden worden? Nu wordt eten zelfs 3D geprint.[12] Wat is dan nog onmogelijk in de robotwereld?


[1] ‘Duitse robot helpt bij afstand houden in de supermarkt: ‘Bedankt namens het team’’, NOS Nieuws 1 april 2020.

[2] ‘Zorgrobot houdt ouderen gezelschap: ‘Ik vind d’r heel lief’’ NOS Nieuws 12 november 2019.

[3] Zie bijvoorbeeld: Y. Buruma, Wat is een goede rechter? Een mentaliteitsgeschiedenis (1900-2020) (Oratie, Nijmegen RU 2016), Nijmegen: CPO, Radboud Universiteit 2016.

[4] EHRM 25 april 1978, ECLI:CE:ECHR:1978:0425JUD000585672 (Tyrer/Verenigd Konikrijk); EHRM 13 juni 1979, ECLI:CE:ECHR:1979:0613JUD000683374, r.o. 41 (Marckx/België); EHRM 09 februari 2017 ECLI:CE:ECHR:2017:0209JUD002976210 (Mitzinger/Duitsland).

[5] EHRM 25 juni 1997, ECLI:CE:ECHR:1997:0625JUD002060592, r.o. 44 (Halford/Verenigd Koninkrijk).

[6] EHRM 16 december 1992, ECLI:NL:XX:1992:AD1800 (Niemietz/Duitsland).

[7] EHRM 25 februari 1993, ECLI:NL:XX:1993:AW2060, BNB 1993/350, r.o. 48 (Funke/Frankrijk).

[8] EHRM 16 april 2002, 37971/97, ECLI:CE:ECHR:2002:0416JUD003797197, r.o. 41 (Société Colas Est).

[9] EHRM 16 april 2002, 37971/97, ECLI:CE:ECHR:2002:0416JUD003797197, r.o. 41 (Société Colas Est).

[10] J. Giles, ‘Privacy in a Robot’s World, Michalsons 4 november 2015.

[11] Financial Mail (Pty) Ltd. and Others v Sage Holdings Ltd. and Another (612/90) [1993] ZASCA 3; 1993 (2) SA 451 (AD); [1993] 2 All SA 109 (A) (18 February 1993), p. 25.

[12] ‘Een compleet vijfgangendiner, vers uit de 3D-printer’, NOS Nieuws 12 april 2016. 

Geweldig om te zien! In Duitse winkels lopen kunstmatig intelligente poppetjes, robots, rond als winkelbediende.[1] Ook in de zorgsector in Nederland zijn er robots als verpleegkundige.[2] En de robotrechter en professor Pepper komen eraan.[3] Punt is: robots worden steeds intelligenter en hebben steeds meer menselijke eigenschappen. In de serie Star Trek hebben sommige robots ook al emoties. Nu zijn robots vooral interessant vanwege de informatie die zij kunnen verzamelen en de manier waarop zij die informatie kunnen verwerken. Als het bijvoorbeeld gevoelige informatie betreft (codes, geheime informatie, e.d.), kunnen robots met een beroep op het recht op privacy weigeren de informatie te verschaffen?

De focus ligt in dit stuk op artikel 8 lid 1 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Vermogensrechtelijke kwesties laat ik buitenbeschouwing, omdat die mijns inziens niet relevant zijn voor de beantwoording van de vraag hierboven.

Ook al is het EVRM ruim voor het tijdperk van robotisering tot stand gekomen, het verdrag is een ‘living instrument’ dat dynamisch moet worden uitgelegd ofwel, in het licht van hedendaagse ontwikkelingen.[4] Onder de hedendaagse ontwikkelingen valt dus ook robotisering. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) heeft zich nog nooit concreet uitgelaten over de vraag of robots recht hebben op privacy. Wel is die vraag vaker gesteld ten aanzien van mensen en- nog interessanter- rechtspersonen. Aan de hand van deze jurisprudentie waag ik graag een poging om bovenstaande vraag te beantwoorden. Ik bespreek vooral jurisprudentie waarbij het (niet) menszijn aan de orde is en in het slot volgt een blik op de toekomst. 

De hoofdregel is duidelijk: alleen mensen van vlees en bloed kunnen zich beroepen op verdragsrechten. Robots vallen daar niet onder en kunnen in beginsel dus geen beroep doen op het recht op privacy. Het recht op privacy valt uiteen in vier componenten. Ieder heeft recht op respect voor:

(1) zijn privéleven;

(2) zijn familie- en gezinsleven;

(3) zijn woning; en

(4) zijn correspondentie.

Uitzonderingen bevestigen de regel: op de hoofdregel van artikel 8 EVRM bestaan uitzonderingen en nuanceringen, waarvan enkele belangrijk zijn voor de beantwoording van de hoofdvraag. Ten eerste oordeelt het EHRM in Halford/Verenigd Koninkrijk dat professionele handelingen (in casu: telefoongesprekken vanuit de werkplaats) ook kunnen vallen onder het recht op privéleven en correspondentie.[5] Ten tweede beslist het EHRM in Niemietz/Duitsland dat professionele handelingen oftewel activiteiten van bedrijfsmatige aard ook worden beschermd door het recht op respect voor de woning.[6] Die zaak betreft een huiszoeking bij een Duitse advocaat (rechtsanwalt). Ten derde blijkt uit Funke/Frankrijk daarentegen dat het EHRM professionele handelingen (nog) niet schaart onder het recht op respect voor het familie- en gezinsleven.[7] Ten vierde beslist het EHRM in Ociété Colas Est c.s./Frankrijk dat rechtspersonen onder omstandigheden ook een beroep kunnen doen op artikel 8 EVRM. Dit laatste beslist hij mede in het licht van de dynamische interpretatie van het verdrag.[8]

Een beroep van rechtspersonen op het recht op privacy laat het EHRM toe in gevallen waarin de rechtspersonen een verlengstuk zijn van de achterliggende natuurlijke personen.[9] De achterliggende persoon is degene die bepaald of, hoe en wanneer de robot handelt.[10] Meestal is dat de eigenaar van de robot. Het criterium is: zal het afwijzen van het beroep van de robot per definitie ook het afwijzen van het beroep van de achterliggende natuurlijke persoon zijn? Zo ja, dan kan de betreffende robot een zelfstandig beroep doen op het recht op privacy.

Tot nu toe is elke robot Pepper die er bestaat eigendom van hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een rechtspersoon. Uitzonderlijke ‘res nullius’-situaties laat ik even buiten beschouwing. Dat betekent dat ook de informatie die de robot opslaat en verwerkt eigendom is van die natuurlijke persoon of rechtspersoon. Ingeval de robot eigendom is van een rechtspersoon geldt dat de rechtspersoon en dus ook de robot een beroep op artikel 8 EVRM kunnen doen wanneer zij het verlengstuk vormen van de achterliggende natuurlijke persoon.

Ingeval de robot daarentegen direct toebehoort aan een natuurlijke persoon, zou het frommelen met het geheugen van de robot per definitie ook een inbreuk betekenen op het privacyrecht van de achterliggende natuurlijke persoon. Voor wat betreft die informatie (correspondentiegegevens, bankgegevens, etc.) vormt de robot het verlengstuk van de achterliggende natuurlijke persoon hetzij in de privésfeer, hetzij professioneel. Alsdan kan de robot mijns inziens ook naar de rechter toe stappen met een beroep op het recht op privacy.

Vervolgens zal de rechter de verschillende stappen voor de toepassing van artikel 8 EVRM doorlopen. Ten eerste gaat hij na of het beroep ontvankelijk is. Ten tweede gaat hij na of de klacht valt binnen de reikwijdte van het artikel. Ten derde gaat hij na of er sprake is van een inbreuk op het privacyrecht van de klager. Deze stappen gelden mutatis mutandis voor elk beroep op het verdrag en zullen dus ook voor robots gelden. 

Concluderend kan dus worden gesteld dat robots onder bijzondere omstandigheden in theorie een beroep zouden kunnen doen op het recht op privacy en wel als zij het verlengstuk vormen van hun eigenaar c.q. natuurlijke persoon. Bovendien heeft de Zuid-Afrikaanse rechter reeds in 1993 geoordeeld dat artificiële personen onder omstandigheden een zelfstandig recht hebben op privacy.[11] Ik voorzie in de toekomst dan ook procedures met robots als eiser. Wanneer robots de advocatuur en de rechtspraak hebben overgenomen, zullen we eens in de toekomst een eerste robotprocedure krijgen. En het lijkt allemaal utopisch, maar wie had bij de totstandkoming van het EVRM gedacht dat robots ooit winkelbediende of verpleegkundige zouden worden? Nu wordt eten zelfs 3D geprint.[12] Wat is dan nog onmogelijk in de robotwereld?


[1] ‘Duitse robot helpt bij afstand houden in de supermarkt: ‘Bedankt namens het team’’, NOS Nieuws 1 april 2020.

[2] ‘Zorgrobot houdt ouderen gezelschap: ‘Ik vind d’r heel lief’’ NOS Nieuws 12 november 2019.

[3] Zie bijvoorbeeld: Y. Buruma, Wat is een goede rechter? Een mentaliteitsgeschiedenis (1900-2020) (Oratie, Nijmegen RU 2016), Nijmegen: CPO, Radboud Universiteit 2016.

[4] EHRM 25 april 1978, ECLI:CE:ECHR:1978:0425JUD000585672 (Tyrer/Verenigd Konikrijk); EHRM 13 juni 1979, ECLI:CE:ECHR:1979:0613JUD000683374, r.o. 41 (Marckx/België); EHRM 09 februari 2017 ECLI:CE:ECHR:2017:0209JUD002976210 (Mitzinger/Duitsland).

[5] EHRM 25 juni 1997, ECLI:CE:ECHR:1997:0625JUD002060592, r.o. 44 (Halford/Verenigd Koninkrijk).

[6] EHRM 16 december 1992, ECLI:NL:XX:1992:AD1800 (Niemietz/Duitsland).

[7] EHRM 25 februari 1993, ECLI:NL:XX:1993:AW2060, BNB 1993/350, r.o. 48 (Funke/Frankrijk).

[8] EHRM 16 april 2002, 37971/97, ECLI:CE:ECHR:2002:0416JUD003797197, r.o. 41 (Société Colas Est).

[9] EHRM 16 april 2002, 37971/97, ECLI:CE:ECHR:2002:0416JUD003797197, r.o. 41 (Société Colas Est).

[10] J. Giles, ‘Privacy in a Robot’s World, Michalsons 4 november 2015.

[11] Financial Mail (Pty) Ltd. and Others v Sage Holdings Ltd. and Another (612/90) [1993] ZASCA 3; 1993 (2) SA 451 (AD); [1993] 2 All SA 109 (A) (18 February 1993), p. 25.

Geweldig om te zien! In Duitse winkels lopen kunstmatig intelligente poppetjes, robots, rond als winkelbediende.[1] Ook in de zorgsector in Nederland zijn er robots als verpleegkundige.[2] En de robotrechter en professor Pepper komen eraan.[3] Punt is: robots worden steeds intelligenter en hebben steeds meer menselijke eigenschappen. In de serie Star Trek hebben sommige robots ook al emoties. Nu zijn robots vooral interessant vanwege de informatie die zij kunnen verzamelen en de manier waarop zij die informatie kunnen verwerken. Als het bijvoorbeeld gevoelige informatie betreft (codes, geheime informatie, e.d.), kunnen robots met een beroep op het recht op privacy weigeren de informatie te verschaffen?

De focus ligt in dit stuk op artikel 8 lid 1 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Vermogensrechtelijke kwesties laat ik buitenbeschouwing, omdat die mijns inziens niet relevant zijn voor de beantwoording van de vraag hierboven.

Ook al is het EVRM ruim voor het tijdperk van robotisering tot stand gekomen, het verdrag is een ‘living instrument’ dat dynamisch moet worden uitgelegd ofwel, in het licht van hedendaagse ontwikkelingen.[4] Onder de hedendaagse ontwikkelingen valt dus ook robotisering. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) heeft zich nog nooit concreet uitgelaten over de vraag of robots recht hebben op privacy. Wel is die vraag vaker gesteld ten aanzien van mensen en- nog interessanter- rechtspersonen. Aan de hand van deze jurisprudentie waag ik graag een poging om bovenstaande vraag te beantwoorden. Ik bespreek vooral jurisprudentie waarbij het (niet) menszijn aan de orde is en in het slot volgt een blik op de toekomst. 

De hoofdregel is duidelijk: alleen mensen van vlees en bloed kunnen zich beroepen op verdragsrechten. Robots vallen daar niet onder en kunnen in beginsel dus geen beroep doen op het recht op privacy. Het recht op privacy valt uiteen in vier componenten. Ieder heeft recht op respect voor:

(1) zijn privéleven;

(2) zijn familie- en gezinsleven;

(3) zijn woning; en

(4) zijn correspondentie.

Uitzonderingen bevestigen de regel: op de hoofdregel van artikel 8 EVRM bestaan uitzonderingen en nuanceringen, waarvan enkele belangrijk zijn voor de beantwoording van de hoofdvraag. Ten eerste oordeelt het EHRM in Halford/Verenigd Koninkrijk dat professionele handelingen (in casu: telefoongesprekken vanuit de werkplaats) ook kunnen vallen onder het recht op privéleven en correspondentie.[5] Ten tweede beslist het EHRM in Niemietz/Duitsland dat professionele handelingen oftewel activiteiten van bedrijfsmatige aard ook worden beschermd door het recht op respect voor de woning.[6] Die zaak betreft een huiszoeking bij een Duitse advocaat (rechtsanwalt). Ten derde blijkt uit Funke/Frankrijk daarentegen dat het EHRM professionele handelingen (nog) niet schaart onder het recht op respect voor het familie- en gezinsleven.[7] Ten vierde beslist het EHRM in Ociété Colas Est c.s./Frankrijk dat rechtspersonen onder omstandigheden ook een beroep kunnen doen op artikel 8 EVRM. Dit laatste beslist hij mede in het licht van de dynamische interpretatie van het verdrag.[8]

Een beroep van rechtspersonen op het recht op privacy laat het EHRM toe in gevallen waarin de rechtspersonen een verlengstuk zijn van de achterliggende natuurlijke personen.[9] De achterliggende persoon is degene die bepaald of, hoe en wanneer de robot handelt.[10] Meestal is dat de eigenaar van de robot. Het criterium is: zal het afwijzen van het beroep van de robot per definitie ook het afwijzen van het beroep van de achterliggende natuurlijke persoon zijn? Zo ja, dan kan de betreffende robot een zelfstandig beroep doen op het recht op privacy.

Tot nu toe is elke robot Pepper die er bestaat eigendom van hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een rechtspersoon. Uitzonderlijke ‘res nullius’-situaties laat ik even buiten beschouwing. Dat betekent dat ook de informatie die de robot opslaat en verwerkt eigendom is van die natuurlijke persoon of rechtspersoon. Ingeval de robot eigendom is van een rechtspersoon geldt dat de rechtspersoon en dus ook de robot een beroep op artikel 8 EVRM kunnen doen wanneer zij het verlengstuk vormen van de achterliggende natuurlijke persoon.

Ingeval de robot daarentegen direct toebehoort aan een natuurlijke persoon, zou het frommelen met het geheugen van de robot per definitie ook een inbreuk betekenen op het privacyrecht van de achterliggende natuurlijke persoon. Voor wat betreft die informatie (correspondentiegegevens, bankgegevens, etc.) vormt de robot het verlengstuk van de achterliggende natuurlijke persoon hetzij in de privésfeer, hetzij professioneel. Alsdan kan de robot mijns inziens ook naar de rechter toe stappen met een beroep op het recht op privacy.

Vervolgens zal de rechter de verschillende stappen voor de toepassing van artikel 8 EVRM doorlopen. Ten eerste gaat hij na of het beroep ontvankelijk is. Ten tweede gaat hij na of de klacht valt binnen de reikwijdte van het artikel. Ten derde gaat hij na of er sprake is van een inbreuk op het privacyrecht van de klager. Deze stappen gelden mutatis mutandis voor elk beroep op het verdrag en zullen dus ook voor robots gelden. 

Concluderend kan dus worden gesteld dat robots onder bijzondere omstandigheden in theorie een beroep zouden kunnen doen op het recht op privacy en wel als zij het verlengstuk vormen van hun eigenaar c.q. natuurlijke persoon. Bovendien heeft de Zuid-Afrikaanse rechter reeds in 1993 geoordeeld dat artificiële personen onder omstandigheden een zelfstandig recht hebben op privacy.[11] Ik voorzie in de toekomst dan ook procedures met robots als eiser. Wanneer robots de advocatuur en de rechtspraak hebben overgenomen, zullen we eens in de toekomst een eerste robotprocedure krijgen. En het lijkt allemaal utopisch, maar wie had bij de totstandkoming van het EVRM gedacht dat robots ooit winkelbediende of verpleegkundige zouden worden? Nu wordt eten zelfs 3D geprint.[12] Wat is dan nog onmogelijk in de robotwereld?


[1] ‘Duitse robot helpt bij afstand houden in de supermarkt: ‘Bedankt namens het team’’, NOS Nieuws 1 april 2020.

[2] ‘Zorgrobot houdt ouderen gezelschap: ‘Ik vind d’r heel lief’’ NOS Nieuws 12 november 2019.

[3] Zie bijvoorbeeld: Y. Buruma, Wat is een goede rechter? Een mentaliteitsgeschiedenis (1900-2020) (Oratie, Nijmegen RU 2016), Nijmegen: CPO, Radboud Universiteit 2016.

[4] EHRM 25 april 1978, ECLI:CE:ECHR:1978:0425JUD000585672 (Tyrer/Verenigd Konikrijk); EHRM 13 juni 1979, ECLI:CE:ECHR:1979:0613JUD000683374, r.o. 41 (Marckx/België); EHRM 09 februari 2017 ECLI:CE:ECHR:2017:0209JUD002976210 (Mitzinger/Duitsland).

[5] EHRM 25 juni 1997, ECLI:CE:ECHR:1997:0625JUD002060592, r.o. 44 (Halford/Verenigd Koninkrijk).

[6] EHRM 16 december 1992, ECLI:NL:XX:1992:AD1800 (Niemietz/Duitsland).

[7] EHRM 25 februari 1993, ECLI:NL:XX:1993:AW2060, BNB 1993/350, r.o. 48 (Funke/Frankrijk).

[8] EHRM 16 april 2002, 37971/97, ECLI:CE:ECHR:2002:0416JUD003797197, r.o. 41 (Société Colas Est).

[9] EHRM 16 april 2002, 37971/97, ECLI:CE:ECHR:2002:0416JUD003797197, r.o. 41 (Société Colas Est).

[10] J. Giles, ‘Privacy in a Robot’s World, Michalsons 4 november 2015.

[11] Financial Mail (Pty) Ltd. and Others v Sage Holdings Ltd. and Another (612/90) [1993] ZASCA 3; 1993 (2) SA 451 (AD); [1993] 2 All SA 109 (A) (18 February 1993), p. 25.

[12] ‘Een compleet vijfgangendiner, vers uit de 3D-printer’, NOS Nieuws 12 april 2016. 

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×