Godsdienstvrijheid en de Coronawet

Door: ,

Op 20 oktober 2020 ontsproot zich aan tafel bij Op1 een felle discussie over de bijzondere positie die godsdiensten en levensovertuigingen op grond van art. 6 Gw hebben met betrekking tot de coronamaatregelen. Programmamaker Tim Hofman en fractievoorzitter van de ChristenUnie Gert-Jan Segers gingen fel met elkaar in discussie. Hofman benoemt dat kerken, synagogen en moskeeën een voorrangspositie krijgen in tegenstelling tot bijvoorbeeld concerten of voetbalstadia. Bijeenkomsten waarbij personen in gemeenschap met anderen hun godsdienst of levensovertuiging belijden zijn op grond van art. 58g, tweede lid, onder c en d van de nog in te voeren Coronawet immers uitgezonderd van regels die mogelijk gelden ten aanzien van groepsvorming.[1] Hofman werpt de vraag op wanneer iets nu belangrijk genoeg is om een levensbeschouwing te zijn en voegt hieraan toe dat religie naar zijn mening niets meer waard is dan elke andere zingeving zoals een hobby, passie of levensvisie.[2] Segers voorziet van repliek en stelt dat de godsdienstvrijheid enkel onder druk staat in landen waar ook andere vrijheidsrechten zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging onder druk staan, doordat bijvoorbeeld een dictator aan de macht komt. Dit is uiteraard niet te ontkennen, maar men kan zich afvragen of het maken van een eind aan de uitzonderingspositie wel kan worden vergeleken met het afschaffen van de godsdienstvrijheid door een dictator. Als je het mij vraagt niet. Segers lijkt hier terug te vallen op de drogredenering van het valse dilemma.[3] Hij doet de situatie lijken alsof er louter een keuze bestaat tussen ofwel het behouden van de uitzonderingspositie voor kerken, ofwel het invoeren van een dictatuur zonder godsdienstvrijheid.

Historische ontwikkeling van de godsdienstvrijheid in vogelvlucht

De godsdienstvrijheid is het oudste Nederlandse grondrecht. De overheid heeft een godsdienst(burger)oorlog weten te voorkomen door de burger in de private sfeer vrij te laten zijn godsdienst naar eigen inzicht te belijden. Artikel XIII van de Unie van Utrecht kan worden beschouwd als de eerste grondrechtelijke erkenning van de vrijheid van geweten en godsdienst. Het artikel bevatte de devotio domestica simplex en een inquisitieverbod, waardoor in de privésfeer de godsdienst naar keuze mocht worden uitgeoefend. Het recht om openbaar een godsdienst uit te oefenen – de devotio publica – kwam slechts aan gereformeerden toe. In 1796 kwam het grondwetgevende orgaan met de daadwerkelijke scheiding van kerk en staat en volledige godsdienstvrijheid. Thans is de godsdienstvrijheid verankerd in art. 6 Gw waarin ook de vrijheid om niét te geloven wordt gegarandeerd.[4]

Wat is een godsdienst? Van het vliegende spaghettimonster tot de thetan.

Volgens het EHRM dient als voorwaarde voor een samenstel van opvattingen om als godsdienst of levensovertuiging te gelden in de zin van art. 9 EVRM, dat de opvattingen een zeker niveau van overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang bereikt hebben.[5] Een exemplarisch voorbeeld is de uitspraak van de ABRvS van 15 augustus 2018 waarin zij het pastafarianisme niet erkent als godsdienst, dan wel levensovertuiging als bedoeld in art. 6 Gw en art. 9 EVRM. Daar het pastafarianisme naar mening van de Afdeling duidelijk een satirische parodie is van de joods-christelijke traditie die zodanig overheerst, dat zij niet voldoet aan de randvoorwaarden om als godsdienst of levensovertuiging te gelden.[6] Wat als het pastafarianisme zich niet had gebaseerd op de joods-christelijke traditie, waren zij dan wél als godsdienst aan te merken? De moeilijkere vraag lijkt te worden ontweken. Namelijk de vraag die Hofman opwierp: ‘Wanneer is een overtuiging wel belangrijk genoeg om als godsdienst/levensbeschouwing te gelden?’[7]

Allemaal aardig en wel, maar de Church of Scientology wordt in Nederland wél als godsdienst aangemerkt.[8] Deze godsdienst is opgericht door sciencefictionschrijver L. Ron Hubbard.[9] Scientologen geloven dat het geestelijke wezen dat de mens is – de thetan genoemd – al bestond voordat er materie, energie, ruimte en tijd bestond. Een thetan is het ware zelf, onsterfelijk, almachtig en alwetend. Thetans zouden werelden hebben geschapen om zichzelf te vermaken. Al spelend met deze werelden verloren de thetans het besef dat zij onsterfelijk, almachtig en alwetend waren, waardoor zij veronderstelden dat zij niet meer waren dan het lichaam waarin zij huisden. Doel van Scientology is om de thetan weer vrij te maken.[10] Een verhaal dat wat mij betreft getuigt van de creatieve geest van sciencefictionschrijver L. Ron Hubbard. Een en ander klinkt wat verwarrend. Wellicht is dit de reden dat bekende scientologist Tom Cruise in een monoloog waarin hij probeert uit te leggen wat Scientology inhoudt, tien minuten lang eigenlijk niets duidelijks verkondigt.[11] Maar wat maakt het verhaal van Scientology of het christendom geloofwaardiger dan dat van het pastafarianisme? Waarom is het verhaal van de thetan overtuigender, ernstiger en samenhangender dan dat van andere levensbeschouwelijke overtuigingen?

Rechtvaardiging voor de uitzonderingspositie: ‘bewijs het tegendeel maar’?

Tijdens de behandeling van de Coronawet in de Tweede Kamer deed Van der Staaij een beroep op het volgende argument om de uitzonderingspositie van kerken te rechtvaardigen: ‘(…) Stel je eens voor dat het waar is, dat het (lees: geloof) niet zomaar een soort eigen hobby is, maar dat het waar is en dat er een god is die leeft en die met zijn woord tot mensen roept. (…) Als dat allemaal echt waar zou zijn (…) dan besef je in een keer hoe belangrijk dat is.’ Van der Staaij verwijst met het woord ‘dat’ naar de ‘ontmoeting met god’ en poogt met dit argument de uitzonderingspositie te rechtvaardigen.[12] Vooropgesteld moet worden dat dit niet zo zeer een rechtswetenschappelijke, maar een natuurwetenschappelijke, dan wel theologische vraag is. Dit argument kan net zo goed worden toegepast op andere overtuigingen. Een pastafariër zou eenzelfde argument aan kunnen voeren met betrekking tot de horeca: ‘Stel je eens voor dat het waar is dat er een vliegend spaghettimonster bestaat, dan zou hij toch niet willen dat Italiaanse restaurants dicht moeten?’

Van der Staaij zijn argument heeft veel weg van een veelgebruikt argument in gelovige kringen. Namelijk het argument dat het onmogelijk is te bewijzen dat er géén god bestaat, zodat moet worden aangenomen dat hij wel bestaat. Weinig wetenschappers zullen ontkennen dat het onmogelijk te bewijzen is dat er geen god bestaat, maar met dit argument wordt onterecht de bewijslast omgedraaid. Wanneer een religieus persoon stelt dat god bestaat, is het niet aan degene die dit bestaan betwist om het tegendeel te bewijzen. Met honorering van het ‘bewijs het tegendeel maar-argument’ zou het overigens mogelijk zijn ontelbare onzekerheden voor waar aan te nemen. Denk bijvoorbeeld aan Bertrand Russells celestial teapot. Wanneer iemand stelt dat er tussen de aarde en Mars een Chinese theepot om de zon vliegt die zo klein is dat telescopen hem niet zouden kunnen observeren, zou niemand dit – mijns inziens terecht – geloven. Het feit dat niemand het tegendeel kan bewijzen betekent echter niet dat de theepot bestaat.[13] Overigens is het argument wat mij betreft een ad ignorantiam drogreden in zijn puurste vorm. Het bestaan van een god die de uitzonderingspositie voor kerken stand zou willen zien houden wordt voor waar aangenomen, omdat het tegendeel niet bewezen kan worden.[14] Laten wij deze korte beschouwing over de rechtvaardiging van de uitzonderingspositie achter ons laten en overgaan op de juridische beperkingssystematiek van de godsdienstvrijheid.

Beperkingssystematiek godsdienstvrijheid

De godsdienstvrijheid is neergelegd in zowel art. 6 Gw als in art. 9 EVRM. Om deze vrijheid in te perken dient derhalve zowel aan de beperkingssystematiek van de Grondwet als het EVRM te worden getoetst. Allereerst zal de beperkingssystematiek van art. 9 EVRM worden doorlopen, waarna art. 6 Gw aan de orde komt.

In zijn noot onder de Kirpan-uitspraak van de ABRvS geeft Schutgens een duidelijk overzicht van de stappen die worden gevolgd bij de beperkingssystematiek van het EVRM.[15] De eerste stap is het bepalen van de reikwijdte van het vrijheidsrecht. In Eweida e.a. tegen het Verenigd Koninkrijk heeft het EHRM bepaald dat onder gedachte, geweten en godsdienst als bedoeld in art. 9 EVRM moet worden verstaan: ‘(…) views that attain a certain level of cogency, seriousness, cohesion and importance.’ Dit betekent dat onvoldoende samenhangende of serieus te nemen uitlatingen geen bescherming genieten van art. 9 EVRM.[16] Kerkdiensten organiseren en bijwonen zullen zonder meer worden gezien als uitlatingen die onder deze beschrijving vallen. Vervolgvraag is of het recht om dergelijke diensten te faciliteren of bij te wonen rechtmatig mag worden beperkt. Rechten uit het EVRM kunnen enkel rechtmatig worden beperkt indien de beperkingen bij wet zijn voorzien en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving in verband met de openbare veiligheid, de openbare orde, gezondheid of goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen (art. 9 lid 2 EVRM).[17] Het vereiste ‘bij wet voorzien’ ziet niet per se op wetten in formele zin. Er moet slechts sprake zijn van een regel die voldoende toegankelijk en voorspelbaar is.[18] Wat betreft het stellen van een maximumaantal kerkgangers zou een ministeriële regeling – die zijn grondslag vindt in de Coronawet – derhalve volstaan. Dergelijke regels zijn immers makkelijk toegankelijk en het gevolg van een overtreding is voorspelbaar. Gesteld zou zelfs kunnen worden dat de regels vergeleken met andere ministeriële regelingen bijzonder toegankelijk zijn, nu de overheid er alles aan doet om de regels duidelijk te communiceren, bijvoorbeeld via de sociale mediakanalen van Rutte en De Jonge. Ook de noodzakelijkheidstoets, die in de praktijk neerkomt op een proportionaliteitstoets[19] lijkt mij gemakkelijk te passeren. Het stellen van een maximumaantal kerkbezoekers komt de gezondheid van de gehele Nederlandse bevolking immers ten goede, omdat een dergelijke regel het aantal nieuwe coronabesmettingen kan inperken. Concluderend komt het mij voor dat het instellen van een maximumaantal kerkgangers een rechtvaardige beperking is van art. 9 EVRM.

Resteert nog een bespreking van de grondwettelijke beperkingssystematiek. Art. 6 lid 1 Gw luidt: ‘Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ De eerste stap is wederom het bepalen van de reikwijdte van dit recht, waarna moet worden gekeken of een bepaalde beperking rechtvaardig is.[20] In grote groepen kerkdiensten houden valt onder de beschrijving van lid 1, nu wordt gesproken van ‘(…) het recht zijn godsdienst (…) in gemeenschap met anderen, vrij te belijden (…).’ Opgemerkt dient te worden dat art. 6 lid 2 Gw niet ziet op kerkdiensten, daar het artikel spreekt over het uitoefenen van het in lid 1 genoemde recht buiten gebouwen of besloten plaatsen. Om een maximumgroepsgrootte in te stellen voor kerkdiensten dient derhalve de beperkingssystematiek uit lid 1 te worden gehanteerd. De beperkingssystematiek van art. 6 lid 1 Gw is af te leiden uit de woorden ‘(…) behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Deze clausule komt er op neer dat alleen de formele wetgever bevoegd is de uitoefening van het grondrecht te beperken, delegatie is uitgesloten.[21] Het is dus mogelijk het recht uit art. 6 lid 1 Gw te beperken, echter brengt de clausule in het kader van de coronacrisis het praktische bezwaar met zich dat de beperking enkel mogelijk is door middel van een wet in formele zin. Het is derhalve onmogelijk om in de Coronawet de bevoegdheid te delegeren om een maximumbezoekersaantal voor kerkdiensten vast te stellen. Dit maakt de inperking in de praktijk moeilijk hanteerbaar, omdat de coronamaatregelen nu juist maatregelen zijn die spoedig moeten kunnen worden aangepast, wat met een wet in formele zin lastig is.

Afrondend

Juridisch gezien is het mogelijk om kerkdiensten – evenals andere evenementen – te onderwerpen aan een maximumbezoekersaantal. Probleem is dat enkel de formele wetgever bevoegd is dit te doen. Wellicht is het een idee om de beperkingssystematiek van art. 6 Gw te koppelen aan art. 9 EVRM, zoals Vleugel in zijn proefschrift betoogt. Dit leidt volgens Vleugel niet tot een – overigens uitermate onwenselijke – uitholling van de godsdienstvrijheid, omdat het EHRM ook een belangenafweging hanteert zonder dat er aanwijzingen zijn dat de godsdienstvrijheid hiermee wordt uitgehold.[22] Het enige vrijstaande middel voor dit moment lijkt mij een beroep op de barmhartigheid die in veel religies centraal staat. Laat ik daad bij woord voegen. Aan alle gebedshuizen in Nederland: denk aan uw medemens en houdt de kerkdienst voor nu alstublieft nog even via Zoom.


[1] Kamerstukken II 2019/20, 35 526, nr. 3, p. 33.

[2] Volledigheidshalve merk ik op dat Hofman de discussie afsloot met de volgende opmerking: “Gert-Jan, echt, als iemand ooit zegt: ‘Ik wil dat de bijbel van Gert-Jan in de prullenbak gaat.’ Dan ben ik de eerste die met een hooivork voor jouw deur staat om je te beschermen, dat beloof ik je.”, zodat het niet lijkt alsof hij tegen de godsdienstvrijheid an sich is.

[3] Henket 1998, p. 70.

[4] Kortmann/Bovend’Eert e.a. 2016, p. 444-445; Bijsterveld & Vermeulen 2013, p. 2-3.

[5] EHRM 15 januari 2013, ECLI:NL:XX:2013:BZ1190; ABRvS 15 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2715, r.o. 9; ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1885, AA 2020/6, m.nt. R.J.B. Schutgens (Kirpan).

[6] ABRvS 15 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2715, r.o. 9.3 en 9.4.

[7] Wat mij betreft een relevante discussie nadat recent het nieuws naar buiten kwam dat de Nederlandse Bisschoppenconferentie heeft besloten het predicaat ‘katholiek’ van de Stichting Katholieke Universiteit (SKU), de toezichthouder van de RU en Radboudumc, in te trekken. Zie https://www.ru.nl/nieuws-agenda/nieuws/vm/2020/oktober/stichting-katholieke-universiteit-verliest/.

[8] Kortmann/Bovend’Eert e.a. 2016, p. 444-445; HR 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN7741, BNB 2004/30 (Scientologykerk).

[9] Witteveen 1984, p. 120.

[10] Witteveen 1984, p. 131.

[11] ‘Tom Cruise – Scientology Rant’ 2008.

[12] Tweede Kamer, 11e vergadering Woensdag 7 oktober 2020 (https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail/e8b968aa-de3b-4b98-a946-88c1ce89bb74)

[13] Dawkins 2016, p. 74-75.

[14] Henket 1988, p. 70.

[15] ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1885, AA 2020/6, m.nt. R.J.B. Schutgens (Kirpan).

[16] EHRM 15 januari 2013, ECLI:NL:XX:2013:BZ1190; ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1885, AA 2020/6, m.nt. R.J.B. Schutgens (Kirpan).

[17] ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1885, AA 2020/6, m.nt. R.J.B. Schutgens (Kirpan).

[18] EHRM 26 april 1979, ECLI:NL:XX:1979:AC6568, m.nt. E.A. Alkema (Sunday Times); ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1885, AA 2020/6, m.nt. R.J.B. Schutgens (Kirpan).

[19] ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1885, AA 2020/6, m.nt. R.J.B. Schutgens (Kirpan).

[20] ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1885, AA 2020/6, m.nt. R.J.B. Schutgens (Kirpan).

[21] Kamerstukken II 1975/76, 13872, nr. 3 (MvT), p. 18; Van der Pot/Elzinga, Hoogers & De Lange 2014, p. 281; ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1885, AA 2020/6, m.nt. R.J.B. Schutgens (Kirpan).

[22] Vleugel, Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/21.4.3.

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×