Gaan wij knallend 2016 in?

Naast oliebollen eten en champagne drinken, is eigenlijk ook het afsteken van vuurwerk niet meer weg te denken bij de jaarwisseling. Men wenst elkaar een gelukkig nieuwjaar terwijl vuurpijlen ontvouwen in een prachtig kleurenpalet en sterretjes het straatbeeld versieren. Een – op het eerste gezicht – prachtige traditie! Tegelijkertijd heeft het afsteken van vuurwerk een (grote) negatieve invloed op het openbare leven, in die zin dat het veel overlast en schade (aan gemeentelijke eigendommen) tot gevolg heeft. Om die reden zijn in de afgelopen jaren – met name op gemeentelijk niveau – steeds meer stemmen opgegaan om het afsteken van vuurwerk in (bepaalde gebieden van) gemeenten te verbieden. Het betreft in dezen een typisch staats- en bestuursrechtelijk vraagstuk dat zeer actueel is. Tijd om, zo vlak voor de jaarwisseling, een aantal juridische aspecten van dit vraagstuk over het voetlicht te brengen.

Op landelijk niveau heeft, voor wat betreft regels omtrent (consumenten)vuurwerk, het Vuurwerkbesluit te gelden. In artikel 2.3.6 van dit besluit is opgenomen dat het afsteken van vuurwerk alleen is toegestaan tussen 31 december 18:00 uur en 1 januari 02:00 uur van het daaropvolgende jaar. Eerder mocht al vanaf 10:00 uur ’s ochtends op 31 december vuurwerk worden afgestoken, maar in november 2014 is daarin een wijziging aangebracht.[1] Hierin komt enerzijds naar voren dat de tolerantie ten aanzien van het afsteken van vuurwerk de afgelopen jaren is afgenomen. Anderzijds komt, omdat een algeheel verbod op het afsteken van vuurwerk niet wenselijk werd geacht, hierin tot uiting dat waarde wordt gehecht aan de diepgewortelde traditie tot het afsteken van vuurwerk rond de jaarwisseling.[2]

Gemeenten achten de in het Vuurwerkbesluit neergelegde beperking van het afsteken van vuurwerk tot een aantal uurtjes rond de jaarwisseling blijkens de praktijk kennelijk onvoldoende. Immers, diverse gemeenten stellen in bepaalde gedeelten van de gemeenten in de periode als bedoeld in artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit een zogenaamd vuurwerkverbod in. Te denken valt hierbij aan (plaatsen rondom) ziekenhuizen, bejaardentehuizen, scholen, huizen met rieten daken, winkelstraten en dierenasiels. Op die plaatsen is het, ondanks het geregelde in artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit, niet toegestaan vuurwerk af te steken. Op welke bevoegdheidsgrondslag is een dergelijke nadere regulering gebaseerd?

De gemeenteraad maakt op grond van 149 van de Gemeentewet de verordeningen die hij “in het belang van de gemeente nodig oordeelt”. De verordening die wordt gemaakt bevat algemeen verbindende voorschriften. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: “de VNG”) stelt een zogenaamde “Model-APV” op die – zoals het woord al suggereert – als model fungeert voor gemeenten. In de Model-APV is omtrent het afsteken van vuurwerk in artikel 2:73 opgenomen dat het verboden is consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college van burgemeester en wethouders (hierna: “het college”) in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. Het college maakt van deze bevoegdheid gebruik door een aanwijzingsbesluit uit te vaardigen, waarin staat opgenomen welke plaats(en) in de gemeente als een vuurwerkvrije zone worden ingesteld. Dit aanwijzingsbesluit betreft een concretiserend besluit van algemene strekking; het toepassingsbereik van een algemeen verbindend voorschrift (i.c. artikel 2:73 Model-APV) wordt door middel van een dergelijk besluit (in dit geval) naar plaats geconcretiseerd.

Het uitvaardigen van een dergelijk aanwijzingsbesluit gaat blijkens jurisprudentie van de bestuursrechter niet altijd zonder slag of stoot. Een illustratief voorbeeld biedt een casus in de gemeente Hilversum. Bij aanwijzingsbesluit van 27 oktober 2014 had het college van de gemeente Hilversum op basis van eenzelfde bepaling in de verordening als artikel 2:73 van de Model-APV een gebied in het centrum aangewezen als een gebied waar het verboden is om consumentenvuurwerk te bezigen. In een voorlopige voorziening werd dit aanwijzingsbesluit door de voorzieningenrechter geschorst, omdat hij van oordeel was dat het college niet het bevoegde orgaan was om dit besluit te nemen omdat in de Gemeentewet “voor het bewaren van de openbare orde geen taak is opgedragen aan burgemeester en wethouders”. “De bewaring van de openbare orde, zowel preventief als repressief, is in de Gemeentewet een taak die eenduidig is opgedragen aan de burgemeester”, aldus de voorzieningenrechter. De bepaling in de verordening van de gemeente Hilversum miste volgens de voorzieningenrechter verbindende kracht.[3] De VNG, alsmede diverse auteurs, menen dat de voorzieningenrechter met deze uitspraak een vergissing heeft begaan.[4]

Zeer recent, op 21 december jongstleden, heeft de voorzieningenrechter van de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “het college”), zich in het hoger beroep inzake de casus in de gemeente Hilversum uitgelaten over het aanwijzingsbesluit en (voorlopig) geoordeeld dat het college van Hilversum mocht bepalen dat in een deel van het centrum geen vuurwerk mocht worden afgestoken rond de jaarwisseling.[5] Deze uitspraak is een opsteker voor gemeenten die overlast, onveiligheid en schade als gevolg van het afsteken van vuurwerk door middel van de juridische instrumenten van de APV en het aanwijzingsbesluit willen bestrijden.

Om antwoord te geven op de in de titel gestelde vraag of wij knallend 2016 ingaan: dat is, hoewel niet op alle plaatsen in de gemeente, zeker het geval. Uit de praktijk blijkt evenwel dat de tolerantie ten aanzien van het afsteken van vuurwerk, niet alleen op gemeentelijk niveau, maar ook onder burgers, afneemt.  Een algeheel vuurwerkverbod ligt op den duur mogelijk in het verschiet.

Mw. mr. M.J.O. Copier is junior docent bestuursrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij is tevens werkzaam bij Hekkelman Advocaten.

[1] Stb. 2014, nr. 416.
[2] Zo stelt ook de Minister van Veiligheid en Justitie in de Nota van Toelichting bij artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit (Stb. 2014, nr. 416).
[3] Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 19 december 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:6907, AB 2015/88 m. nt. Schilder & Brouwer. [4] Zie daarover nader de annotatie van Schilder en Brouwer bij de uitspraak en https://vng.nl/files/vng/20141222-juridische-analyse-uitspraak-verbod-vuurwerk-hilversum.pdf.
[5] Vzr. AbRS 21 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2908. Zie tevens de uitspraak van de rechtbank, die eenzelfde oordeel was toegedaan als de Afdeling, Rechtbank Midden-Nederland 19 november 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:8179.

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×