Affectieschade van broers en zussen

Door: ,

1. Inleiding 

Na een lange parlementaire weg is per 1 januari 2019 de Wet affectieschade in werking getreden. Met het begrip ‘affectieschade’ wordt bedoeld: ‘schade die samenhangt met de emotionele en affectieve verbondenheid met een ander, die kan worden gekwalificeerd als ernstig verdriet’.[1] Het gaat daarbij dus niet om schade die iemand lijdt door hetgeen hemzelf is aangedaan, maar juist om wat een dierbare van hem is aangedaan. Voorheen was het niet mogelijk om deze groep mensen, door middel van een vergoeding, enige erkenning of genoegdoening te verschaffen. Nu, een jaar later, zijn de eerste vergoedingen toegekend. Uit de wet en de wetsgeschiedenis blijkt dat het voor broers en zussen moeilijk is om aanspraak te maken op deze vergoeding.[2] Los van het feit dat dit schrijnende situaties teweeg kan brengen bij de rechter, is een duidelijke onderbouwing hiervoor in de wetsgeschiedenis niet te vinden.[3]

Voor mijn bachelorthesis heb ik kritisch gekeken naar de keuzes van de wetgever ten aanzien van dit wetsvoorstel en betoogd waarom de leemte ten aanzien van affectieschade van broers en zussen dient te worden gevuld. In dit artikel geef ik daarvan een beknopte weergave. Een aantal weken na het inleveren van mijn thesis heeft de rechter affectieschade toegekend in een broer-zus relatie. Hier zal ik kort aandacht aan besteden. 

2. Smartengeld: shockschade en affectieschade, het verschil

Om te begrijpen waar affectieschade zich bevindt in het juridische systeem, dient eerst te worden stilgestaan bij het begrip ‘smartengeld’. Schadevergoeding is mogelijk voor zover de wet daarin voorziet. Voor vergoeding komen in aanmerking: vermogensschade en ander nadeel.[4] Bij smartengeld gaat het om vergoeding van het laatste. Het gaat daarbij om ‘nadeel in de vorm van pijn, verdriet, gederfde levensvreugde of geschokt rechtsgevoel’.[5] Smartengeld is bedoeld om genoegdoening te verschaffen waardoor het leed kan worden verzacht; herstel kan hiermee niet worden bereikt.[6] Smartengeld voor naasten/nabestaanden van het slachtoffer is geregeld in art. 6:107/108 BW. Daarin staat sinds 1 januari 2019 dat het voor een kring der gerechtigden zoals opgesomd, mogelijk is om schadevergoeding te vorderen voor het ernstige verdriet dat zij lijden. Dit verdriet dient het gevolg te zijn van opgelopen ernstig, blijvend letsel of zelfs overlijden van een naaste, als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is. Dit wordt affectieschade genoemd.

Affectieschade dient niet te worden verward met het begrip ‘shockschade’. De Hoge Raad omschrijft wanneer er sprake is van shockschade: ‘Shockschade is van toepassing op de situatie wanneer een persoon door overtreding van een veiligheids- of verkeersnorm een ernstig ongeval veroorzaakt. Diegene handelt dan niet enkel onrechtmatig jegens degene die dientengevolge is gedood of gekwetst, maar ook jegens degene bij wie door het waarnemen van het ongeval of de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevige emotionele shock wordt teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel voortvloeit’.[7] De daardoor ontstane immateriële schade van de naaste komt op grond van art. 6:162 jo. 6:106 lid 1 aanhef onder b BW voor vergoeding in aanmerking. 

Het verschil tussen shockschade en affectieschade zit dus niet in het soort schade, maar in de wijze van het ontstaan van de schade. Bij shockschade is de naaste ook zelf een gekwetste en heeft daarmee recht op vergoeding voor al zijn geleden schade, waaronder zijn immateriële schade. Naasten die als gevolg van hetgeen de gekwetste is aangedaan schade lijden (de naaste is nu een ‘derde’), hebben enkel recht op de aanspraken uit art. 6:107/108 BW, waaronder hun immateriële schade. Dit laatste wordt affectieschade genoemd.[8]

3. Vaste kring der gerechtigden

De wet bepaalt welke personen in aanmerking komen voor de affectieschadevergoeding.[9] De wetgever neemt als uitgangspunt dat de kring wordt beperkt tot ‘personen die geacht mogen worden een zeer nauwe band met het slachtoffer te hebben’.[10] De kring der gerechtigden komt neer op een aantal categorieën naasten: de partner en levensgezel (sub a en b), de ouders en kinderen (sub c en d), de mensen met een zorgrelatie in gezinsverband (sub e en f) en een open categorie geformuleerd als hardheidsclausule (sub g).[11] De hardheidsclausule houdt in dat in uitzonderlijke omstandigheden affectieschade wordt vergoed aan een persoon die niet tot deze vaste kring der gerechtigden behoort. Daartoe dient sprake te zijn van een ‘zodanige nauwe persoonlijke betrekking, dat hij/zij als naaste in de zin van het derde lid wordt aangemerkt’.[12] Een hechte affectieve relatie dient te worden aangetoond waarbij niet de formele maar de feitelijke verhouding beslissend is.[13] Val je niet onder één van deze categorieën, dan kan een vergoeding niet worden toegekend. 

4. Een onwenselijke leemte

Voor een groot aantal gevallen waarbij de naaste in een persoonlijke nauwe relatie tot het slachtoffer staat, zal men zich kunnen scharen onder een van de besproken categorieën. Dit geldt niet voor broers en zussen, die ook behoren tot het gezin en vaak dichtbij het slachtoffer staan. Zij vallen niet onder één van de vaste categorieën en zijn in de wetsgeschiedenis, behalve in hele bijzondere gevallen (zoals een zorgrelatie), uitgesloten van een beroep op de hardheidsclausule.[14] Deze leemte dient mijns inziens om de volgende redenen te worden gevuld. 

4.1. De persoonlijke nauwe band; formele of feitelijke relatie beslissend?

Allereerst worden broers en zussen op basis van zowel hun formele als feitelijke relatie met het slachtoffer buiten de werkingssfeer van de affectieschaderegeling gehouden. Zij vallen niet onder een vaste categorie op basis van hun formele relatie en zij kunnen ook geen beroep op hun feitelijke relatie (lees hardheidsclausule) doen. De wetgever zegt namelijk: ‘aan (half)broers of -zussen komt als zodanig geen beroep op de hardheidsclausule toe’.[15] Een tegenstrijdigheid kan gevonden worden in de uitspraak van de wetgever dat het bij de hardheidsclausule juist draait om de hechte affectieve relatie en dat niet de formele maar de feitelijke verhouding beslissend is.[16]

4.2. Schrijnende situaties bij de rechter

Bovenstaande uitsluiting van broers en zussen zal in mijn optiek leiden tot schrijnende situaties bij de rechter. Alleen dit jaar al is er minimaal elf keer geprobeerd als broer of zus van het slachtoffer, vaak in combinatie met de ouders, aanspraak te maken op een vergoeding van affectieschade.[17] Wat mij betreft lijkt het moeilijk uit te leggen waarom ouders voor hun verdriet wel gecompenseerd kunnen worden en de broer of zus, die zich in dezelfde verdrietige situatie bevindt, niet. In de wetsgeschiedenis is voor een eventueel verschil in affectieve relatie geen verantwoording te vinden. Ook is dezelfde nauwe affectieve band van de broer of zus vaak wel voldoende om een beroep op de shockschadevordering te laten slagen.[18] Naar mijn mening is dit onderscheid niet wenselijk nu beide vorderingen vaak naast elkaar worden ingesteld. 

4.3. Aansluiting bij de Wet schadefonds geweldsmisdrijven

Van belang is verder dat deze uitsluiting leidt tot een discrepantie tussen de Wet affectieschade en de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, wat ten koste gaat van de rechtseenheid. Voor een vergoeding van schade ontstaan door een geweldsmisdrijf kan een broer of zus wel aankloppen bij de Staat. In 2011 zijn de broers en zussen toegevoegd aan de categorie nabestaanden en naasten in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. De reden daarvoor is geweest dat het niet opnemen van deze categorie in de praktijk leidt tot schrijnende situaties.[19] Tijdens de parlementaire behandeling is de wetgever op deze discrepantie attent gemaakt door een advies van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Ook dit schadefonds bepleit het belang van het opnemen van de broers en zussen zodat rechtseenheid wordt bereikt tussen beide regelingen. Een reactie op dit advies is echter niet te vinden in de wetsgeschiedenis.[20] Onderscheid op basis van de oorzaak van het verdriet, terwijl het gevolg juist vergoeding vergt, lijkt mij niet de bedoeling. 

4.4. De beheersbaarheid van de regeling en het risico van onsmakelijke debatten

Hier is tegenin te brengen dat de wetgever geen te ruime kring der gerechtigden wil omdat dit de beheersbaarheid van de regeling in gevaar zou brengen en tot onsmakelijke debatten zou leiden over de intensiteit van het leed.[21]Omdat enkel wordt betoogd de grens van de vaste kring der gerechtigden buiten het gezin te leggen, en enkel de broers en zussen toe te voegen, komt de beheersbaarheid van de regeling niet in gevaar. Daarbij vorderen de broers en zussen in de meeste gevallen affectieschade naast de ouders en/of partners; daarmee is geen sprake van een extra procedure.[22] Onsmakelijke debatten zullen niet volgen omdat de broers en zussen dan hetzelfde bewijsvoordeel genieten als bijvoorbeeld ouders en kinderen. Mocht een vergoeding voor een naaste niet kunnen worden gerechtvaardigd, kan toekenning bij elke groep naasten worden voorkomen door middel van een beroep op de redelijkheid en billijkheid.[23]

5. Huidige ontwikkeling 

Op basis van het bovenstaande dient de keuze broers en zussen buiten de kring der gerechtigden te houden, in mijn optiek, te worden herzien. Zoals in de inleiding al kort is benoemd, zijn er inmiddels twee gevallen bekend waarin de rechter affectieschade heeft toegekend aan een broer of zus. In beide gevallen is een beroep op de hardheidsclausule gehonoreerd. De rechtbank Rotterdam oordeelt dat de zus van het slachtoffer ook recht heeft op affectieschade omdat zij, ook in het verleden, zeer nauw in het leven van het slachtoffer betrokken is geweest en nog is. [24] De rechtbank Den Haag oordeelt dat de broer van het slachtoffer in deze zaak recht heeft op affectieschade omdat hij naast broer ook zijn beste vriend en huisgenoot is geweest waarbij ze samen veel hebben ondernomen.[25]

Wat mij betreft een goede ontwikkeling. Ik hoop dat rechters ook in de toekomst niet te huiverig omgaan met het toepassen van de hardheidsclausule, dan wel dat de wetgever de broers en zussen in een vaste categorie opneemt, net zoals bij de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. 


[1] Lindenberg, Smartengeld 1998/6.1.1.

[2] Zie art. 6:107/108 BW en Kamerstukken I 2016/17, 34257, C, p. 6-7 (MvA).

[3] Zie ook Lindenbergh, VR 2018/156, p. 410.

[4] Zie art. 6:95 en Asser/Hartkamp & Sieburgh 2013, p. 19.

[5] Lindenbergh, Smartengeld 2008/1.1.

[6] Asser/Hartkamp & Sieburgh 2013, p. 131. 

[7] HR 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5356, NJ 2002/240, r.o. 4.3 (Taxibus).

[8] Lindenbergh, TVP 2018, p. 142. 

[9] Zie art. 6:107 lid 2 en 6:108 lid 2 BW.

[10] Kamerstukken II 2014/15, 34257, 3, p. 13 (MvT).

[11] Lindenbergh, in T&C BW, art. 6:107 BW, aant. 4 (online in Kluwer Navigator, bijgewerkt 1 juli 2019) en Lindenbergh, in T&C BW, art. 6:108 BW, aant. 6 (online in Kluwer Navigator, bijgewerkt 1 juli 2019).

[12] Kamerstukken II 2014/15, 34257, 3, p. 14-15 (MvT).

[13] Kamerstukken II 2014/15, 34257, 3, p. 14-15 (MvT).

[14] Kamerstukken I 2016/17, 34257, C, p. 6 (MvA). 

[15] Kamerstukken I 2016/17, 34257, C, p. 6 (MvA).

[16] Kamerstukken I 2016/17, 34257, C, p. 6 (MvA).

[17] Zie rechtsorde.nl, zoekterm: affectieschade en broer/ affectieschade en zus, specificatie: jurisprudentie en 2019. 

[18] Gerechtshof Den Haag 23 juli 2019, ECLI:NL: GHDHA:1901, r.o. 3.4-3.5. Het hof bespreekt daarbij de criteria waarbij het vereiste van de emotionele shock wordt gekoppeld aan de nauwe affectieve relatie met het slachtoffer: ‘Om voor vergoeding van shockschade in aanmerking te komen, moet sprake zijn van een naaste die met het slachtoffer een nauwe affectieve band onderhield. De Hoge Raad heeft in zijn arrest het begrip naaste niet nader beperkt. Vaststaat dat de broer met het slachtoffer in gezinsverband heeft samengeleefd. Daarmee voldoet ook de broer aan dit criterium’.  

[19] Kamerstukken II 2009/10, 32363, 3, p. 2 (MvT).

[20] Kamerstukken II 2014/15, 34257, nr. 3 (Bijlage).

[21] Kamerstukken II 2014/15, 34257, 3, p. 4, 13-14 (MvT). 

[22] Zie bijvoorbeeld Rb. Rotterdam 19 november 2019 ECLI:NL:RBROT:2019:8958 en Gerechtshof Amsterdam 18 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3762.

[23] Lindenbergh, VR 2018/156, p. 408. 

[24] Rb. Rotterdam 12 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10581.

[25] Rb. Den Haag 27 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:450. 

Reageer op dit bericht

Recente artikelen

Recente reactie

Door: Benni de Jong

Dit is een helder en verduidelijkend artikel! Al roept Vladimir Poetin ook bij mij enige wrevel en gruwel op, voor het voortbestaan van een land als Rusland is hij mijns inziens onmisbaar, al laat zijn politieke uitvoering zeer te wensen over. Zijn voorgangers waren zéker niet het antwoord op deze post-communistische (groot?)macht! Gorbatsjov was té voortvarend in zijn progressieve beleid, terwijl de vrouwen betastende, immer dronken Jeltsin er een puinhoop van maakte. In de jaren negentig was Rusland dan ook een broednest van criminelen, die vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan : het tekende de geboorte van de Russische mafia, die, inmiddels naar het Westen doorverhuisd, onuitroeibaar blijkt te zijn! Poetin, tenslotte, "het gesorg dat alles wir reg gekom het"... welnu, veel dan toch. Volgens mij wordt het weer tijd voor het herstel van de post-tweedewereldoorlogse Sovjet-Unie (of het eerdere tsaristische Russische Rijk), qua grondgebied en mensenmassa dan, om een voorlopig tegenwicht te kunnen bieden aan opkomende grootheden als China en India, en wie weet aan welke landen in Azië en mogelijk ook in Latijns-Amerika en Afrika nog meer, voor zover die zich in de nabije toekomst zullen komen aandienen om een stuk van de machtstaart in de wereld mee te verorberen... Ook voor de rest van het noordelijk halfrond, ons leefgebied, zal dit een steun blijken te zijn. Het puntje "Nederlandse-taalgebruik" is nog wat zorgelijk bij Chantal. Echter, de schrijfster is een jongedame van 20 lentes, die zich in de loop der jaren op dat punt nog wel verder ontwikkelen zal. Haar opmerkzaamheid en historische verwijzingen laten niets aan scherpte en zorgvuldigheid te wensen over. Ga zo door, mejuffrouw Van der Welde!

Door: Carola Leenders

Mooi artikel Kyra! Trots op je!

Door: Erna Smittenberg

"Smittenberg" uiteraard ...:.)

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×